Hoewel fotograaf Vincent Mentzel mij al in 1994 had gefotografeerd voor NRC Handelsblad, vlak voor mijn debuutroman uitkwam, leerde ik hem pas echt kennen via mijn toenmalige vriend en secretaris Pablo in New York.

Pablo was kunsthandelaar, uitgever en hij zat in de catering. Men zei dat hij een spoor van vernieling had achtergelaten, maar dat maakte hem voor mij alleen maar interessanter.

Het was Pablo die mij ertoe aanzette aan het eind van de jaren negentig te gaan schilderen, hoewel ik niet kan schilderen. En hij was het ook die mij verleidde eind jaren negentig weer gedichten te gaan schrijven, hoewel ik daar zo rond 1993 mee was opgehouden.

Ik zag Pablo tussen 1998 en 2001 vaak voor de lunch. Aan het eind van een lange lunch met veel drank zei hij dan: ‘Schrijf iets onsterfelijks.’

‘Dat ga ik doen,’ antwoordde ik.

Maar in werkelijkheid moest ik eerst op bed gaan liggen om bij te komen van alles wat we genuttigd hadden voor ik überhaupt iets kon schrijven.

Een foto van Vincent Mentzel van mij bij de opening van het Boekenbal in 1998 in groene bontjas is door Pablo nog eens als bibliofiele uitgave verkocht. Bijgesloten was een kort gedicht dat, als ik me niet vergis, ‘Tang’ heet.

De groene bontjas had ik trouwens samen met Pablo aangeschaft. Ik kocht veel kleren met Pablo.

Hoe en waar Vincent Mentzel in het spel kwam weet ik niet meer zeker. Ik weet alleen nog dat Vincent, hoewel hij niet onder de indruk was van Pablo, zich toch graag door hem liet verwennen.

Vincent wilde me samen met koningin Beatrix fotograferen. Maar Hare Majesteit wilde dat niet.

Vincent kwam ik niet alleen tegen in gezelschap van Pablo. Toen Rotterdam in 2001 culturele hoofdstad van Europa was en ik indirect had bijgedragen aan de festiviteiten door een hedendaagse Lof der Zotheid te schrijven, wilde hij me bij de officiële opening van dat jaar samen met koningin Beatrix fotograferen. Maar Hare Majesteit wilde dat niet.

Deze week was Vincent weer in New York. Mijn geliefde, die daar ook was, kende Vincent nog uit haar verleden.

We gingen eten in mijn favoriete restaurant. Herinneringen werden opgehaald, zij het op bescheiden schaal.

Na het hoofdgerecht bleek Vincent zich met enige moeite te kunnen herinneren dat hij mijn huidige geliefde al eens had ontmoet. Je moet het geheugen soms een beetje in werking zetten, maar als dat eenmaal gebeurd is, komen er ook een hoop herinneringen los.

Zo kwamen er herinneringen ter tafel aan Beatrix, Pablo, de ex van Vincent en China, waar ik nog altijd eens met Vincent naartoe zou gaan. Tussen het einde van het hoofdgerecht en het einde van het dessert behandelden we een heel leven.

De wijn had mij vermoeid, maar dat was niet erg. Thuis ben je waar je verleden kan worden samengevat in de tijd die het kost om een bakje fruitsalade te eten.

Thuis ben je waar de dood eerder komt dan de ouderdom De zoon van een vriend vraagt of de Hotelmens lid wil worden van de Floppy Shoe Gang. Hij stemt toe en krijgt een officiële lidmaatschapskaart. Mag hij dan wel Arnon Monkey blijven? Lees de column hier terug

Thuis ben je waar je het object van andermans verlangen bent De schrijver schrijft niet alleen, hij moet zijn werk ook aan de man brengen. En zo vindt de Hotelmens zichzelf in een boekhandel in Stellenbosch, met een vertaler die verliefd op hem is. Lees de column

Thuis ben je waar je pubers het meest mist De Hotelmens moest met zijn boek alle Nederlandse Bijenkorffilialen langs. Dat de schrijver een probleem was, werd al snel duidelijk. Maar toen was daar Piet, met een chocoladeletter in zijn hand. Lees de column