Hallo allemaal, dit is minister Plasterk. Ik ben heel blij dat we de nieuwe ‘veelgestelde vragen over surveillance’ op De Correspondent mogen publiceren. Deze vragen zijn naar aanleiding van een maar ik ga ervan uit dat de wet over zeg een jaartje wel werkelijkheid is.

Veelgestelde vragen

Word ik afgeluisterd?

O nee joh. Neeeee. Waarschijnlijk niet. Hoogstwaarschijnlijk niet. We gebruiken onze nieuwe bevoegdheden om ongericht af te kunnen tappen alleen in specifieke gevallen.

Wat voor specifieke gevallen?

Nou, als het echt noodzakelijk is voor het onderzoek. Syriëgangers bijvoorbeeld. Het is belangrijk voor de veiligheid van Nederland om die in de gaten te houden. Dus daar houden we het internetverkeer van in de gaten. Of mensen die Syriëgangers kennen.

Mensen die Syriëgangers kennen?

Ja, dat zijn zelf waarschijnlijk ook geen lieverdjes. En dan kom je dus al snel bij mensen die mensen kennen die Syriëgangers kennen. Die houden we ook in de gaten. Maar daar blijft het wel bij.

O, en mensen die uit het Midden-Oosten komen, natuurlijk. Mensen die het Midden-Oosten haten. Het is heus niet alleen maar jihadgangers wat de klok slaat. We hebben ook heel veel jihadhaters. Net zo radicaal. Dus die houden we in de gaten.

Het is heus niet alleen maar jihadgangers wat de klok slaat. We hebben ook heel veel jihadhaters. Net zo radicaal

Mensen die het Midden-Oosten zouden kunnen gaan haten. Of juist Nederland kunnen gaan haten natuurlijk. Mensen die Homeland kijken. Iedereen die baklava koopt. Arabisch ogende mensen, uiteraard, allemaal. En clowns. Niemand vertrouwt clowns.

Dat is het wel zo’n beetje.

Maar dat wordt allemaal streng gecontroleerd, hoor.

O, gelukkig. Door wie?

Door een onafhankelijke toezichthouder. Ja, dat had je niet gedacht, hè? Met je sceptische vragen. We hebben heus geen ongelimiteerde macht. We worden gewoon gecontroleerd.

En die toezichthouder kan het onderzoek stopzetten als het niet aan de regels voldoet?

De toezichthouder kan zeggen dat het onderzoek moet stoppen, ja.

Kan zeggen?

Ja. Dat kan de toezichthouder zeggen.

En dan moet de AIVD zich daar aan houden?

Nou, kijk.

Het zit zo.

De toezichthouder zegt ‘dit gaat te ver’ en dat betekent dat de minister zijn toestemming voor de tap moet heroverwegen.

Een behoorlijk machtige toezichthouder, dus.

Dus u, de minister, bepaalt of een tap daadwerkelijk onrechtmatig is?

Ja. Maar er is een toezichthouder.

Maar u bepaalt het?

Naar eer en geweten.

Is dat niet een beetje alsof de voetbalcoach de score bij moet houden?

Nee. Weet ik niet. Ik begrijp geen metaforen. Het komt hierop neer: zolang je niet verdacht bent, of niemand kent die verdacht is, zolang je ex niet bij de AIVD werkt, of je niet op hetzelfde internetforum zit als een terrorist, zolang je niet mogelijk zou kunnen gaan radicaliseren ooit een keer, of niet de advocaat bent van iemand die kan radicaliseren, of geen journalist bent met contacten in die hoek, hoef je je geen zorgen te maken. En mocht het nou toch fout gaan, dan kan je ervan uitgaan dat de minister het beste met je voor heeft en zijn tapverzoek alsnog intrekt.

Maar wat wil je dan? Onveilig zijn?