Ik zal meneer en mevrouw Bouma en hun vier prachtige kinderen nooit vergeten. De warmte van dat nest was een grote steun tegen de talloze ambtenaren van de Immigratie- en Naturalisatiedienst, de vreemdelingenpolitie en het Centraal Orgaan opvang asielzoekers voor wie ik hun werk was, zoals een lijk voor de gieren.

Illustratie: Cliff van Thillo
Illustratie: Cliff van Thillo

Na een paar dagen op de boerderij opende ik met een scheermesje het geheimste plekje tijdens mijn vlucht: de zoom van mijn broek. Ik haalde de tweehonderd dollar eruit die ik in plastic had gewikkeld, opgerold en erin genaaid. Ik bewaarde ze niet als dollarbiljetten, maar als goede vrienden. Ik had ze nooit gebruikt, omdat ik ze had opgespaard voor de moeilijkste situatie. Maar elke keer als er een moeilijke situatie was waar ik het geld voor had kunnen gebruiken, zei ik tegen mezelf: het kan nog moeilijker. Nu haalde ik die tweehonderd dollar uit mijn zoom en ging naar Assen. Ik wisselde ze om naar guldens en ging naar een muziekwinkel om een gitaar te kopen. Ik zag een gitaar die 175 gulden kostte. Omdat ik geen ervaring had met iets kopen in Nederland, begon ik te onderhandelen.

‘U bent in Nederland,’ zei de verkoopster.
‘Ik weet het, mevrouw, maar mag ik ’m dan misschien voor 145 gulden?’
‘U bent echt in Nederland,’ zei ze en keek me met een soort verbazing aan. ‘De prijs staat hier vast, die gaat alleen naar beneden bij een aanbieding en tijdens de uitverkoop. Maar onderhandelen doen we niet.’
‘Oké, nu snap ik het. Maar mag ik de gitaar dan voor 155 gulden?’

Elke keer als ik naar Groningen reis en de trein twee minuutjes op station Assen stopt, schaam ik me dood

Ik weet het niet, maar elke keer als ik naar Groningen reis en de trein twee minuutjes op station Assen stopt, schaam ik me dood. Ik, een volwassen man, stond daar smekend voor die blonde vrouw in een muziekwinkel om de prijs te laten zakken. Die gitaar heb ik nog, en ik schaam me niet als ik erop speel of ernaar kijk. Ik schaam me alleen als de trein twee minuten op station Assen stopt. En ach, wat heerlijk als ik met iemand in de auto mee naar Groningen kan rijden. Dan ben ik de hele weg schaamteloos.

Op een dag kwam Sanne, de oudste dochter van meneer en mevrouw Bouma, naar me toe. Ik lag op een bank in de grote zaal te lezen. Ze vroeg mij of ik haar gitaarles kon geven.
‘Dat kan,’ zei ik.
‘Hoeveel kost een les?’ vroeg ze.
‘Gratis,’ zei ik. Ze keek mij verbaasd aan. ‘Maar als je wilt kun je mij in ruil Nederlandse les geven.’
‘Dat is beter,’ zei ze.
‘Wanneer wil je de eerste les?’
‘Eerst moeten we een concrete afspraak maken.’

Concrete afspraak? Dat moest ik eerst begrijpen voor ik er een kon maken. Dit meisje was acht en sprak met mij over een concrete afspraak. Ach, waar was ik in hemelsnaam terechtgekomen? In Irak maakten we een afspraak dat we elkaar ’s middags zouden zien, maar welke middag? Vandaag, morgen, volgende week, volgend jaar? Sommige afspraken in Irak zijn na al die jaren nog steeds niet nagekomen.

‘Wacht even, ik kom zo,’ zei ze, ze ging weg en kwam terug met een boekje en een pen. ‘Mijn agenda,’ legde ze uit.
Ik vertaalde wat ze zei voor de andere asielzoekers in de zaal en die lachten hard. Ze kwamen in een kring om ons heen staan om dat wonder te zien: een meisje van acht jaar met een agenda.
‘Donderdag om vier uur, is dat goed?’
‘Ja.’
‘Hoelang?’
‘Twee uur.’
‘Dat is te lang, ik heb niet zo veel tijd en om zes uur gaan we aan tafel. Dertig minuten, is dat ook oké?’
Ik knikte en zij schreef de afspraak in haar agenda. Iedereen, ik ook, keek hoe Sanne dat opschreef. ‘En wanneer wil je de afspraak voor de Nederlandse les?’
‘Als je tijd hebt,’ zei ik tegen haar. Ik kon me bijna niet inhouden en ontplofte haast van het lachen, want ik vond het zo’n goede grap.
‘Dat kan niet. Je moet een datum zeggen.’
‘Vrijdag om vier uur.’
‘Welke vrijdag? Aanstaande of volgende week?
‘Aanstaande.’
Voorzichtig opende ze haar agenda weer en noteerde het. Daarna herhaalde ze onze afspraken om ze te bevestigen. Wat mij ontzettend verbaasde, was dat ze donderdag om precies vier uur kwam en ervoor zorgde dat de les precies om halfvijf eindigde.

Illustratie: Cliff van Thillo
Illustratie: Cliff van Thillo

Vrijdag kwam Merdaan, een van de asielzoekers naar me toe. Ik lag op mijn bed te dutten. ‘Man, Semmier, waar ben je?’ zei hij. ‘Sanne wacht te lang op jou, zeker al vier minuten! En ze zegt dat ze niet meer dan nog twee minuten kan wachten.’

Merdaan en ik zakten door onze knieën van het lachen, maar ik kon niet meer dan twee minuten lachen, dus rende ik naar Sanne met een klein zwart boekje dat ik nog steeds heb, voor mijn eerste les Nederlands. Eigenlijk gaf ze mij in plaats van Nederlandse les, les om niet laat te komen als ik iets wilde leren.

In 2006 ging ik terug naar de Boumaboerderij. Ik wilde Sanne laten zien dat zij de beste docent Nederlands ooit was, want ik schreef inmiddels in het Nederlands niet alleen e-mails en sms’jes, maar zelfs gedichtjes en verhaaltjes.

Na dat bezoek was ik wel wat teleurgesteld in mezelf als gitaarleraar, want ik hoorde dat ze in plaats van gitaar had besloten nooit meer een instrument te bespelen. Ze kocht uiteindelijk een brommer. Ik liet haar mijn kleine zwarte boekje zien waarin in haar handschrift de eerste lessen geschreven staan.

Jammer genoeg denk ik nog steeds dat ik de reden ben dat zij geen geweldige muzikant geworden is. Maar wel een goede brommerchauffeur, want van het dorp tot station Assen hing mijn kont tussen hemel en aarde omdat ze erop aandrong mij naar het station te brengen en ik achterop haar brommer

Meer lezen?

Van Irak naar Nederland met een vals paspoort, deze roman neemt je mee In mijn nieuwe roman Hoe ik talent voor het leven kreeg raakt de Iraakse civiel ingenieur Semmier Kariem gevangen in de Nederlandse asielprocedure. In fragment een: zijn aankomst met vals paspoort op Schiphol. Lees het fragment hier terug Waarom alle oudere Irakezen op twee dagen geboren zijn In mijn nieuwe roman Hoe ik talent voor het leven kreeg raakt de Iraakse civiel ingenieur Semmier Kariem gevangen in de Nederlandse asielprocedure. In fragment twee: zijn zesenhalf uur durende verhoor. Lees het fragment hier terug Meer lezen? Hoe ik talent voor het leven kreeg verschijnt 14 januari bij Uitgeverij Jurgen Maas. Hier lees je er meer over Waarom De Correspondent voorpubliceert uit de roman Hoe ik talent voor het leven kreeg Zeven fragmenten uit de roman Hoe ik talent voor het leven kreeg verschijnen deze weken op De Correspondent. Waarom? Lees daar hier meer over