De alerte volger van journalistiek over IS kan het haast niet zijn ontgaan: het gebied in Syrië en Irak dat als IS-territorium wordt afgebeeld, verschilt per medium. In Trouw bezet IS slechts een aantal steden en stroken land, terwijl nrc.next een enorm territorium ‘ter grootte van het land Jordanië’ afbeeldt.

Hoe is het mogelijk dat verschillende media soms binnen een tijdsbestek van 24 uur zulke uiteenlopende kaarten publiceren? En vooral, welke kaart is juist?

Dat kaarten sterk kunnen verschillen, werd in augustus dit jaar ook al geconstateerd door het Amerikaanse opinietijdschrift Na een vergelijking tussen kaarten uit The Economist en The New York Times constateerde het tijdschrift dat er vele manieren zijn om Islamitische Staat op een kaart weer te geven. De omvang van het gebied dat is afgebeeld door The New York Times komt geenszins in de buurt van het territorium dat door The Economist als IS-grondgebied wordt aangeduid.

Welke bronnen zijn er voor de kaarten gebruikt?

Hoe kan het dat deze kaarten zulke grote verschillen laten zien? Waarschijnlijk doordat de kaarten op verschillende bronnen zijn gebaseerd. Voor de kaarten in de Nederlandse kranten geldt dat in ieder geval. Trouw baseert zich op The New York Times, de Volkskrant op de BBC en The Institute for the Study of War (ISW) en nrc.next op The Economist, The New York Times én NRC Handelsblad.

Een korte zoektocht naar de originele bron leidt ons naar twee instanties die de ‘basiskaarten’ produceren: het Amerikaanse Institute for the Study of War en het Syria Needs Analysis Project Verder zijn er op internet verschillende individuele journalisten te vinden die kaarten publiceren op basis van eigen analyse, zoals en

Een kaart is dus geen neutrale afbeelding. De producent van de kaart wil een boodschap overbrengen op Om tot een kaart te komen loopt de producent een selectieproces door waarbij op basis van eigen criteria informatie opgenomen wordt op de kaart. Onvermijdelijk wordt hierbij een deel van de totale beschikbare informatie weggelaten. De selectiecriteria die worden gehanteerd hangen af van de intenties en motivaties van de kaartproducent. Deze construeert een beeld dat zijn of haar boodschap kan overbrengen.

De kaart als gekleurde boodschap of propaganda

Het duidelijkste voorbeeld van de kaart als gekleurde betekenisdrager zijn de kaarten die Duitsland produceerde in de jaren dertig van de vorige eeuw. De kaarten, destijds door de Verenigde Staten en Groot-Brittannië als propaganda bestempeld, tonen de kracht aan die een kaart bezit in een geopolitiek conflict.

Zo toonden de Duitse kaarten het al dan niet imaginaire gevaar dat de omvangrijke krijgsmachten van omliggende landen vormden ten opzichte van het toentertijd zeer beperkte Duitse leger. Duits grondgebied dat zonder moeite door Poolse of Franse krijgsmachten kon worden ingenomen, was alvast ingekleurd.

Een beklemmend beeld voor de Duitsers, dat een zeer urgent gevoel van gevaar opwekte en een omvangrijke uitbreiding van het Duitse leger voor het volk rechtvaardigde.

Source: Propaganda Maps: the Big Lie and the Surrounding Threat to Germany,  JF Ptak Science Books (1927)

Source: Propaganda Maps: the Big Lie and the Surrounding Threat to Germany, JF Ptak Science Books (1927)

Een interpretatie van een interpretatie

Terug naar de kaarten uit de Nederlandse kranten. Het is de vraag in hoeverre de beeldredacties van deze kranten zich bewust zijn van de keuzes en potentiële impact van de kaarten die zij afdrukken. Los van de keuzes in kleur (Grijs of rood? Rood = Gevaar!), lijkt het alsof zij de kaarten gewoon zo overnemen van media als The Economist en The New York Times.

Deze media produceren kaarten op basis van de originele bronnen (ISW, SNAP) en vullen deze naar eigen interpretatie aan met relevante informatie uit andere bronnen, zoals Defensie en eigen verslaggeving. De kaart zoals deze in de Nederlandse media verschijnt, is dus een interpretatie van een interpretatie.

En, heeft IS inderdaad een gebied ‘zo groot als Jordanië’ in handen?

Waar The Economist er getuige de legenda voor kiest gebieden in te kleuren waar IS ‘aanwezigheid vertoont,’ toont The New York Times slechts de territoria die feitelijk door IS-troepen zijn bezet.

The Economist interpreteert de omvang van het kalifaat dus vrij breed. Niet alle gebieden die zij inkleuren zijn daadwerkelijk in handen van IS. Wel zijn het gebieden die het in handen wil hebben, waar het strijd voor levert, of waar de beweging infrastructuur in handen heeft. Dit zijn veelal woestijngebieden die nauwelijks bewoond zijn. Het effect op het beeld van de territoriale omvang van IS is desondanks enorm.

Het beeld dat geschetst wordt door The Institute for the Study of War, waar NYT zich op baseert, is gedetailleerder en zo nuttiger voor het feitelijk interpreteren van het territorium van Islamitische Staat. Het maakt onderscheid tussen gebieden waar IS een feitelijk bezettende macht is en gebieden waar zij steun genieten of met grote waarschijnlijkheid macht kunnen uitoefenen. Deze gebieden zijn met een veel ‘zachter’ kleurtje gemarkeerd.

Dus wie heeft er gelijk? De informatie die ten grondslag ligt aan de verschillende kaarten beïnvloedt de uiteindelijke visualisatie: het ISW verzamelt informatie ten behoeve van onderzoeksdoeleinden, terwijl SNAP informatie verzamelt om humanitaire hulp te ondersteunen. Bovendien wordt in een aantal gevallen (The Economist, de Volkskrant) informatie van Defensie toegevoegd. Door de verschillende doelstellingen ontstaan dus verschillen in de uiteindelijke kaarten.

De ‘feitelijke bezettingskaart’ van het ISW toont in ieder geval aan dat IS vooralsnog niets weg heeft van een staat met een coherent territorium. Het IS-gebied is een gebied vol gaten en onzekerheden. Ingekleurde kaarten zoals die van nrc.next nemen tal van gebieden mee die IS gewoonweg niet onder controle heeft. Van een echte Islamitische Staat met de ‘omvang van het land Jordanië’ en duidelijke grenzen is dus in ieder geval (vooralsnog) geen sprake.

Deze mapcheck schreef ik samen met Renée Zijlstra. Wij maken deel uit van het factcheckcollectief

Hoe is de beweging die Irak verscheurt zo groot geworden? In Irak dreigt een burgeroorlog, sinds de Islamitische Staat (IS, voorheen ISIS) er stad na stad verovert. De beweging wil een geheel nieuwe indeling van het Midden-Oosten. Hoe heeft de beweging zo snel kunnen groeien? En hoe moet het nu verder met Irak en Syrië? Een explainer. Lees de explainer hier terug Waarom terrorisme niet de wereld uit te bombarderen is Nu ook Nederland het vuur opent op IS in Irak, dringt zich de vraag op of de oorlog tegen terrorisme op deze manier wel te winnen is. Het wordt tijd voor een langetermijnvisie die ons bevrijdt van het schijndilemma: grijpen we in of niet? Lees het verhaal hier terug