Duizend miljard dollar. Zo veel heeft de strijd tegen drugs gekost sinds president Richard Nixon die in Het internationale verbod op drugs is te danken aan Amerikaanse puriteinen uit de jaren dertig. Nadat ze de strijd tegen de alcohol verloren hadden, richtten ze hun lobby op andere drugs, zoals opium, cocaïne en wiet. Hoewel deze drugs dus al sinds de jaren dertig verboden zijn, hadden ze voor politie en justitie heel lang weinig prioriteit. Dat veranderde in de jaren zeventig, toen honderdduizenden Amerikaanse militairen in Vietnam kennis maakten met heroïne en andere drugs. Terwijl de Verenigde Staten de oorlog in Vietnam aan het verliezen waren, opende Nixon in 1971 een nieuw front: the war on drugs. In tegenstelling tot de Drooglegging is deze puriteinse erfenis dus nog steeds in stand gebleven. aankondigde. Er zitten miljoenen mensen opgesloten en er zijn honderdduizenden gesneuveld. Alleen al in Mexico zijn er sinds In dat jaar besloot de Mexicaanse regering, onder sterke druk van de Verenigde Staten, om de oorlog te verklaren aan de drugskartels. 100.000 mensen omgekomen.

Toch zijn er meer drugs beschikbaar dan ooit.

Het besef dat er een intelligenter en humaner drugsbeleid moet komen, leeft dan ook breed. We zijn de oorlog tegen drugs al veertig jaar aan het verliezen, schreven ondernemer Richard Branson en de liberale Britse vice-premier Nick Clegg in maart in The Guardian. Branson sloot zich al eerder aan bij de Global Commission on Drug Policy die zich inzet voor In die Global Commission heeft zich een indrukwekkende verzameling prominenten verzameld, onder wie Mario Vargos Llosa (schrijver), Kofi Annan (ex-topman VN), Javier Solana (ex-topman Navo), Paul Volcker (ex-FED) en voormalige staatshoofden van Mexico, Colombia, Brazilië, Griekenland, Polen en Portugal. En de Verenigde Naties beleggen volgend jaar een speciale bijeenkomst om de internationale drugsverdragen te herzien.

Ondertussen hebben Noord-Amerikaanse staten als Colorado, Washington en Alaska cannabis al gelegaliseerd, evenals het Zuid-Amerikaanse Uruguay. In veel andere Midden-Amerikaanse landen, zoals Mexico, Ecuador en Costa Rica, wordt het gebruik van cannabis niet meer bestraft.

Legaliseren Een bekend bezwaar tegen legalisering is dat het niet zou mogen omdat internationale verdragen ons verplichten om drugs te bestrijden. Dat is een misverstand. De verdragen laten wel degelijk wat manoeuvreerruimte over, omdat staten bij de invoering van drugswetgeving rekening mogen houden met hun eigen grondwet en rechtssysteem. Invoering van drugswetten in een lidstaat gebeurt ‘subject to its constitutional principles and the basic concepts of its legal system,’ zegt bijvoorbeeld het VN-verdrag tegen drugssmokkel uit 1988.

Hoe Nederland achterloopt

Nederland loopt achter op dit gebied. De overheid gedoogt dat coffeeshops aan de voorkant cannabis verkopen, maar verbiedt de levering van diezelfde cannabis aan de achterdeur. Producenten en verkopers zitten daardoor in een onmogelijke positie. Niet gek dat 35 gemeenten vorig jaar een manifest tekenden waarin ze pleitten voor Regulering kan verschillende dingen betekenen. Legalisering houdt in dat het kweken, verkopen en gebruiken volledig legaal wordt, net als bij alcohol en tabak. Het kan volledig vrijgegeven worden of gereguleerd, dat wil zeggen met wettelijke beperkingen - wederom net als bij alcohol en tabak. Decriminaliseren houdt in dat het wel verboden blijft maar in de praktijk niet meer vervolgd wordt, zoals in Portugal. van wiet. Dat zou een eind maken aan de overlast van straatdealers en brandgevaar door wietkwekerijen in woningen.

Ook de Nederlands rechter ziet in dat het huidige beleid niet werkbaar is. Vorig jaar verklaarde de rechtbank in Groningen een echtpaar dat gepakt was voor wietteelt wel schuldig, maar legde zij geen straf op: 'Verdachte en medeverdachte hebben gehandeld binnen de belangrijkste doelstellingen van het [...] softdrugsbeleid, te weten het belang van de volksgezondheid en het handhaven van de openbare orde.' Het Hof in Leeuwarden heeft het echtpaar inmiddels in hoger beroep wel tot een voorwaardelijke straf veroordeeld. Het Hof verwijt het echtpaar dat ze zijn doorgegaan met kweken en niet eerst de uitkomst van een proefproces hebben afgewacht. Het Hof wil bovendien niet op de stoel van de wetgever gaan zitten door geen straf op te leggen.

En Den Haag? D66 blijft hameren op legalisering, onder andere door het organiseren van een serie debatten samen met De Balie. Electoraal behoorlijk slim. Uit een recent onderzoek van Motivaction blijkt dat 70 procent van de Nederlanders wil dat hennepteelt gereguleerd of vrijgegeven wordt. Ook de achterban van de VVD, CDA en PVV is in grote meerderheid voor legaliseren.

Ook bij regeringspartij VVD lijkt er enige beweging in te komen. In 2010 publiceerden Frits Bolkestein en een aantal andere prominenten een vlammend manifest: ‘Red het land, sta drugs toe.’ Het veegt de vloer aan met ons drugsbeleid: ‘Het verbod op drugs kost miljarden: het leidt tot misdaad en is slecht voor de volksgezondheid. Hef het op.’

Bolkestein hamerde vooral op de misdaad die het verbod veroorzaakt: ‘Iedereen die zich zorgen maakt over veiligheid zou zich moeten afvragen of er geen alternatief is voor het drugsverbod. Het verbazingwekkende is echter dat juist crimefighters verbeten vasthouden aan het verbod. Beseffen zij niet dat ze zich tot steunpilaren van de drugsmaffia maken?’

Een duidelijke sneer naar crimefighters Fred Teeven (voormalig staatssecretaris van Veiligheid en Justitie) en Ivo Opstelten (voormalig minister van Veiligheid en Justitie). Bij hen maakte een liberale visie op drugs geen schijn van kans. Bij de nieuwe minister Ard van der Steur misschien iets meer. Een van Opsteltens plannen schoof hij al op de lange baan. Namelijk het wetsvoorstel Middelengebruik, een wet die de politie de bevoegdheid zou geven om na geweld te testen op drank of drugs. De Raad van State zag het nut er al niet van in, maar Opstelten geloofde in de afschrikwekkende werking. Van der Steur kennelijk niet.

Het lijkt maar een klein stapje, maar na jaren van ononderbroken strengere wetgeving is het wel verfrissend dat Van der Steur eens een nieuwe controlemaatregel niet invoert. Het past in ieder geval in de tijdgeest: terwijl in Nederland het drugsbeleid steeds harder werd, ging de rest van de wereld de andere kant op.

Een intelligenter drugsbeleid zou voor de hele wereld een zegen zijn. Het zou enorme positieve gevolgen hebben voor de gezondheidszorg, de belastingheffing en het gevangeniswezen. Dat is al vaak opgeschreven, maar zelden toegespitst op de Nederlandse politie. Terwijl het ook daarvoor een grote zegen zou zijn.

Het beslag op justitie en politie

Frans Heeres zei in 2009 als korpschef van Midden- en West-Brabant dat 40 procent van de opsporinsgcapaciteit wordt ingezet tegen hennepcriminaliteit. De politie ontmantelt volgens de Drug Monitor ieder jaar zo’n zesduizend hennepkwekerijen - dat zijn ruim twintig ontruimingen per werkdag. Kosten: De Rekenkamer begrootte het ruimen van één plantage op vijf mille, dus de totale kosten daarvan bedragen zo’n dertig miljoen. Dat het zo’n constant getal is – rond de zesduizend per jaar – komt doordat de politie er een constante hoeveelheid tijd en capaciteit voor vrijmaakt. De geruimde aantallen zeggen dus niets over de werkelijke ontwikkelingen op de wietmarkt, maar alles over de prioriteit die politie en politiek er aan geven. En van de grote opsporingsonderzoeken (tussen de 300 en 400 per jaar) was de laatste tien jaar zo’n Sinds 2012 heeft de politie haar registratie aangepast aan Europese normen, waardoor het aandeel drugsonderzoeken gedaald is naar 58 procent. Dat is echter puur een papierkwestie, uit niets blijkt dat de recherche daadwerkelijk tientallen procenten minder tijd aan drugs is gaan besteden. Dus driekwart van de grote rechercheonderzoeken is gericht op drugs. gericht op drugs.

De bestrijding van drugs legt kortom een enorm beslag op de politie, het Openbaar Ministerie en de rechterlijke macht. Van alle verdachten (21.900 in 2013) wordt 8,3 procent gepakt wegens bezit, productie of smokkel van een Cannabis is de belangrijkste, maar ook cocaïne, heroïne, XTC, amfetamine en GHB komen veel voor. De meesten krijgen een taakstraf of een boete, 1.600 moesten de gevangenis in.

Deze getallen vormen een zware onderschatting van de werkelijke last die drugs veroorzaken: het gaat hier alleen om de veroordeling voor het bezit van drugs. Alle andere criminaliteit die ermee samenhangt (fietsendiefstal door junks, stroomdiefstal door wietkwekers, witwassen, liquidaties) staat niet als drugscriminaliteit in de statistieken. Hoe groot dat aandeel is, weet niemand precies. Dat het gigantisch is, staat vast.

Het is overduidelijk dat een zeer groot deel van de zware criminaliteit direct of indirect te maken heeft met drugs

Dat denken ook de rechercheurs die ik de afgelopen maanden sprak. Het is overduidelijk dat een zeer groot deel van de zware criminaliteit direct of indirect te maken heeft met drugs - dus naast het vervaardigen, smokkelen en verhandelen. Denk aan de jacht op de wapenhandelaren die de kalasjnikovs voor de liquidaties leveren, de zogenoemde spyshops die (anti-)afluisterapparatuur leveren aan drugshandelaren, witwasonderzoeken (het geld komt bijna altijd uit drugshandel) of afpersing.

We kunnen dus Hoe groot de tol is die het bestrijden van drugs eist, is nooit precies te zeggen. Exacte getallen bieden schijnzekerheid omdat misdaad zich nu eenmaal per definitie aan registratie onttrekt. Daarnaast kent de administratie van politie en justitie talloze gebreken. dat minstens de helft van alles wat we uitgeven aan veiligheid en justitie besteed wordt aan het bestrijden van drugs. En reken even mee. De begroting van het ministerie van Veiligheid en Justitie bedraagt 11,437 miljard euro over 2015. Als je daar de begrotingsposten aftrekt die niet (direct) met drugs te maken hebben – zoals contraterrorisme, vreemdelingenbeleid, civiele rechtspraak en het kerndepartement – dan houd je circa 9,1 miljard euro over. Zelfs als je conservatief rekent en na het halveren naar beneden afrondt, kost de Nederlandse strijd tegen drugs 4,5 miljard euro.

Daar zitten de kosten van de criminaliteit voor de samenleving nog niet in – denk aan diefstal, inbraak en beroving. Het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum van het verantwoordelijke ministerie becijferde die in 2006 op 31,5 miljard euro. De helft daarvan, ruim 15 miljard euro, kan toegerekend worden aan drugs.

Waarom de war on drugs zinloos is

Dat geld kan in zaken worden gestoken die nu blijven liggen. Niet gek, als je bedenkt dat de politie in Nederland 22,4 procent van alle misdrijven opheldert. Inbraken, fietsendiefstal of zakkenrollen zijn met een opheldering van respectievelijk 7 procent, 3,9 procent en 2,9 procent in feite straffeloos.

Maar de belangrijkste reden om te stoppen met het bestrijden van drugs is de totale zinloosheid ervan. Als de politie een overvaller of verkrachter opsluit, kan die geen misdrijven meer plegen. Bij drugs werkt dat niet zo. Er zal Het maakt helemaal niet uit hoeveel drugs de politie in beslag neemt of hoeveel wietplantages er opgerold worden: de vraag blijft op peil, het aanbod blijft op peil en de prijs ook. De Verenigde Staten zijn een extreem voorbeeld: zelfs met miljoenen mensen in de gevangenis of on parole zijn er meer drugsgebruikers dan in relatief tolerante landen als Nederland. vraag naar zijn. En daardoor onmiddellijk nieuw aanbod.

Dat wordt ook zichtbaar in het gebruik van het woord ‘recordvangst.’ Het is al decennia een onwrikbaar mediacliché dat drugsbestrijders voortdurend met nieuwe recordvangsten komen, die dan als een grote overwinning worden gepresenteerd. In werkelijkheid zijn het nederlagen. Het feit dat de politie iedere keer wéér een grotere lading drugs in beslag neemt, betekent alleen maar dat de drugsmaffia na iedere recordvangst kennelijk nog grootschaliger, efficiënter én brutaler is geworden.

De war on drugs is een oorlog waarin nederlagen al een halve eeuw als overwinningen worden verkocht.

Misschien nog wel belangrijker is het gegeven dat de meeste mensen redelijk verstandig met drugs omgaan. In landen waar het gebruik van bepaalde drugs niet vervolgd wordt, zoals Nederland, Portugal en Uruguay, raakt de bevolking niet massaal verslaafd. Sterker nog: er zijn procentueel minder mensen die drugs gebruiken dan in de Verenigde Staten. Maar ook voor diegenen die er niet verstandig mee omgaan is niet straf het beste antwoord, maar Denk bijvoorbeeld aan het testen van xtc op feesten en het geven van voorlichting over het belang van water drinken. Kettingrokers en alcoholisten sluiten we tenslotte ook niet op, maar verwijzen we naar cursussen van Allen Carr of de Jellinek.

Het huidige beleid is in ieder geval volslagen irrationeel. De Ieder jaar gaan er zo’n twintigduizend mensen dood aan de gevolgen van roken. Het is de belangrijkste oorzaak van ziekte en sterfte in Nederland, zo meldt de Drug Monitor. Zo’n 1.700 mensen overlijden aan alcoholgebruik, 5.300 moeten behandeld worden voor een alcoholvergiftiging en 15.000 wegens letsel na een ongeval of geweld waar drank in het spel was. Bij uitgaansgeweld speelt overmatig alcoholgebruik ‘vrijwel altijd een rol,’ schrijft de Drug Monitor. Bij agressie tegen de politie is in twee derde van de gevallen drank in het spel. Tot zover de legale hard drugs. In totaal overleden 118 gebruikers van illegale harddrugs (in 2012, het laatste jaar waar cijfers over zijn in de Monitor) aan een overdosis – overwegend oudere heroïneverslaafden. GHB kostte aan zeven mensen het leven. Cannabis (wiet en hasj), xtc en amfetamine veroorzaakten geen doden. Ook de ziekenhuisopnames waren verwaarloosbaar vergeleken met de legale harddrugs: 74 opnames wegens cannabis, 47 voor opiaten zoals heroïne, 67 voor amfetamine. Het zijn er zo weinig dat de Drug Monitor de exacte aantallen per jaar kan geven, in tegenstelling tot de slachtoffers van de legale harddrugs, die afgerond worden op honderd- of duizendtallen. Deze feiten spelen in de dagelijkse berichtgeving over the war on drugs geen rol. Er hoeft maar één verwarde toerist uit een hotelraam te vallen en er komt al een verbod op paddo’s. drugs zijn legaal: tabak kost ieder jaar 20.000 mensen het leven, alcohol 1.700. Illegale drugs (zoals heroïne) kosten aan ruim honderd mensen het leven. Er is nog nooit iemand overleden aan Dat de overheid toch zo absurd veel energie steekt in het bestrijden van relatief onschuldige drugs is te danken aan Amerikaanse puriteinen uit de jaren dertig. Nadat ze de strijd tegen de alcohol verloren hadden, richtten ze hun lobby op andere drugs als opium, cocaïne en wiet.

Legalisering betekent zeker niet dat drugs vrijgegeven worden. Zoals Frits Bolkestein, Els Borst en anderen al in 2010 schreven: ‘Onder regulering van drugs verstaan wij het toestaan van productie en verkoop onder voorwaarden, gericht op een zo Het zou uiteraard naïef zijn om te denken dat legalisering een eind zou maken aan alle problemen. Verslaving blijft bestaan – net als bij legale harddrugs als alcohol en tabak. Het zal alleen zichtbaarder zijn en beter behandelbaar. Legale drugs zijn van betere kwaliteit: ze hebben een constant en bekend percentage werkzame stof en zijn niet versneden met rotzooi. Dat zal een deel van de gezondheidsproblemen met bijvoorbeeld xtc verhelpen. gebruik.’

Dat betekent dat er onder andere een minimumleeftijd voor moet komen, net als bij drank en tabak. Een mogelijkheid is om verkoop alleen via besloten cannabisclubs te laten verlopen. Stevige accijnzen moeten ervoor zorgen dat het niet te goedkoop Ook niet te duur, want dan ontstaat er weer een zwarte markt.

Wat gebeurt er na legalisering?

De voorstanders van legalisering Voor die keuze zijn goede redenen. Het zijn de meest gebruikte middelen: 7 procent van de bevolking heeft recent cannabis gebruikt, 1,4 procent xtc. Andere middelen zijn (veel) zeldzamer. Door deze populaire middelen te legaliseren, trek je het grootste deel van de drugsmarkt in één klap uit de criminaliteit, zowel de gebruikers als de producenten. Het is logisch goed te verdedigen: als iemand mag drinken en roken, waarom zou hij of zij dan niet mogen blowen of een pilletje mogen slikken? Het is daarnaast strategisch verstandig om met het legaliseren van softdrugs te beginnen. Ook al is de strijd tegen heroïne en cocaïne vanuit de politie gezien net zo zinloos als de strijd tegen wiet, in het huidige politieke klimaat is een pleidooi voor legalisering ervan bij voorbaat kansloos. zich meestal tot softdrugs. Omdat Nederland zelf een grote producent is, levert legalisering direct geld op. Een ambtelijke werkgroep, die in 2010 mogelijke nieuwe bezuinigingen en inkomsten op een rijtje moest zetten voor het kabinet, becijferde dat het decriminaliseren van softdrugs 183 miljoen zou besparen bij politie en openbaar bestuur. Mogelijk zou het 260 miljoen euro aan belastingen opleveren.

Een conservatieve schatting. Econoom Martijn Boermans becijferde in 2010 de voordelen van legalisering op mogelijk 850 miljoen euro, onder andere afhankelijk van de hoogte van de accijns. Tijdens een debatavond in De Balie ontstond er in een interactieve sessie met experts en publiek consensus dat legalisering een voordeel van Een precies bedrag is onmogelijk te berekenen, omdat de drugsmarkt per definitie lastig te doorgronden is. kan Naast voor de hand liggende posten (zoals 500 miljoen extra belastingen, 450 miljoen minder handhavingskosten en 350 miljoen bezuinigingen op de gevangenissen) zit daar ook in verwerkt dat illegale kwekerijen nu jaarlijks zeker 100 miljoen euro aan stroom stelen – energie waarvoor legale kwekers gewoon netjes gaan betalen.

Decriminaliseren van softdrugs zou 1.600 miljoen euro opleveren

De grootste onzekerheid zit hem in de vraag wat de producenten en handelaren in drugs gaan doen. Die zijn nu allemaal per definitie crimineel. Een flink deel van de producenten en handelaren wil dat helemaal niet en Sommigen van hen laten zich het best omschrijven als ouwe hippies, anderen zijn bevlogen vakmensen die ecologisch verantwoorde wiet willen kweken, weer anderen zijn gewoon ondernemers die graag legaal zaken willen doen. bijvoorbeeld binnen de VOC, het Verbond voor Opheffing van het Cannabisverbod.

Een ander deel van de markt is in handen van beroepscriminelen die ook in harddrugs handelen en routineus geweld toepassen. Hoe groot de verschillende groepen zijn en hoe ze zullen reageren weet niemand, zo vertelde onderzoekster Nicole Maalsté mij. Zij verwacht wel dat grote professionele kwekers de kleine thuiskwekers uit de markt zullen gaan drukken met grootschalige en efficiënte productie van constante kwaliteit.

Het zou naïef zijn om te denken dat de beroepscriminelen keurig een baan gaan zoeken. Na het einde van de De drooglegging in de Verenigde Staten biedt een mogelijk scenario voor wat er zou kunnen gebeuren na legalisering. In 1918, toen het drankverbod door het Congres werd aangenomen, werden er 6,5 moorden per honderdduizend inwoners gepleegd. Dat steeg in rap tempo tot een toppunt van 9,7 moorden per honderdduizend in het laatste jaar van de Drooglegging, 1933. in de Verenigde Staten daalde de misdaad aanzienlijk, maar werden gokken, afpersing en drugs een stuk populairder.

Toch is het de moeite waard. Kijk maar naar Colorado. De eerste resultaten na het legaliseren van cannabis zijn daar bemoedigend. De staat haalde de eerste acht maanden al 40 miljoen dollar belasting op. Uit een overzicht van de Drugs Policy Alliance blijkt dat sinds het legaliseren op 1 januari 2014 het aantal arrestaties wegens kweken en verkopen van cannabis met 90 procent gedaald is. Geweldsmisdrijven daalden met 2,2 procent, inbraken met 9,5 procent.

Het is dus niet zo dat de politie na legalisering ineens de helft minder te doen heeft. Wel is er meer tijd voor andere misdrijven die nu noodgedwongen deels blijven liggen: inbraken, fietsendiefstal, fraude, oplichting, mensensmokkel, seksueel misbruik en de jacht op de 12.000 veroordeelde criminelen die voortvluchtig zijn.

Minder misdaad, minder overlast, meer belastinginkomsten: wie kan hier tegen zijn?

Meer verhalen over de politie:

Wat zouden we concreet kunnen doen om Den Haag aan te zetten tot een intelligentere aanpak?