Als oppositieleider Duma Boko op vrijdagmiddag zijn kantoor in Botswana’s hoofdstad Gaborone verlaat, klampt een verwilderde man hem aan. Boko moet hem helpen, smeekt hij. Zijn ogen zijn rooddoorlopen. Hij trekt zijn T-shirt omhoog en toont de plekken waar politieagenten hem met een stroomstootwapen hebben bewerkt.

De man is opgepakt – vertaalt Boko. Waarom weet hij niet. Hij vertelt dat hij in een cel werd vastgebonden en toont de striemen op zijn armen en enkels. De agenten martelden hem. Tot zij er genoeg van hadden en een collega binnenkwam met een nieuwe ‘verdachte.’ Zonder proces-verbaal of excuses werd hij het politiebureau weer uitgegooid. De man sleepte zich naar het kantoor van Boko, die naast oppositieleider ook vooraanstaand mensenrechtenadvocaat is.

Toeval dat deze man op de stoep staat, net nu een Nederlandse journalist op bezoek is? ‘Helemaal niet,’ zegt Boko bijna achteloos. ‘Bijna elke dag staat er wel zo iemand bij me op de stoep.’

De lijstjes

Botswana heet het succesverhaal van Afrika te zijn. En daar zijn goede redenen voor. Het land is sinds zijn onafhankelijkheid in 1966 een stabiele democratie: nooit een coup of grootschalig geweld, geen etnische spanningen.

Botswana is ook relatief rijk. Het land kent, gecompenseerd voor de koopkracht, bijna het – alleen de Seychellen en oliestaten Gabon en Equatoriaal-Guinee zijn rijker. Basisonderwijs is gratis in Botswana. En het percentage mensen dat onder de armoedegrens leeft is er in veertig jaar tijd teruggebracht van 50 tot 19 procent.

Bijna net zo belangrijk voor Botswana’s goede reputatie is de plek van het land op de toonaangevende van Transparency International, de wereldwijde corruptiewaakhond. Botswana staat op de 31ste plek van minst corrupte landen ter wereld. Het is volgens de index het minst corrupte land van Afrika. Corruptie zou in Spanje een groter probleem zijn.

En ook op andere lijstjes doet het land het goed. Op de scoort Botswana na Mauritius en de Kaapverdische Eilanden het best. En de stelt dat de mediavrijheid in Botswana zelfs groter is dan die in de Verenigde Staten.

24 oktober 2014: Vanwege de brandende zon wachten mensen in de Botswaanse stad Serowe voordat ze hun stem kunnen uitbrengen voor de landelijke verkiezingen. Foto: Marco Longari/ANP
24 oktober 2014: Vanwege de brandende zon wachten mensen in de Botswaanse stad Serowe voordat ze hun stem kunnen uitbrengen voor de landelijke verkiezingen. Foto: Marco Longari/ANP

Een auto-ongeluk zonder gewonden

Toch gebeurde er in september dit jaar iets wat niet in het positieve beeld van al deze lijstjes past. De vooraanstaande journalist Edgar Tsimane van de krant Sunday Standard vluchtte halsoverkop uit Botswana. Hij had een tip ontvangen dat de nationale veiligheidsdiensten een aanslag op hem beraamden. De dreiging was dermate serieus dat Zuid-Afrika hem asiel verleende.

Ook had de overheid van Botswana Tsimane aangeklaagd voor opruiing, een vergrijp waarop drie jaar cel staat. Aanleiding: een artikel over een auto-ongeluk van president Ian Khama, waarbij niemand gewond raakte. De overheid claimde dat Khama niet achter het stuur zat. De bronnen van Tsimane vertelden een ander verhaal.

‘De regering zocht een aanleiding om ons aan te pakken, één die geen verband hield met corruptie, want dat zou te veel opvallen’

Zijn hoofdredacteur, Outsa Mokone, werd na Tsimanes vlucht gearresteerd en enige tijd vastgehouden. Hij denkt dat de aanklacht een indirecte straf was voor alle berichten over corruptie die Sunday Standard publiceerde in de aanloop naar de verkiezingen van afgelopen oktober. ‘De aanklacht en dreigementen waren onderdeel van een intimidatiecampagne,’ zegt hij. ‘De regering zocht een aanleiding om ons aan te pakken, één die geen verband hield met corruptie, want dat zou te veel opvallen.’

Klopt die doorgaans optimistische berichtgeving over Botswana dan eigenlijk wel? Hoofdredacteur Mokone meent van niet. ‘Niemand in Botswana neemt de cijfers van Transparency International serieus,’ zegt hij. ‘Die zijn er alleen voor de buitenwereld.’

De ‘gevaarlijke controlfreak’

Mokone staat niet alleen in zijn kritiek. Hoogleraar politicologie David Sebudubudu van de Universiteit van Botswana stelde in van organisatie ANTICORRP eerder dit jaar eveneens dat de cijfers van Transparency International over corruptie in Botswana waarschijnlijk ‘te conservatief’ zijn.

Ook onderzoeker Christian von Soest van het German Institute of Global and Area Studies kwam vijf jaar geleden al tot de dat corruptie in Botswana een groter probleem is dan op het eerste gezicht lijkt. Von Soest stelde vast dat er in het land sprake is van een ‘clubregering’: een kleine elite maakt zowel op politiek als economisch vlak de dienst uit. ‘De staat is in Botswana niet zo crimineel als in andere landen in Afrika,’ stelde hij. ‘Maar politieke elites maken wel degelijk misbruik van staatsmiddelen.’

De afgelopen jaren duiken ook steeds vaker verhalen op over de autocratische bestuurswijze van president Khama. ‘Onze grondwet laat helaas veel ruimte voor concentratie van de macht,’ legt de gerenommeerde advocaat Dick Bayford in Gaborone uit. ‘Dat is gevaarlijk in combinatie met een president die weinig belang hecht aan democratische principes.’

Khama is de zoon van de eerste president van het land: de geliefde Seretse Khama, wiens standbeeld trots uitkijkt op het parlement in Gaborone. Maar waar Khama senior werkte aan de opbouw van een solide en niet-corrupte democratie, is Khama junior volgens Bayford niet te typeren als een democraat. ‘De huidige president is eerder een monocraat,’ zegt hij. ‘De politieke situatie verslechterde na zijn aantreden in 2008. Mensen worden opgepakt en raken vermist.’

Khama was legerleider voordat hij de politieke arena betrad. Met zijn aantreden werd de inmiddels beruchte geheime dienst in het leven geroepen. De dienst hoeft slechts aan de president verantwoording af te leggen. ‘Khama is op zich geen slecht mens,’ meent hoofdredacteur Mokone, ‘maar wel een gevaarlijke controlfreak.’

24 oktober 2014: De Botswaanse president Ian Khama brengt zijn stem uit in Serowe. Foto: Marco Longari/ANP
24 oktober 2014: De Botswaanse president Ian Khama brengt zijn stem uit in Serowe. Foto: Marco Longari/ANP

De media moeten het ontgelden

De verharding van het politieke klimaat kwam misschien wel het best tot uiting in de moord op John Kalafatis. Leden van de militaire inlichtingendienst executeerden deze draaideurcrimineel in 2009. Nog altijd weet niemand precies waarom. De drie daders werden pas na grote maatschappelijke ophef opgepakt, berecht en veroordeeld tot elf jaar cel. Maar Khama verleende hun onmiddellijk gratie. De drie kregen zelfs hun banen terug. ‘De president liet de samenleving daarmee weten dat de veiligheidsdiensten onschendbaar zijn,’ zegt oppositieleider Boko. ‘Het plantte angst in de harten van de bevolking.’

Onthullende stukken in de Sunday Standard worden ondertussen anoniem gepubliceerd. De Verenigde Staten en het Media Institute of Southern Africa (MISA) uitten openlijk kritiek op de situatie. ‘De media worden steeds verder beperkt in hun vrijheid,’ zegt Zoe Titus van MISA, ‘vooral sinds de geheime dienst DIS bestaat. Lokale journalisten vertellen ons dat het zwaar en gevaarlijk is om in Botswana verslag te doen in de huidige politieke omstandigheden.’

Alles is erop gericht de overheidscorruptie te verhullen, denkt Boko. Want die mag in Botswana minder zichtbaar zijn dan in veel andere Afrikaanse landen, ze bestaat wel. Politici plunderen niet openlijk de staatskas, maar zorgen er bijvoorbeeld voor dat zij lucratieve overheidsaanbestedingen op maat ontwerpen voor bevriende zakenlui, zodat concurrenten bij voorbaat geen kans hebben.

Hoe diamanten het land veranderden

De woordvoerder van president Khama, Jeff Ramsey, reageert laconiek op de beschuldiging. ‘Botswana is natuurlijk niet perfect,’ zegt hij. ‘En corruptie is inderdaad een aanhoudend probleem. Maar je moet niet vergeten dat alle negatieve berichten verschijnen in private media. Die zijn allemaal op de hand van de oppositie.’

ANTICORRP onderschrijft echter de aantijgingen van Boko en Mokone. Professor Sebudubudu stelt in zijn rapport van begin dit jaar dat corruptie in Botswana sinds de jaren tachtig een groeiend probleem is. Oorzaak? De vondst van diamanten.

‘Je moet niet vergeten dat alle negatieve berichten verschijnen in private media. Die zijn allemaal op de hand van de oppositie’

Begin jaren tachtig werden grote diamantvoorraden in Botswana aangetroffen. Het land groeide uit tot de op één na grootste diamantproducent ter wereld.

Het probleem is volgens het rapport dat de overheid, die het monopolie op de diamantwinning heeft, door de enorme toename van inkomsten een ongezond grote investeerder is geworden in de samenleving. Er is een cultuur van ‘tenderpreneurship’ ontstaan, een situatie waarin bedrijven voor hun overleven afhankelijk zijn van opdrachten van de regering. Dat werkt een toename van smeergeldbetalingen in de hand.

Om zijn bewering te ondersteunen, haalt Sebudubudu een onderzoek van statistiekbureau Afrobarometer aan. Dat stelt inwoners van Botswana om de paar jaar de vraag hoeveel ambtenaren en politici zij verdenken van corruptie. In 2008, toen Khama president werd, dachten ondervraagden gemiddeld al dat 40 procent van alle werknemers op het kantoor van de president corrupt was, en 59 procent van alle parlementariërs. In 2012 waren die percentages opgelopen tot 61 en 75 procent. Bovendien geven steeds meer inwoners van Botswana aan zich nadrukkelijk te ergeren aan de corruptie in hun land.

Deze onvrede uitte zich bij de verkiezingen in oktober. Regeringspartij Botswana Democratic Party (BDP) verloor stevig. Dat Khama kon doorregeren, dankte hij slechts aan Botswana’s kiesstelsel. In het first-past-the-post-stelsel van het land is geen meerderheid nodig om de parlementszetel van een district te veroveren. De kandidaat met de meeste stemmen wint simpelweg. Een voordeel voor de regeringspartij in een land waar de oppositie verdeeld is over drie partijen. Hierdoor weet de BDP zich nog steeds zeker van twee derde van alle parlementszetels, al kreeg zij in oktober slechts 46,5 procent van de stemmen.

24 oktober 2014: Mensen wachten tot ze hun stem kunnen uitbrengen voor de algemene verkiezingen in de Botswaanse stad Serowe. Foto: Marco Longari/ANP
24 oktober 2014: Mensen wachten tot ze hun stem kunnen uitbrengen voor de algemene verkiezingen in de Botswaanse stad Serowe. Foto: Marco Longari/ANP

Misschien maar naar Canada

Toch is de situatie in Botswana niet zo penibel als in veel andere landen in de regio. Daarover lijkt iedereen het eens. Zelfs oppositieleider Boko denkt niet dat Khama de grondwet zal proberen aan te passen om na 2018 aan te kunnen blijven. En als Khama aftreedt, is dat opnieuw een teken dat Botswana politiek gezien voorligt op veel andere landen in Afrika, een continent waar het vrij zeldzaam is dat een president na zijn maximumtermijn vrijwillig afstand doet van de macht.

Maar Boko vreest wel dat Khama zal proberen achter de schermen van invloed te blijven. En dat zou slecht nieuws zijn voor de gevluchte journalist Tsimane. Die piekert er niet over terug te gaan naar Botswana zolang Khama daar ook maar iets in de melk te brokkelen heeft, zegt hij in een café in het Zuid-Afrikaanse Johannesburg. Tsimane wil niet eindigen als de gemartelde man die zich op vrijdagmiddag aan Boko vastklampte, of erger nog, als de vermoorde Kalafatis.

‘Mocht Zuid-Afrika mijn asiel op termijn niet verlengen, dan ga ik naar Canada,’ zegt hij hoofdschuddend. ‘Ook dat land heeft aangegeven mij politiek asiel te willen verlenen. Maar ik wil daar helemaal niet naartoe. Canada is ver weg. En het is er enorm koud heb ik gehoord.’

De nieuwe ‘war on terror’ speelt zich af in Afrika (en wij weten van niets) De Verenigde Staten voeren buiten het oog van de wereld al jaren oorlog in Afrika. Lokale legereenheden worden getraind en betaald. Drones houden alles vanuit de lucht in de gaten. En de Amerikanen hebben overal op het continent eigen mensen zitten. Gastcorrespondent Jenne Jan Holtland legt deze nieuwe war on terror bloot. Lees het verhaal hier terug ‘De opkomst van Afrika is een betekenisloze slogan’ Het nieuwste boek van de Britse auteur Martin Meredith is de eerste geschiedenis van het gehele Afrikaanse continent dat geschreven is in één deel door één auteur. Wat leert vijfduizend jaar geschiedenis in zevenhonderd pagina's ons? Een interview. Lees het interview hier terug