‘Waarom ben je hiernaartoe gekomen?’

Ik bleef verrast en overvallen staan en zag in de ogen van de agent dat hij boos was. Hij stelde vragen waarop hij geen antwoord verwachtte. In Irak zou ik nu worden vastgebonden als ik iets verkeerds deed. Maar hier hingen geen kettingen of ijzeren kabels aan de muur. Er hing alleen een portret van de Neder­landse koningin met een kroon op haar hoofd en een zachte glimlach. Het was een gewoon kantoor, zoals je in een bank verwacht.

Illustratie: Cliff van Thillo

Illustratie: Cliff van Thillo

‘Waarom lossen jullie je problemen niet op in je eigen land? Wij zijn toch niet verantwoordelijk voor de problemen in de wereld?’ vroeg de man.

De zeven jaar die ik had doorgebracht vanaf het moment dat ik uit Irak was ontsnapt tot nu, op Schiphol, schoten door mijn hoofd. Zeven jaar van honger, verdwalen en angst.

Vreemdelingenpolities bij vele grenzen hadden mij gebeten, alleen omdat ik dat kleine, dunne boekje, zonder gedichten of poëtische zinnetjes, niet had; een paspoort.

Op deze vraag verwachtte de man wel antwoord. Mijn blik ging weer naar het portret van de koningin achter hem en zo schoot me een antwoord te binnen, uit een boek dat ik ooit gelezen had over de Tweede Wereldoorlog, de bombardementen op Rotterdam en de vlucht van de Nederlandse koninklijke familie. Ik antwoordde: ‘Meneer, uw koningin is in de Tweede Wereldoorlog gevlucht en loste haar probleem niet op in haar eigen land. Terwijl zij een leger had, een geheime dienst, een volk en geld. Waarom moet ik mijn problemen in Irak oplossen, terwijl ik een burger ben en nog geen keukenmes bezit?’

‘Sorry meneer, maar ik ben uit Irak gevlucht om mijn handen niet in bloed te hoeven dopen. Ik ben niet naar Nederland gekomen om mijn handen in een wc te steken’

De man stond op, kwam dichter bij mij met een vertrokken mond, drukte zijn duim in mijn borst en siste: ‘Jij, jij, hé, hé…’ Ik werd stil. Hij ging weer in zijn stoel zitten, maar bleef me met een ijskoude blik aankijken.

‘Waar is je paspoort?’ vroeg hij.

‘Ik heb het verscheurd en in de wc gegooid,’ zei ik. Daarop liep de man het kantoor uit en kwam terug met een andere agent, een grote man met kort bruin haar en twee plastic handschoenen.

‘Je gaat met deze agent mee en haalt je paspoort uit de wc,’ zei hij.

Ik was verbaasd dat de man mij, terwijl hij boos op mij was, plastic handschoenen gaf. Vooral toen hij me demonstreerde dat de handschoenen lang genoeg waren om tot de elleboog te reiken, zodat ik ze diep in de wc kon steken zonder mijn armen vies te hoeven maken. Kennelijk dachten ze dat er nog wel een fragmentje in de wc was blijven hangen.

Illustratie: Cliff van Thillo

Illustratie: Cliff van Thillo

‘Anders sturen we je terug naar Irak,’ voegde de man eraan toe. Ik liet de handschoenen op de grond vallen.

‘Pak ze op en trek ze aan,’ zei de agent, maar ik bleef stil.

‘Waarom doe je niet wat je gezegd wordt?’ zei de man.

‘Sorry meneer, maar ik ben uit Irak gevlucht om mijn handen niet in bloed te hoeven dopen. Ik ben niet naar Nederland gekomen om mijn handen in een wc te steken,’ zei ik.

De man zei iets tegen de agent in het Nederlands. De agent leek op die woorden te hebben gewacht, want ineens stond hij achter mij en bond mijn handen razendsnel op mijn rug, alsof hij mij net na een lange achtervolging had gevangen. Hij trok de plastic boeien zo strak aan dat ik het bloed in mijn handen niet meer voelde stromen. Daarna duwde hij me voorwaarts naar een celletje. Hij gooide de handschoenen in de cel en trapte mij daarna zo hard met een laars in mijn rug dat ik tegen de muur vloog. Mijn gezicht botste tegen het beton en ik viel op de grond.

‘Zolang je paspoort niet uit die wc komt, blijf je hier,’ zei de agent en smeet de ijzeren deur met een klap dicht. Die agent schopte niet alleen tegen mijn rug, maar ook tegen mijn geloofwaardigheid, want elke keer als ik later over die schop vertelde of over mijn rug die tot op de dag van vandaag pijn doet, werd ik niet

Waarom alle oudere Irakezen op twee dagen geboren zijn In mijn nieuwe roman Hoe ik talent voor het leven kreeg raakt de Iraakse civiel ingenieur Semmier Kariem gevangen in de Nederlandse asielprocedure. In fragment twee: zijn zesenhalf uur durende verhoor. Lees het fragment hier terug

Meer lezen? Hoe ik talent voor het leven kreeg verschijnt 14 januari bij Uitgeverij Jurgen Maas. Hier lees je er meer over Waarom De Correspondent voorpubliceert uit de roman Hoe ik talent voor het leven kreeg Zeven fragmenten uit de roman Hoe ik talent voor het leven kreeg verschijnen deze weken op De Correspondent. Waarom? Lees daar hier meer over