Oktober 2013. De Correspondent is net twee weken in de lucht, iedereen heeft het erover en het lijkt een stinkend succes te worden. Maar hoofdredacteur Rob Wijnberg is boos. Ieder ander zou een fles champagne ontkurken, zijn prestatie jaloerse oud-collega’s bij NRC Handelsblad sans gêne in het gezicht wrijven en naakt van het balkon hangen om victorie te kraaien.

Wijnberg niet. Die grijpt nukkig de pen om Want hij is de Publieke Opinie helemaal zat. Die gedraagt zich volgens hem als een vervelende buurman die ‘bijna iedere dag – meestal onaangekondigd – op kraamvisite komt om te vertellen wat hij van mijn pasgeboren baby vindt.’ Die nabuur moet wel een ‘borderliner en schizofreen’ zijn die ook nog eens lijdt aan een ‘bipolaire stoornis, syndroom van Asperger en Gilles de la Tourette.’

Ik bén die Publieke Opinie. En ik ben een van die mensen die in de zomer van 2013 regelmatig in minstens dertien tweets (zo ongeveer) twitterde: ‘Rob, anders doe je gewoon even normaal met je hoogdravende introducties van correspondenten die zogenaamd alles gaan veranderen. The Incredibles van de journalistiek. Het superteam dat ingewikkelde reportages, nog nagloeiend van het scoopvuur, op je beeldscherm zal smijten. En dan niet eens maar altijd vanaf een mediageniek plein dat ergens in de fik staat.’

Overdreven vond ik alle poeha tijdens de crowdfunding van De Correspondent. De opdringerige pretentie dat het zo vernieuwend zou zijn. Ik zag het in ieder geval niet. Goed, het was innovatief en erg gedurfd om als nieuwsmedium niet meer afhankelijk te zijn van reclame-inkomsten.

Een blik op de samenstelling van de redactie beloofde weinig verandering: die was zo witroze als een Pampers-commercial voor gevoelige babybilletjes

Maar een blik op de samenstelling van de redactie beloofde weinig verandering: die was zo witroze als een Pampers-commercial voor gevoelige babybilletjes. Nog witter dan de redacties van oude media.

En je hoort de raciaal-sceptici al in koor verzuchten: ‘Maar dat moet toch helemaal niet uitmaken voor goede journalistieke stukken? Het gaat om kwaliteit, niet om je huidskleur. Waarom toch altijd dit gezeur?’

Omdat alleen op een volledig witte redactie geen kritiek klinkt op een artikel als nog geen maand na de lancering van De Correspondent. Het stuk op De Correspondent laat direct pijnlijk zien wat er misgaat als een journalist blinde vlekken heeft. Als een collega Wijnberg niet even apart neemt en zegt: ‘Luister, je hebt geen idee. Probeer anders eerst even wat mensen te spreken die racisme ervaren.’

Rob Wijnberg ziet zijn witte privilege niet. Hij snapt niet dat het een voorrecht is om op een studeerkamertje te filosoferen over racisme

Want Rob Wijnberg ziet zijn witte privilege niet. Hij snapt niet dat het een voorrecht is om op een studeerkamertje te filosoferen over racisme, een verschijnsel dat hij niet kan bevatten. Om het ‘raciaal denken’ te ontstijgen. En het moet hemels zijn, zo’n waslijst aan moderne denkers die je als moreel kompas kunt gebruiken in een verhit racismedebat.

Maar een zwarte of getinte Nederlander heeft daar geen boodschap aan op het moment dat hij wordt gediscrimineerd. Een waslijst aan moderne denkers heeft dan geen zalvende werking. De vernedering wordt er niet minder op.

Nog een lelijke uitglijder: anti-racismeactivist Quinsy Gario verwijten dat hij onderdeel is van het probleem, omdat hij Zwarte Piet beledigend vindt voor zwarte Nederlanders en zichzelf ‘zwart’ noemt. Blaming the victim, heet dat. Gario van ‘rassendenken’ beschuldigen dient alleen valse retoriek als:

‘Als je jezelf zwart noemt, dan krijg je nu eenmaal onnodig gelazer met racisme.’ Een beetje in de geest van: ‘Als je met je strakke broek langs opgeschoten voetbalsupporters gaat lopen, dan vraag je ook gewoon om seksuele intimidatie.’

Niet moeilijk om hier het giftige van in te zien. Maar Rob Wijnberg heeft er twee maanden later nog steeds niks van begrepen. In het artikel filosofeert hij er weer op los. En wederom is er niemand op de redactie die hem tot de orde roept. Geen collega die zegt: ‘Rob. Leg die boeken nou even weg, en kijk me eens even aan. Geloof me nou maar: je hoeft niets te melden over het racismedebat als je nog te weinig geïnformeerd bent.’

Maar het pad, geplaveid met goede bedoelingen, was al belopen. Wijnberg opent zijn artikel met de verklaring dat hij ‘een poging wil wagen om wat grijstinten toe te voegen aan het racismedebat’ dat volgens hem ‘behoorlijk zwart-wit wordt gevoerd.’ Een meta-inleiding die leest als:

‘Tijd dat ik, grijskijker Rob, jullie zwart-witdenkers even ga uitleggen hoe het nu allemaal in elkaar steekt.’

Nee, Rob Wijnberg, dat hoeft niet. Onderscheid maken in racisme en stereotypering is niet nieuw. Het is ook helemaal geen definitiespel. Wat onverholen racisme of stereotypering met elkaar gemeen hebben, is dat ze ongelijkwaardigheid in stand houden - ook als het ‘affectief’ bedoeld is. Dat is het kwaadaardige. Een beetje zen als een Bob Ross oeverloos grijstinten aanbrengen verandert daar niets aan. Het blijft een kleurloos, lelijk schilderij om naar te kijken.

Toch was de bijgevoegde illustratie van Het Stereotype Content Model (SCM) vrij briljant: een viertal handzame tabellen dat ‘voorbeelden en gevoelens’ koppelt aan ‘lage/hoge status of sympathie’ om stereotyperingen te kunnen duiden. Een van de tabellen laat bijvoorbeeld zien dat ‘nerds/hipsters’ een hoge status hebben. Maar ze kampen met lage sympathie, en dat wekt bij anderen soms gevoelens op als ‘onmacht, afgunst en jaloezie.’ Kijk maar:

Stel je voor hoe overzichtelijk de wereld zou zijn als iedereen deze tabellen bij zich draagt. In tas of portemonnee, naast je identiteitskaart en pakje condooms. Dan kun je in de toekomst, behalve boetes en soa’s, ook krenking door stereotypering voorkomen.

Zo moet je dat ongeveer voor je zien:

Je Marokkaanse moeder is te voet onderweg naar de stad. Ze valt niemand lastig, maar dan passeert ze een stratenmaker die haar opeens toesist: ‘Dit werk zou jij moeten doen!’ Het enige wat ze nu hoeft te doen is haar SCM-tabellen erbij pakken om te checken onder welke categorie zijn aso-opmerking precies valt. ‘Mooi, ik zie het al,’ denkt je moeder dan opgelucht. ‘Ik heb een lage status (kutmarokkaan) en er is hier duidelijk sprake van lage sympathie (disrespect). Ik begrijp nu waar het vandaan komt. Voel me al stukken beter.’

Kan natuurlijk niet. Het wordt nu echt eens tijd voor Wijnberg om vaker met mensen buiten zijn redactie over dit onderwerp sparren. En dat hoeft trouwens niet alleen

Precies mijn reactie.

Deugt er dan eigenlijk nog wel iets aan Rob Wijnberg? Natuurlijk wel. Ik haat het om toe te geven, maar ik heb bewondering voor zijn onuitputtelijke idealisme en doorzettingsvermogen. Hij heeft binnen een paar maanden tijd een journalistiek platform uit de grond gestampt dat nu al prestigieuze prijzen heeft gewonnen. Dan doe je iets goed. Wijnberg heeft verder heel mooi haar, en zijn discipline en ondernemerschap zijn jaloersmakend. Rob Wijnberg is ontzettend ‘hoge status, hoge sympathie.’

De avatars heerlijk retro-pastel. En de podcasts zijn erg goed

Er staan ook juweeltjes van artikelen op De Correspondent, vooral de stukken over privacy en migratie. De vormgeving is erg fijn – tenminste, op die gekke avatars van de correspondenten na. Die lijken op Xbox-voetbalpoppetjes, die je aanstaren met een glazige blik. Dat kan veel zachter:

U ziet, ik heb het geprobeerd, maar die enge staar valt niet te verhelpen. Verder zijn de avatars heerlijk retro-pastel. En de podcasts zijn erg goed.

Kort samengevat:

En het is ook allemaal makkelijk haalbaar. Dat biedt hoop voor de toekomst. Ik heb daarom besloten om, na een jaar intensief haten op Rob Wijnberg, eindelijk eens te abonneren op De Correspondent. Kan ik voortaan ook meediscussiëren in de reactieruimte onder de artikelen.

Tot slot: Rob Wijnberg moet de Publieke Opinie vooral als een Rafiki zien, de maffe aap uit de The Lion King - mijn favoriete film. En die Rafiki is minder vervelend dan je denkt. Al is hij soms een pestkop, hij spoort uiteindelijk vooral aan om ten goede te veranderen, te leren van het verleden en om nog grootser te worden:

Hakuna Matata.

YouTube
Een fragment uit The Lion King