Tienduizenden buitenlandse moslims zouden naar verluidt naar de Islamitische Staat zijn getrokken. De rekruten komen uit Frankrijk, Engeland, België, Duitsland, Nederland, Australië, Indonesië, de Verenigde Staten en vele andere landen. Velen zijn gekomen om te vechten, velen zijn bereid te sterven.

In november 2014 reis ik naar Australië om Musa Cerantonio te ontmoeten. De dertigjarige Cerantonio wordt door verschillende onderzoekers aangewezen als een van de belangrijkste geestelijken die buitenlanders ertoe aanzetten zich bij Islamitische Staat aan te sluiten. Drie jaar lang was hij televisie-evangelist voor Iqraa TV in Caïro. Hij vertrok daar nadat de zender bezwaar maakte tegen zijn frequente oproepen om een kalifaat te stichten. Nu predikt hij op Facebook en op Twitter.

Cerantonio is een grote, vriendelijke man, met de uitstraling van een boekenwurm. Hij lijkt te leven in een wereld die er van buitenaf uitziet als een middeleeuwse fantasy novel, zij het met echt bloed. We lunchen in Footscray, een dichtbevolkte, multiculturele voorstad van Melbourne. In een doorsnee straat tref je Afrikaanse restaurants, Vietnamese winkels en jonge Arabieren.

Cerantonio vertelt dat hij wit wegtrekt als hij naar onthoofdingsvideo’s kijkt. Hij haat het om geweld te moeten zien, maar van aanhangers van Islamitische Staat wordt geëist dat ze het ondersteunen. Cerantonio spreekt zich, ook al is dat controversieel onder jihadisten, uit tegen zelfmoordaanslagen, op grond van de overweging dat Allah zelfmoord verbiedt.

Toch legt Cerantonio me uit hoeveel plezier het hem deed dat IS-leider Abu Bakr al-Baghdadi op 29 juni 2014 tot kalief was uitgeroepen. En hij vertelt over de plotselinge, magnetische aantrekkingskracht die Irak en Iran is gaan uitoefenen op hem en zijn vrienden. ‘Ik was in een hotel op de Filippijnen en ik zag Baghdadi’s verklaring op televisie. Plotseling vroeg ik me af waarom ik daar eigenlijk in die rottige kamer zat.’

‘De islam is opnieuw gevestigd’

Het kalifaat, zegt Cerantonio, is niet alleen een politieke entiteit, het is ook een ‘voertuig voor verlossing.’ De propaganda van Islamitische Staat bericht regelmatig over de plechtige beloften van baya’a (trouw) die binnenkomen van jihadistische groeperingen uit de hele islamitische wereld. Cerantonio citeert een uitspraak van de profeet, die heeft gezegd dat sterven zonder trouw te betuigen is zoals sterven als een ‘jahil’ (onwetende). Dat komt neer op ‘sterven als een ongelovige.’

‘Ik zal alleen naar je knipogen. Je mag daar uit afleiden wat je wilt’

Volgens moslims zijn de zielen van mensen die sterven zónder kennis te hebben genomen van de enige ware religie, noch verlost noch definitief veroordeeld. Een moslim die Allah heeft erkend en aanbeden, maar die nooit trouw heeft gezworen aan een geldige kalief, heeft volgens Cerantino geen volledig islamitisch leven geleid.

Ik wijs hem erop dat dit geldt voor de overgrote meerderheid van de moslims uit de geschiedenis, en dat iedereen die tussen 1924 en 2014 is overleden dan dus als een ongelovige is gestorven. Cerantonio knikt ernstig. ‘Ik zou zo ver willen gaan om te zeggen dat de islam opnieuw is gevestigd.’ Door het kalifaat.

Ik vraag hem naar zijn eigen baya’a en hij corrigeert me snel: ‘Ik heb niet gezegd dat ik trouw heb gezworen.’ Onder de Australische wet, zo brengt hij in herinnering, is het verboden om trouw te belijden aan Islamitische Staat. ‘Maar ik ben het ermee eens dat Baghdadi aan de vereisten voldoet,’ vervolgt hij. ‘Ik zal alleen naar je knipogen. Je mag daar uit afleiden wat je wilt.’

Anjem Choudary, Abu Baraa en Abdul Muhid leggen uit waar IS voor staat

Een week vóór mijn lunch met Cerantoni, ontmoet ik in Londen drie ex-leden van een verboden islamitische groepering, genaamd Al Muhajiroun (De Emigranten): Anjem Choudary, Abu Baraa en Abdul Muhid. Zij geven allemaal uitdrukking aan hun verlangen om naar de Islamitische Staat te emigreren, zoals veel van hun vrienden al hadden gedaan, maar de autoriteiten hebben hun paspoorten in beslag genomen.

Net als Cerantonio beschouwen zij het kalifaat als de enige wettige regering op aarde, hoewel niemand wil erkennen trouw te hebben gezworen. De voornaamste reden om ze te ontmoeten is dat ze kunnen uitleggen waar de Islamitische Staat voor staat en hoe het beleid van IS de wil van God weerspiegelt.

Choudary (48) was de leider van de groep. Hij verschijnt nog dikwijls in het nieuws, omdat hij een van de weinigen is die media-producenten kunnen boeken als ze iemand nodig hebben die Islamitische Staat luidkeels verdedigt. Hij en zijn discipelen geloven echt in Islamitische Staat en spreken zich over doctrinaire zaken op dezelfde wijze uit. Choudary en de anderen komen veelvuldig voor in de Twitter-feeds van inwoners van de Islamitische Staat. Abu Baraa heeft een kanaal op YouTube om vragen over de sharia te beantwoorden.

In september hebben de autoriteiten een onderzoek ingesteld naar de drie mannen. Ze worden verdacht van het steunen van terrorisme. Daarom ontmoet ik hen afzonderlijk van elkaar. Toch voelt het alsof ik telkens met dezelfde persoon spreek, zij het iedere keer met een ander masker. Choudary ontmoet ik in een snoepwinkel in Ilford in Oost-Londen. Hij ziet er onberispelijk uit in zijn frisblauwe tuniek. Hij drinkt Red Bull tijdens ons gesprek.

Vóór het kalifaat ‘vormde misschien 85 procent van de sharia geen onderdeel van ons leven,’ zegt Choudary. ‘Deze wetten waren opgeschort tot we een kalifaat hadden.’ Zonder een kalifaat zijn individuele burgerwachten bijvoorbeeld niet verplicht de handen van dieven af te hakken als ze hen op heterdaad betrappen.

Als je een kalifaat opricht opeens wel. In theorie zijn alle moslims bovendien verplicht te emigreren naar het grondgebied waar de kalief deze wetten toepast. Iedere afwijking van dit gebod dwingt degenen die hem trouw hebben gezworen ertoe om hem over zijn fouten te informeren en, in extreme gevallen, af te zetten. (‘Ik voel me hierdoor en door deze verantwoordelijkheid zeer bezwaard,’ zei Baghdadi in zijn preek.) In ruil daarvoor eist de kalief gehoorzaamheid. Degenen die volharden in het steunen van niet-islamitische regeringen, na te zijn gewaarschuwd voor hun zonden, worden als afvalligen beschouwd.

Choudary zegt dat de sharia verkeerd is begrepen door de onvolledige toepassing ervan. Bijvoorbeeld door Saoedi-Arabië, dat moordenaars onthoofdt en de handen van dieven afhakt. ‘Het probleem is dat wanneer landen als Saoedi-Arabië alleen het strafrecht toepassen en niet de sociaal-economische gerechtigheid van de sharia, zij eenvoudigweg haat jegens de sharia uitlokken.’ Dat ‘hele pakket,’ aldus Choudary, behelst gratis onderdak, voedsel en kleding voor iedereen.

Het belang van de apocalyps

Volgens moslims is Allah de enige die de toekomst kan kennen. Maar ze zijn het er ook over eens dat hij ons, in de Koran en in vertellingen van de profeet, er een glimp van heeft laten zien. Aanhangers van IS geloven dat hun beweging een centrale speler is in dat scenario. Door die rol voor zich op te eisen, onderscheidt Islamitische Staat zich van andere jihadistische bewegingen.

Al-Qaeda handelt in grote lijnen als een politieke undergroundbeweging, die wereldlijke voor ogen heeft. Ook Islamitische Staat heeft diverse maar het Einde der Tijden is een Leitmotiv in zijn propaganda. Osama Bin Laden had het maar zelden over de apocalyps, en als hij het al deed, leek hij ervan uit te gaan dat hij allang dood zou zijn als dat glorieuze moment van goddelijke interventie eindelijk zou aanbreken. ‘Bin Laden en Zawahiri komen uit elitaire soennitische families die neerkijken op dit soort speculaties en denken dat het iets voor de massa’s is,’ aldus Will McCants van het Brookings Instituut, die een boek schrijft over het apocalyptische gedachtegoed van Islamitische Staat.

Nu Dabiq is ingenomen, wacht Islamitische Staat op de komst van een vijandelijk leger. Nadat IS dat leger heeft verslagen, begint het aftellen naar de apocalyps

Islamitische Staat hecht groot belang aan de Syrische stad Dabiq, nabij Aleppo. IS-leiders hebben hun propagandamachine naar de stad vernoemd en flink gefeest toen ze (met zware verliezen) de strategisch onbelangrijke vlakten van Dabiq wisten te veroveren. Naar verluidt zou de profeet hebben gezegd dat de legers van Rome hier hun kamp zouden opslaan. De legers van de islam zouden hen daar ontmoeten. Dabiq zou Romes Waterloo worden.

‘Dabiq bestaat eigenlijk louter uit boerenland,’ tweette een aanhanger van Islamitische Staat onlangs. ‘Je kunt je voorstellen dat daar grote veldslagen plaatsvinden.’ De propagandisten van Islamitische Staat impliceren voortdurend dat die nu snel zal komen. Het blad van de staat schrijft: ‘De vonk is hier in Irak ontstoken, en de hitte zal blijven toenemen … totdat het vuur de legers van de kruisvaarders in Dabiq zal verzwelgen.’

Nu Dabiq is ingenomen, wacht Islamitische Staat op de komst van een vijandelijk leger. Nadat IS dat leger heeft verslagen, begint het aftellen naar de apocalyps, zo is de gedachte.

Tijdens gevechten in Irak in december, nadat IS-strijders dachten Amerikaanse soldaten te hebben gezien, barstte er een orkaan van vreugde los op de Twitter-accounts van Islamitische Staat. ‘Alleen God weet of de legers van Islamitische Staat de legers zijn waarover in de Koran wordt verteld,’ zegt Cerantonio. Maar hij is hoopvol. ‘De profeet heeft gezegd dat een teken van het naderende Einde der Tijden is dat mensen eerst een hele tijd juist niet over het Einde der Tijden preken,’ zegt hij. ‘Als je nu naar de moskeeën gaat, zul je zien dat de predikers over dat onderwerp zwijgen.’

Op grond van deze theorie betekenen zelfs tegenslagen voor Islamitische Staat niets: God heeft er immers in voorzien dat zijn legers bijna ten onder zullen gaan. Islamitische Staat heeft zijn beste én slechtste dagen nog vóór zich.

Kunnen we de daden van IS voorspellen?

De ideologische zuiverheid van Islamitische Staat heeft één voordeel: het stelt ons in staat de daden van de groepering te voorspellen. Osama bin Laden was zelden voorspelbaar. Hij beëindigde op CNN in de cryptische bewoordingen: ‘Daar zul je – als God het wil – in de media over zien en horen.’ IS daarentegen pocht openlijk over zijn plannen. Niet altijd, maar wel zodanig dat we eruit kunnen opmaken hoe de leiders van IS grondgebied willen veroveren en besturen.

Enkele voorbeelden. In 2011 zei IS-woordvoerder Adnani dat het de ambitie van de groepering was om ‘het islamitische kalifaat in ere te herstellen.’ Hij verwees naar de apocalyps door te zeggen dat ‘er nog maar een paar dagen te gaan waren.’ In hetzelfde jaar had Baghdadi zichzelf al tot ‘commandant van de gelovigen’ uitgeroepen, een titel die doorgaans is voorbehouden aan kaliefen.

In april 2013 verklaarde Adnani dat de beweging ‘klaar was om de wereld opnieuw in te richten volgens de profetische methodologie van het kalifaat.’ En in augustus 2013 zei hij dat ‘ons doel is een Islamitische Staat te stichten die geen grenzen erkent, op basis van de profetische methodologie.’ Toen had de groepering Raqqa al ingenomen, een Syrische provinciehoofdstad met zo’n 500.000 inwoners, en trok hij al aanzienlijke aantallen buitenlandse strijders aan.

Stel dat we de doelstellingen van Islamitische Staat al in een vroegtijdig stadium hadden onderkend. Stel dat we eerder hadden beseft dat het machtsvacuüm in Syrië en Irak de groepering de ruimte zou geven zijn doelstellingen te verwezenlijken. Dan hadden we op zijn minst de Irakese regering ertoe kunnen bewegen de grenzen met Syrië te versterken, dan hadden we preventieve afspraken kunnen maken met de Irakese soennieten. Dat zou althans het enthousiasmerende propaganda-effect hebben kunnen wegnemen dat het gevolg was van het uitroepen van het kalifaat, vlak na de verovering van de derde stad van Irak.

Ons onvermogen om de kloof tussen Islamitische Staat en Al-Qaeda te onderkennen en de essentiële verschillen tussen deze twee groeperingen op waarde te schatten, heeft tot gevaarlijke besluiten geleid. Het afgelopen najaar stemde de Amerikaanse regering bijvoorbeeld in met een wanhopig plan om het leven van Peter Kassig te redden. Het plan faciliteerde – nee, bewerkstelligde – de interactie van een paar van de oprichters van Islamitische Staat en Al-Qaeda, en had nauwelijks haastiger geïmproviseerd kunnen overkomen.

Hoe je IS aanpakt: een interventie

Eén manier om de betovering die Islamitische Staat op zijn aanhangers uitoefent te doorbreken, zou een militaire overwinning zijn, evenals de bezetting van de delen van Syrië en Irak die nu door het kalifaat worden beheerst. Al-Qaeda is onuitroeibaar, omdat die groepering ondergronds kan overleven. Islamitische Staat kan dat niet. Als IS zijn greep op Syrië en Irak verliest, zal het ophouden een kalifaat te zijn. Kalifaten kunnen niet als ondergrondse bewegingen voortbestaan, omdat territoriaal gezag een vereiste is. Gewezen aanhangers kunnen natuurlijk het Westen blijven aanvallen en hun vijanden blijven onthoofden, als freelancers. Maar de propagandawaarde van het kalifaat zou verdwijnen, en daarmee de veronderstelde religieuze plicht om naar het kalifaat te reizen en het te dienen.

De grootste voorstander van een Amerikaanse invasie is Islamitische Staat zelf

In geval van een interventie van de Verenigde Staten, duidt de obsessie van Islamitische Staat met de eindstrijd bij Dabiq erop dat hij daar grote aantallen manschappen heen zou sturen. Als IS op volle oorlogssterkte in Dabiq zou verschijnen, om vervolgens met de grond gelijk te worden gemaakt, zou de beweging daar wel eens nooit meer bovenop kunnen komen.

Niettemin zijn de risico’s enorm. De grootste voorstander van een Amerikaanse invasie is Islamitische Staat zelf. De provocatieve video’s, waarin een met zwarte kap getooide beul president Obama bij naam en toenaam toespreekt, zijn duidelijk bedoeld om Amerika de strijd in te trekken. Een invasie zou een grote propagandistische overwinning zijn voor jihadisten overal ter wereld. Ongeacht de vraag of zij hun trouw hebben betuigd aan de kalief, geloven ze allemaal dat de Verenigde Staten een moderne kruistocht van plan zijn en de moslims willen uitmoorden.

Nog een invasie en een nieuwe bezetting zouden deze verdenking bevestigen en de rekrutering van nieuwe aanhangers een impuls geven. Voeg daar de onvolmaaktheid van onze eerdere inspanningen als bezetters aan toe, en we hebben redenen om te aarzelen. De opkomst van IS heeft zich immers alleen maar kunnen voordoen omdat de bezetting van Irak ruimte schiep. Wie weet wat de gevolgen zullen zijn van een nieuwe mislukking?

Hoe je IS aanpakt: de beweging indammen

Tegen de achtergrond van alles wat we weten over Islamitische Staat, lijkt het langzaam laten doodbloeden door luchtaanvallen en oorlogvoering door derden de beste van een reeks slechte militaire opties. Noch de Koerden noch de sjiieten zullen ooit het hele soennitische grondgebied in Syrië en Irak kunnen onderwerpen en beheersen – zij worden daar gehaat en hebben ook helemaal geen zin in zo’n avontuur. Maar zij kunnen Islamitische Staat er wel van weerhouden te groeien.

Op de juiste manier ingedamd, zal Islamitische Staat waarschijnlijk vanzelf ten onder gaan. IS heeft geen enkele bondgenoot en zijn ideologie zorgt ervoor dat dit ook zo zal blijven. Het grondgebied dat IS beheerst is gigantisch, maar grotendeels onbewoond en arm. Naarmate de groei van dat grondgebied stagneert of het territorium zelfs langzaam slinkt, zal de claim dat IS de wil van God uitvoert en de apocalyps naderbij brengt zwakker worden. Minder gelovigen zullen naar het kalifaat toestromen. En naarmate er meer berichten over de ellende binnen IS’ grenzen naar buiten zullen komen, zullen radicale islamistische bewegingen elders in diskrediet raken: niemand heeft harder geprobeerd de strikte sharia met geweld op te leggen dan IS. Dit is hoe dat er dan uitziet.

De schuld van de islam

Het is een te makkelijk excuus om het probleem van Islamitische Staat een ‘islamitisch probleem’ te noemen. De islam staat vele interpretaties toe en de aanhangers van Islamitische Staat zijn zelf moreel verantwoordelijk voor de interpretatie die zij kiezen. Toch is het wegzetten van de Islamitische Staat als ‘on-islamitisch’ even onjuist.

Moslims kunnen zeggen dat slavernij en kruisigingen verkeerd zijn. Velen doen dat ook. Maar zij kunnen slavernij en kruisigingen niet regelrecht veroordelen zonder de Koran tegen te spreken. ‘Het enige principiële standpunt dat de tegenstanders van Islamitische Staat kunnen innemen, is zeggen dat bepaalde sleutelteksten en traditionele leerstellingen van de islam niet langer geldig zijn,’ zegt En dan ben je pas echt afvallig.

De ideologie van Islamitische Staat doet de huichelarijen en onsamenhangendheden van het leven verdwijnen als sneeuw voor de zon. Musa Cerantonio en de salafisten die ik in Londen heb ontmoet zijn niet in verwarring te brengen: geen enkele vraag die ik stelde zorgde ervoor dat ze gingen stotteren. Ze onderhielden mij met graagte en - mits je hun uitgangspunten onderschrijft - op overtuigende wijze.

Als je hen on-islamitisch noemt, kun je ze tot een discussie verleiden die ze weleens zouden kunnen winnen. Als ze schuimbekkende maniakken waren geweest, had ik misschien kunnen zeggen dat hun beweging vanzelf zou opbranden als de psychopaten zichzelf een voor een zouden opblazen of door drones te grazen zouden worden genomen. Maar deze mannen spraken met een academische precisie. Ik genoot zelfs van hun gezelschap, en juist dat boezemde me angst in.

De aantrekkingskracht van de beweging

Westerse functionarissen zouden er waarschijnlijk goed aan doen zich geheel en al te onthouden van inmenging in islamitische theologische debatten. Binnen de nauwe grenzen van zijn theologie loopt Islamitische Staat namelijk over van energie en creativiteit. Met schijnbaar genot zijn Musa Cerantonio en Anjem Choudary geestelijk in staat de sprong te maken van het nadenken over massale bloedbaden en eeuwige martelingen naar het bespreken van de deugden van Vietnamese koffie of zoete gebakjes; in mijn ogen is het omarmen van hun ideeën niets anders dan het tot nietszeggendheid veroordelen van alle geneugten van deze wereld tegenover de groteske levendigheid van het hiernamaals.

Ik kan tot op zekere hoogte, in de vorm van een schuldbewuste intellectuele oefening, van hun gezelschap genieten. In zijn bespreking van Mein Kampf in maart 1940 bekende George Orwell dat hij ‘nooit in staat was geweest een hekel te krijgen aan Hitler.’ Er was iets aan de man dat hem de kwaliteit van underdog verleende, ook al waren zijn doeleinden nog zo lafhartig of laakbaar. ‘Als hij een muis zou doden zou hij weten hoe hij er een draak van moest maken.’

De partijgangers van Islamitische Staat hebben dezelfde aantrekkingskracht. Zij geloven dat ze persoonlijk betrokken zijn bij een strijd die verder gaat dan hun eigen leven, en dat het een privilege en een plezier is om in het drama te worden meegesleept, aan de zijde van de rechtschapenheid – vooral als dat tegelijkertijd een last is.

Het fascisme, zo stelde Orwell, is in psychologische zin veel gezonder dan welk hedonistisch concept van het leven dan ook. Waar het socialisme, en zelfs het kapitalisme – zij het iets schoorvoetender – tegen de mensen zegt ‘Ik bied jullie een goede tijd,’ heeft Hitler tegen hen gezegd ‘Ik bied jullie strijd, gevaar en de dood,’ en als gevolg daarvan heeft een hele natie zich aan zijn voeten geworpen.

We mogen de emotionele aantrekkingskracht niet onderschatten, noch – in het geval van Islamitische Staat – de religieuze of intellectuele aantrekkingskracht van dit soort ideologieën. Dat Islamitische Staat de aanstaande vervulling van de profetieën van Mohammed als een dogma beschouwt, vertelt ons op z’n minst iets over het soort tegenstander waarmee we van doen hebben. Die is bereid zijn eigen vernietiging toe te juichen, maar blijft desondanks, zelfs als hij omsingeld is, geloven in de hulp van God, als hij maar trouw blijft aan het profetische model.

Ideologische argumenten zouden sommige potentiële bekeerlingen ervan kunnen overtuigen dat de boodschap van de groepering vals is, en militaire middelen zouden de verschrikkingen een halt kunnen toeroepen. Maar op een organisatie die zo ongevoelig is voor overreding als Islamitische Staat zullen weinig maatregelen werkelijk indruk maken, zodat de oorlog weleens lang zou kunnen gaan duren, al is het niet tot het einde der tijden.

Dit artikel is geschreven door Graeme Wood, verscheen in The Atlantic en is vertaald door Menno Grootveld.

Lees hier het vorige deel van dit tweeluik terug:

Waarom we IS zo lang onderschat hebben (en de beweging zo gevaarlijk is) Journalist Graeme Wood reisde de hele wereld over om een antwoord te krijgen op die ene vraag: wat is Islamitische Staat? Vandaag het eerste deel van een tweeluik: zo zit IS in elkaar. Lees het stuk hier terug

En onze andere verhalen over IS:

De strijd tegen extremisme begint met die voor mensenrechten, stelt deze ex-jihadist Dertien jaar lang ronselde Maajid Nawaz (36) islamitische jongeren voor de stichting van een wereldwijd kalifaat. Nu staat hij aan het hoofd van een denktank tegen extremisme. Zijn belangrijkste les: geef boze jonge moslims een geloofwaardig alternatief, door zelf consequent de mensenrechten na te leven. Ook in Guantánamo Bay. Een interview door gastcorrespondent Robin de Wever. Lees hier het interview terug Wie financiert die jihadisten eigenlijk? (Antwoord: wie niet?) Je zou het haast vergeten na de recente drama's in Parijs en Kopenhagen, maar vrijwel alle jihadistische terreur vindt elders plaats. In Syrië bijvoorbeeld. Wie betaalt dat allemaal? In deel 2 van onze serie over olieverslaving: hoe IS een oliestaat werd, maar nu momentum lijkt te verliezen. Lees het artikel van Huib de Zeeuw hier terug Wat IS is volgens IS Er worden veel verklaringen gegeven voor de gruwelijkheden waaraan IS zich schuldig maakt. Maar hoe rechtvaardigt de groepering zichzelf? Religiejournalist Robin de Wever onderzocht op basis van welke teksten en verhalen de beweging zich aan de wereld presenteert. Opmerkelijk: IS is daarbij regelmatig in tegenspraak met zichzelf. Waarschuwing: in dit stuk worden schokkende beelden getoond. Lees het verhaal hier terug