O hemel, daar gaan we weer. Iemand heeft de achterdochtmachine weer aangezet.

In Nederland hadden we daar tot voor kort vooral Jochem van Gelder voor, de voormalig kindervriend van de NCRV die na zijn overstap naar SBS6 plotsklaps en daar tussen de 600.000 tot 1 miljoen kijkers per week een wereldbeeld mocht aansmeren waarin achter iedere boom een bedrieger staat. Titel: Pas Oplichters! Ondertitel: ‘Het kan jou ook gebeuren!’

Dit keer werd de handschoen opgepakt door EditieNL, een actualiteitenrubriek van RTL. Aanleiding was een inmiddels 5 miljoen keer bekeken YouTube-filmpje van een Amerikaanse blogger genaamd Joey Salads. Daarin liet hij zien hoe gemakkelijk het is om kinderen te lokken als je een puppy bij je hebt:

YouTube
De video ‘CHILD ABDUCTION (Social Experiment)’

In het filmpje, getiteld CHILD ABDUCTION (Social Experiment), vraagt hij eerst aan de ouder hoe vaak ze hun kinderen vertellen ‘nooit met vreemden mee te gaan.’ ‘Elke dag,’ antwoordden de meesten van hen (voor mij al een teken dat er een steekje bij je los zit). Daarop vraagt Joey of hij de proef op de som mag nemen, door - met de puppy in de hand - te proberen het kind met hem mee te laten lopen. En nondeju, welja hoor: kind kan de was doen.

Op het moment suprême begint een onheilspellend muziekje te spelen en onderin beeld verschijnt de tekst ‘ONE SHARE CAN SAVE ONE LIFE.’ Terwijl het kind vrolijk huppelend met Joey de speelplaats afloopt, zoomt de camera in op de moeder, die kijkt alsof ze water ziet branden.

OH MY GOD! KINDEREN VAN VIER VERTROUWEN ONBEKENDE MENSEN!

EditieNL deed het experiment en ontdekte tot ‘stomme verbazing’ van de journalist in kwestie dat - echt waar - Nederlandse kleuters al net zo goedgelovig bleken. De presentatrice verzuchtte: ‘Tsja, bizar. En vooral ook eng om te zien hoe makkelijk dat gaat.’

Are you kidding me?

Het enige wat ik de hele reportage lang kon denken was: oh, goddank, goddank, goddank, kinderen van vier hebben nog niet genoeg televisie gekeken om in iedere ‘vreemde’ een trauma in spe te zien. Vanonder mijn bureau hoorde ik opvoedexpert Justine Pardoen nog zeggen: ‘Het is belangrijk om je kind langzaam in te wijden in de grote wereld en ze te leren dat er mensen zijn die kwade dingen met ze willen doen.’

PARDOEN?

Als dat al zo is, dan wel graag met de disclaimer erbij dat als je iedereen zo benadert als Joey Salads en EditieNL, je een normaal functionerende maatschappij op je buik kan schrijven.

Hoe wantrouwen synoniem voor realistisch-zijn werd

Begrijp me niet verkeerd: ik zeg niet dat je je kind moet aanleren doodleuk met iedere willekeurige voorbijganger op safari te gaan. Maar de grondhouding die hier wordt gepropageerd is in één zin: mensen vertrouwen is levensbedreigend naïef.

Die term naïef is cruciaal. Want het wereldbeeld achter deze wantrouwende levenshouding staat in de westerse filosofie niet voor niets bekend als: realisme. Dat wereldbeeld, waarvan de Britse denker als geestesvader wordt gezien, is gestoeld op het idee dat de ‘grote wereld’ waar Justine Pardoen naar verwijst in essentie een ‘boze wereld’ is, waarin conflict en gevaar altijd op de loer liggen. En de mens? Dat is een egocentrisch wezen dat er van nature altijd op uit is anderen te domineren of pootje te lichten. Voor moraal, altruïsme of goede bedoelingen is hier geen plaats - laat staan voor vertrouwen in je medemens.

Het is goed om te beseffen dat Hobbes deze filosofie produceerde in het zeventiende-eeuwse Engeland - niet bepaald een tijd en plek waar je vertrouwen in de mensheid opdeed. Maar ook al is onze tijd er een om heel wat optimistischer over te zijn, nog altijd is het zeventiende-eeuwse pessimisme diepgeworteld.

‘Realpolitik,‘ ’we moeten wel realistisch zijn,’ ‘de realiteit is:’ bijna altijd wordt met dit soort frases bedoeld dat je vooral niet moet uitgaan van het beste in je medemens

Dat zie je alleen al aan de manier waarop het woord ‘realistisch’ meestal wordt gebruikt: niet alleen in de zin van ‘echt’ of ‘werkelijk,’ maar in de zin van wantrouwend, negatief, sceptisch - over de toekomst of andermans bedoelingen. ‘Realpolitik,‘ ’we moeten wel realistisch zijn,’ ‘de realiteit is:’ bijna altijd wordt met dit soort frases bedoeld dat je vooral niet moet uitgaan van het gunstige scenario of het beste in je medemens.

Politiek rechts dweept graag met zulk ‘realisme’ - een beetje soepel met dictators omgaan (dixit Halbe Zijlstra) heet dan ‘realistische buitenlandpolitiek,’ wie denkt dat mensenrechten een ideaal zijn die ook echt bereikt kunnen worden, is ‘naïef links.’

Wat bewijst het filmpje echt?

Nu wil ik niet beweren dat er geen kwaad in de wereld is en er geen kinderlokkers op speeltuintjes rondlopen, maar is het realistisch om van het slechtste uit te gaan? Ik zou zeggen: integendeel. De nuchtere realiteitszin gebiedt te zeggen dat de overweldigende meerderheid van de mensen, in de overweldigende meerderheid van de gevallen, blind te vertrouwen is. Beter nog: we doen niet anders.

Want kijk dat filmpje van Joey Salads nou nog eens terug. Wat valt nou werkelijk op? Wat zie je echt?

Juist ja: dat al die ouders, die zo geshockeerd toekijken hoe deze ‘vreemdeling’ hun kinderen inpakt, er blind op vertrouwen dat die Joey geen kwaad in de zin heeft. Uit het niets duikt hij op, gaat naast hun zitten, vraagt of hij een ‘sociaal experiment’ mag uitvoeren door met hun kinderen de speeltuin uit te lopen en stuk voor stuk geloven ze hem op zijn woord: tuurlijk, ga je gang. Om twee minuten later hun eigen kroost bestraffend toe te spreken hoe gevaarlijk exact die mentaliteit wel niet is.

De les van CHILD ABDUCTION (Social Experiment) is dan ook een heel simpele: dat dat hele filmpje nooit had bestaan als iedereen die erin zit de boodschap ervan had geloofd.

Vertel dat liever elke dag aan je kind.

Pas op voor meekijkers Overheden en media vinden elkaar eendrachtig in het wereldbeeld dat ieder mens een potentieel gevaar is. De weg naar het totalitarisme is geplaveid met wantrouwen en angst, schreef ik eerder in deze column over het SBS6-programma Pas Oplichters! Lees hier mijn column over Pas Oplichters terug De zegen van de zelfscankassa Een zelfscankassa bij de Albert Heijn is een bijzonder ding. De controle is slecht, toch wordt er niet meer gestolen dan bij een reguliere kassa. Het speelt in op vertrouwen in plaats van eigenbelang. Een economisch verstandige keuze, schrijft correspondent Jesse Frederik. Lees hier de column van Jesse over de zelfscankassa terug