Volgens de Duitse filosoof Peter Sloterdijk is cynisme een geraffineerde vorm van niet willen Het is geveinsde naïviteit, voorgewende machteloosheid om de handen schoon te kunnen houden. De cynicus weet namelijk, anders dan de naïeveling, dondersgoed hoe erg het met de wereld is gesteld, maar verkiest welbewust om weg te kijken. In het volle besef van de oorlogen die overal woeden, de natuurrampen die de kwetsbaarste mensen het hardste treffen en de corruptie die de politiek altijd bezoedelt, haalt de cynicus zijn schouders op en zegt: ‘Zo, het is weer gezellig vandaag’.

De uitspraak van Sloterdijk schoot me te binnen toen ik een voorvertoning zag van de documentaire van de Syrische regisseur Talal Derki, waarmee het International Documentary Festival Amsterdam (IDFA) deze week opent. De regisseur maakt deel uit van een kleine vriendengroep die hij dicht op de huid volgde tussen augustus 2011 en augustus 2013. De vrienden zijn jonge en vreedzame activisten als de oorlog in Syrië uitbreekt: behalve de regisseur is er de blogger en fotograaf Ossama, en de keeper van het nationale voetbalteam, Basset. Ze bezoeken demonstraties in de stad Homs, waar vooral de jonge, charismatische voetballer met zijn protestliederen tegen Assad de massa’s in beweging brengt. 

Twee jaar later is van hun aanvankelijke geloof in een vreedzame oplossing niets over. Ossama verdwijnt in 2012 in de kerkers van Assad. Basset bekeert zich tot de wapens en groeit uit tot de (informele) leider van het gewapende verzet in Homs. 

Beelden van geweld uit Homs kennen we wel, de stad is inmiddels een kapotgeschoten ruïne. Wat de documentaire bijzonder maakt is dat je wordt meegezogen in de geweldscultus die vooral Basset in de greep krijgt. Wat begint met gewapende zelfverdediging tegen de overal aanwezige tanks van Assad, verandert langzamerhand in georganiseerde, gewapende aanvallen, het kussen van wapens en het verheerlijken van martelaarschap. 

De documentaire is voer voor cynici. Want, ‘zie je nou wel?: de burgeroorlog in Syrië is niet te stoppen en er zijn daar geen slachtoffers, alleen maar daders’. En het is waar, het geweld is endemisch en met de grootschalige import van internationale jihadisten en Al-Qaeda-aanhangers is een eenvoudige scheidslijn tussen goed en fout al lang niet meer te trekken. En hoe verleidelijk ook om naïviteit te veinzen en ons af te keren, de jonge Basset verdient een beter lot dan cynische desinteresse. Van week tot week glijdt hij weg. Zijn broer sterft, net als zijn vrienden. Zijn eigen perspectief vernauwt, van een getalenteerde en levenslustige voetballer wordt hij een vroegoude man wiens enige voorstelling van de toekomst zijn eigen dood is. Hij raakt depressief en zwaar gewond, hij huilt. En uiteindelijk verhardt hij. 

Hier is een eenvoudig mechanisme aan het werk. ‘Leven en laten sterven,’ zegt Sloterdijk hierover. Ook gewone, vredelievende mensen grijpen naar wapens als hen niets meer overblijft: als het regime geen geweld schuwt en de wereld er niet van wil weten. Aan het begin van de oorlog roepen Basset en zijn vrienden tijdens de demonstraties om een ‘no-fly-zone’. Die kwam er niet. Zij sturen blogs en foto’s de wereld in, schreeuwen om hulp en aandacht van de internationale gemeenschap. ‘De wereld kijkt toe hoe we één voor één worden vermoord’, zegt de regisseur in een voice-over, ‘en zwijgt als het graf.’
 
Voor de burgeroorlog in Syrië is Assad verantwoordelijk. Daarna komen de (internationale) strijders aan bod die de wreedheid van Assad hebben gekopieerd. Maar dan, op enige gepaste afstand, volgen de cynici. Wijdverbreid, internationaal cynisme verlengt het geweld in Syrië. Dat cynisme zetelt in de Veiligheidsraad, het keert terug in moedeloze politieke commentaren en in de collectieve weerzin tegen grote vluchtelingenstromen, Nederlandse jihadisten en al die andere lelijke bijverschijnselen van deze oorlog. 

zal de lezer vragen? Laten we eens beginnen met nieuwe belangstelling, met betrokkenheid, en misschien zelfs enig inlevingsvermogen. Of zoals Sloterdijk in antwoord op cynisme zegt: ‘De liefdeloosheid van gisteren verplicht je tot niets.’

Ik sta inmiddels niet meer achter deze column. Lees in mijn waarom.