"Making the News" is de titel van de 86ste uitgave van het tijdschrift  Het blad zit vol geweldige verhalen en is erg mooi vormgegeven. Dit nummer is dit voorjaar al verschenen, maar omdat het een bewaarnummer is, dat nog gemakkelijk te krijgen is, wil ik het bij dezen alsnog aanbevelen. Want hoewel het over nieuws gaat, en dus al gauw zijn ‘actualiteit’ verliest, is het nog steeds leerzaam en relevant. 

Wat is nieuws eigenlijk? 

Het "maken van nieuws" wordt besproken en getoond door zeer uiteenlopende onderwerpen en vormen aan bod te laten komen. Het blad begint met nieuws in zijn meest klassieke vorm: de krant. Zoals in de fotoserie van de Amerikaanse fotograaf Will Steacy, die een documentaire fotoserie maakte over de, tegen ondergang vechtende, Amerikaanse krant de Philadelphia Inquirer. In combinatie met zijn foto’s worden cijfers genoemd die een idee geven hoe het ervoor staat met kranten wereldwijd. Zoals: gemiddeld 60 procent van wat in Engelse kranten verschijnt, is niet eigen nieuws maar afkomstig van persbureaus. En: sinds 2000 is de Amerikaanse krantenindustrie met 43 procent gekrompen.

   

Daarna volgen er verhalen over de rol van drones als een steeds belangrijker wapen in oorlog, waardoor nieuws vager en minder betrouwbaar wordt. Wat het artikel laat zien, is dat juist doordat niemand meer ter plekke is, het moeilijker vast te stellen is wat er precies gebeurt: wie de daders zijn en wie de slachtoffers bijvoorbeeld. Ook wordt door een fotoserie van beelden gemaakt door drones prachtig inzichtelijk gemaakt hoe drones ons beeld van de wereld (letterlijk: de blik op de bol waarop we wonen) verandert. 

  

En hup, door naar een artikel over nieuws, dat zonder drones niet gemaakt kon worden, zoals: het met een drone gekiekte paparazzi-plaatje van  Paris Hilton op het strand. 

Geheel in thema volgt een verhaal over de haat-liefdeverhouding tussen beroemdheden en de altijd naar meer nieuws verlangende journalisten. Madonna draagt elke dag dezelfde kleren als ze in het openbaar verschijnt, zodat fotografen niks nieuws meer hebben om te fotograferen. En George Clooney heeft zijn excuses aangeboden aan de pers nadat hij, in een poging zijn privacy te verdedigen door rechtzaken tegen paparazzi aan te gaan, volledig werd geboycot en terugverlangde naar de aandacht. 

Het verhaal vloeit mooi over in een artikel over ethiek en de eeuwige discussie over welke verantwoordelijkheid persfotografen hebben bij het verslaan van oorlog en rampen. Wat zijn de behoeften en rechten van slachtoffers? Is een camera of helpende hand meer effectief in het bestrijden van onrecht?

  

Gevolgd door verhalen over de clichébeelden in de strijd tussen de zwaarbewapende Israëliërs en stenen gooiende Palestijnen. Al jarenlang worden precies dezelfde journalistieke foto’s van een uitzichtloze strijd gebruikt. En over hoe oorlogen steeds meer via (sociale) media worden gevoerd, zoals Israël dat via Twitter het einde van een periode van vrede aankondigde. En: hoe regeringen beeldmanipulatie inzetten om hun (propagandistische) punt te maken, zoals extra raketten in het beeld plakken om een aanval heftiger te doen lijken. Of door media de mond te snoeren, internationale berichtgeving te filteren of van alle nationale televisiezenders staatszenders te maken. 

Interessant zijn ook de mensen en groeperingen aan de andere kant van het spectrum die gebruikmaken van media om hun boodschap te verkondigen, zoals Al-Qaeda, waarvan het beeld weer wordt gebruikt als bron door veiligheidsdiensten om diezelfde groeperingen op te sporen. Gevolgd door het voorbeeld van de miliseconde waarin de ene persfotograaf bijna zijn leven verloor, terwijl de andere persfotograaf de winnende World Press-foto maakte.  

  

Het tijdschrift zit vol feiten en intrigerende verhalen, maar weet vooral door alles aan elkaar te koppelen een interessante visie op nieuws te geven. Het is bovendien erg goed vormgegeven, met kleine pagina’s in pagina’s, veel beeldmateriaal en gaten in pagina’s waardoor je al delen van de volgende pagina’s ziet.

Meer wil ik eigenlijk niet verklappen, behalve dan de hilarische spread met foto’s van Kim Jong-Un en Barack Obama. Ideologisch gezien zijn het uitersten, maar visueel gezien zijn de verschillen niet zo groot.