Er is een baby geboren op Zuid. De mama is dertien en de papa is twaalf jaar oud. Daar schrik ik als in die relatief arme Rotterdamse wijk niet meer van. Maar de is bovendien positief: het kindje is drager van een ziekte. Dus nodig ik de ouders uit om over de consequenties te praten. Maar hoe leg je dit soort complexe, genetische zaken uit aan een kind?

Hoe bespreek je de, nu nog onzichtbare, gevolgen van dragerschap voor een baby, voor wie ze niet hebben gekozen en nog nauwelijks kunnen zorgen? Wat het nog wat complexer maakt, is dat de vader bij screening op dragerschap van deze ziekte niet de biologische vader bleek te zijn. Ik besloot de speurtocht naar de biologische tienervader maar te laten zitten.

Soms weet ik niet meer waar ik moet beginnen. Voel ik me machteloos in deze vicieuze cirkel, waar kwetsbare kinderen kwetsbare ouders worden, die kwetsbare kinderen produceren. 

De moedeloosheid begint als ik ’s ochtends in de tram stap om mijn kinderen naar het kinderdagverblijf te brengen. Achter in de tram verzamelen zich de jonge moeders, die straks zelf naar school gaan. 

Ik zie hoe zij het tramritje volbrengen door hun kind af te leiden met een wirwar aan YouTube-filmpjes vol heftige kleuren en schreeuwende poppetjes. Onderweg worden er nog een Breaker als fruit, een Liga als brood en een Fristi als zuivel naar binnen gepropt. Als het kind dan onrustig in de buggy gaat heen en weer bewegen, snauwt de moeder het af.

In de dokterspraktijk waar ik werk, gaat het er niet beter aan toe. Terwijl de kinderen de wachtkamer afbreken, kijken de moeders op hun mobiele telefoons. En waar zijn die vaders toch? 

Laatst stak een kindje van zeven mijn stethoscoop onder zijn shirt om mee te nemen. De moeder zag het, maar ik was degene die het kind corrigeerde. Het is geen onwil, maar onmacht. En ik gun het niemand.

Hoe armoede slecht ouderschap voedt

Opvoedingsarmoede: het is een groot probleem. Een hele trits aan niet-samenwerkende gemeentelijke instellingen moet het probleem tegengaan. Opvoedpoli’s bij consultatiebureaus, Bureau Jeugdzorg en het Centrum voor Jeugd en Gezin. Als huisarts weet ik al niet bij wie ik moet aankloppen, laat staan dat een alleenstaande moeder het weet.

Als ik wil bellen met iemand voor overleg, lukt het me negen van de tien keer niet om doorverbonden te worden met de juiste persoon voor mijn patiënt. Het is dweilen met de kraan open, omdat we de bron niet aanpakken. En de bron is armoede. De hulpinstanties zijn slechts een veel te dure pleister op de wond.

De hulpinstanties zijn slechts een veel te dure pleister op de wond

Armoede is een voedingsbodem voor slecht ouderschap: er is minder ruimte om een kind zich veilig te laten ontwikkelen, om het gerust te stellen, en later op school te stimuleren en bij te staan. Als je zelf het gevoel hebt dat je niks waard bent, is het lastiger om sensitief op je kind te reageren.

Zo’n onveilige basis zie ik bij veel kinderen leiden tot een verkeerde afstelling van het stresssysteem, dat chronisch hyperactief wordt. De prefrontale cortex – het deel van het brein dat betrokken is bij besluitvorming en het onderdrukken van impulsen – functioneert slechter. Zo worden disfunctionele breinen aan elkaar doorgegeven, en wonen ze ook nog samen onder één dak, met alle gevolgen van dien.

En wat gebeurt er als je weinig toekomstperspectief ervaart? Dan neem je vaker beslissingen die op lange termijn minder slim zijn, maar op korte termijn lonen. ‘Als ik bij mijn vriendje ga wonen, is er tenminste nog iemand die me positieve aandacht geeft.’ ‘Als ik een kind krijg, dan stel ik in ieder geval als moeder nog wat voor.’

Waarom geven we arme ouders niet meer geld?

De problemen in Rotterdam zijn groot. De voorbeelden die ik hierboven schreef zijn eigenlijk heel mild, bijna grappig. Maar het kan ook erger.

Ik begeleid ook een kind dat expres te weinig eten van zijn ouders krijgt, een kind wiens vader geprobeerd heeft hem te wurgen en van wie de moeder is overleden aan een overdosis, een kind dat er regelmatig getuige van is dat zijn moeder zonder schoenen en sleutel in de kou wordt gezet, een kind wiens moeder een verslaafde prostituee is, een kind wiens moeder recent thuis is overvallen en verkracht, en een kind dat door de stiefvader steeds in de kast wordt opgesloten als zijn eigen kinderen er zijn.

Al deze kinderen wonen nog thuis. Als ik het kind met gedragsproblemen op mijn spreekuur krijg, zijn we vaak al veel te laat. Dan zie ik ze tien jaar later terug in het als ze aanzien opeisen door gangstertje te spelen. We kunnen het kind dan proberen te herijken volgens academische theorieën en dito therapieën, maar zo’n behandeling heeft vaak niet zoveel invloed meer. Een rolmodel kun je niet achteraf creëren.

Een onderzoek in Amerika liet zien dat direct geld beschikbaar stellen voor arme gezinnen Ouders gaan beter opvoeden, er is minder ruzie en stress en kinderen worden gezonder en rustiger. 

Ofwel: snijd in de kostbare overhead van overheidsinstanties. Geef het geld rechtstreeks aan de gezinnen om wie het draait. Dán doorbreek je eindelijk die vicieuze cirkel.

Dit artikel verscheen eerder bij ‘online tijdschrift voor de harddenkende Rotterdammer’. Wij herpubliceren het met toestemming in aangepaste vorm op De Correspondent. 

Meer lezen?

Waarom arme mensen domme dingen doen Armoedebestrijding in Nederland is vaak op een misvatting gebaseerd: dat armen het beste zichzelf aan de haren uit het moeras kunnen trekken. Een baanbrekende theorie over de gevolgen van geldgebrek voor je denkvermogen laat zien dat dat niet klopt. Lees dit verhaal van Rutger Bregman hier terug Verslag uit de spreekkamer van de huisarts, waar het veel te druk is Ik werk als waarnemend huisarts in Rotterdam-Zuid, een relatief arme wijk, waar patiënten vaak met allerlei problemen tegelijk kampen. En hoe graag ik mijn patiënten ook wil helpen, ik merk dat het me soms gewoonweg niet lukt de juiste zorg voor elke patiënt te organiseren. Verslag uit de spreekkamer. Lees mijn eerste verhaal hier terug