‘Voor de buitenwereld was er lange tijd niets. Op lokaal gebied gebeurde er al wel van alles, maar in de jaren tachtig speelde Nederlandse hiphop voor het grote publiek nog geen rol van betekenis. Het was kleinschalig, en dan ook nog eens black, macho en van de grote stad – daar paste ik helemaal niet bij. Mensen vroegen me: je gaat toch niet heel je ziel en zaligheid stoppen in die boze negermuziek? Ik zag het probleem eerlijk gezegd niet, maar ik werd gezien als een witte piet tussen black people – en dan ook nog met een Brabants accent.’

We rijden door het centrum van en Extince wijst naar een leegstaand bakstenen gebouw voor ons. Daar stond de disco waar hij voor het eerst optrad. En in de kleine schuur daarachter nam hij, nog geen twintig jaar oud, zijn eerste Engelstalige tracks op. ‘Die zijn gelukkig nooit naar buiten gekomen. En veel van wat ik daarna opnam ook niet. Nee, het was een lange weg. En misschien was die beginperiode voor mij wel nodig, lukte het mij daarom wel.’

Anderhalf uur eerder. Een doordeweekse avond, iets na halfnegen. Aarzelend loop ik heen en weer voor een verlaten pizzeria/dönerzaak, in een rustige nieuwbouwstraat tegenover station Breda. Of dit de plek is waar ik word verwacht weet ik niet: van tevoren heb ik alleen vage instructies doorgekregen. Toch blijf ik wachten, desnoods de hele avond – het heeft bijna twee jaar geduurd voor deze afspraak tot stand kwam.

Toen ik begin 2013 verzocht of ik een dag mee kon lopen met Extince (Peter Kops, 1967), zolang ik me kan herinneren een van de meest intrigerende figuren van de Nederlandse hiphop, kreeg ik van zijn label als antwoord dat hij de pers pas te woord wilde staan zodra zijn nieuwe album af was.

Vervolgens bleef het lang stil. In de tussentijd bracht Extince geen clips of losse tracks naar buiten en deed hij niet mee met andere artiesten. Eerlijk gezegd begon ik me af te vragen of hij ooit nog een plaat uit zou brengen, ook omdat op zijn laatste project, De winnaar houdt aan (2012), nauwelijks shows volgden.

Toen, begin 2015, werd uit het niets het album X aangekondigd, dat aankomende vrijdag verschijnt. Eindelijk wilde Extince meewerken aan een interview, maar ‘alleen tijdens de persdag in Amsterdam.’ Na lang aandringen kreeg ik toch toestemming om deze einzelgänger, wiens privéleven in vraagtekens is gehuld, in een meer persoonlijke omgeving te spreken. Hij zou me met de auto ophalen bij McDonald’s Breda Steenakker en daarna rondrijden door ‘zijn buurt.’ Algauw werd het bericht bijgesteld: ik kon een dag meelopen naar en in zijn studio. Ten slotte werd die uitnodiging ingetrokken, en kon ik hem treffen bij een snackbar schuin tegenover het station, waar ik nu bij elke langsrijdende auto hoopvol en ook een tikkeltje angstig opkijk.

Alles is veranderd

‘De hele rapgame is veranderd,’ is een van de eerste dingen die Extince zegt zodra hij bij de snackbar verschijnt en ik in zijn auto stap. Hij klinkt niet verbitterd. Zonder aankondiging heeft hij twee vrienden meegenomen, met wie hij zijn nieuwe album aan het luisteren is. Ze drinken Red Bull, we rijden rond in een ouderwetse Peugeot. Extince zit achter het stuur. Tijdens het rijden praat hij opgetogen. ‘Toen ik begon met rappen was bijna niemand bekend. Na mijn debuut waren er ook opeens en hiphop werd iets groots. Ik vond dat heel tof, de schijnwerpers, de aandacht. En van mijn Engelse beginjaren wist algauw niemand meer, ha.’

‘Na mijn debuut waren er ook opeens Ali B, Lange Frans, Braintje, hiphop werd iets groots. Ik vond dat heel tof’

Die beginjaren speelden zich af in Oosterhout, de buurt waar Extince vanaf de snackbar rechtstreeks naartoe rijdt. Hij stopt bij de Veerseweg, donker en vol rijtjeshuizen, zoals bijna alle straten in deze buurt. Hij stapt uit, laat de motor van zijn auto aanstaan, en we wandelen langs zijn geboortehuis: een keurige woning met twee verdiepingen, parkeerruimte voor de deur, een tuin. Er branden geen lichten. ‘Mijn vader had deze grond gekocht. Vroeger was het hier nog vrijwel helemaal leeg – een polder, wat bomen, knotwilgen, verder was er niks. Ik kom hier nooit meer, maar ik heb er heel goede herinneringen aan, het was een vrij bestaan. Een beetje voetballen, een beetje rondrijden op mijn brommer.’

De lange weg naar succes

Amerikaanse rappers als en inspireerden Extince in de jaren tachtig zelf te gaan rappen en naar Amsterdam te trekken, waar met bijvoorbeeld Osdorp Posse toentertijd het meest gebeurde op hiphopvlak. Zijn eerste, onsuccesvolle singles liet hij persen met geld dat zijn vader hem eigenlijk voor een rijbewijs had gegeven. Succes bleef echter uit. De ommekeer kwam toen Osdorp Posse’s Def P aan Extince vroeg om een nummer in het Nederlands te doen.

YouTube
Osdorp Posse (met Def P) met ‘Origineel Amsterdams.’

‘Om me heen raadden veel mensen dat af: Engels was de taal van de hiphop, waarom zou iemand nou weer in het Nederlands moeten rappen? Daar was ik het eigenlijk wel mee eens, ik wilde slagen in Amerika, en anders niet. Ik was ook al twee keer naar New York gegaan om door te breken, ik dacht niet aan het Nederlands. Wie wel? Nederlandse hiphop was niks, er zat geen geld in, er viel geen eer aan te behalen. Maar nu deed ik het toch – misschien ook omdat ik eigenlijk al van plan was met muziek te stoppen. Ik dacht: ik heb wat toffe concerten gedaan, daar zal het bij blijven, daar zal ik later op terugkijken.

Toen besloot ik toch die verse voor Def P maar te schrijven. Ik liet het aan Kees de Koning horen, die kende ik uit de scene, en dat was zijn eurekamomentje, echt waar. Hij had een grijns van oor tot oor en vroeg me solonummers te gaan schrijven. Dat was de geboorte van de Nederlandse Extince.’

Spraakwater

We rijden langs een vrij troosteloze flat, grenzend aan de snelweg. Extince wijst uit zijn autoraam: vijf verdiepingen, overal fel tl-licht. Op die plek besloot Extince, toen hij begin jaren negentig tijdelijk was terugverhuisd naar Brabant, aanvankelijk te stoppen met muziek. En daar schreef hij enkele jaren later de single Spraakwater (1995).

YouTube
Luister hier Spraakwater.

Natuurlijk, een genre ontstaat nooit door één iemand, maar vraag een handvol huidige rappers naar een beslissend moment voor de Nederlandse hiphop, en de meesten zullen Spraakwater noemen. Het was het eerste Nederlandstalige rapnummer dat de hitlijsten bereikte en betekende daarmee een breekpunt in de hiphopgeschiedenis: de single belandde hoog in de top 40, vormde het beginpunt van een klassiek oeuvre en betekende ook nog eens de geboorte van Kees de Konings platenmaatschappij

De jaren daarna groeide TopNotch uit tot het grootste hiphoplabel van Nederland, terwijl Extince voor velen, ook voor mij, de status van een legende kreeg – vooral vanwege de speelse toon en grote hoeveelheid scherpzinnige oneliners in zijn teksten, soms ook vol zelfspot (‘Ik kijk bij jou naar binnen dwars door je ruit. Ik zie er is een feestje en nodig mezelf uit. Lekker op de bozotoer, o zo stoer, opeens sta ik voor je midden op de vloer.’ Of, in een verhaal over de interactie tussen een man en vrouw: ‘Die zaterdag daarna liep ik in mijn oude woonplaats in volle gang, het wandelende vraagteken uit te hangen. Hup, sterallures aan de kant, en gewoon hand-in-hand met die onderbroekenhumor door het land’).

Hele albums en tussendoor pauzes

Extince is nu 47. Zijn manier van rappen is goeddeels intact gebleven, maar de hele scene is veranderd. ‘Op een gegeven moment, een paar jaar na mijn debuut, waren er een paar populaire rappers die steeds op TMF en The Box kwamen. Dat vond ik mooi om te zien, dat het genre zo groeide. Weer jaren later ontstond YouTube en brak er een heel ander tijdperk aan. Opeens was ik niet meer één van de vijf, maar één van de honderden rappers. Dat was toen even wennen, al vond ik het ook wel prettig.’

‘Ik weet eigenlijk niet in hoeverre dat nog stoer staat, een cd. Of dat nog meetelt’

Hij vertelt er ongeremd over, soms enigszins warrig, met bijzinnen die niet worden afgerond of statements die zonder duidelijke reden eindigen op een vraagteken: de ‘weet je wel?’ en ‘weet je?’ sluipen voortdurend zijn zinnen in. Na een tijdje zegt hij: ‘Er kwamen niet alleen meer rappers bij, het hele klimaat veranderde. Denk aan YouTube of, hoe heet dat ding, iTunes, dan zijn dat allemaal losse nummers die je kan downloaden. Dat is niks voor mij, ik ben een albumartiest.’

Enigszins vertwijfeld kijkt hij opzij. ‘Ik weet eigenlijk niet in hoeverre dat nog stoer staat, een cd. Of dat nog meetelt. Maar ja, uiteindelijk is het belangrijkste dat ik er zelf tevreden mee ben. X is een album waar ik helemaal achter sta. Kids van nu willen volgens mij eigenlijk het liefst filmpjes kijken, gewoon een leuk melodietje. Ik niet. Ik maak hele albums en neem tussendoor pauzes.’

De Prins werd huisvader

Foto: Ilja Meefout
Foto: Ilja Meefout

In een van die pauzes trok Extince, jaren geleden, weg uit Amsterdam. ‘In mijn leven heb ik drie keer vader mogen worden, waarvan de jongste twee uit een andere schoot zijn geboren dan de oudste. Met allebei de moeders ben ik nooit verder gekomen dan, laten we zeggen, affectieve omgang. Voor mijn kinderen had ik lang de rol van weekendpapa – ik was er wel voor ze, we woonden alleen niet samen. Maar op een dag in 2009 stonden mijn twee jongste ineens voor me neus en vroegen ze of ze bij mij konden wonen, in Oosterhout. Dat stond eigenlijk niet op de planning, maar gevoelsmatig zei ik toch: kom maar bij papa.’

De prins van de Nederlandse rapwereld is huisvader geworden. ‘Sinds 2009 ben ik de meeste tijd met mijn twee jongste kinderen bezig. Daarnaast ben ik een beetje aan het sporten, ik probeer in conditie te blijven. En muziek is altijd mijn numero 1 bezigheid geweest, ik heb verder geen baantjes ofzo.’ Halverwege de rit valt Extince even stil en stuurt hij enkele sms’jes. Hij gebruikt een oude Nokia, een model zonder internet.

Een soort videogame, met een heel hoog doe-het-zelf-gehalte

We rijden Oosterhout uit, langs de gesloten disco van zijn eerste optredens, langs het weiland waar hij vroeger leerde autorijden en zijn eerste biertjes dronk – tegenwoordig staan er honderden twee-onder-één-kapwoningen. De straten zijn overal leeg en donker, de gordijnen zijn gesloten. Bij een enkele locatie stapt Extince uit om meer te laten zien. Hij holt naar het buurtcentrum waar hij vroeger voor het eerst dronk – nu blijkt er een yogaklasje te zitten.

Zodra een van de aanwezigen door de muziek heen praat, spoelt hij terug of zet hij een nummer opnieuw aan

Veel van de mensen met wie hij toen omging, ziet of spreekt hij nu niet meer, en bijna allemaal zijn ze gestopt in de muziekbusiness. ‘Velen hebben toch gekozen voor vastigheid, er valt soms ook weinig te verdienen. Ik ben met mijn laatste release, de mixtape De winnaar houdt aan, ook een beetje op mijn bek gegaan. Eigenlijk zou het een album worden, maar ik twijfelde toch, ik begon me af te vragen hoe mijn publiek eruitzag, nu er ook allemaal jonge luisteraars bijkwamen. De muziek die ik toen opnam voelde toch niet helemaal goed, ik wist soms niet voor wie ik het precies deed en wilde het niet presenteren als album. Een stomme keuze, want daarna boekten de grote zalen me ineens nauwelijks nog. Dat hakte er toch flink in, financieel, ik kon het me amper veroorloven, ik heb het heel zuinig aan moeten doen.’

Er valt een nieuwe stilte, Extince zet zijn eigen album weer aan: gedurende de hele rit draait hij, met een soort kinderlijke trots, zijn nieuwe werk. Zodra een van de aanwezigen door de muziek heen praat, spoelt hij terug of zet hij een nummer opnieuw aan. De muziek klinkt zoals we Extince kennen: speels, humoristisch, niet al te zwaar. ‘Ik heb net zoveel plezier in muziekmaken als twintig jaar geleden, echt waar. Maar als ik nu om me heen kijk, zie ik dat de rapgame helemaal is veranderd; een soort videogame, met een heel hoog doe-het-zelf-gehalte. Iedereen kan nu thuis eigen muziek, eigen video’s maken. Dat is heel dope. Ik vloog naar Amerika toen ik daar wilde doorbreken, of ik deed cassettes op de post. Mr. Probz is gewoon vanuit Nederland internationaal bekend geworden. Best wel sick.’

YouTube
Het nummer ‘4Voeters’ van het album Binnenlandse Funk (1998)

Tijd voor een lange boswandeling

De meeste mensen met wie hij vroeger rondhing in of rondom Oosterhout ziet hij niet meer, en ook met Kees de Koning heeft hij nauwelijks contact. Zonder verwijt: ‘Hij heeft het tegenwoordig heel druk. Ik ook wel. Soms. We hebben elkaar laatst gezien omdat ik mijn nieuwe album af had. Verder hebben we veel minder contact dan vroeger. Als er iets geregeld moet worden, heeft het meisje dat nu mijn management doet contact met iemand van kantoor.’ Kantoor, dat is het woord dat inmiddels voor TopNotch gebruikt wordt.

Naar de meeste muziek die verschijnt via dat kantoor, dat dus is opgericht vanwege hem, luistert hij zelden. ‘Er zijn veel rappers tegenwoordig, ik volg het steeds minder. Er zijn wel zeker nieuwe artiesten die ik echt dope vind, maar sommige hebben een hoog je weet toch?’ Hij zegt het zonder rancune. ‘Die paar miljoen views op YouTube gun ik ze van harte, maar die game speel ik niet. De luisteraars van die nummers vinden mij waarschijnlijk toch niet, online kent lang niet iedereen Extince. Dat is prima, ik richt me gewoon op mijn albums.’

We staan inmiddels weer bij de snackbar waar ik uren eerder verscheen. Er zit nog steeds niemand. En opeens begint Extince, alsof hij nu we stilstaan meer aandacht heeft voor zijn woorden, uitgebreider te spreken. ‘Ik krijg vanuit de scene veel waardering, veel mensen zien me als pionier, dat is voor mij heel belangrijk. Ik ben echt heel trots op wat ik bereikt heb en ook op de muziek die ik maak. X is een album naar mijn hart geworden. En ik ben heel blij dat ik al die jaren gewoon muziek kan blijven maken.’ Iets later: ‘Als je kijkt naar wat ik uiteindelijk verdien – dat is niet veel. Vanaf Spraakwater kan ik van de muziek leven, maar ik woon niet groot, ik heb geen dure auto’s, ik moet altijd de eindjes aan elkaar knopen.’

‘De nieuwe generatie heeft de oude gasten niet nodig,’ gaat hij verder. ‘Mij hebben ze ook niet nodig. Mijn eerste drie singles belandden in de top 40. Daarna heb ik nooit meer een top 40-hit gehad.’ Hij haalt diep adem. ‘Zo gaat dat altijd in een genre. De vijf jaar na Spraakwater trad ik steeds op en werd ik overal op straat herkend. Het was alsof ik met mijn ogen knipperde en die jaren waren voorbij. Ikzelf genoot er toen ook helemaal niet van, nu ben ik veel tevredener. Die eerste jaren werd ik helemaal geleefd, ik ontdekte dat je soms beter rust kan houden. Toen dacht ik: het is tijd voor een boswandeling. Je weet toch? Man, het is tijd voor een lange, rustgevende boswandeling.’

Let maar op: de volgende hiphopsensatie komt van Schiermonnikoog Er was een tijd dat rappers elkaars rivalen waren. Dat gaat er nu anders aan toe: vorige week trokken twintig Nederlandse rappers naar het rustieke Schiermonnikoog om samen muziek te maken en op te nemen. Ik ging met hen mee en kwam terug met deze reportage. Lees het verhaal hier terug Waarom de tijd rijp was voor een nieuw album van soullegende D’Angelo Vijftien jaar na de release van zijn cultalbum Voodoo bracht de legendarische soulzanger D’Angelo afgelopen week een nieuwe plaat uit. Black Messiah is overal jubelend ontvangen. Gastcorrespondent Johannes De Breuker legde de plaat onder de loep om te horen hoe D’Angelo de hedendaagse soul opnieuw uitvindt (met hulp van de oude meesters). Lees het verhaal hier terug Hoe creativiteit een talent van iedereen en een oplossing voor alles werd We leven in een samenleving waarin creativiteit alom wordt gepropageerd als goed en waarin tegelijkertijd wordt bezuinigd op experimentele kunst en fundamentele wetenschap. Dat komt door onze steeds beperktere definitie van wat 'creatief zijn' betekent. Een essay over dit sleutelwoord van onze tijd. Lees het verhaal hier terug