57
Facebook
Twitter
LinkedIn
Whatsapp
E-mail
Als klimaatverandering een serieuze bedreiging vormt voor de samenleving, kun je overheden dan via de rechter dwingen in actie te komen? Volgende week doet een Nederlandse rechter uitspraak over deze prangende vraag. En de geschiedenis biedt alvast een mooi voorbeeld van een mogelijk antwoord.

Klimaatverandering is onrecht. En daar kunnen rechters wat aan doen

Dit verhaal gaat over de vraag wat rechters vandaag de dag kunnen betekenen voor de aanpak van het klimaatprobleem. Dat is geen theoretische kwestie. De Nederlandse rechter spreekt volgende week een vonnis uit in de zaak die actieorganisatie Urgenda heeft aangespannen tegen de Nederlandse staat, omdat die te weinig zou doen om gevaarlijke klimaatverandering te voorkomen. Daar kom ik later op terug.

Want dit verhaal begint op de Filipijnen, begin jaren negentig. Antonio Oposa, advocaat en milieuactivist, heeft een lumineus idee dat verregaande consequenties zal hebben.

Hij wil de industriële houtkap in zijn land een halt toeroepen. In amper honderd jaar is Hier vind je gedetailleerde cijfers over de ontbossing in de Filipijnen. 90 procent van het Filipijnse oerwoud gekapt. Een kleine elite is er miljarden dollars rijker van geworden, miljoenen mensen zijn ontheemd geraakt en de veerkracht van de natuur is ernstig aangetast. De archipel die door een Spaanse dichter eens La Perla del Mar de Oriente werd genoemd, De Filipijnen hebben altijd bekendgestaan om hun natuurlijke rijkdom. In 1898, toen de Spaans-Amerikaanse oorlog ten einde liep, kochten de Amerikanen de Filipijnen van Spanje voor 20 miljoen dollar. Rond het jaar 1900 was ongeveer 70 procent van het eilandenrijk bedekt met oerwoud. Het was in dat jaar, toen de Filipijnen oorlog voerden om onafhankelijk te worden van hun Amerikaanse kolonisator, dat het Amerikaanse congreslid Alfred Beveridge zei wat het voltallige establishment in Washington moet hebben gedacht: ‘Het hout van de Filipijnen kan de wereld een eeuw lang van meubels voorzien… [De] Filipijnen leveren wat wij niet kunnen produceren.’

De Amerikaanse kolonisatie was het begin van de grootschalige houtkap in het eilandenrijk. In 1900 was 21 miljoen hectare van het land bedekt met oerwoud. In 2011 was dat volgens de FAO nog 7.168 hectare. De houtkap werd door vele inwoners gezien als een groot onrecht, als een verlies van een manier van leven, als plundering of als roofbouw op toekomstige generaties. Maar het werd ‘economische ontwikkeling’ genoemd, en toen de Amerikanen waren vertrokken bleef dat dogma hangen.

Wat, denkt Antonio Oposa, als ik de rechter vraag zich hierover uit te spreken? Wat als ik kan laten zien dat wat onrechtvaardig voelt illegaal is?

Oposa wil aantonen dat de overheid, door houtkapvergunningen te verlenen, roofbouw faciliteert waar toekomstige generaties Hier lees je meer over de gevolgen van ontbossing. de dupe van zullen worden. Hun recht op een evenwichtige en gezonde leefomgeving wordt geschonden.

En wie kan dat betoog beter houden dan de toekomstige generaties zelf? Oposa vraagt vrienden en familie of hij namens hun kinderen mag procederen. Hij lanceert zijn rechtszaak uiteindelijk namens 43 kinderen en hun ouders en namens alle Filipijnse Zijn eigen kinderen waren onder de aanklagers: zijn oudste was toen drieënhalf jaar oud, zijn jongste negen maanden.

De eerste rechter verklaart de (ongeboren) kinderen niet ontvankelijk en De rechtbank vond de aanklacht van Oposa aanvankelijk te weinig specifiek. Volgens de rechter was het onrecht dat Oposa wilde wegnemen niet precies genoeg gedefinieerd. Bovendien had de politiek de vergunningen voor de houtkap vergeven, en zou het annuleren daarvan een inbreuk op de scheiding der machten zijn. Tot slot stond in de grondwet dat overeenkomsten tussen de overheid en bedrijven nagekomen moesten worden, het annuleren van de concessies zou daarmee in strijd zijn. Maar Oposa gaat in hoger beroep en bij het Hooggerechtshof gebeurt iets opmerkelijks.

De kinderen krijgen op alle punten gelijk.

Ontbossing van het Amazonegebied in Brazilië. Foto: Ricardo Funari/Getty Images

Ontbossing van het Amazonegebied in Brazilië. Foto: Ricardo Funari/Getty Images

Elke generatie is verantwoordelijk voor de volgende

De concessies die de overheid aan de houtkappers had verleend waren onrechtmatig. Want in feite verleenden ze toestemming om toekomstige generaties van een gezonde leefomgeving te beroven. Politici hebben het recht niet de natuur zodanig te ontwrichten dat toekomstige generaties er niet meer in of van kunnen leven. Zelfs al zouden ze, onder het mom van ‘economische ontwikkeling,’ alle natuurlijke rijkdommen in één generatie op willen maken.

De Filipijnse rechter gaat nog verder. Hij herinnert de Filipijnse overheid aan haar actieve grondwettelijke plicht om de gezonde leefomgeving De Filipijnse rechter had een sterke argument: het recht op een ‘clean and healthy ecology’ staat in de Filipijnse grondwet (en niet in de Nederlandse). Maar in zijn vonnis maakte de hoogste rechter duidelijk dat hij die constitutionele bepaling niet eens nodig had om tot zijn oordeel te komen. Het principe van ‘intergenerationele verantwoordelijkheid’ waarop Oposa zich beriep hoorde bij ‘een geheel andere categorie’ dan bijvoorbeeld burgerrechten omdat het direct betrekking heeft op zelfbehoud en zelfbestendiging, rechten die vooraf gaan aan welke overheid of grondwet dan ook. ‘As a matter of fact, these basic rights need not even be written in the Constitution for they are assumed to exist from the inception of mankind,’ aldus het vonnis.

Het recht op een gezond milieu is in meer dan honderd Grondwetten ter wereld opgenomen. In Nederland is door advocaat en oprichter van ‘Stand Up For Your Rights’ Jan van de Venis voorgesteld om het volgende artikel toe te voegen aan artikel 21 van de Grondwet: ‘Ieder heeft het recht op een gezond en schoon leefmilieu, dat beschikbaar is voor gedeeld gebruik en van essentieel belang is voor een gezonde levenskwaliteit, en op bescherming van het leefmilieu ten behoeve van huidige en toekomstige generaties.’ Momenteel ontbreekt zo’n bepaling.

Het kwam bekend te staan als de ‘Oposadoctrine,’ het idee dat elke generatie de verantwoordelijkheid heeft om het milieu te behouden voor de volgende generatie. Het idee dat kinderen naar de rechter mogen stappen in naam van hun eigen en toekomstige generaties om hun leefomgeving te beschermen.

Er staan vele mensenlevens op het spel. Daarmee is klimaatverandering een vraagstuk van mensenrechtenschendingen geworden

Het was een kwestie van tijd tot In dit nummer van het Nederlands Juristenblad een informatief artikel over democratie, rechtsstaat en de rechten van toekomstige generaties. dit principe ook op klimaatverandering zou worden toegepast.

Die tijd is nu gekomen.

Eind 2013 heeft Urgenda de Nederlandse staat aangeklaagd omdat die te weinig zou doen om gevaarlijke klimaatverandering te voorkomen. Daarmee brengt de overheid niet alleen de leefomgeving van toekomstige generaties in gevaar, maar het leven zelf, zo luidt de redenering Oposa is nu bezig met een campagne om het Internationaal Hof van Justitie in Den Haag naar een opinio juris (advisory opinion) te vragen over de verplichtingen van staten inzake het klimaatprobleem.

‘Dit gaat al lang niet meer over verdrinkende ijsberen alleen,’ zei advocaat Roger Cox toen. ‘Er staan vele mensenlevens op het spel en daarmee is het een vraagstuk van mensenrechtenschendingen geworden.’

Ik schreef destijds dit verhaal over Urgenda’s klimaatzaak:

Het proces: de mensheid versus de Nederlandse staat Actiegroep Urgenda heeft de Nederlandse staat aangeklaagd, omdat deze te weinig zou doen om gevaarlijke klimaatverandering te voorkomen. Ze wil radicale reductie van CO2-uitstoot via de rechter afdwingen. De zaak is uniek in de wereld. Maar maakt ze ook een kans? Lees het verhaal

Ook Hier de Belgische dagvaarding. in België en in In Amerika is de organisatie ‘Our Children’s Trust’ betrokken bij een serie rechtszaken. Eind december 2014 werd bekend dat de zaak op Federaal niveau niet door de Supreme Court zal worden gehoord. Maar in verschillende staten lopen nog zaken, onder meer in Oregon, Massachusetts, Colorado, Washington en North Carolina. wordt Hier vind je een uitgebreid overzicht van alle klimaatgerelateerde zaken in de VS. geprocedeerd voor Hier vind je meer informatie over de lopende zaken in de VS. adequaat klimaatbeleid. En eerder deze maand spraken vertegenwoordigers van onder meer Fiji, de Solomoneilanden en de Filipijnen de ThinkProgress deed verslag van de plannen van de ‘Tiny Island Nations.’ gemeenschappelijke intentie uit om Wie de grootste ‘veroorzakers’ van klimaatverandering zijn? Negentig fossiele energiebedrijven, volgens dit onderzoek, want zij hebben twee derde van alle koolstof uit de grond gehaald. de grootste veroorzakers van klimaatverandering ‘We view climate change as a social injustice that must be addressed by international institutions and governments, most especially those responsible for contributing to the climate crisis,’ zei Zelda Soriano van Greenpeace, dat de landen bij elkaar bracht op het door klimaatverandering bedreigde eiland Vanuatu.

Kan het recht een rol spelen in het aanpakken van het klimaatprobleem?

Of het recht voor het klimaat ook echt een verschil kan maken, weten we nog niet. Het klimaatrecht is Meer over ontwikkelingen in het klimaatrecht bij het Sabin Center for Climate Change Law (Columbia Law School). een weinig ontwikkeld vakgebied en in de genoemde zaken moet nog worden gevonnist.

De achterliggende vraag is wat staten vanuit juridisch perspectief eigenlijk moeten doen om hun CO2-uitstoot terug te brengen. Een groep prominente juristen en wetenschappers heeft deze vraag de afgelopen jaren proberen te beantwoorden. De groep werd opgericht door jurist Jaap Spier en filosoof Thomas Pogge en bestond uit De groep bestond naast Spier en Pogge uit: Antonio Benjamin (rechter aan het Hooggerechtshof, Brazilië) Michael Gerrard (hoogleraar klimaatrecht, Colombia University, VS), Toon Huydecoper (voormalig advocaat-generaal van de Hoge Raad, Nederland), Michael Kirby (voormalig rechter van de Hoge Raad, Australië) Mahesh Chandra Mehta (advocaat bij de Hoge Raad, India), Dinah Shelton (hoogleraar internationaal recht, George Washington Universiteit, VS), James Silk (hoogleraar internationaal mensenrecht, Yale Law School, VS), Jessica Simor (advocaat, Verenigd Koninkrijk), Elisabeth Steiner (rechter aan het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, Oostenrijk), Philip Sutherland (hoogleraar recht, Stellenbosch Universiteit, Zuid-Afrika), Qin Tianbao (hoogleraar milieu- en internationaal recht, Wuhan University, China). Spier is hoogleraar aansprakelijkheidsrecht en advocaat-generaal bij de Hoge Raad in Den Haag, Pogge is hoogleraar filosofie en internationale betrekkingen en directeur van het Global Justice Program van de Universiteit van Yale.

‘Tot nu toe hebben juristen niet in kaart gebracht wat er nu precies door wie moet worden gedaan om het klimaatprobleem aan te pakken,’ zegt Jaap Spier in een gesprek in zijn werkkamer in het gebouw van de Hoge Raad in Den Haag. ‘Wij wilden een helder beeld scheppen over de verplichtingen van landen en bedrijven.’

Na ontmoetingen in Den Haag, New York, Londen en Oslo kwam de groep in maart naar buiten met het resultaat van haar jarenlange beraadslaging: Hier vind je de Oslo Beginselen. de Oslo-beginselen, genoemd naar de stad waar ze werden vastgesteld. Volgens het document hebben overheden en bedrijven op basis van De Beginselen beroepen zich niet op één (nationale) wet of op één rechtsgebied, maar op een combinatie van gevestigd internationaal recht, milieurecht en aansprakelijkheidsrecht. Hierover stellen de Beginselen: ‘No single source of law alone requires States and enterprises to fulfil these Principles. Rather, a network of intersecting sources provides States and enterprises with obligations to respond urgently and effectively to climate change in a manner that respects, protects, and fulfils the basic dignity and human rights of the world’s people and the safety and integrity of the biosphere. These sources are local, national, regional, and international and derive from diverse substantive canons, including, inter alia, international human rights law, environmental law and tort law.’ al Hier vind je een uitgebreide toelichting bij de Beginselen. een verregaande morele en wettelijke plicht om hun emissies terug te brengen.

De Beginselen scheppen zelf geen juridische verplichtingen, ze zijn eerder een opinio juris: een beargumenteerde juridische visie, bedoeld als leidraad voor wie wil procederen over het klimaat, en als houvast voor rechters die met klimaatzaken te maken krijgen. Zij kunnen in de Beginselen hun licht opsteken over Dit artikel in The Guardian vergezelde de publicatie van de Oslo Beginselen. de juridische grondslagen die van toepassing zijn op het klimaatprobleem.

Ontbossing van het regenwoud in Sumatra (Indonesië). Foto: Kemal Jufri/AFP

Ontbossing van het regenwoud in Sumatra (Indonesië). Foto: Kemal Jufri/AFP

Waarom klimaatverandering een zaak voor de rechter is

Als we klimaatverandering op zijn beloop laten, zal dat leiden tot ingrijpende schendingen van mensenrechten, zegt Thomas Pogge in een gesprek via Skype vanuit zijn hotelkamer in Tel Aviv, waar hij op werkbezoek is. ‘Neem het recht op toegang tot voedsel en water. Dat wordt In dit rapport vind je een overzicht van de mensenrechtenschendingen als gevolg van klimaatverandering. ernstig bedreigd door klimaatverandering, bijvoorbeeld doordat extreem weer toeneemt.’

Rechters hebben de unieke positie dat ze politici kunnen beteugelen

In februari stuurde een grote groep ngo’s nog Hier vind je de oproep van een groot aantal organisaties om meer rekening te houden met mensenrechten tijdens klimaatonderhandelingen in Parijs. een brief aan de VN om aandacht te vragen voor de relatie tussen mensenrechtenschendingen en het klimaatprobleem.‘Climate change is a global injustice to present and future generations, and one of the greatest human rights challenges of our time,’ ‘We are highly concerned about the grave harm that climate change is already causing, and will continue to cause, to people and communities as well as to the environment on which we all depend,’ zo leest de brief. Er wordt hier met recht alarm geslagen. Volgens verschillende schattingen vallen er nu jaarlijks al tussen de 150.000 en 400.000 doden als gevolg van klimaatverandering. Het gaat dan bijvoorbeeld om mensen die onvoldoende toegang hebben tot voedsel of drinkwater, wat gedeeltelijk weer kan worden teruggevoerd op het veranderende klimaat. Aan deze stervensgevallen gaat altijd een schending van mensenrechten vooraf. Arme landen die het minst hebben bijgedragen aan het klimaatprobleem, zullen de ernstigste gevolgen ondervinden.

De redenering in de Beginselen is simpel: wie bijdraagt aan het klimaatprobleem, draagt bij aan de schending van mensenrechten. Staten kunnen daarvoor bij uitstek ter verantwoording worden geroepen, In de uitwerking richten de Beginselen zich hoofdzakelijk op overheden en in de tweede plaats op bedrijven. Burgers blijven buiten schot, want zij kunnen niet rechtstreeks verantwoordelijk worden gehouden voor hun aandeel in het schenden van mensenrechten. Staten daarentegen kunnen zowel burgers als bedrijven dwingen, althans in theorie, om geen mensenrechtenschendingen te veroorzaken. Ik focus me daarom in het vervolg vooral op de verplichtingen van staten zoals die in de Beginselen zijn omschreven.

De Beginselen zijn expliciet bedoeld om rechters bij het probleem te betrekken, zegt Pogge. ‘Rechters hebben de unieke positie dat ze politici kunnen beteugelen. Als een rechtbank zegt dat de overheid iets moet doen of laten, dan moet ze wel gehoorzamen.’

Een rechtvaardig principe voor iedereen

Maar welke maatstaf kunnen rechters hanteren om te bepalen wat landen precies moeten doen? De groep ging op zoek naar één principe dat voor alle landen ter wereld zou kunnen gelden. Het ‘carbon budget’ kwam in aanmerking: de hoeveelheid CO2 die we nog kunnen uitstoten als we een redelijke kans willen hebben dat de opwarming De internationale gemeenschap heeft in 2010 in Cancún vastgesteld dat de grens voor gevaarlijke klimaatverandering ligt op 2 graden Celsius opwarming. Dat was een politiek besluit: het is niet gezegd dat gevaarlijke effecten van klimaatverandering uitblijven als de opwarming onder de 2 graden blijft. Want de verandering van het klimaat maakt ook nu al dodelijke slachtoffers. Volgens verschillende schattingen vallen er nu jaarlijks al tussen de 150.000 en 400.000 doden als gevolg van klimaatverandering. Het gaat dan bijvoorbeeld om mensen die onvoldoende toegang hebben tot voedsel of drinkwater, wat gedeeltelijk weer kan worden teruggevoerd op het veranderende klimaat. Recent is discussie ontstaan over de vraag of 1,5 graad geen beter streven zou zijn als ‘veilige’ grens voor de opwarming van de aarde. Door dit budget te delen door de totale wereldbevolking is per hoofd van de bevolking een aanvaardbaar uitstootniveau vastgesteld. Onderontwikkelde, dichtbevolkte landen blijven per hoofd van de bevolking ver beneden dit uitstootniveau en hoeven hun uitstoot volgens de Beginselen dus – meestal - niet te beperken.

Dit geldt niet voor ontwikkelde landen. Nederland zou zijn emissies sneller moeten terugbrengen dan Bangladesh, zo volgt uit de Beginselen. Dat lijkt inderdaad rechtvaardig. Wij hebben historisch Tussen 1972 en 2010 stootte Nederland in totaal 426 ton CO2 uit per hoofd van de bevolking (gemiddeld 10,9 ton per Nederlander per jaar). Bangladesh kwam niet verder dan 6,6 ton (gemiddeld 0,17 ton per inwoner per jaar). De cijfers komen van de Wereldbank. en daarmee hebben we onze huidige economische welvaart bereikt, terwijl voor Bangladesh eerder het omgekeerde geldt. Wij kunnen het ons bovendien beter veroorloven om onze emissies terug te brengen.

Bron: World Development Indicators

Bron: World Development Indicators

Door één regel te formuleren waar alle landen onder vallen, hopen Spier en Pogge de vaagheid rond de verplichtingen van landen weg te nemen. Denk bijvoorbeeld aan Zuid-Afrika, dat per hoofd van de bevolking een CO2-voetafdruk heeft die historisch gezien vergelijkbaar is met die van Nederland. Toch is het discutabel om te zeggen dat Zuid-Afrika net zoveel aan emissiereductie moet doen als Nederland, wat de Beginselen zeggen. Want in Zuid-Afrika leeft ongeveer een kwart van de bevolking van minder dan 2 dollar per dag. Je kunt stellen dat Zuid-Afrika beter kan investeren in het tegengaan van armoede (al dan niet met meer CO2-emissies tot gevolg), dan in het terugbrengen van de uitstoot, terwijl Nederland gezien het hoge welvaart- en kennisniveau juist een extra verantwoordelijkheid heeft om klimaatverandering tegen te gaan. maar in verreweg de meeste gevallen zijn landen die nu veel uitstoten, ook historisch gezien de grootste veroorzakers van klimaatverandering. Zij voelen zich nu alleen verplicht tot de emissiereducties die ze voor zichzelf stellen – en die zijn collectief niet voldoende om gevaarlijke klimaatverandering te voorkomen. Met name westerse landen begeven zich in de juridische gevarenzone. Zij stoten nu meer broeikasgassen uit dan toelaatbaar volgens de Beginselen.

Wat het ene moment legaal is, kan het volgende illegaal zijn

Spier en Pogge zouden het ideaal vinden als de Beginselen gaan werken zonder dat ze in rechtszaken worden afgedwongen, simpelweg doordat ze duidelijk maken wat rechtvaardig is. Maar de twee zijn realistisch genoeg om te zien dat de Beginselen pas echt effect zullen hebben als een rechter vonnist in lijn met de grondslagen die zij op papier hebben gezet. (Want dan zijn de Beginselen geen ‘opinie’ meer, maar onderdeel van de jurisprudentie.)

Je hebt dan wel een welwillende rechter nodig, erkent Spier, want tot nu toe wordt bijvoorbeeld het aansprakelijkheidsrecht Er wordt wel steeds meer gesproken over schadevergoeding voor slachtoffers van klimaatverandering. Spier is daar buitengewoon kritisch over. Hij vindt dat voorkoming van het klimaatprobleem (juridische) prioriteit zou moeten krijgen, omdat daarmee ook de kans op schade kan worden verkleind. Spier wil zich verder niet uitlaten over schadevergoeding, maar één ding is duidelijk: mocht het juridische zwaartepunt steeds meer bij schadevergoedingen komen te liggen, dan is dat een aanvullend argument voor staten om nu te handelen. Als zij dat niet doen, kan het ze op termijn flink wat gaan kosten.

Maar wat het ene moment legaal is, kan het volgende illegaal zijn, omdat de rechter het zegt. Zoals in de zaak van Antonio Oposa.

En zoals, misschien wel, in de klimaatzaken die nu lopen.

Ontbossing van het Amazonegebied in Brazilië. Foto: Raphael Alves/AFP

Ontbossing van het Amazonegebied in Brazilië. Foto: Raphael Alves/AFP

De verplichting van de overheid

Maar zelfs als de (Nederlandse) rechter bereid is om het bestaande recht welwillend te interpreteren om het onrecht van klimaatverandering weg te nemen, dan blijven er nog hobbels over. Rechters kunnen het bijvoorbeeld niet opnemen voor ‘mensenrechten in het algemeen.’ Specifieke schendingen van mensenrechten door klimaatverandering zijn moeilijk aan te tonen. Wat is bijvoorbeeld de bijdrage van de Nederlandse CO2-uitstoot aan het verhoogde overstromingsrisico in Bangladesh? Hoe leidt dat concreet tot The Washington Post over ‘The subtle — but very real — link between global warming and extreme weather events.’ een gebrek aan drinkwater voor een lokale inwoner?

Onze emissies hebben effect op het klimaatprobleem. Dat is genoeg reden om tegen de overheid zeggen: je hebt de verplichting om je werk beter te doen

‘Als je het over schadevergoeding hebt, zijn dat interessante vragen,’ zegt Spier. ‘Maar als we het hebben over het oplossen van het probleem, dan hoef je helemaal niet zo ver te gaan. Onze emissies hebben effect op het klimaatprobleem. Dat is genoeg reden om tegen de overheid zeggen: je hebt de verplichting om je werk beter te doen.’

En wat als een land veel geld moet uitgeven om de emissies terug te brengen? Spier erkent dat concrete investeringen altijd onderwerp zullen zijn van In Nederland kun je hierbij bijvoorbeeld denken aan de vraag of het rendabel is te investeren in windmolens op zee. De meningen daarover lopen nogal uiteen. Rekenmeesters zoals het CPB of het PBL kunnen de rentabiliteit van windmolens berekenen, maar dan is het maar net de vraag welke vooronderstellingen zij doen. In hoeveel jaar zouden de windmolens zich bijvoorbeeld moeten terugverdienen om nu ‘rendabel’ te worden genoemd? En houdt de calculator rekening met de verborgen kosten van fossiele energie, zoals gezondheidsschade door een kolencentrale? (Die kosten kunnen worden uitgespaard door te investeren in duurzame energie.) Omdat verschillende rekenaars verschillend omgaan met deze kwesties, blijft de vraag of investeringen in duurzame energie zich terugverdienen, altijd onderwerp van politieke strijd – of visie. ‘We hebben dat opgelost door verplichtingen te stapelen. Landen hebben bovenal de verplichting om hun uitstoot terug te brengen voor zover ze boven de toelaatbare grens zitten.’ Ze zullen dus ook in beweging moeten komen als het ze wel geld kost.

Maar strekt de verantwoordelijkheid van een klein land wel ver genoeg om het juridisch aan te spreken?

Nederland was in 2014 bijvoorbeeld verantwoordelijk voor niet meer dan Meer cijfers over de CO2-uitstoot (en ‘performance’) van verschillende landen vind je in de Climate Change Performance Index. 0,52 procent van de wereldwijde CO2-uitstoot. ‘Je kunt zeggen dat de bijdrage van een specifiek land te klein is,’ zegt Spier, en dat er dus geen juridische verplichting is om de uitstoot terug te brengen. Je kunt dat volhouden, maar ik acht het niet juist. Er zijn talloze situaties waarin heel kleine bijdragen toch voldoende zijn om verplichtingen in het leven te roepen.’

De zachte macht van het recht

Het zou zonde zijn om de Beginselen als een puur juridische exercitie te beschouwen, zegt Pogge. Mensen kunnen in beweging komen en de druk op de politiek opvoeren als ze een praktijk als eerlijk of juist oneerlijk zien. Pogge: ‘We mogen de kracht van ideeën niet onderschatten. Denk aan de burgerrechtenbeweging in de VS, waar mensen het idee kregen dat slavernij fout is, dat zwarte mensen dezelfde kansen verdienen als blanke mensen. Dat kan hier ook gebeuren: als mensen inzien dat het terugbrengen van emissies eerlijk is, dan kan dat tot actie aanzetten.’

De hoeveelheid CO2 die we nog kunnen uitstoten is beperkt, en als het ene land een groter deel van de overgebleven CO2-emissies neemt dan het andere, is dat oneerlijk. Pogge: ‘Wat als mensen gaan zeggen: ‘Ja, ik weet dat de VS meer macht heeft dan Bangladesh, maar het zou oneerlijk zijn om die macht te gebruiken om een groter deel van de overgebleven CO2-emissies te grijpen dan Bangladesh’.’

‘Het recht is een levend instrument,’ ‘De Principes zijn gebaseerd op een extensieve uitleg van het bestaande recht. Over die uitleg kun je verschillend denken. Maar ook als deze uitleg erg vooruitstrevend zou zijn, zou het recht zich zo kunnen – en moeten – ontwikkelen.’? Spier is realistisch over de potentie van de Beginselen. ‘Als politici, bedrijven en rechters niks in de Oslo Beginselen zien, dan zullen ze geen enkele impact hebben.’ Maar als rechters, advocaten, mensenrechten- en klimaatactivisten er gebruik van gaan maken, kan er een vliegwiel ontstaan, denkt Spier. Misschien kunnen de Beginselen dan zelfs een rol spelen in internationale onderhandelingen, waar ze een steun in de rug kunnen zijn voor arme landen. ‘De Oslo Beginselen zijn net zo sterk of net zo zwak als de gebruikers ervan ze willen zien,’ aldus Spier. ‘Gaan deze Beginselen het probleem oplossen?’ vraagt hij retorisch. ‘Nee. Kunnen ze een nuttige bijdrage leveren? Dat zou best kunnen.’ We kunnen het gebruiken om het gesprek over klimaatverandering te voeren in termen van wat rechtvaardig is.

Het klimaat in een paar generaties ontwrichten voor alle generaties na ons, is niet rechtvaardig.

Palmolie plantage waar vroeger regenwoud was in Sumatra (Indonesië). Foto: Ulet Ifansasti/Getty Images

Palmolie plantage waar vroeger regenwoud was in Sumatra (Indonesië). Foto: Ulet Ifansasti/Getty Images

De grote troef van een goede zaak is een sterk verhaal

De Filipijnse Antonio Oposa heeft zichzelf altijd Deze tekst van Oposa (vanaf halverwege de pagina) geeft een indruk van zijn stijl. een verhalenverteller genoemd en het recht zijn medium. In dit paper lees je veel meer over het leven van Antonio Oposa (en over zijn rechtszaak). Zijn impact is aanzienlijk geweest.

Met de uitspraak van het Hooggerechtshof gebeurde aanvankelijk weinig. De bestuursrechter werd opnieuw gevraagd naar de concessies voor houtkap te kijken, maar die zaak stierf een stille dood, en Oposa procedeerde niet verder. Hij had Oposa noemt dit zelf ‘the star principle’: een rechtszaak vertelt een verhaal, leidt tot discussie, zet aan tot actie, en komt hoe dan ook tot een resolutie. Hij maakt van dit principe gebruikt om de belangen van toekomstige generaties op de agenda te zetten. al binnen: een publieke uitspraak van de hoogste rechter, gevolgd door een aanzienlijke hoeveelheid aandacht van de media en druk van het publiek. De verantwoordelijke minister gebruikte die druk om al tijdens de rechtszaak Natuurlijk kan niet alle eer naar Oposa gaan. Voor zover in de jaren negentig sprake was van een ommekeer bij de Filipijnse overheid, is die ook te danken aan ernstige overstromingen waar het land door de industriële ontbossing extra vatbaar voor was geworden. Maar de aanklacht van Oposa zorgde ervoor dat de dienstdoende minister de licenties voor houtkap in de ‘virgin forests’ (oerbos) direct schrapte, nog voordat het Hooggerechtshof had gevonnist. Sinds 2011 zijn er geen commerciële vergunningen meer voor houtkap op de Filipijnen, en hoewel er nog steeds illegaal hout wordt gewonnen, zijn er ook Volgens Global Forest Watch is er in de periode 2001-2013 663.600 hectare bos in de Filipijnen verdwenen en 272.700 hectare bos bijgekomen, een netto verlies van 391.000 hectare dus. Volgens de FAO is er in de periode 2000-2010 juist 60.000 hectare bos bijgekomen. Het verschil zit hem in de definitie van ‘bos’. Global Forest Watch geeft cijfers over bebost gebied met een dichtheid (‘canopy density’) van 30 procent of meer. Het FAO noemt een gebied al bebost bij een ‘canopy cover’ van 10 procent. De positieve ontwikkeling die de FAO schetst, komt in de data van Global Forest Watch dus (nog) niet terug. De Filipijnse overheid heeft meer dan 25 miljoen dollar geïnvesteerd om 1,5 miljoen hectare bos terug te laten groeien.

In deze video vertelt Oposa over zijn zaken en over zijn opvattingen over ‘climate justice.’ Na het woud wendde Oposa zich tot het water. In 1999 haalde hij een opmerkelijke overwinning in een zaak tegen de Filipijnse overheid over de vervuiling van de Baai van Manilla. De hoogste rechter oordeelde dat twaalf overheidsinstanties moesten samenwerken om de baai op te ruimen, dat ze actieplannen moesten indienen, en regelmatig aan de rechtbank verslag moesten doen van hun vorderingen.

Weer was Oposa erin geslaagd om verantwoordelijk gedrag van de overheid via de rechter af te dwingen.

Dat blijft een inspirerend perspectief.

Volgende week bespreek ik de afloop van de zaak van Urgenda tegen de Nederlandse staat.

Hoe duurzaamheid een duurzame samenleving in de weg staat (en wat eraan te doen) Het hedendaagse energiesysteem moet op de schop als we gevaarlijke klimaatverandering willen voorkomen. Maar hoe ziet een alternatief systeem eruit en hoe komen we daar? Hoogleraar Derk Loorbach onderzoekt de omwenteling van maatschappelijke systemen. Dit zijn zijn belangrijkste inzichten. Lees het stuk hier terug China pakt zijn kolenverslaving aan (en nog vier hoopvolle ontwikkelingen voor het klimaat) Hoe snel kan de wereld in beweging komen om het klimaatprobleem effectief aan te pakken? De laatste weken heb ik het gevoel dat het weleens sneller zou kunnen gaan dan we tot voor kort voor mogelijk hielden. Een overzicht van enkele veelbelovende ontwikkelingen. Lees het stuk hier terug

In gesprek:
Jelmer Mommers
Correspondent Klimaat & Energie Resoneert het idee van klimaatverandering als onrecht bij jullie? Lijkt het jullie nuttig als juristen en rechters zich er meer mee bezig gaan houden?
Resoneert het idee van klimaatverandering als onrecht bij jullie? Lijkt het jullie nuttig als juristen en rechters zich er meer mee bezig gaan houden?