58
Facebook
Twitter
LinkedIn
Whatsapp
E-mail
Amerikanen lopen niet, is het cliché. Dat Amerikanen wel heel graag willen lopen, is minder bekend. De laatste jaren is ‘walkability’ het toverwoord voor Amerikaanse steden. De twintigste eeuw was de eeuw van de auto, de eenentwintigste eeuw moet de eeuw van de voetganger worden.

Waarom sommige Amerikanen veel te veel lopen (en ik te weinig)

Afgelopen zomer, nadat ik van Amsterdam naar St. Louis was verhuisd, voelde ik mijn benen veranderen. Mijn dijen en kuiten werden slapper. Mijn billen werden blubberiger. Het eelt op mijn voeten werd zacht. Mijn benen waren Amerikaans geworden. Ze waren gestopt met lopen.

Amerikanen lopen niet. Kijk naar de cijfers: van alle geïndustrialiseerde landen Of kijk op straat, waar je Amerikanen soms ziet waggelen, onwennig als zeedieren aan land. Het eerste dat me opviel aan Amerikaanse supermarkten was het bataljon gratis te gebruiken scootmobiels bij de ingang, naast de winkelwagentjes: zelfs in de gangpaden kun je jezelf op wieltjes voortbewegen.

Tragikomisch vond ik die Amerikanen. Tot ik in een mum van tijd zelf van een voetganger in een automobilist veranderde. Tot ik iemand was geworden die met de auto naar het stadspark ging om zichzelf uit te laten — een park waar heel handig een snelweg langs loopt en een provinciale weg dwars doorheen snijdt. Zelfs naar het café op de hoek nam ik soms de auto. En weer terug. Mijn benen gebruikte ik alleen nog voor zeer speciale gelegenheden.

In mijn hoofd was er ook iets veranderd. Ik begon de Amerikanen groot gelijk te geven dat ze niet lopen. Dat is wat er niet klopt aan het cliché: Amerikanen zijn niet lui, beslist niet. Ze willen ontzettend graag lopen, ze staan zogezegd te trappelen, maar lopen in Amerika is gewoon een heel gedoe. En het is nog gevaarlijk ook.

Waar ik het over heb

Ik heb het niet over steden als New York, waar wandelen een soort religie is. Mensen die door New York wandelen, al dan niet peinzend, daar zijn boeken over volgeschreven. Maar New York heeft niet zoveel met Amerika te maken.

Ik heb het over de stoepen van St. Louis. Specifiek: de wijk waar ik afgelopen najaar naartoe ben verhuisd, in St. Louis City. De eerste maanden woonde ik in een verarmde suburb, maar dat was een soort loopwoestijn, waar je opgesloten zou zijn zonder auto. Daar had ik op loopafstand alleen een drankzaak en een Family Dollar (een soort Action).

De wijk waar ik nu woon is gebouwd rond 1900, je vindt er stoepen, een lieflijk koffiehuisje en restaurantjes met terrasjes om naar toe te wandelen. Dat was ook de belangrijkste reden dat ik ernaartoe verhuisde. (Grappig weetje: in Amerika stemmen mensen die in wijken met stoepen wonen overwegend links,

En ja, sindsdien loop ik meer. Mijn benen zijn weer een beetje wakker aan het worden. Maar nog steeds loop ik hier minder dan ik in Nederland liep. Het voelt hier ook vreemd om te lopen, alsof ik iets doe dat niet hoort - een beetje zoals het in Nederland raar voelt om ’s avonds over een industrieterrein te lopen. Je kunt hier namelijk gemakkelijk tien, twintig minuten wandelen, zonder een andere voetgangers tegen te komen. Net een woest natuurgebied.

Soms zie je een jogger. Of iemand die zijn hond uitlaat. Of iemand die zijn auto afsluit, bliep bliep, en dan zijn veranda oploopt. (Wat is de Amerikaanse definitie van een voetganger?

Maar gewone voetgangers, mensen die de benenwagen gebruiken om van A naar B te komen? Wie zonder sportschoenen of hond over straat loopt, is zelfs in mijn buurtje met stoepen en koffiehuisje al snel een zonderling.

Waarom mijn buren niet lopen

En inderdaad ben ik een beetje gek dat ik hier loop. Ik dacht vroeger dat Amerikanen gewoon enorme autoliefhebbers zijn, maar mijn buren hebben heel goede, praktische redenen om niet te lopen.

Ten eerste: de slechte infrastructuur. Er zijn hier weliswaar stoepen, maar die hebben verraderlijke gaten. Wie al lopend dagdroomt, wordt pootje gelicht door een boomwortel of door de tegels die hier soms schots en scheef liggen als kruiend ijs. Lekker flâneren, op z’n Parijs, met een dakje op de a, is er niet bij.

Er loopt trouwens ook een oude snelweg door de wijk, Wachten op groen duurt lang. Als ik de Route 66 wil oversteken, neem ik altijd een boek mee. Voor wie geen tijd heeft om te wachten, lijkt oversteken op het computerspelletje Frogger, met die kikker die een snelweg over hupst.

Ten tweede: de criminaliteit. Er worden hier regelmatig mensen op straat beroofd. Statistieken specifiek voor mijn wijk heb ik niet, maar sinds ik er woon, hoorde ik van verschillende berovingen (en twee keer van car jacking om de hoek). De afgelopen maanden klonken er regelmatig schoten, wat ook niet uitnodigt tot een avondwandeling. De barman van een café op een kilometer van mijn huis, raadde me aan liever aangeschoten de auto terug te nemen, dan te lopen.

Maar de belangrijkste reden dat je hier weinig voetgangers ziet, is dat er hier weinig is om naartoe te lopen. De dichtstbijzijnde supermarkt, bijvoorbeeld, is ruim twintig minuten lopen. De dichtstbijzijnde metrohalte is ruim een halfuur lopen. Voor de meeste inwoners van St. Louis zijn die cijfers nog veel ongunstiger.

Mijn wijk is ooit, ruim honderd jaar terug, gebouwd voor voetgangers. Op vrijwel elke straathoek zat een winkeltje. Je kon met de tram naar de stad. Die winkeltjes op loopafstand hebben plaatsgemaakt voor grote winkels op auto-afstand. De tram bestaat niet meer. De stoepen zijn er nog wel, maar gaan dus nergens naartoe.

De schuld van de auto

Boze tongen beweren dat in Amerika de autoindustrie de voetgangers heeft weggepest. Beroemd is het verhaal (of urban legend, volgens sommigen) over Los Angeles, waar de auto-industrie de trams opkocht Of neem het verhaal over de uitvinding van het ‘jaywalken,’ de term voor over straat lopen waar dat niet mag (het Nederlands heeft er geen woord voor, frappant genoeg). Deze ‘misdaad’ is Dat gebeurde ergens in de jaren twintig - om de veiligheid te vergroten, zei de auto-industrie, maar het effect was ook dat auto’s zonder voetgangers lekker door konden rijden.

In ieder geval konden Amerikanen dankzij de auto wegvluchten uit de stad, met haar grotestadsproblematiek. Vanaf de jaren vijftig gingen ze massaal in suburbs wonen, in veilige, saaie straten met vrijstaande huizen met garages en tuinen.

Amerikaanse steden werden dus veel uitgestrekter. Bestemmingen kwamen verder uit elkaar te liggen. Dat is de belangrijkste reden dat ik zo weinig loop: een gebrek aan beloopbare bestemmingen.

Er lopen nu allerlei snelwegen dwars door het centrum van St. Louis, handig voor mensen die in de suburbs wonen en naar een honkbalwedstrijd willen in het centrum, niet handig voor de loopbaarheid van de stad. De metro is trouwens niet doorgetrokken naar de suburbs, wat vanuit het oogpunt van suburb-bewoners logisch is: ze zien de metro als armenvervoer, een pijpleiding voor paupers.

Buzzword: walkability

Dat Amerika een autoland is,zal geen nieuws zijn. Wat ik niet wist: Amerikanen missen het lopen enorm. Er een heel brede beweging voor een terugkeer naar de loopbare stad. Er verschenen de laatste jaren spraakmakende boeken en krantenartikelen Er is een golf van boeken, apps en acties om lopen te bevorderen, zoals deze actie om bordjes op te hangen met de loopafstand erop:

op de clip van ‘Happy,’ van Pharrell Williams, die 620 miljoen keer is bekeken en die volledig bestaat uit mensen die vrolijk over straat lopen - in Los Angeles, de autostad bij uitstek.

Walkability’ is het toverwoord. Op websites als Walkscore.com kun je in één oogopslag zien wat de walkability, de ‘loopbaarheid’ van een wijk is. De zogenoemde ‘millennials’ zouden niets liever willen dan

Walkability is ook een soort codetaal geworden voor gentrification (‘als we maar genoeg koffiehuisjes op loopafstand hebben, lok je de trendy types’). Maar niet alleen hipsters in binnensteden willen graag loopbaarheid. Zelfs in suburbia, van oudsher autodomein, wil men weer wandelen - zoals blijkt uit de New Urbanism-trend in de architectuur, om loopbare voorsteden te bouwen.

Bij St. Louis is tien jaar geleden zo’n ‘loopbare’ suburb gebouwd, New Town heet het stadje. Je vindt er grachten en bankjes en stoepen en een organische boerderij met een windmolen. Uit de reclamefolder: ‘Imagine a place where your favorite coffee place is right around the corner, where the Produce Vendor at Farmer’s Market knows your name, and where tree-shaded streets are designed for walking and biking…’

Organisaties als America Walks proberen van de VS weer een loopland te maken. Het ‘autoloos forensen’ is een ding. Terwijl ik dit schrijf is het toevallig National Walking Day. In de twintigste eeuw kaapte de auto de straten weg van de voetgangers; in de eenentwintigste eeuw moeten voetgangers de straten weer terugpakken, lijkt het.

Ik verwacht niet dat die campagnes veel zin hebben. Het maakt van lopen een lifestyle: lopen is gezond, lopen is mediteren, lopen is filosoferen, van lopen word je ‘happy.’ Dat zal zo zijn, maar lopen is ook en vooral gewoon een vervoersmiddel. Het is op dit moment alleen een belabberd vervoersmiddel.

De Amerikanen die wel lopen

Als je lopen wilt bevorderen, kun je beter kijken naar de meest fervente lopers van het land, zij die ondanks al die obstakels toch gewoon de benenwagen nemen. Wat drijft hen, de wandelkampioenen?

De mensen die het meest lopen in Amerika zijn niet de marathontypes of de walkability-freaks. Het zijn de mensen die lopen omdat ze willen werken. Vorig jaar verscheen er een grote overheidsstudie over hoe Amerikanen naar hun werk gaan. Zij die het minst verdienen, zo bleek, Logisch: ze hebben geen geld voor een auto.

In sommige delen van St. Louis heeft 40 procent van de huishoudens bijvoorbeeld geen beschikking over een auto. En dat zijn juist de delen die het minst ‘walkable’ zijn. De metro komt er niet. Er rijden soms bussen, maar betrouwbaar zijn die niet. Hier vind je de mensen die het meest lopen.

Mensen als de achttienjarige Latonya Williams, die over de snelweg kilometers naar de Burger King liep, om daar voor 7,50 dollar per uur aan het werk te gaan. De lokale krant St. Louis Post-Dispatch maakte vorig jaar over haar wandeling. Begin dit jaar kwam het tragische nieuws dat ze was aangereden door een auto en om was gekomen.

Een vrolijker verhaal, uit Detroit, is dat van de 56-jarige fabrieksarbeider James Robertson. Hij werd dit jaar toen bekend werd dat hij elke dag 34 kilometer naar zijn werk liep. Dankzij een online inzamelingsactie heeft hij nu een auto kunnen kopen.

Deze wandelkampioenen lopen omdat ze van A naar B willen komen. En B wil in dit geval zeggen: een baan. Wil je mensen aan het lopen krijgen, dan moet je geen bordjes ophangen, maar dan moet je iets geven om naartoe te lopen.

Amerikanen lopen niet, luidt het cliché. Maar er is een grote groep Amerikanen die wel loopt, die zelfs veel te veel loopt. En die mensen wonen juist op de minst ‘walkable’ plekken. Ze klagen niet over stoeptegels en hoeven geen lieflijke koffiehuisjes. Déze mensen zouden op de posters moeten staan van elke loopbevorderende actie.

In dit spookbos ontdek je: kleurenblindheid is een sprookje Zestig jaar geleden verrees in het centrum van St. Louis, Missouri een gigantisch socialehuurwoningencomplex. Het zou utopia moeten worden voor bewoners van voormalige sloppenwijken. Nu groeit op die plek een mysterieus bos. Ik ging er kijken en vond er spoken uit het verleden en lessen voor het heden. Lees het stuk hier terug Hoe de broedplaats een surrogaat voor echte stedelijke ontwikkeling werd Amsterdam heeft het goed begrepen: met kunstenaars en andere creatieven kan je goedkoop de leefbaarheid op peil houden en tegelijk de vastgoedprijzen opstuwen. Maar, vraagt gastcorrespondent Roel Griffioen zich af, dienen al die 'creatieve broedplaatsen' niet als dekmantel voor een ouderwets neoliberaal stadsvernieuwingsprogramma? Lees het stuk hier terug

Benieuwd naar de rest van het artikel?

Dan kun je gewoon verder lezen. Wij geloven niet in betaalmuren, omdat we het belangrijk vinden dat onze journalistiek zoveel mogelijk mensen bereikt. Wil jij toegang tot alle verhalen? Word dan lid!

Ik word lid Eerst verder lezen