In de spiegelende hitte op de weg trappen jongens een zachte leren bal over. De pikzwarte diepte van de Cotticarivier ligt achter ons, onder de banden van de auto knerpt roestende bauxietgrond. Het is net na het heetst van de dag, over het woud komt een bruinoranje filter. De zon die achter de houten huizen langs de weg zakt, geeft alles een helrode rand.

De gids mindert vaart om de voormalige Suralco-woningen in de kern van Moengo te laten zien, een stad halverwege op de weg van hoofdstad Paramaribo naar grensstad Albina. De gids vindt het tijd voor een stukje geschiedenis en vertelt dat hier vroeger de hooggeplaatsten van Suralco woonden, het grote aluminiumbedrijf van Suriname. Toen in 1986 de binnenlandse oorlog uitbrak, werd een groot deel van de werknemers gegijzeld door het junglecommando van Ronnie Brunswijk, die de bank van zijn geboorteplaats Moengo had beroofd om zijn strijd te bekostigen. Hij was ooit de lijfwacht van Dési Bouterse, maar had zich tegen hem gekeerd na diens staatsgreep van 1982 en in de jungle een rebellenleger opgezet.

Ze waren onvindbaar, tot de hele omgeving vergeven was van groene, vieze vliegen

Huizen hier in Moengo werden platgebrand, bedrijven werden verwoest. De lijken van kinderen en vrouwen, die door het nationale leger van Bouterse waren afgeslacht in buurdorp Moiwana, werden hier neergelegd. Ze waren onvindbaar, tot ‘de hele omgeving vergeven was van groene, vieze vliegen,’ zo een dokter die toen dienst had.

De geschiedenis, de toekomst en het onbegrip

In mijn onderzoek naar wat veertig jaar onafhankelijkheid van Nederland voor Suriname betekent, vormen de gebeurtenissen tijdens de staatsgreep, de revolutie en de binnenlandse oorlog essentiële onderdelen. De twee hoofdrolspelers van die oorlog zijn nu presidentskandidaat. Een derde kandidaat is Chan Santokhi, nu de leider van de VHP (Vooruitstrevende Hervomings Partij) en vroeger de politiecommissaris die belast was met het proces rondom de Decembermoorden van 1982, waarbij vijftien intellectuelen die kritiek hadden op het militaire regime van Bouterse de dood vonden.

Illustratie: Cléa Dieudonné
Illustratie: Cléa Dieudonné

In aanloop naar de verkiezingen ging ik onder meer kijken in Moengo. Daar wonen veel Marrons; hun volk werd het zwaarst getroffen door de oorlog. Ook Brunswijk is Marron en kan mede daardoor op hun steun rekenen. Hij (bijnaam: Romeo Bravo) is partijleider van de ABOP (Algemene Bevrijdings- en Ontwikkelingspartij). Toen hij in 2013 tijdens een concert van Rick Ross zijn gooi naar het presidentschap aankondigde, zei hij: ‘Ik wil alle armen in Suriname rijk maken. Als je huis op de veiling is beland, bel dan naar Bravo. Als je 100 dollar nodig hebt, bel dan naar Bravo.’

Gezien de geschiedenis zou je het vreemd kunnen vinden dat Brunswijk juist in Moengo zo populair is. Maar zijn voornaamste partijpunt, het creëren van kansen voor de kansarmen, vindt hier veel gehoor.

Minstens zoveel ongeloof en onbegrip was er internationaal toen Dési Bouterse, voormalig dictator, moordverdachte en veroordeeld cocaïnehandelaar, en tegenwoordig partijleider van de NDP (Nationale Democratische Partij) vijf jaar geleden door het Surinaamse volk tot president werd verkozen. Na zijn verkiezing liet onze toenmalige minister van Buitenlandse Zaken, Maxime Verhagen, weten dat de president niet welkom was in Nederland. Behalve om zijn door Nederland opgelegde gevangenisstraf voor cocaïnesmokkel uit te zitten.

Suriname kijkt naar de toekomst

Volgens Nina Jurna, Zuid-Amerikacorrespondent, maakster van de Suriname, vijf jaar later, auteur van het boek Bouterse, een Surinaamse realiteit, en zelf lange tijd inwoner van Suriname, is het tijd om de verbazing over de populariteit van Bouterse en Brunswijk los te laten en Suriname te gaan zien zoals het nu is. Jurna: ‘Veel opiniemakers zijn zelf al lang weg uit Suriname en blijven schrijven over de dictatuur en het verleden, terwijl Suriname zelf juist bezig is met de toekomst. Het mag dan ook geen verrassing zijn dat Bouterse nu president is: hij is charismatisch en hij doet dingen voor het volk. Gratis onderwijs, een gratis schoolbus, betere gezondheidszorg, verhoging van de kinderbijslag.’

‘De mensen die nu bepalen wie er in de regering komt, zijn niet bezig met wat er in de jaren tachtig is gebeurd.’

Jurna vervolgt: ‘Het volk was de corruptie van de vorige president zat, ze zagen geen vooruitgang. Met Bouterse moest alles anders worden. Sommige dingen zijn mislukt; Bouterse zou bijvoorbeeld 18.000 woningen realiseren, maar bouwde er maar 3.000. En de economie staat onder druk vanwege kelderende goud- en olieprijzen. Toch maakt hij een goede kans om herkozen te worden. Zeventig procent van de stemgerechtigden is onder de veertig jaar. De mensen die nu bepalen wie er in de regering komt, zijn niet bezig met wat er in de jaren tachtig is gebeurd.’

Ik was voor De Correspondent bezig met een verhaal over het circus rondom de verkiezingen. Een overzicht van de dingen die wel en niet gelukt zijn onder de huidige president. Een verhaal over de omstreden kandidaten, de roerige campagnetijd. Over Bouterse die groots aankondigde op Tweede Paasdag om ‘vergeving van God’ te gaan vragen op het Onafhankelijkheidsplein, maar dat daags van tevoren afzegde omdat hij vond dat de media hem te cynisch bejegend hadden. Over het onderlinge moddergooien, politici die elkaar ‘gangsters’ noemden. Over de corruptie en de verbroken beloftes. Maar ook over het feest dat van de verkiezingen wordt gemaakt. Over de massale aanwezigheid van politieke partijen bij de wandelvierdaagse van Paramaribo en de partijvlaggen die vrijwel elk huis in de stad sierden. Over Brunswijk die zijn bachelordiploma haalde en de voltallige pers uitnodigde om bij zijn verdediging te zijn.

Maar toen ik terug was in Nederland en niet langer in elke ooghoek een paarse, oranje, gele, groene of witte vlag zag wapperen, bleven een paar mensen in mijn hoofd rondrennen als ik dacht aan het Suriname van nu. Dat waren niet de charismatische partijleiders. Dat waren niet de gelikte propagandisten. Het waren juist de Surinamers die buiten de politiek om hun gemeenschap vooruit hielpen. Die probeerden goed te doen. Het waren de Surinamers die naar de toekomst keken, precies zoals Jurna zei.

‘Wil jij deze moeilijke vraag even stellen?’

Zo was ik een dag te gast bij het Surinaamse jeugdjournaal in Paramaribo, waar een kleine groep redacteuren met minimale middelen elke dag een journaal maken waar tienduizenden Surinaamse kinderen en volwassenen naar kijken. Dat journaal viel internationaal in de prijzen, vanwege hun mooie en rake reportages over onder meer seksueel misbruik.

Illustratie: Cléa Dieudonné
Illustratie: Cléa Dieudonné

Op de dag dat ik op bezoek was, maakten ze een follow-up over een Surinaamse jongen die naar Colombia was geweest voor een hartoperatie en een item over een steekpartij achter een bioscoop waarbij een jongen van zeventien om het leven was gekomen. Een redacteur vertelde tijdens de vergadering: ‘We proberen alles te belichten dat kinderen in Suriname treft. Soms gaat het over een sportdag, maar soms dus ook over geweld. Mijn eigen broertje is een tiener en ook hij gaat over straat met een wapen. Dit is helaas de realiteit en daardoor ook een onderwerp dat kinderen aangaat.’

Het jeugdjournaal kan over het algemeen in vrijheid items maken, vertelde hoofdredacteur Hennah Draaibaar. Maar de persvrijheid in Suriname kan beter. Correspondent Nina Jurna daarover: ‘Suriname is een relatief kleine gemeenschap, dus als je als journalist de mist ingaat, of bijvoorbeeld een politicus beledigt, dan kan dat direct negatieve gevolgen hebben. Ik heb weleens bij persconferenties gezeten en dat een lokale journalist mij vroeg: ‘Wil jij deze moeilijke vraag even stellen?’

Toen het jeugdjournaal in 2013 een item aankondigde over de Decembermoorden, ging de staatszender waarop het wordt uitgezonden op zwart. Hennah Draaibaar zei daar toen over: ‘Ik ben geschokt, maar vooral van slag. Als je de intentie hebt om opruiend bezig te zijn of staatsondermijnend, kan je de bui zien hangen. Maar wij zijn een onafhankelijk programma dat nieuws maakt voor kinderen. En dat zijn niet alleen programma’s over blokfluitende kinderen.’

Het jeugdjournaal zond de dag na de censuuractie alsnog het item uit, met direct daarna een item over persvrijheid. Een signaal naar de staat toe, dat laat zien dat de journalisten zich niet monddood laten maken.

Het verhaal van Mandje

Daags voor mijn bezoek aan het jeugdjournaal zat ik in de jungle. Ik was bij Mandje, een Marron uit het binnenland. Hij woont met zijn familie langs de Surinamerivier en bouwde met zijn blote handen een toeristenimperium op. Mandje liep rond in een Feyenoordshirt en een surfbroek met regenboogstrepen. ‘s Ochtends dronk hij rum, de rest van de dag werkte hij zich kapot.

De toegang tot het Surinaamse binnenland is niet altijd makkelijk geweest. Dat maakte zijn werk erg lastig. Tot aan het dichtstbijzijnde dorp kun je met de auto komen, daarna houdt de weg op en moet alles vervoerd worden met korjalen (boten gemaakt van uitgeholde boomstammen). Het is vanaf daar nog zo’n anderhalf uur varen naar Mandje’s dorp.

Ik kap een dag groenten op jouw grond, als jij een dag planken voor mij zaagt

Toch kwam hij een heel eind door middel van ruilhandel (ik kap een dag groenten op jouw grond, als jij een dag planken voor mij zaagt) met mensen uit de dorpen verderop langs de rivier. En zo bouwde hij met vrienden en familie in iets meer dan tien jaar een resort waar hij nu 150 mensen kan ontvangen. Mensen die komen overnachten, feesten in de disco of voetballen op het speciaal daarvoor aangelegde grasveld. De opbrengsten steekt hij voor een deel terug in zijn resort, de rest gaat naar zijn gemeenschap. Ook verzamelt hij boeken die toeristen achterlaten om ze naar de lokale scholen te brengen en probeert hij een Marronmuseum te bouwen met oude spullen die vrienden en familie overhebben, om de toeristen te onderwijzen over zijn cultuur. Naast het onderhoud van zijn hutten en de bouw van nieuwe verblijven, vaart Mandje de hele dag op en neer tussen zijn eigen dorp, het ‘vaste land,’ en alle dorpen daartussen om handel te drijven, toeristen op te halen en zieke dorpelingen naar de dokter te brengen.

Illustratie: Cléa Dieudonné
Illustratie: Cléa Dieudonné

‘Als je de pijn snapt, dan snap je waarom het nu gaat zoals het gaat’

Mandje en de mensen van het jeugdjournaal werken elk op hun eigen manier aan het land waarvan zij houden. En als ik aan hen denk, denk ik ook aan Kenny, de dakloze man die rondleidingen gaf over de voormalig slavenplantages omdat hij het belangrijk vond dat mensen leerden over de geschiedenis van Suriname. ‘Als je de pijn snapt, dan snap je waarom het nu gaat zoals het gaat. Dan snap je hoeveel we gewonnen hebben sinds die tijd, maar ook hoeveel er nog te behalen valt.’

En ik denk aan mijn bezoek aan de redactie van dagblad De Ware Tijd, waar ik van een journalist nog eens een lijst van meer dan twintig projecten kreeg die de bevolking vooruithelpen. Van groepen die strijden voor vrouwenrechten tot mensen die zich bezighouden met seksuele voorlichting, cultureel erfgoed en natuurbehoud. Zij symboliseren de kracht en vechtlust van de Surinaamse bevolking. De mensen die zich niet laten verblinden door de intense strijd die nu woedt tussen de verschillende politieke partijen.

Die laatste zin schrijf ik in mijn notitieblok nadat ik Moengo verlaat. We rijden terug naar Paramaribo. Het tijdstip lijkt in de lucht en op de weg alleen nog de kleur rood toe te laten. In de berm flitsen vlaggen voorbij. Een paarse vlag onder een motorkop geklemd. Bouterse. Een gele vlag aan een brievenbus geknoopt. Brunswijk. Een oranje vlag om een olievat gewikkeld. Santokhi.

Aan een kleine hut, een paar meter van de weg af, hangt een horizontale stok. Een klein meisje in alleen een onderbroek en hemd kukelt. Aan de gevel van haar huis hangt een paarse vlag, de buren zijn geel en oranje. Misschien is zij wel de volgende Hennah. Of Mandje. Of Bouterse. Of Santokhi. Er is een mooie Surinaamse uitdrukking voor het ongewisse: ‘Bij God en in Suriname is alles mogelijk.’

Iemand die ik niet ken in Suriname: Kenny Elke twee weken schrijf ik over een moment dat ik deelde met iemand die ik niet ken. Een ontmoeting die de betovering verbrak, of het ongrijpbare verklaarde. Deze week mijn derde ontmoeting vanuit Suriname, waar ik de komende weken zit. Lees hier het stuk terug Iemand die ik niet ken in Suriname: Kakkerlak Elke twee weken schrijf ik over een moment dat ik deelde met iemand die ik niet ken. Een ontmoeting die de betovering verbrak, of het ongrijpbare verklaarde. Deze week mijn tweede ontmoeting vanuit Suriname, waar ik de komende weken zit: die met Kakkerlak. Lees het stuk hier terug Iemand die ik niet ken in Suriname: tante Arlette Elke twee weken schrijf ik over een moment dat ik deelde met iemand die ik niet ken. Een ontmoeting die de betovering verbrak, of het ongrijpbare verklaarde. Deze week mijn vierde ontmoeting vanuit Suriname: die met tante Arlette. Lees het hier terug