Nederland wordt onbestuurbaar. Dat is de breedgedeelde conclusie na de nieuwe Senaatsverkiezing vorige week. Weken Torentjes- en achterkamertjesoverleg zijn nodig om een begroting te maken, leveren compromissen van compromissen op, die visieloze, niet-uitlegbare ambtelijke misbaksels van beleid vertegenwoordigen.

Geen wonder dat er zoveel pleidooien voor een nieuw stelsel te lezen zijn. Neem David Van Reybrouck, die in hier op De Correspondent en in zijn boek Tegen verkiezingen liet zien hoe er op andere manieren inspraak kan worden georganiseerd dan via verkiezingen.

Ook politici zelf kijken al jaren naar alternatieven. Het kabinet-Balkenende II, waarin ook D66 zitting had, wilde een nieuw kiesstelsel invoeren waarin kiezers twee stemmen uitbrengen: één op de landelijke lijst van een politieke partij en één op een districtskandidaat.

Volgens het plan van toenmalig minister van Bestuurlijke Vernieuwing Thom de Graaf zou het land namelijk opgedeeld worden in districten en de helft van de Tweede Kamerleden daar worden gekozen. De kandidaten die in een district de meeste stemmen hadden gekregen, zouden direct namens hun partij in de Tweede Kamer komen.

Foto: Hollandse Hoogte

Foto: Hollandse Hoogte

Het plan kwam niet van de grond. Tijdens van 2005 trad De Graaf af en werd en passant het wetsvoorstel ingetrokken. Zijn opvolger, Alexander Pechtold, mocht als een soort doekje voor het bloeden aanstellen.

Dat kwam met een ander, minder ingrijpend voorstel: het districtenstelsel zou niet worden ingevoerd, maar kiezers zouden voortaan kunnen stemmen op ofwel een partij, ofwel een specifieke kandidaat.

Het Burgerforum (kosten: 5 miljoen euro) leverde het advies in november 2006 aan bij de regering. In april 2008 liet het kabinet-Balkenende IV weten geen reden te zien om het advies over te nemen.

Hoe komt het dat dergelijke voorstellen altijd sneuvelen?

Pechtold zelf: ‘Het gaat om de verdeling van macht en invloed. Op alle niveaus geldt: wie macht moet inleveren, houdt dat tegen. De minderheid wil wel veranderen, de meerderheid zorgt ervoor dat het niet gebeurt.’ Voor een grondwetswijziging is een twee derde-meerderheid nodig. Partijen die met voor-stemmen hun eigen bestaansrecht ondermijnen, zullen altijd tegen stemmen.

Hoe werkt het huidige systeem?

Foto: Hollandse Hoogte

Foto: Hollandse Hoogte

Voor ik een mogelijke oplossing schets: hoe ziet het kiesstelsel er nu eigenlijk precies uit? In Nederland bestaat een systeem van evenredige vertegenwoordiging. De 150 zetels van de Tweede Kamer zijn naar rato verdeeld over de partijen. Het is het eerlijkste systeem denkbaar: wie 1/150ste deel van de stemmen haalt krijgt een zetel. De kiesdrempel van Nederland ligt dus met zijn 0,67 procent extreem laag.

Dit zorgt ervoor dat iedereen een stem kan krijgen, ook de kleinste splinterpartijen. De mix van bestuurs- en gewetenspartijen is onderdeel van onze politieke cultuur geworden. Bovendien slijpen ze elkaars mening.

Een meerdistrictenstelsel, zoals in Groot-Brittannië, zorgt ervoor dat er maar een paar partijen overblijven. De mening van het volk zie je vervolgens bij de stembusgang soms totaal niet terug in de zetelverdeling - dat wezen de recente verkiezingen aldaar maar weer eens uit.

Een kiesdrempel dan?

Er is dus veel voor te zeggen om ons systeem van evenredige vertegenwoordiging te behouden. Het probleem: het is niet bestuurbaar. De versplintering en volatiliteit zijn te groot onder het electoraat. Als we het land bestuurbaarder willen maken zonder het ééndistrictenstelsel weg te gooien, moet het aantal partijen in de Tweede Kamer worden teruggedrongen.

Het grootste nadeel van kiesdrempels is dat de stemmen op partijen die de drempel níet halen, verloren gaan

De kiesdrempel verhogen van 0,67 procent naar 5 procent, zoals in Duitsland, is een optie. Maar daar schieten wij momenteel weinig mee op, aangezien we dan nog steeds zo’n zeven à acht partijen overhouden als de peilingen bewaarheid worden. Beter is om het aantal politieke partijen te maximeren tot zes. Dit is pluriform genoeg om naast de grote stromingen (links-rechts en progressief-conservatief) ook de politieke flanken te vertegenwoordigen. Bij zes partijen zal bij een precies evenredige verdeling van de zetels met drie partijen een coalitie kunnen worden gesmeed, in veel gevallen zullen twee partijen een regering kunnen vormen.

Het grootste nadeel van kiesdrempels is dat de stemmen op partijen die de drempel níet halen, verloren gaan. Bovendien werkt een kiesdrempel strategisch stemmen in de hand, een manier van stemmen die er in ons huidige systeem ook al voor zorgt dat de zetelverdeling een vertekend beeld geeft van de werkelijke voorkeuren van kiezers. Maakt je favoriete partij geen kans om in de coalitie te komen, ben je al gauw geneigd om dan de ‘minst erge’ serieuze coalitiepartij te kiezen.

De oplossing: Ranking the Stars!

Toch is er een oplossing die het politieke systeem niet drastisch verandert, maar die wel gekoppeld kan worden aan een kiesdrempel en toch het strategisch stemmen onnodig maakt: Ranking the Stars met politieke partijen.

Je leest het goed. In plaats van één partij, mag je meerdere partijen kiezen en deze rangschikken naar de mate waarin je ze steunt. Dan kan je lijstje er zo uitzien:

  • Partij voor de Dieren
  • GroenLinks
  • Partij van de Arbeid
  • SP
  • ChristenUnie

De zetelverdeling gaat dan als volgt in zijn werk. Eerst worden de partijen gerankschikt op eerste keuzes. Stel dat er in totaal tien partijen meedoen, dan worden de stemmen verdeeld aan de hand van welke partij mensen op positie één hebben gezet. Zo ontstaat er de gebruikelijke ranglijst van één tot tien.

Aangezien er maar zes partijen in de Tweede Kamer mogen, zullen er partijen moeten afvallen. Als eerste valt de partij met de minste stemmen (nummer tien) af, laten we voor het voorbeeld zeggen dat dit de Partij voor de Dieren is. Deze partij komt dan niet in de Tweede Kamer, maar de stemmen die op de partij zijn uitgebracht gaan niet verloren maar worden herverdeeld. Op de stembiljetten waar de Partij voor de Dieren op één prijkte, wordt gekeken wat de tweede keuze was van deze kiezers. GroenLinks, in dit voorbeeld, krijgt er zo dus een stem bij.

Foto: Hollandse Hoogte

Foto: Hollandse Hoogte

Zo ontstaat een nieuwe rangschikking van de overgebleven partijen - van één tot negen. Dan valt opnieuw de partij met de minste stemmen af en worden de biljetten verdeeld over de tweede (of derde) keuze. Een proces dat wordt herhaald tot er nog zes partijen overblijven.

De grap is: dit model bestaat al en wordt zelfs al in Nederland gebruikt. Het beestje heeft ook een naam: het Alternative Vote-systeem. De Partij van de Arbeid gebruikt het AV-systeem voor het kiezen van een partijleider. Alle kandidaten mogen gerangschikt worden en de kandidaat met de minste stemmen valt af en/of wordt herverdeeld tot een van de kandidaten een absolute meerderheid van de stemmen heeft.

Niets nieuws onder de zon dus, behalve dat het niet in een enkel districtenstelsel is toegepast en wordt gekoppeld aan een

Waarom Ranking the Stars?

Wat zullen de effecten van invoering zijn? Bij het AV-systeem staat draagvlak centraal. Zoals de Amerikaanse politicoloog al eens concludeerde, schort het bij veel electorale systemen juist daaraan: als er drie mensen om een zetel strijden - waarvan twee goede en één slechte kandidaat -, kan die laatste er tóch met de zetel vandoor gaan. Omdat wij geen districtenstelsel hebben, gaat dat hier niet op, maar niettemin kan door de versplintering niet meer worden uitgesloten dat een flankpartij als de PVV de grootste partij van Nederland wordt, terwijl de partij vermoedelijk óók de meeste anti-stemmen zou ontvangen als kiezers die mochten uitdelen.

Het geeft een veel gedetailleerder beeld van hoe de Nederlander het politieke landschap beoordeelt

Ons huidige systeem mist nuance, doordat je maar aan één partij steun kunt toezeggen. Het AV-systeem geeft een veel gedetailleerder beeld van hoe de Nederlander het politieke landschap beoordeelt, voor welke partijen er breed draagvlak is. Het is simpelweg een superieure vorm van representatie.

Het AV-systeem leent zich uitstekend om gebruikt te worden in combinatie met een kiesdrempel. Partijen met een groot draagvlak zullen groeien, maar ook de flankpartijen blijven bestaan. Alleen splinterpartijen met een paar zetels zullen hun toch al beperkte invloed niet in een Kamerzetel terugzien.

Maar het gedachtegoed van partijen die de kiesdrempel niet halen, vindt tóch zijn weg naar de Tweede Kamer. Als de Partij van de Arbeid uiteindelijk vrijwel alle stemmen op de Partij voor de Dieren opslokt, dan weet de partij dat zij eigenlijk ook het mandaat van die partij vertegenwoordigt. Om hun kiezers tevreden te stellen, is de kans dus groot dat zij bijvoorbeeld het dierenwelzijn bij coalitieonderhandlingen zwaarder entameren dan zij nu zouden doen.

Foto: Hollandse Hoogte

Foto: Hollandse Hoogte

Met het AV-systeem wordt strategisch stemmen overbodig gemaakt én ontstaan er partijen met werkbare groottes. Het stimuleert campagnevoeren op eigen inhoud boven het aanvallen van concurrenten. Bovendien worden de nadelen van de kiesdrempel grotendeels teniet gedaan: de partijen die het tot de Tweede Kamer schoppen weten hoe ze aan hun stemmen zijn gekomen: waren ze bij veel kiezers eerste keus? Of heeft de PvdA bijvoorbeeld veel B-keus van GroenLinks en PvdD-stemmers?

Of Ranking the Stars de kloof tussen de burger en de politiek zal dichten, is van meerdere dingen afhankelijk, maar het zorgt in ieder geval voor een betere weergave van de stem van het volk. Bovenal is het een niet-drastische politieke wijziging die Nederland bestuurbaar maakt zonder de uitgangspunten van ons electorale systeem teniet te doen.

Hoe D66 symbool ging staan voor het einde van de democratie Bijna vijftig jaar geleden werd D66 opgericht om het Nederlandse politieke bestel 'op te blazen.' De partij van Hans van Mierlo zou een nieuwe democratie vestigen. Maar het liep heel anders: inmiddels staat de partij als geen ander symbool voor het einde van de democratie. Lees het essay hier terug De sleutel tot een stabiele democratie? Loting! Nu de representatieve democratie overal op haar grenzen stoot, ga ik op zoek naar alternatieven. Verkiezingen zijn veel, maar niet alles. Aristoteles vond ze alvast stukken minder democratisch dan loting. Horen wij dat goed? Loting? Willekeur? Tombola? Ja, ja! Lees het stuk hier terug