Mijn over de denktank van de VVD dat gisteren verscheen op De Correspondent leverde veel bijdragen van leden op. Enkele kritische lezers noemde het stuk ‘vooringenomen’ of ‘partijdig’, omdat ik in het stuk de nadruk leg op de achtergrond van de commissieleden en de veronderstelde fossiele belangen die zij vertegenwoordigen.

Dat is een bewering die ik niet onderschrijf, aangezien het in mijn ogen een taak van de journalist is om uit te zoeken wat de achterliggende redenen (kunnen) zijn van de aanbevelingen uit het energierapport.

Belangrijker vind ik de kritiek van lezers die zich afvragen wat mijn eigen aannames zijn bij het bespreken van het VVD-rapport. Het leek mij daarom een goed idee om die aannames in een update expliciet te maken en daarbij te proberen mijn perspectief op de thema’s duurzaamheid en de energietransitie nade toe te lichten.

Daarvoor is het handig om te weten dat het artikel van gisteren voor een deel gebaseerd was op een voordracht die ik woensdagmiddag heb uitgesproken bij de presentatie van het rapport ‘Zeker van energie’ van de Teldersstichting.

In die voordracht heb ik een pleidooi gehouden voor de energietransitie als tegenwicht voor de nadruk die de Teldersstichting legt op betaalbaarheid van energie. In mijn optiek moeten we namelijk de structurele verandering van onze energiehuishouding niet zien als bedreiging, maar als een kans. Een kans om minder afhankelijk te worden van buitenlandse energieleveranciers, maar ook een kans voor het welzijn van ons land.

Voor de lezers die vroegen naar mijn aannames, publiceer ik hier een licht geredigeerde en ingekorte versie van de tekst die ik woensdagmiddag heb uitgesproken.

De verhouding tussen de staat en de energiemarkt

De insteek van het energierapport van de Telderstichting valt zeer te prijzen: de verhouding tussen staat en markt. Wat moet de overheid doen en wat kunnen we aan de markt overlaten?

Vanuit dat perspectief analyseer ik het rapport van de Teldersstichting, waarbij ik mij vooral richt op de spanning tussen het Nederlands energiebeleid en de plannen voor een Europese energie-unie. Drie aspecten wil ik behandelen.

Ik begin met een kritische bespreking over de visie van de Teldersstichting over de energietransitie. Dit rapport had een enorme stap kunnen maken op dit onderwerp: een overtuigend liberaal geluid over de noodzaak van de energietransitie zou een enorme impuls betekenen voor het publieke debat hierover. Die stap heb ik helaas niet kunnen vinden. Dat komt wellicht door een te scherpe dichotomie tussen staat en markt waardoor er veel te weinig oog is voor de derde partij: burgers die zelf hun energie produceren.

Dit rapport heeft te weinig oog voor de derde partij: burgers die zelf hun energie produceren

Daarna wil ik graag een positief punt noemen uit het rapport dat gaat over de aanpassing van het ETS-systeem. Goed dat dit rapport aandacht schenkt aan de veel te lage prijs voor emissierechten en ook met een voorstel komt voor verbetering.

Als laatste neem ik een voorproefje op een toekomstige energie-unie en wil de VVD uitdagen om serieus over dit onderwerp na te denken. Dit rapport biedt wel een aantal aanknopingspunten, maar ik mis de urgentie en ook de moed om gevoelige thema’s aan te pakken, zoals wat te doen met de overheidsbemoeienis in de gassector. Welke rol moeten Gasunie, GasTerra en Energie Beheer Nederland spelen in een Europese energie-unie?

1. De energietransitie: het kost veel en levert méér op

Tot mijn verbazing lees ik in het rapport dat Nederland niet bij de voorlopers hoeft te horen voor een transitie naar CO2-neutraal energiebeleid. Het wetenschappelijk bureau van de VVD benadrukt vooral de kosten van de investeringen met de opmerking: ‘Hoge uitgaven van belastinggeld zijn niet gerechtvaardigd zonder zekerheid dat het geld nuttig is besteed.’

Dat is een intrigerende opmerking. Ik weet niet of hiermee het utiliteitsprincipe van Jeremy Bentham wordt bedoeld of dat het woordje nuttig zeer terloops is opgevoerd. Wanneer we het utilitarisme als uitgangspunt mogen nemen, toch een van de belangrijkste filosofische en ethische bronnen van het liberalisme, dan spreken we dus over de morele waarde van een handeling. Dit handelen wordt afgemeten aan het algemeen nut, gedefinieerd als het welzijn en het geluk van alle mensen.

Kijken we met dit perspectief naar de energietransitie, dan zijn er talloze argumenten te noemen om als overheid zo veel mogelijk bij te dragen aan de transitie naar een duurzame energievoorziening. Het levert een schoner leefklimaat op met veel minder fijnstof. We worden minder afhankelijk van buitenlandse energieleveranciers en geven dus ook veel minder geld uit aan fossiele energie uit het buitenland.

Een duurzame energievoorziening levert een schoner leefklimaat op en we worden minder afhankelijk van buitenlandse energieleveranciers

Maar ook het feit dat burgers zelf verantwoordelijk worden voor hun energieproductie kan bijdragen aan het algemeen welzijn van een land.

Door de installatie van zonnepanelen en slimme meters veranderen consumenten niet alleen in producenten van energie, ze worden ook veel bewuster van hun energiegedrag en zien het effect van energiebesparing.

Dat is de energietransitie.

Dat de opwekking van energie niet langer in handen is van een aantal buitenlandse multinationals, maar via kleinschalige coöperaties veel meer decentraal energie wordt opgewekt, waardoor er een maatschappelijke beweging van onderaf ontstaat. Niet opgelegd door de overheid; de overheid heeft hierin alleen in een faciliterende rol.

Gelukkig zegt het rapport van de Teldersstichting hier wel iets over: de overheid moet niet in de weg zitten met onoverzichtelijke regelgeving. Als voorbeeld gaat het dan over de zogenoemde postcoderoos. Alleen mensen met dezelfde postcode kunnen belastingvoordelen krijgen wanneer ze duurzame energie afnemen uit de buurt. Een onnodige sta in de weg voor decentrale energieopwekking, zo vindt de Teldersstichting. Nu nog minister Kamp overtuigen.

Daarnaast zou de Teldersstichting meer aandacht mogen besteden aan wat de markt zou kunnen betekenen voor de energietransitie en welke rol de overheid daarbij moet spelen. Juist veel ondernemers zijn er al van doordrongen hoeveel kansen de energietransitie hen kan bieden.

Daar ligt ook een kans voor de VVD, die zich toch graag profileert als partij van ondernemers. Want waarom niet initiatieven als de Groene Zaak omarmen of het World Business Council on Sustainable Development waar Peter Bakker, de oud-topman van TNT, president is? Het gaat dan niet om een actievere rol van de overheid, integendeel. Maar wel om het aanjagen van een energietransitie, omdat je als overheid werkt vanuit de morele prikkel dat een CO2-neutrale energievoorziening bijdraagt aan het geluk en welzijn van de burgers.

Dit betekent niet dat je als overheid als een kip zonder kop geld moet uitgeven aan subsidies voor duurzame energie. Nee, maar je kan wel handelen vanuit de gedachte ‘de kost gaat voor de baat uit’. Juist nu zijn flinke investeringen nodig in duurzame energie. Het Internationaal Energieagentschap rekende al uit dat een energievoorziening zonder CO2-uitstoot in totaal 31 duizend miljard kost, een duizelingwekkend groot bedrag. Maar deze omschakeling levert uiteindelijk geld op: in totaal 85 duizend miljard euro.

2. De aanpassing van het emissiehandelssysteem

Een positief punt uit het rapport is het belang dat wordt gehecht aan een goed werkend emissiehandelsysteem. liggen nu veel te laag, waardoor de meest vervuilende kolenstroom niet adequaat belast wordt. De relatief schonere gasscentrales staan stil en elk land geeft op nationaal niveau miljarden aan subsidies uit om haar aandeel duurzame energie te verhogen. Terecht geeft de Telderstichting aan dat de optelsom van deze beleidsmaatregelen contraproductief werken.

Er worden wel oplossingen genoemd, zoals een groot gedeelte van het teveel aan gratis toegewezen rechten uit de markt halen. Of, zoals de Telderstichting bepleit, een bodemprijs hanteren voor CO2-rechten. Dat is zeer wenselijk, als een van die aanpassingen er ook daadwerkelijk komt. Maar daarvoor is het wel van belang dat de Europese doelstelling van een CO2-arme economie in 2050 overeind blijft.

Europa heeft na het klimaatverdrag van Kyoto in 1997 haar nek uitgestoken door vol in te zetten op duurzaamheid. Het klopt dat er dat Duitsland – dat wordt gezien als duurzame voorbeeld bij uitstek – nu miljarden investeert in duurzame energie en tegelijkertijd de meest smerige bruinkool inzet om voor haar industrie nog goedkope energie te leveren. De CO2-uitstoot van Duitsland nam in 2012 zelfs toe.

Maar dit Duitse probleem kent wel een aantal specifieke oorzaken. Vooral de redelijk snelle uitfasering van kernenergie zorgt voor grote problemen. Duurzame energie kan dit op korte termijn nog niet opvangen, waardoor er veel vraag is naar goedkope kolenstroom. En dat legt precies het falen van de markt bloot.

Zoals de Teldersstichting terecht opmerkt maken de externe kosten van het energieverbruik – de belasting van het milieu en de emissie van CO2 en andere broeikasgassen – geen deel uit van de energieprijzen. En dat moet zo snel mogelijk gerepareerd worden.

De externe kosten van het energieverbruik – de belasting van het milieu en de emissie van CO2 en andere broeikasgassen – maken geen deel uit van de energieprijzen. Dat moet zo snel mogelijk gerepareerd worden

Een transitie is een structurele verandering, en daar heeft Duitsland zeker op in gezet. Ja, dat kost veel geld, het gaat met horten en storten en je moet tegen een aantal gevestigde belangen in durven te gaan. En dat doet de Duitse liberale FDP ook. Zij zijn een van de voorvechters geweest van de Energiewende en ook al lopen de kosten enorm op, geen enkele Duitste partij wil dit proces stopzetten.

Ja, Duitsland beschermt hun industrie door deze niet te laten meebetalen voor de duurzame subsidies. Maar doordat ons buurland blijft vasthouden aan de doelstelling van een energieneutrale economie, geeft het uiteindelijk de markt ook het perspectief om juist daar op in te zetten, teneinde schonere auto’s te produceren en biomassa uit planten te gebruiken als basisstof voor de chemie.

Hier liggen voor Europa ook kansen. We kunnen wel jaloers blijven kijken naar de Verenigde Staten met haar schaliegasrevolutie, maar dat is wel gebaseerd op fossiele energie. Het emissiehandelssysteem moet dan ook veel meer beschouwd worden als een potentiële kracht van Europa. Zelfs China is bezig met een eigen CO2-markt. Het probeert de weeffouten uit het Europese systeem te halen, en toch dient ons continent wel als belangrijkste voorbeeld.

Dodelijk voor de Europese ambitie is dan ook een opmerking uit het rapport als: ‘Gezien de vele onzekerheden waarmee klimaat verandering is omgeven, is het de vraag hoe erg het is als het bereiken van de CO2-reductiedoelen wat langer op zich laat wachten.’

Waarom in hemelsnaam? Wat wil de Teldersstichting nu echt?

Enerzijds pleit het rapport voor aanpassing van het emissiehandelssysteem en anderzijds proef ik latente klimaatscepcis.

Moeten we achterover leunen, omdat er nog onzekerheden zijn over de mate van invloed van broeikasgassen bij de opwarming van de aarde? Proberen we al niet sinds de begin jaren zeventig op een veel ecologisch verantwoorder manier te groeien? Waarom moeten we ons ambitieniveau bijstellen?

Een kritische houding ten opzichte van rapporten van is niet verkeerd. Maar de Teldersstichting verschuilt zich achter de ‘onzekerheden in het klimaatdebat’ om daardoor vrijgepleit te zijn van overheidsingrijpen om zo snel mogelijk de CO2-uitstoot te reduceren.

Vergeet niet dat de energietransitie enorme kansen biedt voor het Europese bedrijfsleven. Niet zo goedkoop mogelijk produceren, maar zo ecologisch verantwoordelijk mogelijk. Ook de Chinese, Indische, Braziliaanse en Russische middenklasse wil in de toekomst dat soort producten aanschaffen.

3. Een Europese energie-unie

De oorlog in Oekraïne en de gascrisis met Rusland worden door aantal Europese politici gebruikt als wake-upcall voor onze En terecht. Ook al is de levering van het gas aan Europa nog niet in gevaar, we mogen hopen dat we na 2006, 2009 en nu 2014 wel ons lesje hebben geleerd. We moeten de afhankelijkheid van fossiele energie uit Rusland afbouwen.

De les uit de gascrisis lijkt vooral te zijn: hoe worden we minder afhankelijk van Oekraïne als doorvoerland van gas. Dat speelt Rusland in de kaart

Maar vreemd genoeg is dat geen les geweest uit alle gascrises. In tegendeel, veel Europese landen, waaronder Nederland, zijn medeaandeelhouder geworden van Russische pijpleidingen, zoals Nord Stream. De les uit de gascrisis lijkt vooral te zijn: hoe worden we minder afhankelijk van Oekraïne als doorvoerland van gas, en die les speelt Rusland alleen maar in de kaart.

We moeten nadenken over de voorzieningszekerheid van energie en we hebbende komende decennia nog veel gas nodig. Alleen door samenwerkingsverbanden aan te gaan met de Russen creeëren we zelf een incentive om zo lang mogelijk Russisch gas af te nemen.

Het rapport van de Teldersstichting geeft terecht aan dat het noodzakelijk is om olie en gas uit zo veel mogelijk landen te betrekken, want dat vermindert de eenzijdige afhankelijkheid. Maar het rapport ziet de steeds intensievere samenwerking tussen de Nederlandse en Russische gassector niet als probleem. Eerder als een postieve ontwikkeling, omdat we zelf willen functioneren als doorvoerland van buitenlands gas.

Dan is het wel belangrijk om te beseffen dat deze net zo goed met veel onzekerheden gepaard gaat. Er zijn al miljarden euro’s verloren bij de aankoop van buitenlandse gasnetten en het is onduidelijk wat Nederland precies verdiend als doorvoerland van gas. Het zal in ieder geval nooit de gasbaten kunnen opvangen.

Daarnaast maakt deze strategie ons erg afhankelijk van Rusland. Hij is erop gericht zo veel mogelijk gaslanden toegang te geven tot onze markt, maar tot dusver is daar nog weinig van te zien. Van de drie geplande LNG-terminals is er maar één gebouwd, en die wordt door de hoge prijzen van dit vloeibare gas nog weinig gebruikt. Vooral Rusland is actief op onze gasmarkt en daar moeten we in de toekomst niet te afhankelijk van willen worden.

Alleen de contouren voor een Europese energie unie zijn geschetst, maar het lijkt me evident dat het aansluit bij de doelstelling van een CO2-arme energievoorziening in 2050. Het afbouwen van onze fossiele energieverslaving is dan prioriteit nummer één.

Het afbouwen van onze fossiele energieverslaving is prioriteit nummer één

Europa zou vooral van haar eigen kracht moeten uitgaan. Investeren in grensoverschrijvende elektriciteitsnetten en werken met een Europese toezichthouder die bedrijven als TenneT ook de financiële ruimte geeft om windparken aan te sluiten in het buitenland. De gassector in Nederland kan zeker een belangrijke rol spelen, maar dan vooral gericht op de interne Europese markt. Gasunie zou zich veel minder bezig moeten houden met de goede relaties met Rusland, en meer met innovaties in de Europese sector.

Waar Nedeland wellicht minder op zit te wachten is dat een Europese energie-unie zich wil gaan bemoeien met de langetermijncontracten van gas. Want dat heeft ook invloed op de contracten die GasTerra nu afsluit met haar leveranciers. Toch is dit voor veel Oost-Europese landen wel een belangrijke kwestie: zij betalen immers veel meer voor Russisch gas dan West-Europese landen, omdat wij meer mogelijkheden hebben om ook gas af te nemen uit andere grote exportlanden zoals Noorwegen, Qatar en Algarije.

Het verbaast mij dat er in het rapport van de Teldersstichting helemaal niet wordt gesproken over de rol van de overheid in GasTerra en Energie Beheer Nederland (EBN). Juist in een rapport over de verhouding tussen staat en markt waar veel aandacht is voor de sterke punten van de gassector, zou ik van liberalen willen horen wat de overheid in de toekomst heeft te zoeken in de handel en de winning van gas.

Juist in een rapport over de verhouding tussen staat en markt, zou ik van liberalen willen horen wat de overheid in de toekomst heeft te zoeken in de handel en de winning van gas

Moeten we tot in de eeuwigheid met Shell en Exxon medeaandeelhouder blijven van GasTerra?

En in hoeverre is deze joint venture eigenlijk te verdedigen, zeker wanneer de Teldersstichting een zeer terughoudende overheid bepleit in de energiesector?

Hetzelfde geldt voor de rol van de overheid als enige aandeelhouder van EBN, het staatsbedrijf dat verantwoordelijk is voor een minderheidsparticipatie in talloze olie en gasvelden. We hebben er dus baat bij dat we nog zo veel mogelijk olie en gas opsporen en winnen. Maar hoe lang nog? En waarom niet EBN deel laten nemen in windparken?

Wanneer de overheid echt gelooft dat de energietransitie bijdraagt aan het geluk en welzijn van alle Nederlandse burgers, dan zou het ook alle middelen moeten inzetten om dit doel zo snel mogelijk te halen.

Nog even en de VVD is een klimaatsceptische partij De denktank van de grootste partij van Nederland, de VVD, toont zich in haar nieuwe energierapport sceptisch over het klimaatprobleem. Sterker nog, de Teldersstichting adviseert vooral niet te veel haast te maken met het terugdringen van de CO2-uitstoot. Tegelijkertijd trekt VVD-minister Henk Kamp de komende jaren miljarden euro's uit om het aandeel duurzame energie te vergroten. Een lange, interne partijstrijd lijkt geboren. Lees hier de eerste analyse van het energierapport terug. Hoe Gasunie in Duitsland voor miljarden de mist in ging Gasunie, het staatsbedrijf dat na de vondst van het gasveld onder Groningen van Nederland een gasland maakte, besloot in 2007 een Duits gasnetwerk voor miljarden euro's over te kopen. Het avontuur leverde binnen twee jaar een strop op van 2,9 miljard euro. En de aandeelhouder, het ministerie van Financiën, heeft nooit publiekelijk verantwoordelijkheid genomen. Een reconstructie. Lees hier de reconstructie van het Duitse avontuur van de Gasunie terug. Zo kan Europa onafhankelijker worden van Russisch gas Met Rusland als gedeelde vijand in Europa is pleiten voor een gezamenlijk Europees energiebeleid makkelijk scoren. Maar wat is het meest realistische middel om minder afhankelijk te worden van het Russische gas? Een energie-unie? Winning van schaliegas? Of toch vol inzetten op duurzame bronnen en energiebesparing? Een analyse in drie stappen. Lees hier de analyse van de Europese gasafhankelijkheid terug. Honderd procent duurzame energie in 2030, kan dat? Actieorganisatie Urgenda presenteert vandaag een nieuw plan voor 100 procent (!) duurzame energie in 2030. ‘Het kan als je het wil,’ claimt de groep. Is dat zo? En doet het ertoe? Lees hier de analyse van Urgenda’s energieplan terug.