Als een profvoetballer uit de jaren zeventig of tachtig het clubhuis van een profvoetbalclub van nu zou binnenlopen, zou hij schrikken: wat doen al die mensen hier die nooit profvoetbal hebben gespeeld?

Bewegingswetenschappers, inspanningsfysiologen, diëtisten, krachttrainers, videoanalisten, – ze zijn de afgelopen decennia allemaal dwars door een imaginair bord gelopen waarop stond:

VERBODEN TOEGANG - WANT WAT WEET JIJ NOU HELEMAAL VAN VOETBAL?

Naarmate het voetbal competitiever werd, namen clubs hun toevlucht tot alles wat hun beter kon maken. Zelfs tot mensen die het spel zelf nooit op het hoogste niveau hadden gespeeld – iets wat in toenemende mate ook voor coaches Competitie bracht kortom emancipatie.

Toch is er nog een grote groep die hiervan verstoken is gebleven. Een groep die wil bijdragen, kan bijdragen en, wegens gebrek aan belangstelling voor hun diensten, ook nog eens goedkoop is om in te huren:

Vrouwen.

Van de duizenden profteams ter wereld zijn maar twee vrouwen actief als hoofdcoach

Ze zijn er niet. Wel in het vrouwenvoetbal. Kijk naar het afgelopen vrouwen-WK in Canada. Van de 24 teams hebben zeven er een vrouw als coach. Bescheiden, maar toch. Maar het aantal teams dat bij het mannen-WK een vrouw als coach of assistent-coach had?

Inderdaad: nul.

Sterker, van de duizenden profteams ter wereld zijn maar twee vrouwen actief als hoofdcoach. Corinne Diacre traint het Franse Clermont Foot, dat speelt in de Franse tweede divisie, en in Zuid-Afrika traint Tracy Pepper de mannen van Alexandra United, op het derde niveau.

Dat is het.

Nu zul je misschien denken: dat is het stomme, conservatieve voetbal, in andere sporten coachen vrouwen wel. Zie Alyson die de mannenhockeyers van Amsterdam in de hoofdklasse coacht. Of zie Amélie die toptennisser Andy Murray traint.

Maar dat zijn slechts incidenten. De afwezigheid van vrouwen geldt namelijk voor sport in de breedte. En opmerkelijk: het aantal vrouwen dat werkt als coach, in vrouwen- en mannensport, is de afgelopen decennia juist afgenomen.

Deze cijfers komen uit de Verenigde Staten, waar veel onderzoek naar gender en sport wordt gedaan. Cijfers voor Europa zijn minder wijdverspreid, maar onderzoekers zien vrijwel hetzelfde fenomeen. Het aantal vrouwen als coach neemt eerder af dan toe, constateerden Duitse onderzoekers een paar jaar geleden. Slechts 12,9 procent van de coaches in olympische sporten vrouw. Wereldwijd heeft slechts 7 procent van alle vrouwenvoetbalteams een vrouw als en zelfs in het geëmancipeerde Europa is dat percentage maar 20 procent, Het aantal vrouwen dat afgelopen seizoen coachte in de de vrouweneredivisie voetbal? .

In dit licht gezien valt te verwachten dat de opvolger van Roger Reijners, een man zal zijn.

Emancipatie leidt tot uitsluiting

Hoe kan dit, in de zogenaamde zuivere van de sport? En in een tijd waarin de leidinggevende capaciteiten van vrouwen buiten kijf staan?

Een van de verklaringen is geld.

Dat zit zo: nadat de Amerikaanse president Nixon in 1972 een wet tekende met de naam werden alle universiteiten in de Verenigde Staten verplicht ook sport voor meisjes en vrouwen aan te bieden. Het resultaat was een boom in vrouwensport, die in de Verenigde Staten toch al veel populairder was - - dan in Europa.

Een van de gevolgen van de toegenomen populariteit was dat er meer geld in de vrouwensport omging. Coachposities werden beter betaald, en dus ook gewilder voor mannen - en dan met name de mannen die het niet redden in de mannensport.

Vóór Title IX, schrijven Acosta en Carpenter in hun laatste rapportage, was 90 procent van de coaches in de Amerikaanse vrouwensport vrouw. In 2014 was dat nog maar 43 procent. De emancipatie van de vrouw als atleet leidde dus tot de de-emancipatie van de vrouw als .

Maar ‘geld’ is geen afdoende verklaring. Het geld lokte mannen naar de vrouwensport. Maar waarom kiezen die clubs en universiteiten dan liever mannen?

Carpenter en Acosta wijzen erop dat de ‘athletic directors,’ de personen die coaches aanstellen, overwegend man zijn. En mannen kiezen mannen. Wat dan weer tot de vraag leidt waarom die athletic directors man zijn.

Foto: Getty Images
Foto: Getty Images

Voetballen als een meisje

De verklaring daarvoor is niet al te moeilijk. Sport is lange tijd alleen een mannen- en jongenszaak geweest, zegt Annelies hoogleraar sport en lichamelijk opvoeding aan de Universiteit Utrecht. Mannelijkheid en sport zijn in de moderne psyche vaak met elkaar verbonden. ‘Als een jongen slecht speelt, dan heet het vaak dat hij “als een meisje voetbalt.” Als een meisje goed voetbalt, speelt zij als een jongen.’

Het beeld van een coach of een sportbestuurder is om diezelfde reden een man, zegt Knoppers. Buiten de sport gelden de benodigde eigenschappen - leiderschap, intelligentie, communicatieve vaardigheden – niet per se meer als mannelijke of vrouwelijk. In de sport is het anders.

‘Vrouwen zijn prima voor het coachen van kinderen, maar zodra het niveau omhooggaat, dan denken sportbestuurders toch dat er een man nodig is’

‘Atleticisme is sterk verbonden met mannelijkheid,’ zegt Knoppers. ‘Vrouwen zijn prima voor het coachen van kinderen, maar zodra het niveau omhooggaat, dan denken sportbestuurders toch dat er een man nodig is.’

Kortom: vrouwen coachen niet, omdat mannen altijd hebben gecoacht.

Dat leidt weer tot een geringer aanbod van vrouwelijke coaches. Want waarom zou je tijd en geld investeren in een opleiding tot coach, als je de meest prestigieuze baan toch misloopt?

Zo zijn er bijvoorbeeld maar twee Nederlandse vrouwen in het bezit van het diploma Coach Betaald Voetbal, waarmee je mag coachen in de manneneredivisie: Vera en Assistent-bondscoach Sarina volgt momenteel de opleiding.

Maar ook dat is niet alleen het gevolg van ontbrekende motivatie. Om toegelaten te worden tot de cursus, dien je ervaring te hebben, en die ervaring missen veel vrouwelijke coaches. Waarom?

Omdat ze niet aangesteld worden.

De man die een paard wilde contracteren

Het sollicitantenprobleem: je wordt niet aangenomen omdat je geen ervaring hebt, en je hebt geen ervaring omdat je niet wordt aangenomen. Deze opeenstapeling van lijkt in de sport moeilijk te doorbreken, zegt Agnes Elling, sportsociologe bij het Mulier Instituut.

Idealiter, zegt ze, zouden er tientallen coaches en tegelijkertijd de sportwereld in worden geparachuteerd, ‘om de kritische massa van te halen. Dan ziet iedereen dat vrouwen ook kunnen coachen en besturen, en zou er een nieuw, normaal evenwicht ontstaan.’

‘Maar dat is waarschijnlijk niet realistisch’, voegt ze er droogkomisch aan toe.

Tot die tijd zullen vrouwen niet als coach, maar als vrouw worden gezien – zoals ook de handvol vrouwen overkwam die mannen gingen coachen.

Foto: Hollandse Hoogte
Foto: Hollandse Hoogte

De Italiaanse Carolina Morace was de eerste vrouw die een mannenploeg coachte, toen ze in 1999 werd bij Viterbese, een club uit de laagste Italiaanse profcompetitie Serie C. De fans waren pissig, journalisten vroegen of ze ging douchen met spelers, en de man die haar aanstelde, Luciano Gaucci, wilde van haar af nadat Morace - God verhoede - zelf beslissingen bleek te willen nemen.

Haar aanstelling leek vooral een stunt van de mediageile Gaucci. Later probeerde hij een vrouw in zijn mannenploeg op te stellen. Toen dat niet mocht, probeerde hij het met een paard. En toen dat niet mocht, hij de zoon van de Libische dictator Gaddafi.

De Portugese Helena Costa had een vergelijkbare ervaring bij de Franse tweede divisionist Clermont Foot. In mei 2014 was ze toen ze werd aangesteld. Vijf dagen na haar eerste werkdag nam ze ontslag. De club had spelers gekocht en oefenwedstrijden ingepland zonder haar erin te kennen, en was ook niet van plan haar erin te kennen. Toen Costa opheldering vroeg, kreeg ze van een bestuurder na lang aandringen een mail terug: ‘Je vermoeit me met je berichtjes.’

Ook zij moest dat haar aanstelling een pr-stunt was. Gevraagd naar de reden van Costa’s besluit om op te stappen, zei de voorzitter van Clermont Foot: ‘Het is een vrouw, dus het kan aan een groot aantal zaken liggen... het is een verbijsterend, irrationeel en onbegrijpelijk besluit.’

YouTube
De serie The Manageress - over een vrouw die een Britse tweededivisionist traint - uit 1989 is nog zeer actueel

Toen de Spaanse tennisbond – niet bestaande uit gekken en ook niet uit op goedkope pr – de ex-speelster Gala León aanstelde als coach van de Davis Cup-mannenploeg, leidde dit tot een maandenlange discussie over Gala Leóns geslacht. Toni Nadal, oom en coach van sterspeler Rafael Nadal, de benoeming van León een vreemde keuze. Het had meer zin om iemand aan te stellen die een achtergrond heeft in het mannentennis.

Dat zal een man in een vrouwensport niet snel te horen krijgen.

Begin deze maand werd Gala León na een bestuurswissel bij de tennisbond ontslagen. Haar opvolger? Oud-Wimbledon-winnares Conchita Martínez. In Spanje zetten ze dus door.

‘Je houdt de plek van een man bezet’

En Nederland?

We lopen niet voorop, zegt Vera Pauw, bondscoach van de Nederlandse voetbalvrouwen en nu bondscoach van de Zuid-Afrikaanse voetbalvrouwen. Ze is - zegt ze zonder trots - in Nederland nog steeds de enige vrouwelijke bondscoach in een teamsport ooit.

Maar misschien is dat ook wel niet zo’n verrassing, omdat sportkoepel NOC*NSF het thema volgens haar niet belangrijk vindt. ‘Dat is een mannenkliek. Zij doen niets aan het abominabel lage percentage van vrouwelijke topcoaches.'

De moeite die ze in 2004 had om het hoogste trainersdiploma te halen, Coach Betaald Voetbal, kan ze zich nog goed herinneren. Zelfs KNVB-medewerkers plaatsten vraagtekens bij haar ambities – terwijl de KNVB zelf van alle bondscoaches verlangde dat ze het diploma CBV hadden.

‘Waarom? Dat heb jij toch niet ? Je houdt de plaats bezet van een man, die het diploma wel nodig heeft. Dat soort vragen en opmerkingen. Nou, uiteindelijk zei ik tegen de KNVB: besef dat je een probleem hebt als ik niet word toegelaten.’

Het dreigement van een stap naar de Commissie Gelijke Behandeling werkte. De KNVB liet haar , en Pauw slaagde met de hoogste cijfers. Met het CBV op zak had ze in de manneneredivisie kunnen coachen. Is ze daar ooit voor gevraagd? ‘Ik ben wel gepolst. Of het zin had me te vragen. Ik gezegd dat ik daar niet voor te bellen ben.’

Mannen komen blanco de vrouwensport binnen, leren in een paar jaar wat, en hopen dan op een baan bij de mannen. Zo gaat er kennis verloren

‘Om twee redenen: ten eerste wilde ik het vrouwenvoetbal niet in de steek laten. Als ik zou vertrekken, dan zou er veel ervaring verloren gaan. Mannen komen blanco de vrouwensport binnen, leren in een paar jaar wat, en hopen dan op een baan bij de mannen. Die zien vrouwenvoetbal niet als doel. Zo gaat kennis verloren.’

Dat is ook de reden dat de opvolger van Roger Reijners als bondscoach van de vrouwenvoetballers volgens Pauw een vrouw moet . Wie dat moet zijn, en of zijzelf er trek in zou hebben, laat ze in het midden. ‘Ik heb in elk geval geen contact meer met de KNVB.’

De tweede reden dat ze niet inging op het informele verzoek? ‘Het was niet een club waarvan ik dacht: Ik word er beter van. Mannen coachen is niet per se promotie voor mij. Als bondscoach maak ik kans op WK’s en EK’s, bij een bescheiden club maak ik dat zeker niet mee.’

De vrouw die de vedette aanpakt is snel een ex-coach

Maar zou het niet een deur openbreken voor vrouwen als coach, van mannen- en vrouwenteams, zelfs als het maar een bescheiden club uit de zou zijn?

‘Dat zou wel baanbrekend zijn, ja,’ zegt Pauw. ‘En ik zou het natuurlijk kunnen, ik ga hier niet vals bescheiden over doen.’ Maar er kleven flinke risico’s aan. ‘Als je als vrouw een mannenteam gaat coachen, krijg je eerst drie weken enorm veel aandacht. In het mooie scenario is dat allemaal positief.’

‘Maar dan moet je op een zeker moment een moeilijke keuze maken: een vedette wordt lui en je moet hem op de bank zetten. Dan komen de camera’s weer. Reken maar dat je op dat moment weer vooral als vrouw en niet als coach wordt gezien. En dan ben je zo ontslagen.’

Hoe dan wel het percentage vrouwencoaches verhogen? Pauw pleit voor een quotum. Een bepaald percentage van de trainersstaf van clubs en landenteams zou uit vrouwen moeten bestaan.

Fraai is het niet, zegt Pauw. ‘En het is waarschijnlijk niet haalbaar. En je krijgt er excuustruzen mee. Vrouwen die er wel zitten, maar genegeerd worden. Maar toch denk ik inmiddels dat het de enige manier Want, zegt ze, zelfs succesvolle vrouwen worden regelmatig vervangen door . ‘Ze heeft het prima gedaan, heet het dan, maar nu willen we de volgende stap maken. Vernederender dan dat kun je niet horen natuurlijk.’

Foto: Getty Images
Foto: Getty Images

Andy Murray, feministisch activist

Makkelijker – en waarschijnlijk effectiever – zou het zijn als clubs en bonden simpelweg inzien dat zonder vrouwen waardevolle coaches verloren gaan. Zoals econoom David Berri recent is het uitsluiten van vrouwen niet alleen oneerlijk, het is ook zakelijk slecht.

Hij haalt de theorie van econoom Gary Becker aan. Als een bedrijf bewust de vijver waarin het naar talent vist kleiner maakt, zal het minder goede mensen aanstellen. ‘Elke keer als ik discrimineer – als ik weiger een zwarte aan te stellen ten faveure van een witte, terwijl ze even productief zijn en de zwarte goedkoper is – dan verlies ik,’ Becker eens.

Competitie doet discriminatie afnemen, dacht Becker. Voor statistici, videoanalisten, bewegingswetenschapppers en is dat allemaal al waar, net als voor . Voor vrouwen - - gaat die theorie nog niet op.

Terwijl er geen reden is om aan te nemen dat vrouwen het niet zouden kunnen. Het gebrek aan ervaring als topspeler is geen valide argument – trainers als José Mourinho (Chelsea), Arsène Wenger (Arsenal), Thomas Tuchel (Borussia Dortmund) en (Zenit St. Petersburg) hebben geen of een zeer bescheiden carrière als speler gekend.

Als vrouwen al iets missen, de door Amélie Mauresmo gecoachte tennisser Andy Murray, dan brengen ze weer wat anders mee – empathie, een luisterend oor. Die kwaliteiten passen goed in de tijdgeest, zegt onderzoeker Agnes Elling. ‘Leiders moeten niet meer autoritair zijn, maar talenten begeleiden. Dat is wat vrouwelijker, zou je denken.’

En vrouwen zijn waarschijnlijk ook nog eens goedkoper, omdat er minder vraag naar is. Dat past goed in een hypercompetitieve omgeving waarin clubs uit de kast halen om ‘ondergewaardeerde’ spelers op te sporen.

Murray en vooral Mauresmo kregen veel toen ze vorig jaar begonnen samen te werken. Maar inmiddels speelt Murray beter dan ooit. Vrouwen zullen meer mannen gaan coachen, daarvan is Murray - die best feminist wil worden - overtuigd.

‘Het zal gaan veranderen, het heeft alleen wat tijd nodig,’ zegt hij in Red Bulletin. ‘Alles wat nodig is, en het is jammer dat het zo is, is een succesvolle band zoals tussen mij en Amélie, voordat mensen het echt als een optie gaan zien.’

Als hij gelijk heeft, dan is er nog maar één vraag: wie volgt?

Wil je op de hoogte blijven van mijn verhalen? Sport is een hypercompetitieve wereld die bol staat van innovatieve en archaïsche ideeën. Je kunt vechten of vluchten voor competitie. In mijn nieuwsbrief houd ik je op de hoogte van de artikelen die ik publiceer voor De Correspondent, deel ik de mooiste sportverhalen uit andere media en geef ik nutteloze feitjes die je kunt doorvertellen in de sportkantine of de kroeg. Schrijf je hier in voor mijn nieuwsbrief

Eindeloos gesoebat over pastelpopfeminisme Is ‘All About That Bass,’ de debuuthit van Meghan Trainor, vrouwvriendelijk, of juist niet? Die vraag is vooral interessant om wat ze onthult over diegenen die haar stellen. Lees hier de column van Lynn Berger In november geboren en niet in de Ajax-selectie? Stap naar de rechter! Sporters die aan het begin van het seizoen zijn geboren, hebben een enorme voorsprong op hun teamgenoten. Ze halen zelfs siginificant vaker het profvoetbal. Voetbalvader Steve Lawrence diende hier onlangs een klacht over in bij de Europese Commissie. Maakt hij een kans? Lees hier het artikel van Michiel de Hoog