Amerikanen waarschuwden voor burgerdoden Hawija

De Amerikaanse luchtmachtcommandant die het Nederlandse aanvalsplan op een autobommenfabriek van IS in het Iraakse Hawija opstelde had bedenkingen bij die aanval, en hield er vooraf rekening mee dat er burgerdoden zouden vallen.

Dat staat in een onderzoek dat het Amerikaanse ministerie van Defensie in 2015 naar de Nederlandse luchtaanval heeft gedaan, en dat is opgevraagd door NRC en

Minister Bijleveld van Defensie heeft altijd benadrukt dat Defensie en het Openbaar Ministerie de zaak hebben onderzocht en dat de luchtaanval volgens de geldende procedure is verlopen. Die procedure moet voorkomen dat er burgerdoden vallen. Dat de Amerikaanse luchtmachtcommandant daar achteraf kanttekeningen bij plaatste, waarna de procedure is aangepast, is de Kamer nooit verteld.

Hoe zag die procedure eruit?

In de strijd tegen IS spraken coalitielanden af dat als voorafgaand aan een aanval duidelijk was dat er ook maar één burgerdode zou vallen, een aanval niet mocht worden uitgevoerd. Daarvoor werd gebruikgemaakt van Collateral Damage Estimation (CDE). Dat is een Amerikaanse methode waarmee werd uitgerekend hoe burgerdoden kunnen worden voorkomen. 

Uit die berekeningen bleek dat er geen burgerdoden zouden vallen als de aanval op Hawija ’s nachts zou worden uitgevoerd, met zes kleine precisiegeleide bommen waarvan sommige met een vertraging zouden ontploffen, schrijft de NOS.

Een CDE kan echter niet berekenen wat het effect is van ‘secundaire explosies’. En dat is precies waarvan sprake was na de aanval op de autobommenfabriek toen een enorme hoeveelheid munitie explodeerde, waarbij het omliggende gebied totaal werd verwoest en ruim zeventig burgers omkwamen. Met die kennis bleken de berekeningen dan ook volledig irrelevant, schrijft de Amerikaanse luchtmachtcommandant.  

Wat ging er mis?

Minister Bijleveld schreef in november aan de Kamer dat er veel meer munitie in de fabriek lag dan ‘bekend was of kon worden ingeschat’. Maar volgens de Amerikanen is er nooit een serieuze analyse gemaakt van het mogelijke effect van een tweede explosie, omdat ze geen informatie hadden over de hoeveelheid en soort munitie in de fabriek. Toch stemde de Nederlandse ‘red card holder’ − de militair die formeel toestemming geeft voor Nederlandse luchtaanvallen − in met de aanval.

De Amerikaanse luchtmachtcommandant wijt de de gang van zaken ook aan de eisen die werden gesteld door Den Haag. Het probleem is volgens hem dat ‘de klant’ enerzijds het doelwit volledig wil vernietigen, maar anderzijds geen burgerdoden wil. Zijn mannen moesten daardoor toewerken naar een situatie waarin het aantal geschatte burgerdoden op papier nul zou zijn om de CDE ‘uitvoerbaar’ te maken, schrijft hij. 

De onthulling volgt op een andere onthulling vorige maand, toen bleek dat minister Bijleveld de Kamer verkeerd had ingelicht over het aantal burgers dat omkwam bij de aanval. In december liet ze tijdens een Kamerdebat nog weten dat de Amerikanen de burgerslachtoffers van Hawija niet hebben meegeteld in hun statistieken, maar dat bleek na navraag bij de Amerikanen wel te zijn

Lees hier hoe Syrische vluchtelingen denken over de Nederlandse bijdrage aan de coalitie Lees hier hoe Nederlandse piloten denken over de luchtaanvallen die zij uitvoerden
Correspondent Verborgen oorlogen
Lennart Hofman