Op een dag zag ik in de supermarkt iemand een uitgeknipte foto uit de krant ophangen van honden en katten die in een asiel woonden. In kranten werden foto’s van honden of katten gepubliceerd voordat ze een spuitje zouden krijgen, omdat een asieldier niet langer dan drie jaar mocht wachten in een asiel.

Ik keek op het advertentiebord naar de foto’s van mijn collega-dieren en besloot een asiel te bezoeken. Ik haalde er een foto vanaf en fietste erheen.

Illustratie: Cliff van Thillo
Illustratie: Cliff van Thillo

‘Bent u op zoek naar een kat of een hond?’ vroeg een vrouw achter de receptie.
‘Ik kom voor deze,’ zei ik en liet haar de advertentie zien.
‘Ah, Tutu. Hij is daar. Kom maar mee.’ Enthousiast liep ze langs een gang vol kooien met honden en ik volgde haar. Sommige honden sliepen en sommige lagen in een hoek met open ogen, anderen stonden te kwispelen, alsof ze voelden dat er hoop was het asiel te verlaten.

De eerste zes jaar van mijn leven ging ik op een ezel naar school en als ik aankwam, liet ik de ezel vrij. Hij liep vrij rond maar at nooit van een akker van iemand anders, hij sliep niet eens in de schaduw van een boom die iemand toebehoorde. En om twaalf uur precies, als de school uit was, stond hij weer op mij te wachten. Dieren waren altijd een deel van onze familie. We aten nooit het vlees van onze eigen dieren. In dit Nederlandse dierenasiel voelde ik dat ik door al mijn jaren in het asielzoekerscentrum de dieren daar begreep en zij mij, want wij hadden dezelfde last op onze schouders: het wachten.

De hond die maar niet weg wilde rennen

‘Dit is Tutu,’ zei ze. ‘Hij was een beetje te groot voor de familie die hem als puppy had genomen. Hij is lief en trouw, hoor. Maar wel een beetje lomp.’
Ze opende de deur en riep hem. Hij kwam naar haar toe. ‘Het is een reu van vierenhalf jaar. Over twee weken is hij hier drie jaar. Als hij dan nog niet…’ zei ze en ze keek mij aan. ‘Misschien ben jij zijn laatste kans.’
‘Kan ik een rondje met hem lopen?’ vroeg ik.
‘Natuurlijk,’ zei ze en ze gaf mij de riem. ‘Soms is hij te enthousiast en luistert hij even niet, maar hij is erg lief en braaf.’

‘Tutu, ga! Je bent vrij. Over twee weken ben je dood als je niet gaat’

Ik nam Tutu aan de riem en ging met de hond naar buiten. Omdat de vrouw mij niet naar mijn identiteitskaart of mijn naam had gevraagd, voelde ik dat ik Tutu vrij kon laten, zodat hij er vandoor kon gaan. Dan zou hij zelf wel een baasje vinden, makkelijker dan via de bureaucratie van Nederland. Ik deed hem de riem af.

‘Ga!’ riep ik, maar in plaats van hard weg te rennen keek hij naar mijn hand. Ik pakte een stok en gooide die weg. Hij rende erachteraan en bracht hem weer terug.
‘Tutu, ga! Je bent vrij. Over twee weken ben je dood als je niet gaat,’ riep ik, maar hij bleef naar de stok in mijn hand kijken, zijn tong uit zijn bek, zijn kop scheef. Ik gooide de stok zo ver mogelijk weg en als ik de kracht had gehad, had ik hem achter de horizon gegooid. Tutu bracht de stok keer op keer terug. Het speet mij dat ik hem niet mee kon nemen naar het asielzoekerscentrum. Ik liep met hem rond tot kwart voor vijf.

‘Ik dacht dat Tutu ontsnapt was,’ zei de vrouw bij het asiel.
‘Dat hoopte ik ook, maar het is inderdaad een brave hond.’
‘Je neemt hem dus?’
‘Ik wou dat het kon, maar dieren zijn helaas verboden in het asielzoekerscentrum.’ Toen de vrouw dat hoorde, zag ik aan haar gezicht dat ze geïrriteerd was dat ze haar tijd aan mij had verspild.
‘Hang de advertentie maar weer terug in de supermarkt. Wie weet komt er dan nog net op tijd een echt baasje…’

Een advertentie voor mezelf

Ik besloot een advertentie voor mezelf te schrijven, precies zoals die voor de asieldieren. In plaats van ‘asieldier van de maand,’ schreef ik erboven ‘asielzoeker van de eeuw.’ Ik baseerde mijn tekst op de tekst uit de krant en veranderde alleen maar de duur van mijn verblijf in het asiel.

Na een paar dagen rinkelde mijn telefoon en belde een vrouw. Haar stem leek oud. Ze had mijn advertentie gelezen en wilde mij graag zien. Tijdens de afspraak zag ik dat ze nog geen dertig was. Ze vond de advertentie grappig en daarom had ze, na enige twijfel, gebeld. Ze vond het leuk om met me te praten maar bleef wat gereserveerd, want volgens haar waren asielzoekers niet te vertrouwen – en daarin had ze gelijk, vaak wilden ze van blonde vrouwen slechts een verblijfsvergunning, geld en een paspoort. Ik wilde ook een verblijfsvergunning, geld en een paspoort, maar van haar wilde ik totaal iets anders. Ze was gewoon prettig gezelschap, we hadden plezier samen.

Illustratie: Cliff van Thillo
Illustratie: Cliff van Thillo

‘Ik vind je leuk,’ zei ik haar op een dag.
‘Vind je mij leuk of het Nederlandse paspoort?’ vroeg ze.
Een maand later zei ik: ‘Ik ben gek op jou.’
‘Ben je gek op mij of op het Nederlandse paspoort?’
Weer een paar weken verstreken.
‘Ik ben verliefd op jou,’ zei ik.
‘Op mij of op het Nederlandse paspoort?’
Ze leek mij te willen zien als asielzoeker, niet als een mens.

Op een dag regende het hard. We waren elkaar toevallig tegengekomen en ze nodigde mij uit in haar huisje. Ze trok haar natte kleren uit en zei mij dat ik dat ook moest doen, anders werd ik ziek. Ik zat in boxershort en T-shirt naast haar op de bank, enigszins verlegen. Maar we hadden plezier en toen ik haar probeerde te zoenen, zei ze:
‘Wil je mij zoenen of het Nederlandse paspoort?’

Het was een nacht die je volgens de Nederlandse denker Guus Meeuwis normaal alleen in een film ziet en volgens mij absoluut niet in een asielzoekerscentrum. We zoenden elkaar. Ze trok haar kleren uit en gooide die op een stoeltje voor een spiegel. Op bed keek ze mij glimlachend aan.

‘Wil je mij neuken?’ vroeg ze ondeugend, alsof we gewoon yoga konden doen op haar bed.
‘Nee,’ zei ik. ‘Maar ik wil wel graag het Nederlandse paspoort neuken.’ Terwijl haar ogen mij bleven aankijken, ging haar hand naar de lade van haar nachtkastje en hield ze het mooiste paspoort ter wereld voor mijn gezicht: een condoom.

Toen ik haar het volgende weekend belde om haar te zien, zei ze dat het beter was elkaar in de stad te ontmoeten.

‘Misschien moeten we elkaar niet meer zien,’ zei ze in het park tegen mij. ‘Ik begin je leuk te vinden en ben bang dat ik verliefd word.’

Ik heb haar daarna nooit meer gezien.

Meer lezen?

Van Irak naar Nederland met een vals paspoort, deze roman neemt je mee In mijn nieuwe roman Hoe ik talent voor het leven kreeg raakt de Iraakse civiel ingenieur Semmier Kariem gevangen in de Nederlandse asielprocedure. In fragment een: zijn aankomst met vals paspoort op Schiphol. Lees het fragment hier terug Waarom alle oudere Irakezen op twee dagen geboren zijn In mijn nieuwe roman Hoe ik talent voor het leven kreeg raakt de Iraakse civiel ingenieur Semmier Kariem gevangen in de Nederlandse asielprocedure. In fragment twee: zijn zesenhalf uur durende verhoor. Lees het fragment hier terug Het tegenwicht voor de IND en het COA? De achtjarige docent Sanne In mijn nieuwe roman Hoe ik talent voor het leven kreeg raakt de Iraakse civiel ingenieur Semmier Kariem gevangen in de Nederlandse asielprocedure. In fragment drie: Nederlandse les van de achtjarige Sanne. Lees het fragment hier terug Rico heeft wel papieren (en leert ons hoe rijk Nederland is) In mijn nieuwe roman Hoe ik talent voor het leven kreeg raakt de Iraakse civiel ingenieur Semmier Kariem gevangen in de Nederlandse asielprocedure. In fragment vier: de hond die wel papieren had. Lees het fragment hier terug Zo ziet een asielzoekerscentrum er van binnen uit In mijn nieuwe roman Hoe ik talent voor het leven kreeg raakt de Iraakse civiel ingenieur Semmier Kariem gevangen in de Nederlandse asielprocedure. In fragment vijf: negen jaar wachten in een asielzoekerscentrum. Lees hier het fragment terug Hoe Jelena het asielzoekerscentrum op zijn kop zette In mijn nieuwe roman Hoe ik talent voor het leven kreeg raakt de Iraakse civiel ingenieur Semmier Kariem gevangen in de Nederlandse asielprocedure. In fragment zes: de Russische Jelena, die met haar schoonheid iedereen in verwarring achterliet. Lees hier het fragment terug Meer lezen? Hoe ik talent voor het leven kreeg verschijnt 14 januari bij Uitgeverij Jurgen Maas. Hier lees je er meer over Waarom De Correspondent voorpubliceert uit de roman Hoe ik talent voor het leven kreeg Zeven fragmenten uit de roman Hoe ik talent voor het leven kreeg verschijnen deze weken op De Correspondent. Waarom? Lees daar hier meer over