Illustratie: Maus Bullhorst (voor De Correspondent)

Helaas: ik heb nog nooit een wilde chimpansee gezien. Ik heb het geprobeerd in 2012, een week lang, in drie verschillende regenwouden in het zuiden van Kameroen, maar het is me niet gelukt. Ik weet zeker dat ze er zaten: op de laatste dag hoorde ik ze lachen, een hele groep, alsof ze er plezier in hadden dat ze me te slim af waren geweest.

Inbeelding natuurlijk – typisch mensen. Maar ik heb de chimpansees niet alleen gehoord, ik heb in het woud ook hun nesten gezien, hun haren, hun uitwerpselen en vooral: hun spullen. Stenen waarmee ze harde noten kraken. Gerafelde stengels waarmee ze naar mieren vissen of honing uit ondergrondse bijennesten halen. Schijnbaar doelbewust gekozen en bewerkt.

Fascinerend. Maar mocht je nog niet onder de indruk zijn, dan zal het volgende smerige verhaal je vast overtuigen.

Een bewonderenswaardige rotstreek

Ik heb in Kameroen namelijk wel chimpansees gezien, in een park waar halfwilde weesapen in afgebakende stukken bos een min of meer normaal leven leiden - hoewel ze niet zelf naar rijpe vruchten hoeven te zoeken, wat hen veel tijd bespaart.

In tegenstelling tot hun wilde soortgenoten maken ze zich ook niet uit de voeten wanneer ze mensen zien. Integendeel: groepen menselijke indringers krijgen de behandeling die gewoonlijk enkel voor vreemde chimpansees bestemd is. Wanneer ze zich realiseren dat er bezoekers op komst zijn, stormen de dapperste dieren naar de omheining. Ze maken zoveel lawaai als ze kunnen, slaan met takken op de vegetatie rondom en met de vlakke hand op hun gespierde lijven. En ze hadden ons vast een kopje kleiner gemaakt als die omheining er niet stond. Nu zat er, toen bleek dat we niet onder de indruk waren, niets anders op dan ons dreigend en argwanend aan te staren.

De chimpansee legde al lopend een enorme drol in zijn hand en smeet die met bewonderenswaardige precisie in onze richting

Dachten we. Want vlak voordat we voorbij het enige gat in het beschermende struikgewas moesten, kwam een aap aangerend die zich tot dan op de achtergrond had gehouden. Tot onze verbazing legde hij al lopend een enorme drol in zijn hand, die hij vervolgens met bewonderenswaardige precisie in onze richting smeet.

Aanvankelijk was ik vooral blij dat het projectiel me op een haar na gemist had. Maar hoe langer ik erover nadacht, hoe meer het me verwonderde. Een drol gooien is nogal wat anders dan met een takje in de grond peuteren. Het vergt een gevoel voor timing en het besef dat een voorwerp dat je hand verlaat een eind verderop gewenste gevolgen zal hebben. Bovendien vereist het voldoende inlevingsvermogen en motivatie om aan de andere kant van het hek opschudding te veroorzaken die de chimpansees verder helemaal niets oplevert. Verbazend menselijk vond ik dat.

De technische vaardigheden van de mens zijn onovertroffen

Maar in hoeverre kan al die aandacht voor chimpansees ons echt iets leren over onszelf? Dat vroeg ik aan primatoloog Andrew Whiten, professor Evolutionaire en Ontwikkelingspsychologie aan de Universiteit van St Andrews in Schotland. ‘Allereerst is het belangrijk om je te realiseren dat we niet van chimpansees afstammen,’ antwoordde die. ‘Zij hebben, sinds we voor het laatst een voorouder deelden, namelijk net zoveel tijd gehad om zich aan hun levensomstandigheden aan te passen als wij. Maar als we overeenkomsten vinden tussen mensen en chimpansees, dan kan je wel veronderstellen dat die bij onze laatste gemeenschappelijke voorouders ook al voorkwamen.’

Dus vergeleek Whiten zorgvuldig de wetenschappelijke literatuur over chimpansees in het wild en in gevangenschap met die over de steeds zeldzamere hedendaagse jager-verzamelaars. Mensen wier leven tot voor kort nog het dichtst aanleunde bij de oorspronkelijke leefomstandigheden van de mens.

Reconstructies van het evolutionaire verhaal dat zich voltrok nadat de voorouders van mensen en chimpansees elk hun eigen weg gingen, leggen vaak de nadruk op onze uitzonderlijke technische vaardigheden, vertelt Whiten. ‘Niet onterecht, want uit archeologische vondsten weten we dat mensachtigen al minstens drie miljoen jaar geleden stenen gingen bewerken, om er vuistbijlen, messen, schrapers en speerpunten van te maken. Die laatste bevestigden ze op stokken, waarmee ze zo’n 400.000 jaar geleden ook begonnen te gooien. Dat doen chimpansees allemaal niet, al gebruiken chimpanseevrouwtjes in Senegal soms scherpe takken om er in boomholtes verborgen De galago’s (Galagidae, soms Galagonidae) zijn een familie van de kleine, nachtactieve orde primaten (Primates), die voorkomen op het Afrikaanse continent. De galago’s zijn nauw verwant aan de lori’s en potto’s, en vroeger werden de galago’s in een onderfamilie van de loriachtigen (Lorisidae) geplaatst. mee te doorspiesen.’

Chimpansees delen alleen als het echt niet anders kan

Wat volgens Whiten in dat verhaal ontbreekt, is het sociale aspect. ‘Jagen doe je niet alleen. Chimpansees zitten samen kleinere apen achterna en ook mensen die grotere prooien te lijf gaan doen dat steevast in gezelschap. Anders is het veel te gevaarlijk.’ In hoeverre chimpansees echter afspraken maken, laat staan de taken verdelen, is omstreden. ‘Maar mensen die nog op traditionele wijze jagen – zoals de San in Zuid-Afrika – plegen uitgebreid overleg,’ vertelt Whiten, ‘over de strategie, over de interpretatie van sporen en naderhand ook over de afloop.’

‘Mensen die nog op traditionele wijze jagen plegen uitgebreid overleg’

Naast de technologische innovaties was ook die ontluikende samenwerking essentieel voor ons succes, denkt Whiten. ‘De versnellende wisselwerking tussen de evolutie van beide vaardigheden liet ons toe een evolutionaire verrassingsaanval uit te voeren op het wild waarop we jaagden.’

Samen jagen betekent ook samen delen, benadrukt Whiten. Nog zoiets waarin mensen uitzonderlijk bedreven zijn. ‘Jager-verzamelaars delen het vergaarde voedsel met iedereen in de groep op basis van nood, eerder dan verdienste of verwantschap.’ Chimpansees houden voedsel zelfs na een gezamenlijke jachtpartij nog het liefst gewoon zelf. ‘Wordt er toch gedeeld, dan beperken ze zich meestal tot een toegift aan erg hardnekkige bedelaars. Doorgaans gaat het dan om dieren waarmee ze geallieerd zijn.’ Mannelijke chimpansees vormen namelijk coalities om hun belangen te verdedigen, vertelt Whiten.

Sociale intelligentie dient niet alleen om anderen te beduvelen

De aanzienlijke intellectuele uitdagingen van het leven in groepsverband waren vermoedelijk verantwoordelijk voor het grootste deel van de evolutionaire groei van het primatenbrein, suggereerden Whiten en collega Dick Byrne al eind jaren tachtig. Ze doopten dat idee de ‘Machiavelliaanse Intelligentie’-hypothese, naar de Italiaanse filosoof en geschiedschrijver Niccolò Machiavelli, die de politieke intriges tijdens de Renaissance beschreef. ‘De inspiratie daarvoor haalden we uit het bekende boek Chimpanseepolitiek van de Nederlandse primatoloog Frans de Waal,’ vertelt Whiten, ‘die beschreef wat er zich eind jaren zeventig afspeelde in de chimpanseekolonie van Burgers’ Zoo in Arnhem. De Waal refereerde daarin regelmatig aan het werk van Machiavelli. HIj had namelijk vastgesteld dat de chimps nogal wat voorschriften van Machiavelli bleken toe te passen.’

De Waal benadrukte recent vooral de positieve aspecten van sociale intelligentie - in zijn boek Een tijd voor empathie beschrijft hij empathische chimpansees die elkaar helpen en troosten. Ook Whiten waarschuwt dat hij ‘Machiavelliaans,’ een woord dat vaak geassocieerd wordt met manipulatieve machtspolitiek, nooit uitsluitend negatief bedoeld heeft. ‘Misschien had die focus op eigenbelang en misleiding met de politieke context in de jaren tachtig te maken. Mijn zienswijze is sindsdien denk ik niet veel veranderd, maar primatologen zijn in de loop van de jaren inderdaad steeds meer aandacht gaan besteden aan behulpzame sociale interacties. Overigens: als je Machiavelli aandachtig leest, dan zie je dat de manipulaties die hij beschrijft ook vaak samenwerking tot doel hadden.’

Chimpansees op het vliegtuig

Chimpansees mogen dan schijnbaar volleerde Machiavellisten zijn, traditionele jager-verzamelaars zijn helemaal niet zo hiërarchisch, vertelt Whiten. ‘Dergelijke groepen hebben vaak geen aangeduide leider en belangrijke knopen worden gewoonlijk in de groep doorgehakt. Meer nog: wie de baas speelt, wordt door de anderen al snel op zijn plaats gezet, soms regelrecht uitgelachen.’ Hoe we zo geworden zijn? ‘Ik denk dat het onderlinge bedrog in de loop van onze evolutie ergens een plafond bereikte,’ zegt Whiten, ‘waarna het voor jager-verzamelaars eigenlijk eenvoudiger bleek om gewoon samen te werken en hun voedsel te delen.’

Toen mensen zich later op een vaste plek gingen vestigen en aan landbouw en handel gingen doen, werd het aanzienlijk eenvoudiger om rijkdom te vergaren en anderen te domineren. ‘Toen bleek weer dat de mensaap in ons nog altijd moeilijk de verleiding kan weerstaan om meer te graaien dan ons toekomt. Maar als je ziet hoeveel verontwaardiging die ongelijkheid veroorzaakt, dan zit dat egalitaire er blijkbaar toch ook nog altijd in.’

Vergeleken met chimpansees zijn mensen bovendien ontzettend verdraagzaam, benadrukt Whiten. ‘Mijn collega Sarah Hrdy beschreef ooit wat er zou gebeuren als je chimpansees zou dwingen om samen een vliegtuig binnen te schuifelen en te wachten tot alle apen voor hen hun bagage hebben opgeborgen en hun zitplaats hebben ingenomen. Dat zou uitmonden in een massale moordpartij. Mensen weten zich in dat soort situaties uitstekend te beheersen.’

Hoewel het populair is wat er gebeurt als we onze zelfbeheersing verliezen als onze ‘ware aard’ te omschrijven, is die dus net erg kenmerkend voor onze soort. Daarnaast zijn mensen ontzettend bedreven in het doorgronden van wat er zich in het hoofd van soortgenoten afspeelt, zegt Whiten.

‘Vijfjarige kinderen kunnen zich al een beeld vormen van wat anderen over hen denken. Ze begrijpen ook dat die ander er verkeerde opvattingen over de werkelijkheid op na kan houden – dat jij je sleutels op de verkeerde plaats gaat zoeken als ik ze zonder jouw medeweten ergens anders leg dan waar je ze had achtergelaten. Chimpansees begrijpen dat er dingen zijn die zij wel en jij niet kan zien - en ze maken daar ook gebruik van, bijvoorbeeld om voedsel te ontvreemden. Maar dat jij het verdwenen voedsel vervolgens gaat zoeken waar het niet meer ligt, daar kunnen ze met hun hoofd niet bij.’

Hoewel we onze verregaande bereidheid tot samenwerken, ons verlangen naar gelijkheid en onze vaardigheid om het gedrag van anderen te vertalen in een samenvatting van wat ze denken en willen dus tot op zekere hoogte delen met chimpansees - en de basis daarvan dus waarschijnlijk al bij onze gemeenschappelijke voorouder aanwezig was - is het duidelijk dat mensachtigen sindsdien een reusachtige voorsprong hebben genomen (hoe we dat deden leest u in de volgende aflevering).

Voor je daaruit echter concludeert dat mensen altijd slimmer zijn dan chimpansees nog even dit.

‘Mensenkinderen zijn geneigd om heel nauwgezet te kopiëren wat volwassenen hen voordoen,’ vertelt Whiten. ‘We testen dat in het lab met wat we ‘artificiële vruchten’ noemen: transparante toestelletjes met lekkers erin die verdomd moeilijk open te krijgen zijn. Doe je aan een kind van vier voor hoe het ding opengaat en doe je tussendoor ook dingen die duidelijk niets uithalen, zoals op de buitenkant tikken, dan zien we dat kinderen doorgaans alle stappen kopiëren.’

En chimpansees? ‘Die doen enkel wat echt nodig is om het ding open te krijgen,’ glimlacht Whiten. ‘Blijkbaar is het voor onze door technologie omringde kinderen vaak voordeliger om de ingewikkelde dingen die hun ouders doen gewoon na te apen in plaats van ze telkens proberen te doorgronden.’

Typisch mensen.

Wetenschapsjournalist Vernimmen studeerde biologie en schreef over wetenschap voor EOS, De Standaard, De Morgen, de Volkskrant en de internationale editie van New Scientist. interviewde zes wetenschappers over de vraag wat ons bijzonder maakt. Komende weken doet hij vanuit deze tuin verslag.

Wat ons brein zo bijzonder maakt (en wat niet) Ons brein is groter dan dat van andere dieren. Dat maakt het juist zo bijzonder. Maar hoe groot(s) is het nu precies? En waar dienen de hersenen voor? In deze zomerserie reis ik door het brein. In deze eerste aflevering: de evolutie van ons brein. Lees hier deel 1 uit deze serie terug Meer brein? Elektrische breinstimulatie voelt als aan een batterij likken. Het onderzoek ernaar is nog vooral aanmodderen. Toch gooien sommigen hun stimulators al gewoon op de markt. Willen we op deze manier gezonde mensen beter maken? Thalia Verkade zet haar bevindingen over experimenteel breinonderzoek op een rij. Lees hier het dossier terug

Facebook
Twitter
LinkedIn
Whatsapp
E-mail