Afgelopen dinsdag heeft het Europese Hof van Justitie een uitspraak Lees hier de hele uitspraak gedaan in een principiële zaak over de 'right to be forgotten' Het 'recht om vergeten te worden'. op internet. Aan de oppervlakte gaat de zaak over de vraag of Google verplicht kan worden links naar privacyschendende informatie te verwijderen. Aan de andere kant is dit ook een fundamentele uitspraak over de verhouding tussen de vrijheid van meningsuiting en het recht op privacy op internet.

Wat ging hieraan vooraf?

In 1998 publiceerde het dagblad La Vanguardia op last van de Spaanse overheid twee aankondigingen van een openbare veiling van onroerend goed. De verkoop vond plaats in het kader van de terugvordering van sociale zekerheidspremies bij de Spaanse vastgoedondernemer Mario Costeja González.

Jaren later, in 2010, linkte Google naar die berichten als je zocht op 'Costeja González'. Costeja González had daar last van. Hij vroeg de Spaanse privacytoezichthouder - de Spaanse equivalent van het College Bescherming Persoonsgegevens - om La Vanguardia te verplichten die aankondigingen van haar site te verwijderen. De Spaanse toezichthouder oordeelde vervolgens dat La Vanguardia hiertoe niet verplicht kon worden, omdat de krant de berichten op last van de overheid had gepubliceerd.

Costeja González vroeg de Spaanse toezichthouder óók om Google te verplichten links naar deze publicaties te verwijderen. Daarin ging de Spaanse toezichthouder wel mee: zélfs als de bronpublicatie rechtmatig is, kan een zoekmachine verplicht worden een link daarnaar te verwijderen.

Google, Costeja González en de privacytoezichthouder procedeerden hierover vervolgens tot aan het Europese Hof van Justitie, dat de Spaanse privacytoezichthouder en Costeja González uiteindelijk in grote lijnen gelijk gaf: Google zal links naar pagina's met privé-informatie onder omstandigheden moeten verwijderen.

Wat is het oordeel van het Europese Hof?

Het Hof bespreekt Het Hof bespreekt ook of de Europese privacyregels van toepassing zijn op de situatie waar een Amerikaans bedrijf met een Spaanse vestiging wordt aangesproken. Dat is het geval, maar daar zal ik verder niet op ingaan. twee interessante vragen.

Ten eerste gaat het in op de vraag of een zoekmachine zoals Google slechts een doorgeefluik is en zich daarom niet zelf aan de privacyregels zou hoeven te houden. Dat is niet zo, volgens het Hof. Google verzamelt, indexeert, rangschikt en ontsluit miljoenen webpagina's op het internet, en op die webpagina's staat informatie over personen. Dat betekent dat Google in juridische termen 'persoonsgegevens verwerkt' en zich dus aan de privacyregels moet houden.

Vervolgens bespreekt het Hof of Google op grond van het privacyrecht verplicht kan worden om een link te verwijderen, zelfs als de publicatie waar Google naar linkt rechtmatig is. Dat is het geval, aldus het Hof. Uit de privacyregels volgt dat je kan verzoeken om verwijdering van links naar privé-informatie. Die regels strekken zich ook uit tot Google, en die moet verwijderverzoeken dus op hun merites beoordelen.

Kan ik nu dus die onhandige foto onvindbaar maken via Google?

Nee. Het betekent niet dat iedereen nu zijn internetprofiel op Google kan gaan opschonen. Er zijn een paar factoren belangrijk voor de beoordeling of een zoekmachine een link moet verwijderen.

Ten eerste is de vraag of het linken schade oplevert een factor: als je door een publicatie niet meer aan het werk komt, sta je sterker bij de rechter dan als je vrienden je er in de kroeg mee pesten. Ten tweede is de tijd sinds de oorspronkelijke publicatie een factor die meeweegt: het ging bij deze Costeja González over informatie die inmiddels bijna 15 jaar oud was. Hiermee hangt samen dat de uitspraak van het Hof ook is gestoeld op de gedachte dat men onder omstandigheden recht heeft op een 'schone lei.'

Aan de andere kant zal de vraag of er een publiek belang gemoeid is bij publicatie een rol spelen: het feit dat een politicus ooit veroordeeld is voor fraude blijft relevant, ook als iemand twintig jaar later opnieuw probeert verkozen te worden.

En wat zijn de gevolgen voor de vrijheid van meningsuiting?

Het vonnis is goed nieuws voor onze privacy. Het Hof maakt duidelijk dat zoekmachines zoals Google een eigen verantwoordelijkheid hebben om zich aan de privacyregels te houden - iets waarover voorheen discussie bestond.

Het grondrecht op vrijheid van meningsuiting komt er echter minder goed vanaf.

Het is namelijk de vraag of Google en andere zoekmachines goed in staat zijn dit soort verwijderverzoeken zorgvuldig te beoordelen, zeker als het over minder heldere gevallen gaat. Zij zullen een afweging moeten maken tussen het privacybelang van de verzoeker bij verwijdering, en het publiek belang bij publicatie. Het Hof geeft weinig houvast over de precieze invulling van die afweging: de hierboven besproken factoren zijn vaag en vrij beperkt.

Bij die beoordeling door zoekmachines spelen ondertussen wel economische overwegingen. Het online houden van een link na een verwijderverzoek is sinds dit vonnis een risico, maar het verwijderen van een link na zo'n verzoek is dat minder snel. Het is dus denkbaar dat een zoekmachine, uit angst voor aansprakelijkheid, de link eerder verwijdert dan strikt noodzakelijk is. Daarmee zou de archieffunctie van een zoekmachine en de vrijheid van meningsuiting in het gedrang komen.

Daarom is dit vonnis onder experts omstreden. Sommigen vinden dit een belangrijke bevestiging van het privacyrecht bij zoekmachines. Anderen vinden dat het recht op vrijheid van meningsuiting hierdoor wordt ondermijnd. De gevolgen van deze uitspraak zullen in ieder geval nog jaren voelbaar blijven en het zal heel wat rechtszaken kosten om de contouren van dit recht op vergetelheid verder uit te werken.

En hoe zit het dan met Costeja González?

Ondertussen heeft Costeja González vrij weinig aan dit vonnis. Nu weet niet alleen Google, maar de hele wereld over die openbare veiling van zijn vastgoed in 1998: zijn naam levert inmiddels meer dan 130.000 hits op bij Google. Zou Costeja González daar verwijderverzoeken voor kunnen indienen? Dat lijkt me sterk. Daarvoor is de uitspraak te belangrijk.

Deze explainer is geschreven door Ot van Daalen. Hij is advocaat bij advocatenkantoor Digital Defence, dat zich specialiseert in privacy en security. Van Daalen is tevens parttime onderzoeker bij het Instituut voor Informatierecht van de Universiteit van Amsterdam en bestuurslid van de Europese koepelorganisatie van digitale burgerrechtenbewegingen EDRi. Tot februari van dit jaar was hij directeur van digitale burgerrechtenbeweging Bits of Freedom.