Cultuur redden is niet alleen een economisch detail

In het programma Spraakmakers op NPO Radio 1 vroeg ik in het Mediaforum aandacht voor hoe de regering Op één avond kwam met moeite 300 miljoen los voor cultuur. Even later kreeg de bloemen- en aardappelsector 650 miljoen om de nood te lenigen.

Het verschil is treffend, de vergelijking betrekkelijk willekeurig, maar die drong zich op door de gelijktijdigheid. Mijn punt was: sinds het eerste kabinet-Rutte de kunsten hardhandig saneerde en dwong zichzelf als marktpartij te organiseren, hebben kunstinstellingen hun eigen verdienmodellen ontwikkeld. Wie daar niet in slaagde, viel af.

Dat heeft allerlei kunstvormen en -opleidingen buiten de schijnwerpers vrijwel geruïneerd. De muziekscholen zijn geslacht. De talenten en toppers van morgen zullen nog meer dan vroeger van hun ouders afhankelijk zijn. En veel uitvoerende kunstenaars balanceren tussen flexcontracten en bijbaantjes.

Kunst werd een verdienmodel. Of een hobby. Net als andere bedrijfstakken.

Maar nu het coronavirus huishoudt in de economie moet de minister van Cultuur opeens bij het kabinet terwijl de sector verwacht alleen al in maart en april 1 miljard mis te lopen aan inkomsten. Dat is voor een ‘bedrijfstak’ zonder dikke reserves desastreus. Des te meer omdat het niet duidelijk is hoe de meeste uitvoerende en tentoonstellende kunsten het moeten redden in de anderhalvemeter-economie die ons wacht.

Nu zijn de kunsten opeens weer een aardigheid, voor de liefhebbers. Pas het economische neveneffect (eten en drinken, hotels) bracht het kabinet kennelijk over de streep voor een beperkt gebaar. Inconsequent.

Tido Visser, directeur van het Nederlands Kamerkoor, deed in de Volkskrant een goed gedocumenteerd beroep op Mark Rutte de van zijn decennium voor Nederland nog eens goed te overdenken. En wel nu.

Verder ging het in Spraakmakers vooral over de toegenomen rol van ambassadeurs in het Nederlandse publieke debat. De Amerikaanse ambassadeur Pete Hoekstra verdedigde in de aanval van zijn baas Donald Trump op de WHO. In het schreven de ambassadeurs van Duitsland en Frankrijk samen een diplomatiek geformuleerde oproep aan Nederland om mee te doen met Europa. Nu de Britten weg zijn, schuift Nederland een plaatsje op. En wordt in het debat der landen getrokken. Schuilen kan niet meer.

Luister naar het Mediaforum
Correspondent Politiek
Marc Chavannes