Toen we eigenlijk al door waren, maar het desondanks fraai zou zijn om ook nog even te triomferen over Chili, stond hij achter me de light-versie van zijn vrienden te zijn. Hij was net niet zo breed; zijn shirt spande niet zo lekker over zijn biceps als het over zijn navel deed. Hij was net niet zo stoer; hij werd wel pissig op de scheids, maar kwam verbaal niet verder dan een welgemeend doch ongemakkelijk ‘shit.’ Erg goed bestand tegen groepsdruk was hij ook niet.

‘Moet je nog bier?’
‘Nee man, ik heb nog. Moet morgen ook vroeg op. Heb Miranda beloofd dat ik het niet te gek zou maken.’
‘Ik haal er nog een voor je.’
‘Oké man, thanks.’

Maar met zijn oranje T-shirt met bijnaam op de rug - allen eindigend op ‘tjuh’ -, is hij toch duidelijk onderdeel van het groepje. Hij en zijn twee vrienden brommen wedstrijdcommentaar achter mijn rug. Negentig minuten plus blessuretijd lang waait de niet zo stoere vriend, ondanks fundamenteel andere weersvoorspellingen van zijn maten, met alle winden mee.

‘Ze moeten meer over de flanken.’
‘Ja, flanken.’
‘Door het midden!’
‘Veel meer door het midden.’
‘Hé, dui-de-lijk buitenspel!’
‘Buitenspel! Scheids! Shit.’
‘Dit wordt helemaal niks meer zo, we missen focus. Als we zo blijven spelen kunnen we de volgende ronde naar huis.’
‘Focus...’
‘Ik weet zeker dat we kampioen worden dit keer, we zijn fucking in vorm.’
‘Winnen ja, ik voel het. Fuck.’

Hij boert zo hard in mijn nek dat ik zeker weet dat ik nu een scheiding in mijn haar heb

Ergens tussen het papegaaien in vindt Alle Winden tijd om zo hard in mijn nek te boeren dat ik zeker weet dat ik nu een scheiding in mijn haar heb. De eerste keer rook ik bier. Nu zijn het gamba’s; hij kwam van diep. Ergens tussen het moment dat ik beslis dat ik me ga omdraaien om hem een tik te verkopen, en het moment dat ik dat daadwerkelijk doe, krijgen de Chilenen een vrije trap en vergeet ik hem.

Alle Winden bespreekt de poule met zijn vrienden. Die hebben allebei 1-0 voor Oranje ingevuld, ‘meer wordt het toch niet, ben je dom ofzo?’ Alle Winden heeft een andere uitslag ingevuld, maar had naar eigen zeggen veel beter naar zijn maten kunnen luisteren. ‘1-0 was beter geweest ja. Jullie zijn daar gewoon beter in.’

Een wissel. Leroy Fer komt erin. De rechtervriend van Alle Winden mept hem op de schouder. ‘Meer Rotterdammers erin, nu komt het goed.’ Alle Winden stemt er zo hard mee in dat zijn knikkende kin zijn borst raakt. De linkervriend schudt het hoofd. ‘Pfff.’ Alle Winden kijkt naar zijn twintig centimeter langere vriend op. ‘Inderdaad, zal mij benieuwen hoor, dit.’

Twee minuten later is het 1-0. Ik spring, juich, brul, verlies de inhoud van mijn glas, kijk achter me en wil mijn vriendin in de armen vallen, maar ze staat er niet, misschien is ze gaan plassen, maar ik juich nog steeds, en ik ben zo blij dat ik met opengesperde ogen een aantal seconden heel hard ‘JAAA!’ in het gezicht van Alle Winden achter me sta te roepen. Hij schrikt, glimlacht ongemakkelijk en begint dan maar mee te roepen.

Niet lang daarna is het 2-0, niet lang daarna fluit de scheids af. Alle Winden en zijn vrienden bestijgen een paar barkrukken. De rechtervriend van Alle Winden kijkt op zijn telefoon en laat hem het scherm zien.

‘Heb je gewoon alweer de poule gewonnen, maat.’

Alle Winden glundert. ‘Ja man, ik zei het toch.’

Mijn ontmoeting met: De Tester De Tester loopt om de bak heen, poetst met een tissue het parelmoer van haar gezicht en probeert een andere kleur. Daarna begint ze van bak naar bak te lopen. Elke keer pakt ze een lipstick op, draait hem even rond tussen haar vingers en legt hem weer neer. Lees hier mijn ontmoeting met de Tester terug En mijn ontmoeting met: Hasselhoff Hasselhoff maakt honderd foto’s per dag. Driehonderd als ze op excursie gaan. Elke dag stuurt hij met zijn telefoon de top-tien naar naar zijn zoon. Terwijl hij de lens van zijn camera oppoetst met een brillendoekje, vertelt hij me over de mooiste foto die hij vandaag heeft gemaakt. Lees hier mijn ontmoeting met Hasselhoff terug Eerder: mijn ontmoeting met Bonnetje ‘Bonnetje? Meneer? Bonnetje?’ Hij reageert niet. Zo snel als hij kan, laadt hij negenendertig halveliterblikken bier in twee meegebrachte linnen tassen. De veertigste trekt hij nog aan de kassa open. Ik tik de man aan, maar de vrouw zonder paprikachips is me voor. Lees hier mijn ontmoeting terug