Edward Snowden, je wordt bedankt.

Ja, de onthullingen over de aftappraktijken van de National Security Agency (NSA) vormen hét verhaal van de afgelopen tien maanden. Aanleiding voor belangrijke discussies en politieke hervormingen. We hebben inzicht gekregen in de machinekamer van de macht en wat we daar zagen was niet fraai. We weten nu dat een deel van de complottheorieën over de lange arm van de Amerikaanse inlichtingendiensten op waarheid berust. Bedankt daarvoor.

Een neveneffect van ‘Snowden’ is evenwel dat spionage totaal van zijn romantiek ontdaan is. Het beeld van de knappe, gedistingeerde spion die menselijke bronnen rekruteert, secretaresses van belangrijke types verleidt en op zijn hotelkamer geheimschrift ontcijfert, is vervangen door een T-shirt dragende NSA-techneut, die vanachter zijn beeldscherm tapt, monitort en encryptiesoftware kraakt.

Was het al een veeg teken dat het personage Q in de laatste James Bond plots een computergeek van begin twintig was; in de volgende Bondfilm zou de rol van Moneypenny zomaar eens vervangen kunnen zijn door een codewoord als BOUNDLESS INFORMANT of GEOFUSION.

In de volgende Bondfilm zou Moneypenny zomaar vervangen kunnen zijn door een BOUNDLESS INFORMANT of een GEOFUSION

Uiteraard is het beeld dat de Snowden-files tonen slechts één aspect van het inlichtingenwerk. De NSA houdt zich bezig met Signal Intelligence (Sigint), het opvangen en analyseren van communicatiesignalen. Human Intelligence (Humint), spionnen van vlees en bloed die inlichtingen verzamelen en missies uitvoeren on the ground, is nog steeds een onmisbaar en belangrijk onderdeel van het internationale inlichtingenwezen. Edward Snowden heeft dat aspect de afgelopen maanden alleen naar de achtergrond gedrukt.

Voor wie terugverlangt naar de betere Humint-spionageverhalen, is het boek Spionage. Doelwit: Brussel van de Belgische onderzoeksjournalist Kristof Clerix een aanrader. laat zien op welke manier verschillende inlichtingen- en veiligheidsdiensten tijdens de Koude Oorlog actief waren in Brussel, hoofdstad van Europa en zetel van het NAVO-hoofdkwartier.

Clerix’ research is indrukwekkend. De archieven van westerse diensten blijven vaak voor lange tijd gesloten en krijgen het stempel ‘staatsgeheim.’ Na de val van de Berlijnse muur in 1989 is een aantal archieven van landen achter het IJzeren Gordijn - voormalige Oostbloklanden als Hongarije en Roemenië, maar ook het archief van de Oost-Duitse Stasi - opengesteld. Voor burgers, om hun eigen dossiers in te zien, maar ook voor onderzoekers en journalisten. Drie jaar doorploos Clerix daar de archiefdozen en die bleken een goudmijn te zijn: de diensten en geheim agenten hielden minutieus bij hoe hun missies in Brussel verliepen.

De BSTU, het Stasi-archief in Berlijn: 111 strekkende kilometer papieren documenten, vijftig kilometer archief op film, duizenden foto’s, video’s en audiodocumenten én 15.000 zakken verscheurde documenten. Foto: Kristof Clerix.
De BSTU, het Stasi-archief in Berlijn: 111 strekkende kilometer papieren documenten, vijftig kilometer archief op film, duizenden foto’s, video’s en audiodocumenten én 15.000 zakken verscheurde documenten. Foto: Kristof Clerix.

Het levert een goed geschreven en zeer gedetailleerd boek op, dat bestaat uit negen losse spionageverhalen uit het Brussel van de jaren zeventig en tachtig. Clerix maakt mooi inzichtelijk hoe professioneel de diensten aldaar te werk gingen en hoe strategisch zij handelden.

Diensten als de Stasi of de Roemeense Securitate trokken soms jaren uit om één potentieel bruikbare menselijke bron te rekruteren. Veel tijd en moeite werd bijvoorbeeld besteed aan het scouten én rekruteren van talentvolle studenten. Er werd bewust gezocht naar idealistische, jonge talenten, in de hoop dat zij ooit een hoge positie zouden kunnen bekleden bij een belangrijke instantie in Brussel en vanuit daar informatie door konden geven aan de dienst die hen had gerekruteerd.

Een voorbeeld van die strategie is Rainer Rupp, een van de meest succesvolle Stasimollen. Op 22-jarige leeftijd werd hij gescout in een café in het West-Duitse Mainz. De verantwoordelijke Stasi-agent bouwde een band met Rupp op en langzaam maar zeker won hij de jonge student voor de Oost-Duitse zaak. Jaren later drong Rupp door tot de hoogste regionen van het NAVO-hoofdkwartier in Brussel en speelde de Stasi vele jaren hoogst geheime documenten door.

Spionage. Doelwit: Brussel geeft een mooi inkijkje in de kunst van het spioneren in een periode die gekenmerkt wordt door een grote ideologische strijd tussen oosten en westen en de constante dreiging dat een koude oorlog zou omslaan in een echte oorlog. Het boek laat zien hoe essentieel de rol van spionnen kan zijn en ook: hoe romantisch.

Bedankt, Kristof Clerix.

Meer weten? Spionage. Doelwit: Brussel van Kristif Clerix is uitgegeven door uitgeverij Manteau. Meer informatie over dat boek op de website van de uitgeverij. Meer informatie over dit boek op de website van uitgeverij Manteau