Als vannacht om twaalf uur de transferperiode afloopt, zullen Europese voetbalclubs weer een verbijsterende hoeveelheid geld aan spelers hebben uitgegeven.

Manchester United vestigde een Brits transferrecord door Ángel Di María te kopen voor 75 miljoen euro, FC Barcelona had een vergelijkbaar bedrag over voor Luis Suárez en Arsenal betaalde 45 miljoen voor Alexis Sánchez. Een transfer van 30 miljoen euro - het bedrag dat Bayern München betaalde voor Mehdi Benatia - valt al niet meer op. Opgeteld zullen de uitgaven van de clubs waarschijnlijk opleveren.

Met die transfersommen zijn de clubs er trouwens nog niet; ze hebben daarmee slechts het recht gekocht de speler op te stellen. De spelers moeten ook nog een salaris krijgen, en de allerbesten, zoals Real Madrids vleugelspeler Gareth Bale, verdienen zo’n 400.000 euro per week, wat neerkomt op 2.381 euro

Je vraagt je misschien af wat ze met al dat geld aanmoeten. Zelf hebben de spelers er geen problemen mee. Zij denken niet in problemen, maar in oplossingen – en de oplossing voor een geldoverschot is meestal een auto. Zoals de website Bleacher Report schreef, volgt dit koopgedrag de formule x + y = z, waarbij x = voetballer, y = salaris, en z = Zo kocht Real Madrid-spits Karim Benzema deze zomer een Bugatti Veyron.

Geen Bugatti cadeau

Deze consumptie zal doorgaan, want clubs betalen hun spelers steeds meer, al was het maar omdat voetballers goed weten dat ze gewild zijn. Zoals de Ivoriaanse middenvelder Yaya Touré, die weliswaar 280.000 pond per week krijgt van zijn werkgever Manchester City, maar dit voorjaar desondanks ontevreden was dat de club hem geen Bugatti cadeau had gedaan voor zijn verjaardag – of zelfs maar

De clubs uit de grote competities domineren, omdat ze alle goede spelers uit de kleinere competities steeds sneller wegkopen

Daar zit je dan, met waarschijnlijk de duurste chagrijnige werknemer ter wereld. De HR-afdeling van stadsgenoot Manchester United heeft duidelijk lessen getrokken uit die episode, en liet een van de mooiste auto’s uit de collectie van hoofdsponsor Chevrolet om zeker te weten dat Ángel Di María – 150.000 euro per week – zijn eerste werkdag met een goed humeur zou beginnen.

Amusant als het mag zijn, de UEFA baart de financiële wapenwedloop tussen voetbalclubs zorgen. Ten eerste is er de vrees dat de clubs elkaar opjagen met steeds hogere uitgaven voor spelers, waardoor ook verstandige clubs worden gedwongen met geld te smijten. Ten tweede wordt de sport saaier. De clubs uit de grote competities – met de hoogste inkomsten uit sponsoring, televisierechten en entreekaartjes – domineren, omdat ze alle enigszins goede spelers uit de kleinere competities steeds sneller wegkopen.

En die enigszins goede voetballers besteden hun salarissen vervolgens aan auto’s met dubieuze

Links: Alan Sugar (midden), de ‘suikeroom’ van Tottenham Hotspur F.C. (17-03-2014). Rechts: Silvio Berlusconi is al sinds 1986 ‘suikeroom’ van AC Milan (23-05-2007). Foto’s: Hollandse Hoogte
Links: Alan Sugar (midden), de ‘suikeroom’ van Tottenham Hotspur F.C. (17-03-2014). Rechts: Silvio Berlusconi is al sinds 1986 ‘suikeroom’ van AC Milan (23-05-2007). Foto’s: Hollandse Hoogte

Financial Fair Play is niet eerlijker

Kan er iets worden gedaan aan deze geldsmijterij? En aan het oneerlijke speelveld? Want hoe kunnen Ajax, Feyenoord en PSV ooit nog concurreren met Engelse, Spaanse en Italiaanse topclubs?

De UEFA heeft daartoe een aantal financiële spelregels opgesteld: Financial Fair Play. Het idee van Financial Fair Play is dat voetbalclubs ongeveer break-even moeten draaien: hun uitgaven (die vooral opgaan aan salarissen) mogen niet veel groter zijn dan hun inkomsten uit Dat zijn inkomsten uit sponsoring, kaartverkoop en televisierechten, en dus niet het geld dat rijke clubeigenaren, ook wel ‘suikerooms’ – een oliesjeik, een olie-Rus, of een bankier – hun club toestoppen. De club moet het op eigen kracht doen.

Zoals de naam doet vermoeden, moet Financial Fair Play het voetbal eerlijker maken – en dus spannender. Maar heeft de regeling ook dat effect?

Bepaald niet, zeggen de onderzoekers die het tot dusver enige empirische onderzoek naar de werking van Financial Fair Play hebben gedaan, en daarover volgende maand een artikel publiceren in De onderzoekers, sporteconomen Stefan Szymanski en Thomas Peeters, concluderen daarin dat de spanning in de competities juist afneemt, omdat de traditionele topclubs profiteren van de regeling.

Peeters en Szymanski bekeken het effect van de Financial Fair Play-regels op clubs uit waarvan salarisgegevens beschikbaar waren. Ze bepaalden hoe de competities zouden verlopen als de clubs-met-suikerooms op last van Financial Fair Play minder geld mochten besteden.

En het voetbal wordt er saaier door

De resultaten zijn even verrassend als ontnuchterend. In Spanje zou Real Madrid bijvoorbeeld zijn dominantie uitbouwen. Inderdaad: Real Madrid. De club die ongegeneerd geld uitgeeft en de beste spelers ter wereld blijft kopen, die op hun beurt de het aanzien waard maken.

De duurste aankoop van de club deze zomer was James Rodríguez, waarvoor 80 miljoen werd betaald. Die aankoop leidde her en der tot verbazing. De Engelse oud-voetballer en tv-presentator Gary Lineker reageerde met een cynische ‘James Rodriguez gaat naar Real Madrid voor 80 miljoen euro. Mooi om te zien dat Financial Fair Play zo goed werkt.’

Want zou de club niet rustiger aan moeten doen, met de dreiging van Financial Fair Play?

Szymanski en Peeters constateren fijntjes dat Real keurig aan de spelregels van Financial Fair Play voldoet. ‘In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, heeft Real Madrid een redelijke verhouding tussen uitgaven aan salarissen en omzet, en zal het niet worden ingeperkt [door Financial Fair Play, MdH],’ schrijven ze.

Simpel gezegd: Real geeft veel uit, maar verdient ook veel. De club hoeft daardoor de uitgaven niet in te perken, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Barcelona dat onder voetballiefhebbers een minder protserig imago heeft, maar in werkelijkheid meer financiële risico’s neemt.

Ook in Engeland wordt de competitie een stuk saaier, volgens Szymanski en Peeters, als Financial Fair Play wordt toegepast. In Engeland zullen de traditionele grootmachten nog sterker worden, ten koste van ‘uitdagers’ als Chelsea en Manchester City.

Voor wie voetbal volgt, is het misschien vreemd clubs als Chelsea en Manchester City als uitdager of slachtoffers te zien. Chelsea is immers eigendom van de Russische oliemiljardair Roman Abramovich en staat door de vele honderden miljoenen die Abramovich in de club stopte, ook wel bekend als Chel$ea. De eigenaar van Manchester City, Sheikh Mansour, is lid van de koninklijke familie van de Verenigde Arabische Emiraten, en geeft nóg meer geld aan voetbal uit. Beide ploegen doorbraken de afgelopen jaren de traditionele dominantie van Manchester United en Arsenal.

De dood van de suikeroom

Financial Fair Play zou Chelsea en Manchester City beroven van het geld van hun weldoeners en veranderen in subtoppers, zo blijkt uit de uitkomsten van het onderzoek van Szymanski en Peeters. De traditionele grootmachten Manchester United, Arsenal en Liverpool zouden het weer voor het zeggen hebben; de clubs die door hun grote, trouwe achterban altijd meer geld zullen genereren uit kaartverkoop, sponsoring, merchandise en tv-rechten – en dus een chronisch competitief voordeel hebben.

‘Als je nog geen grote club bent, is de suikeroom is waarschijnlijk de enige manier om hogerop te komen in het voetbal’

‘Als je nog geen grote club bent, is de suikeroom waarschijnlijk de enige manier om hogerop te komen in het voetbal,’ zegt Thomas Peeters. ‘Dat mogen sommige mensen niet sympathiek vinden, maar de competitie wordt wel spannender door deze mannen. Financial Fair Play bevestigt vooral de status quo.’

Is bakken geld uitgeven dan de enige manier om verder te komen, voor ambitieuze clubs?

De UEFA denkt van niet. Egon Franck, een Zwitserse econoom die zitting heeft in de UEFA-commissie die toezicht houdt op de Financial Fair Play-regels, wijst op het succes van Duitse voetbalclubs. In de Duitse Bundesliga is de invloed van suikerooms via nationale regelgeving ingeperkt maar staat het grootse prestaties niet in de weg. Vorig jaar versloeg het financieel gezonde Bayern München in de finale van de Champions League het financieel gezonde Borussia Dortmund, een club die in 2005 nog blut was maar door goed beleid weer bloeit en aan de top staat.

‘Je zou nog kunnen zeggen,’ schrijft Franck in zijn Financial Fair Play – what is it all about?’, ‘dat Bayern behoort tot het Europese establishment [de grote voetbalclubs, MdH]. Maar Dortmund begon in 2005 op de rand van bankroet. Hun huidige succes is het resultaat van zeven jaar goed management in een omgeving, de Bundesliga, die goed management beloont door de invloed van externe geldinjecties te beperken.’

Dat kan zo zijn. Maar Franck vergeet erbij te zeggen dat Dortmund bepaald geen uitdager is. Dat Dortmund in 2005 bijna failliet ging en slecht presteerde, was te danken aan spectaculair slecht beleid – een beetje zoals Feyenoord in Nederland lange tijd onderpresteerde. Maar de randvoorwaarde voor succes was er bij Dortmund en Feyenoord altijd: een grote, trouwe schare fans, die direct en indirect garant staan voor hoge inkomsten. Anders gezegd: Dortmund heeft het mooi gedaan, maar clubs met minder fans en commerciële potentie kunnen zich hier niet aan spiegelen.

Geen wonder dan ook dat de grote clubs voorstander zijn van Financial Fair Play en hard voor nog strengere regels.

Het gaat nooit echt fout

Spannender wordt het voetbal er misschien niet op. Maar dan nog kan Financial Fair Play een positief effect hebben, zeggen voorstanders: de financiën van clubs kunnen weer gezond worden – of er wordt voorkomen dat ze ongezond worden.

In zijn paper zet Franck uiteen waar de UEFA zich zorgen over maakt. Voetbal, zo schrijft hij, is in theorie een wapenwedloop (‘arms race’), waarin strijdende partijen (clubs) vechten om de beschikking over de beste spelers. Met de beste spelers win je de meeste kampioenschappen, die weer geld opleveren waarmee je weer goede spelers kunt kopen.

Tot zover de theorie. Maar in de praktijk, aldus Franck, is het voetbal een zombie race, een strijd tussen clubs die bakken geld uitgeven in de hoop daarmee prijzen en geld te winnen – zonder de angst dat het financieel fout gaat. Want als het fout gaat, als ze ondanks de hoge bestedingen aan dure spelers geen kampioen worden, schrijft Franck, kunnen clubs erop rekenen dat ofwel een suikeroom, ofwel een overheid te hulp schiet. Voetbal is kortom verrot, een bedrijfstak vol schulden die verblind is door de jacht op succes en Financial Fair Play beteugelt dit.

Voetbal heeft geen geldproblemen

Alleen: klopt de analyse wel?

Nee, zegt Thomas Peeters. Voetbal is juist een bloeiende bedrijfstak die weliswaar veel schulden heeft, maar ook vreselijk veel geld verdient.

Dat voetbalclubs veel schulden hebben en weinig winstgevend zijn klopt. Maar dat is ook niet zo gek, schrijft Peeters’ co-auteur Szymanski in een eerder waar hij de oorzaken van clubfaillissementen tegen het licht houdt. Voetbal is immers een transparante markt met heel veel spelers (clubs, trainers, voetballers) die snel van werkgever wisselen.

Geheime formules, spectaculaire nieuwe spelers, of een plotse ontdekking van een efficiëntere werkwijze – de gebruikelijke redenen achter het succes van ‘gewone’ bedrijven – is in voetbal niet van toepassing. Iedereen weet zo’n beetje wat iedereen kan, dat is immers op het veld te zien. Het is kortom te verwachten dat de winstmarges klein zijn.

Maar zelfs in de hypercompetitieve markt die voetbal dus is, komen faillissementen weinig voor, ook de Duitse econoom Henning Vöpel. ‘Insolvabiliteit is geen serieus probleem in het profvoetbal, en bovendien is er geen risico op het omvallen van het systeem [de voetbalcompetitie, MdH] als gevolg van een faillissement, dat strengere regelgeving wettigt.’

En als een club failliet gaat is dat volgens Szymanski meestal niet het gevolg van buitensporige risico’s. Het is meestal het gevolg van pech op het veld, of het plotse wegvallen van een grote sponsor of tv-inkomsten, het soort ‘exogene’ schokken dat ook in andere bedrijfstakken voorkomt.

Peeters ziet geen reden tot zorgen, maar juist tot vreugde: ‘Ondanks de economische crisis is het voetbal de afgelopen jaren alleen maar gegroeid. Dat is geen geringe prestatie. Als een andere bedrijfstak tijdens de crisis was gegroeid, dan zou dat vermoedelijke lyrische krantenverhalen opleveren. Maar over het voetbal lees ik niet zulke positieve

Ook staatssteun kan nog steeds

Maar hoe zit het dan met de staatssteun, waar het voetbal bekend om staat? Deze week nog moest de gemeente Waalwijk het plaatselijke RKC te hulp schieten. Peeters begrijpt dat er lelijke excessen plaatsvinden. En hij kent uit De Groene Amsterdammer, waaruit blijkt dat Nederlandse overheden voor honderden miljoenen steun hebben verleend aan voetbalclubs.

Is dat dan geen goede reden voor Financial Fair Play?

‘Als je je zorgen maakt over de financiële gesteldheid van clubs, en je wilt geen bail-outs meer, dan moet je elke vorm van steun verbieden’

Niet echt, zegt Peeters, die geen fan van staatssteun zegt te zijn. ‘Maar staatssteun is sowieso al aan banden gelegd en is vatbaar voor klachten bij de Europese Commissie als er sprake is van ongeoorloofde concurrentie. In die zin voegt Financial Fair Play niets toe.’

En los daarvan: staatssteun aan clubs neemt in de meeste gevallen de vorm aan het kopen van een stadion of het financieren van de jeugdopleiding. En juist die kosten telt de UEFA niet mee in Financial Fair Play – want dat zijn volgens de UEFA ‘goede’ investeringen.

Peeters: ‘Als je je zorgen maakt over de financiële gesteldheid van clubs en je wilt geen bail-outs meer, dan moet je elke vorm van steun verbieden.’ En als mensen verontwaardigd zijn over bail-outs van voetbalclubs, moeten ze politici kiezen die de club failliet laten gaan, simpel zat.

Fans van Manchester City bedanken Sheikh Mansour, de ‘suikeroom’ van de club (11-05-2014). Foto: Matt West/Hollandse Hoogte
Fans van Manchester City bedanken Sheikh Mansour, de ‘suikeroom’ van de club (11-05-2014). Foto: Matt West/Hollandse Hoogte

Zo maak je het weer spannend

Dus welk probleem lost Financial Fair Play dan eigenlijk op?

‘Goede vraag,’ zegt Peeters. De suikeroom wordt inderdaad aan banden gelegd, via een grove inperking van de vrijheid van rijke mensen om domme investeringen te doen. Dat zou, maar spannender worden competities er niet door.

Als je de competitie spannender wilt maken, zijn er volgens Peeters twee opties. Nederlandse clubs zouden met Belgische clubs een gezamenlijke competitie moeten opzetten, die aantrekkelijker is voor sponsoren en door het grotere kijkerspubliek meer tv-gelden zal genereren. Deze extra inkomsten zullen de grote Belgische en Nederlandse clubs een grotere kans geven tegen grote buitenlandse clubs.

Een andere oplossing zou zijn om in Europa een salarisplafond in te stellen; een maximumsalaris dat clubs spelers mogen betalen – precies zoals in de Amerikaanse sportcompetities het geval is. Daardoor is de Amerikaanse sport elk jaar spannend. Dat heeft Jesse Frederik in april al beschreven.

Maar als dat niet gebeurt?

‘Dan is dit wat het is,’ zegt Peeters. ‘België en vooral Nederland hebben jarenlang mee kunnen doen door een superieure opleiding en een betere kennis van het spel. We gebruikten het geld efficiënter dan het rijkere buitenland. Maar nu is er in het buitenland nog veel meer geld beschikbaar dan tien of twintig jaar geleden en dat is niet meer bij te benen. Saai misschien, maar onontkoombaar.’

Wil je op de hoogte blijven van mijn verhalen? Sport is een hypercompetitieve wereld die bol staat van innovatieve en archaïsche ideeën. Je kunt vechten of vluchten voor competitie. In mijn nieuwsbrief houd ik je op de hoogte van de artikelen die ik publiceer voor De Correspondent, deel ik de mooiste sportverhalen uit andere media en geef ik nutteloze feitjes die je kunt doorvertellen in de sportkantine of de kroeg. Schrijf je hier in voor mijn nieuwsbrief

Sterren kopen? Zoveel Cristiano Ronaldo’s kan een voetbalteam aan Gaat de legendarische Kameroense spits Samuel Eto'o naar Ajax? De transferperiode deze zomer is weer dankbaar voer voor speculatie en verbeelding. Het roept de volgende vraag op: maken meer goede spelers een club altijd beter? Recent onderzoek wijst uit van niet. Lees het verhaal hier Een voetbaltrainer moet nooit zijn spelers meenemen naar een nieuwe club. Of juist wel? Het wordt gezien als een ultiem zwaktebod: als nieuwe voetbaltrainer je eigen spelers en staf meenemen. Louis van Gaal doet het ook, nu hij bij Manchester United begint. Presteer je werkelijk beter in een vertrouwde groep, of maakt dat bij een goede voetbalcoach niet uit? Een analyse. Lees hier het stuk Vergeleken bij voetballers zijn bankiers amateurgraaiers Clarence Seedorf was na vijf maanden alweer trainer af bij AC Milan. Hij won elf wedstrijden, speelde twee keer gelijk, verloor acht keer en gaat tien miljoen euro vertrekpremie cashen. Als hij een bankier was geweest, had het 'graaien' geheten. Maar in het voetbal is het dikwijls normale bedrijfsvoering. En ook voetbalclubs blijken vaak too big to fail, constateert correspondent Jesse Frederik. Lees hier de column van Jesse Frederik terug