Vanwege een staking van Duitse machinisten dreigde mijn lezing in Hannover in gevaar te komen. Maar het was mijn eer te na om mij na reizen door Irak, Libanon en Afghanistan te laten afschrikken door een stel stakende Duitse machinisten.

In de loop der jaren ben ik steeds christelijker geworden. Dat wil zeggen, nog voor men mij slaat sta ik al klaar om mijn aanvallers de andere wang toe te keren. Maar iets van trots heb ik nog over. Mijn ego is vrijwel geheel gesmolten, maar een restant staat nog overeind.

Op mijn website deed ik een oproep: wie wil mij van Schwabach, ten zuiden van Neurenberg, naar Hannover rijden. De meest serieuze gegadigden waren een oudere student filosofie uit Rotterdam die mij had laten weten dat hij van mij verwachtte dat ik in ruil voor de lift een lezing zou geven op zijn faculteit. Een schappelijk aanbod. Dan was er nog een dame uit de buurt van Keulen die mij al eerder had laten weten dat ze niet haar dochter aan mij wilde uithuwelijken, maar dat ze graag zichzelf aan mij zou willen uithuwelijken. Wat in ieder geval van eerlijkheid getuigde.

Mijn ego is vrijwel geheel gesmolten, maar een restant staat nog overeind

Voor het tot een lift kwam, werd de staking beëindigd; vanwege de feestelijkheden die de vijfentwintigjarige herdenking van de val van de Muur met zich meebracht. De machinisten wilden niemand de reis naar Berlijn onmogelijk maken. Zo kwam ik met een gewone trein aan in Hannover, nam een taxi naar het hotel en werd nog geen uur later opgehaald door een aardige jongen die ik al eens in Berlijn had leren kennen. Hij had mij toen geïnterviewd voor de radio, en tussendoor vertelde hij me dat hij uit Emmerich kwam. Ah, Emmerich.

Wie vroeger met de trein naar Zuid-Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland of Italië reisde, kwam langs Emmerich, waar de trein zeker twintig minuten bleef staan omdat de Nederlandse locomotief werd ontkoppeld en de Duitse locomotief werd aangekoppeld. Tegenwoordig raast de ICE door Emmerich heen. Maar niet alleen aan het station bewaar ik goede herinneringen. Bij Emmerich hoort het dorpje Elten, met de Eltenberg, waar ik als peuter een vakantie heb doorgebracht.

De lezing en het gesprek in Hannover verliepen ontspannen. Het publiek was enthousiast, het gesprek werd nog opgenomen door de NDR, de Noord-Duitse radiozender, en na afloop van gesprek en lezing ging ik met enkele mensen van de NDR eten.

In Duitsland geldt de ijzeren wet: waar voorgelezen is, moet worden gegeten. En dat is een goede wet.

Op deze zondagavond was de meeste horeca dicht in Hannover, maar we vonden nog een restaurant waar vooral de eend werd aangeprezen. Op het menu stond: ‘Onze eendenvijver is leeg.’ Aangezien de mensen van de NDR, de interviewer, zijn bazin en een assistente van de bazin, zich qua eten bescheiden opstelden, deed ik dat ook en nam ik een visje in plaats van de eend.

Terwijl we aten, zei de bazin van de interviewer opeens: ‘Jij kent mijn dochter.’

Op dat moment besefte ik met een schok wie zij was. Ik was weleens met haar dochter naar bed geweest. Misschien is dat een understatement, ik had haar dochter hard op de billen geslagen, vermoedelijk wat harder dan de bedoeling was, want we hadden veel cocktails gedronken. Het was allemaal weer een tijd geleden gebeurd, maar toch, je wist nooit wat zo’n dochter aan haar moeder vertelde.

Ik voelde hoe ik bloosde en ik zei: ‘Uw dochter ken ik heel goed, hoe gaat het met haar?’

‘Heel goed,’ had ik misschien niet moeten zeggen.

‘Ze is gestopt met doceren,’ zei de moeder, ‘ze stort zich nu helemaal op de film.’

Herinneringen aan de nacht die ik met de dochter had doorgebracht kwamen bovendrijven. Ik had haar niet alleen op de billen geslagen, ik had haar ook hard aan de haren getrokken. Ze had gezegd: ‘Ik houd ervan als je aan mijn haren trekt.’ Maar dat is nog geen reden iemand aan haar haren door de kamer te sleuren. Nee, ik had me niet van mijn beste kant laten zien.

Maar de moeder leek me niet kwalijk te nemen wat ik met haar dochter had uitgespookt. Ze deed in ieder geval vakkundig alsof ze het eigenlijk allemaal prima vond.

De mensen van de radio bestelden een biertje, ik bestelde een espresso. Misschien was de dochter door andere mannen nog erger behandeld of had de moeder zelf zulke ervaringen met mannen, dat ik in elk opzicht meeviel. Het kon natuurlijk ook zijn dat de moeder van mening was dat haar dochter ervan opknapte als ze eens aan haar haren door een hotelkamer werd gesleurd. Moeders zijn ook mensen.

Ik ontspande.

Thuis ben je waar de moeders van onenightstands met liefde een kleine avondmaaltijd met je nuttigen.

Thuis ben je waar alles bruin is De Hotelmens brengt de nacht door in het Duitse Nettersheim. In het hotel ruikt het naar frituurvet en de kamers hebben namen in plaats van nummers. Tweepersoonskamer ‘Browny’ is voor de Hotelmens. Lees hier het feuilleton van vorige week

Thuis ben je waar je archief níét is In de winter moest de Hotelmens het vroeger met één onderbroek per week doen. Dat was geen probleem. Anders was het met parafernalia, daar kon hij er niet genoeg van hebben. Vanaf deze week liggen ze verzameld in een museum. Lees hier het feuilleton van vorige week Thuis ben je waar de mensen denken dat je thuis bent Een schrijfster is met haar twaalfjarige zoon op bezoek in New York. Ze schreef dat ze graag wilde dat de Hotelmens haar de stad liet zien waar hij zich thuis voelde. De Hotelmens kreeg echter vooral het idee dat ze tijd met hem door wil brengen. Hij past zich aan haar wensen aan. Lees hier de vorige column terug