Eén ding dat voetbaltrainer Marinus Dijkhuizen – in juni aangesteld door Brentford FC, afgelopen maandag alweer – snel doorhad: Engelsen houden van understatements.

Marinus Dijkhuizen op het veld tijdens de wedstrijd Brentford-Burnley. Augustus, 2015. Foto: Jan Kruger/Getty Images

Marinus Dijkhuizen op het veld tijdens de wedstrijd Brentford-Burnley. Augustus, 2015. Foto: Jan Kruger/Getty Images

‘Dat was even wennen,’ zegt hij, al dan niet in understatement.

‘Als een speler in Nederland een slechte pass geeft, zeggen we: wat een kutbal. Als iemand hier een slechte pass geeft, dan moet je zeggen: oh, unlucky.’

Was Dijkhuizen misschien te direct, te bot, te Nederlands? Een dag na zijn ontslag zoekt hij aan de telefoon naar verklaringen. Waarom had de club, die hem op basis van data-analyse op het spoor was gekomen en hem na vier goede gesprekken had aangesteld, het na drie maanden alweer gezien?

Het past helemaal niet bij de club. Want had het management niet bij herhaling gezegd: we ontslaan de trainer niet als de resultaten tegenvallen? Brentford en zusterclub Midtjylland uit Denemarken deden toch niet aan de waan van de dag?

Een redelijke, rationele benadering?

Als het proces deugt, negeren we de uitkomsten. Dat technisch directeur Rasmus Ankersen in maart, toen ik hem met mijn co-auteur Sander IJtsma in Denemarken sprak.

Geluk speelt in het voetbal een grote rol, waardoor ook goede ploegen regelmatig wedstrijden verliezen. Trainers van Midtjylland of Brentford hoefden zich dus geen zorgen te maken: ze zouden niet worden ontslagen omdat ze pech hadden.

‘Rasmus gaf me de ontslagbrief en dat was het. Koud en zakelijk’

Sterker, Ankersen deed het omgekeerde: hij verlengde vorig seizoen het contract niet van een populaire trainer die goede resultaten boekte, maar die volgens het statistische beoordelingsmodel zijn goede resultaten meer aan geluk dan aan kwaliteit te danken had.

Het toeval niet je keuzes laten bepalen; dat lijkt een redelijke, rationele benadering. Niettemin geldt het in het voetbal als uitzonderlijk – de reden dat Brentford en Midtjylland zulke interessante clubs zijn. En dat Dijkhuizen er drie maanden geleden vol vertrouwen aan de slag ging.

En toch ontsloeg deze club Marinus Dijkhuizen maandagochtend acht uur in een gesprekje van ‘ergens tussen de 1 en 2 minuten,’ zegt Dijkhuizen. ‘Rasmus gaf me de ontslagbrief en dat was het. Koud en zakelijk.’

Ontslag na acht wedstrijden, dat komt over als een impulsieve, populistische beslissing van een verveelde, excentrieke eigenaar die onrealistische, onredelijke verwachtingen heeft van zijn ploeg en trainer. De trainer ontslaan, de witte kat op schoot aaien en een nieuwe zondebok aanstellen – dat idee.

Vintage waan van de dag - zou je denken.

Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald

Maar dat Brentford de trainer niet afrekent op resultaten, betekent nog niet dat ze de trainer helemaal niet afrekenen.

Waarop dan wel? Ook niet op basis van het statistische model van Brentford. De ploeg stond negentiende op de ranglijst, maar volgens het model stond de ploeg tiende. Niet heel goed, maar goed verklaarbaar door alle blessures bij de club. Belangrijker nog: na acht wedstrijden zegt een tiende plek maar weinig - dat weten de statistici daar maar al te goed.

Aan de resultaten (19de) ligt het dus niet, aan het vertoonde spel (10de) ook niet. Dan blijft er maar één mogelijkheid over: ontevredenheid over de werkwijze van Dijkhuizen. Brentford zegt er niks en Dijkhuizen heeft hooguit wat vermoedens die hij niet hardop wil , dus er valt geen zinnig woord over te

Zeker is dat er iets hard is misgegaan in de sollicitatieprocedure. Brentford was Dijkhuizen door data-analyse. Na vier sollicitatiegesprekken – een zeer intensief proces - werd hij aangesteld. Dus je zou zeggen: Brentford wist wat ze met Dijkhuizen in huis haalden. Maar als je iemand al na drie maanden ontslaat, dan is duidelijk dat ze geen goed beeld hadden van wat Dijkhuizen zou gaan

Dat is zonder meer zwak van de club - een slechte inschatting. Maar als een trainer toch niet goed blijkt te passen, is het dan slecht om snel je conclusies te trekken? Je kunt ook zeggen: beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald.

Ook als dat je de spot van de voetbalwereld oplevert.

Hakken op cijferfetisjisten - altijd lekker

En die spot kwam er. Maar opmerkelijk genoeg ging die spot niet alleen over het ontslag.

Nee, het ontslag van Dijkhuizen bood menigeen dé kans om de vloer aan te vegen met iets wat hun toch al nooit lekker had gezeten: het gebruik van statistieken in het voetbal.

Een greep:

  • Chef sport van de Volkskrant Willem Vissers Alles meten en weten, verheffen tot kunst, en dan je trainer na acht duels ontslaan. Wat een treurnis.’
  • De eindredacteur van vakblad De Voetbaltrainer: ‘Als je je baseert op statistieken en de trainer al na 8 wedstrijden ontslaat, bewijs je dus dat je onzin verkoopt. Pure
  • NOS-commentator Jeroen Grueter: 'Zouden de cijfernerds van Brentford al een model van een statistiek met data hebben gemaakt over hoeveel Dijkhuizen per dag heeft
  • Ook AD-journalist en –columnist Sjoerd Mossou : ‘Rot op met je grafiekjes en je cijfertjes.’

Twee dagen later wijdde Mossou er een aan Brentford en andere ‘cijferfetisjisten’. Het ontslag van Dijkhuizen is volgens hem ‘in iets breder perspectief’ een interessant geval. ‘Want wat zegt dit nu over het gebruik van data en statistieken in het voetbal?’

De dataliefhebber in ons - Sander IJtsma en ik - zegt dat het gevaarlijk is te generaliseren uit een individueel voorval, maar goed. Een andere vraag die Mossou stelde, is boeiender: ‘Wat heb je er precies aan [aan data-analyse, MdH/SIJ], maar bovenal: wat niet?’

Tim Sparv die speelt voor FC Midtjylland, tijdens een wedstrijd tegen AaB Aalborg. Augustus, 2015. Foto: Jan Christensen/Getty Images

Tim Sparv die speelt voor FC Midtjylland, tijdens een wedstrijd tegen AaB Aalborg. Augustus, 2015. Foto: Jan Christensen/Getty Images

(Let op de ‘bovenal,’ en vraag je af: waarom zou het belangrijker zijn om te weten wat data niet kunnen toevoegen? Maar dit terzijde.)

Die laatste vraag had hij ook aan Rasmus Ankersen voorgelegd, de technisch directeur van Brentford, en (uiteraard) groot voorstander van het gebruik van data in het voetbal. Ankersen antwoordde Mossou: er is veel dat je niet in cijfers kunt vangen.

De prestaties van verdedigers bijvoorbeeld. Een goede verdediger, zo vertelde Ankersen Mossou, ‘is veel moeilijker in statistieken te vangen dan een aanvaller. Immers: een verdediger creëert niet zozeer situaties, hij voorkomt ze.’

Logisch nadenken

Daarmee, zou je zeggen, is de kous af. Data zijn een nuttig hulpmiddel om voetbal te begrijpen. Als je alleen met je blote ogen naar een ingewikkeld spel als voetbal kijkt, mis je heel veel. Als je alleen met data naar voetbal kijkt, ook.

Kortom: je kunt het beste beide doen. Precies zoals Brentford doet, precies wat Ankersen dus uitlegde, en geen data-analist die iets anders zou wíllen beweren.

Was het aanstellen van Dijkhuizen een mispeer? Duidelijk. Zegt dat iets over data-analyse in het voetbal? Nee

Niettemin concludeert Mossou dat ze bij Brentford ‘verdrinken in complexe cijfermodellen,’ waardoor ze vergeten iets belangrijkers te doen: ‘Logisch nadenken.’

Dus: dezelfde Ankersen die enkele alinea’s eerder nog had aangetoond logisch te denken, was kennelijk door naar complexe cijfermodellen te kijken, niet meer in staat logisch na te denken.

Klinkt niet erg logisch.

Was het aanstellen van Dijkhuizen een mispeer? Duidelijk (al is dat niet Dijkhuizens schuld). Zegt dat iets over data-analyse in het voetbal? Nee.

Dijkhuizen is trouwens ook onverminderd enthousiast over data-analyse. In de scouting, maar ook in het analyseren van wedstrijden.

Nuance versus cijferfetisjisten

Nu wil Mossou de cijferfetisjisten ook wel een bot toewerpen. ‘Zeker,’ schrijft hij, ‘geavanceerde data kunnen geweldig helpen om dingen inzichtelijk te maken, en wie de opkomst ervan blijft negeren, is een naïef soort Neanderthaler.’

Inderdaad. Maar die zin verdrinkt nogal tussen alle vijandige termen, suggestieve zinnen en neerbuigende verkleinwoorden; in die column, en in de reacties van anderen op het ontslag.

Het lijkt niet de goede volgorde: het gebruik van statistieken belachelijk maken en het nut ervan bagatelliseren, nog voordat je bent begonnen je erin te verdiepen, of het zelf eens te gebruiken. En het creëert een zinloos vijandbeeld: wij van het genuanceerde midden versus de geradicaliseerde cijferfetisjisten.

Als dat de acceptatie van data-analyse in het Nederlandse voetbal tegenhoudt, zou dat jammer zijn. Die acceptatie is er nu amper. Hooguit een plukje mensen dat zich in de Eredivisie bezighoudt met data. En alleen AZ heeft dat te willen gaan doen.

Daarmee loopt Nederland ver achter. Want niet alleen de vermeende gekkies van Midtjylland en Brentford denken dat gestructureerd nadenken over voetbal zin heeft. Athletic de Bilbao heeft een gerenommeerd aangesteld als hoofd talentontwikkeling. De Duitse nationale ploeg heeft een hele batterij in dienst. En de clubs in de Bundesliga hebben zo veel vraag naar goede analisten dat de sportuniversiteit van Keulen – die samenwerkt met de DFB – een wedstrijdanalyse heeft opgezet. De Engelse topclub Arsenal kocht in 2012 stilletjes een heel bedrijf vol data-analisten:

Arsenalmanager Arsène Wenger tijdens een training. Foto: Stuart MacFarlane/Getty Images

Arsenalmanager Arsène Wenger tijdens een training. Foto: Stuart MacFarlane/Getty Images

Anno 2015 mogen Brentford en Midtjylland extreem lijken in hun benadering. Maar over een paar jaar is dat vermoedelijk anders. Dan zullen nog meer clubs inzien dat alleen menselijke waarneming tekortschiet. Ja, voetbal is een complex spel. Maar dat betekent juist dat je harder moet werken om het spel te begrijpen - bijvoorbeeld met data-analyse.

Ook voor journalisten heeft het nut. Vroeger, toen er nog weinig voetbal op tv was en het internet niet bestond, waren journalisten nodig om mensen te vertellen wat er was gebeurd. Nu is het anders. Wat er is gebeurd, dat hoef je niet meer te vertellen - iedereen kan altijd voetbal kijken, op tv en online, en veel mensen doen dat ook. De uitdaging is het hoe en waarom uit te leggen.

Maar dat is moeilijk, en dus zijn er vooral veel meningen over voetbal te lezen. En het zoveelste lyrische stukje over Messi en Ronaldo, is dat nu meerwaarde? Inderdaad, het zijn geweldige voetballers. No shit, Sherlock. Maar wat hen precies zo goed maakt, dat is interessanter – en je kunt dat uitzoeken door naar het spel te kijken én naar een

Als voetbaljournalisten data gaan gebruiken, dan zal blijken dat data-analyse niet alleen nuttige antwoorden geeft, maar ook nieuwe vragen opwerpt en een kritischer denkcultuur schept.

En wie weet leidt een betere voetbaljournalistiek ook weer tot beter voetbal - iets wat Nederland, best kan gebruiken.

Dit stuk schreef ik samen met co-auteur
Zijn Twitter

Wil je op de hoogte blijven van mijn verhalen? Sport is een hypercompetitieve wereld die bol staat van innovatieve en archaïsche ideeën. Je kunt vechten of vluchten voor competitie. In mijn nieuwsbrief houd ik je op de hoogte van de artikelen die ik publiceer voor De Correspondent, deel ik de mooiste sportverhalen uit andere media en geef ik nutteloze feitjes die je kunt doorvertellen in de sportkantine of de kroeg. Schrijf je hier in voor mijn nieuwsbrief Dit is de voetbaltrainer van de toekomst Onlangs schreef ik een update over de aanstelling van de Nederlandse trainer Marinus Dijkhuizen bij het Engelse FC Brentford, een club die alle belangrijke beslissingen baseert op statistieken. Nu praat hij voor het eerst uitgebreid over zijn onverwachte en bijzondere aanstelling. Lees het stuk hier terug Voor de scouts van deze club is het kijken van wedstrijden verboden Als clubs al een data-analist hebben, dan luisteren ze niet naar hem. Bij het Deense FC Midtjylland gaat dat anders: daar heeft de eigenaar een hedgefonds en is de voorzitter een analist. Samen dwingen ze de club om het voetbal statistisch te benaderen. Ook al zegt de ranglijst hen weinig: het team staat fier bovenaan. Lees het stuk hier terug