Zestig procent van de negenduizend dak- en thuisloze jongeren in Nederland heeft een verleden met de jeugdzorg. Vanwege psychische problemen, een onhoudbare thuissituatie, verslaving, of betrokkenheid in de criminaliteit bijvoorbeeld. Het zijn vaak jongeren met meerdere problemen tegelijk, jongeren die in veel gevallen geen netwerk hebben om op terug te vallen.

Ondanks hun moeilijke situatie weigert een groot deel van deze jongeren verdere hulp na hun achttiende. Ze zijn moe van de bemoeienis

Deze jongeren krijgen jeugdzorg tot op hun achttiende verjaardag. Daarna moeten ze zelf beslissen of ze nog langer begeleid willen worden. De begeleiding kan verlengd worden tot hun drieëntwintigste levensjaar.

Ondanks hun moeilijke situatie weigert een groot deel van deze jongeren verdere hulp na hun achttiende. Ze zijn moe van de bemoeienis, willen hun eigen plek. En ook het wisselen van hulpverleners helpt niet mee: sommige jongeren haken af omdat ze hulp willen blijven ontvangen van degene die hen al die jaren ervoor heeft geholpen.

Naast de jongere zelf, zou ook Jeugdzorg zelf verdere hulp kunnen aanjagen. Maar Hella Masuger, directeur van de Stichting Zwerfjongeren Nederland, meent dat ‘de combinatie van de geringe motivatie van de jongeren om na hun 18e nog jeugdhulp te ontvangen en de onduidelijkheid over de regievoering van de zorg aan deze jongeren een probleem vormt’.

Wanneer ben je volwassen?

Het gevolg van die abrupte zorgstop bij deze kwetsbare groep? Volgens Masuger ‘verdwijnen veel van de jongeren na hun achttiende. Soms voor een paar maanden, soms iets langer. Meestal verschijnen ze rond hun negentiende verjaardag weer op onze radar, doordat ze het niet op eigen houtje redden en terechtkomen in de volwassen daklozenopvang. Dat kan een harde wereld zijn, zeker als je het daar zonder verdere begeleiding moet zien te redden.’

Het idee van de Stichting Zwerfjongeren, en hun project Van de Straat is een samenwerking tussen de Stichting Zwerfjongeren Nederland, de Federatie Opvang en Kamers met Kansen. Ze werken samen met jongeren zelf, partijen in de zorg en gemeentelijke beleidsmakers, om uiteindelijk een jongerenbeleid te ontwikkelen dat een stabiele basis kan bieden aan dak- en thuisloze jongeren. was dat met de decentralisaties in de zorg, waarbij gemeenten de kans kregen de zorg op een nieuwe manier in te richten, ook de ‘knip’ in de jeugdzorg zou kunnen worden omzeild. Dit door de jeugdzorg en de volwassenenzorg beter op elkaar aan te laten sluiten. Bijvoorbeeld door eerder met jongeren in gesprek te gaan over wat zij aan zorg nodig denken te hebben na hun achttiende, of door de volwassenenzorg al in een eerder stadium nauw samen te laten werken met de jeugdzorg.

Nu het inmiddels 2015 is en de transitie in de zorg daadwerkelijk heeft plaatsgevonden, blijkt die droom maar moeilijk waar te maken. Gemeenten zien zich geconfronteerd met grootschalige veranderingen én moeten bezuinigingen doorvoeren: veel ruimte voor vernieuwing is er daardoor niet.

De komende weken praat ik met (ex)dak- en thuisloze jongeren tussen de zestien en de drieëntwintig jaar, om te zien wat de jeugdzorg die zij tot nu toe (hebben) ontvangen voor ze heeft betekend, en wat het wel of niet verlengen van de begeleiding voor hen inhoudt. En ik volg Van de Straat, op hun missie om de overgang van de jeugdzorg naar de volwassenenzorg vloeiender te laten verlopen.

Hoe geven we 9.000 dakloze jongeren zonder hoop hun leven terug? In Nederland zijn negenduizend jongeren dakloos. De meesten van hen hebben hoge schulden, kunnen daardoor niet studeren of naar school, waardoor de kans op werk vrijwel nihil is. Het ambitieuze project 'Van de Straat' probeert deze uitzichtloze situatie te doorbreken. Lees hier mijn reportage terug

Facebook
Twitter
LinkedIn
Whatsapp
E-mail