Ethan and Joel Coen. Foto: Getty Images

Wacht even. Levenslessen van de Coen Brothers?

Het idee alleen al zal veel filmliefhebbers de wenkbrauwen doen fronsen. Dat Joel (1954) en Ethan (1957) Coen hilarische dialogen schrijven, onvergetelijke personages creëren en een superieure visuele stijl hanteren, staat buiten kijf. Maar valt er in hun absurdistische universum nu echt zoveel diepgang te ontwaren?

Vanaf hun eerste films – Blood Simple (1984), Raising Arizona (1987), Miller’s Crossing (1990) – wordt de Coens verweten dat hun werk weliswaar vol slimme culturele verwijzingen zit, maar verder aan de oppervlakte blijft.

Een zwartgallig wereldbeeld, op het nihilistische en misantropische af, zou inhoudelijk de enige constante vormen in hun oeuvre. Typerend is bijvoorbeeld Na diverse zuinige recensies veranderde Ebert van mening over het werk van de Coens. Hij was groot liefhebber van onder meer Fargo en The Big Lebowski. van gevierd recensent Roger Ebert op The Hudsucker Proxy (1994): ‘Het is allemaal vorm en geen inhoud. Techniek zonder Lees Roger Eberts recensie van The Hudsucker Proxy hier. hart.’

Wat zeker niet meehelpt, is het feit dat de broers in interviews steevast lacherig doen over eventuele diepere lagen in hun Een typerend interview met de Coen Brothers. films. ‘O, daar denken we nooit over na,’ luidt standaard het antwoord. Intussen lijken ze in hun werk graag de draak te steken met hun imago.

Bijvoorbeeld via de zelfverklaarde nihilisten in de komedie The Big Lebowski (1998), die volgens Vietnamveteraan Walter Sobchak (John Goodman) nog erger zijn dan nazi’s: ‘Nihilists! Fuck me. Say what you like about the tenets of National Socialism, Dude, at least it’s an ethos.’

YouTube
Bekijk de bewuste scène uit The Big Lebowski.

Ontbreekt het de Coens aan een ethos? Wie goed oplet zal merken dat dat reuze meevalt. Sterker: uit hun werk valt een verrassend samenhangend en genuanceerd stel levenslessen te destilleren. Hier zijn er tien, aan de hand van tien citaten uit tien Coenfilms.

1. ‘I gotta tell you: the life of the mind, there’s no roadmap for that territory.’ (Barton Fink)

De pretentieuze toneelschrijver Barton Fink (John Turturro) heeft het in de gelijknamige film uit 1991 regelmatig over Lees hier meer over Arendts denken (en het leven van de geest). ‘het leven van de geest.’ Dat die term naar een boek van de Duits-Amerikaanse filosofe Hannah Arendt verwijst, is vast geen toeval. Barton Fink biedt namelijk een illustratie bij een andere beroemde publicatie van Arendt, over ‘de banaliteit van het kwaad.’ De filosofe deed eind jaren zestig verslag van het proces tegen Adolf Eichmann, in wie ze tot haar verbazing geen monster herkende, maar eerder een zielig mannetje. Ze concludeerde daaruit dat het kwaad iets banaals en raadselachtigs heeft.

In Barton Fink zien we dit gedachtegoed terug in de persoon van Charlie Meadows (weer John Goodman), een aimabele handelsreiziger die steeds wordt aangeduid als ‘gewone man,’ tot hij zich ontpopt tot een fascistische moordenaar.

Natuurlijk is dit maar één mogelijke interpretatie van Barton Fink (zelfs naar Coenmaatstaven een bizarre film), maar die is best plausibel als je weet dat Ethan Coen is afgestudeerd als filosoof – nota bene aan de Princetonuniversiteit, waar Arendt ooit lesgaf. Broer Joel studeerde op zijn beurt film aan New York University. Tel die ervaringen bij elkaar op en je krijgt een oeuvre waarin het aantal filosofische verwijzingen slechts wordt overtroffen door het aantal filmcitaten. (Goed, en door het aantal grappen.)

Dit filosofische perspectief geeft het absurdistische karakter van het Coenuniversum een extra lading. Een lading die aansluit bij het bovenstaande citaat uit Barton Fink: van de menselijke geest bestaat geen plattegrond. Oftewel: het echte leven – het leven dat wordt gedicteerd door toeval, onbewuste processen en irrationele beslissingen – houdt zich niet aan Hollywoodregels. De films van de Coens worden bevolkt door rare snuiters, maar die leven vaak in een wereld die dichter bij de chaotische werkelijkheid staat dan de gemiddelde Hollywooddroom. Een wereld waarin mensen zelden knap zijn, wensen zelden uitkomen en rampen zich zelden aankondigen.

Dat kún je opvatten als nihilistisch. Maar het is eerder realistisch.

2. ‘What did we learn? I don’t fucking know.’ (Burn After Reading)

Neem de Hollywoodregel dat een hoofdpersoon altijd iets moet leren. Hoe vaak maak je in werkelijkheid nu iets mee wat je leven significant verandert?

In het even lullige als geestige slot van de komedie Burn After Reading (2008) doet een van de weinige personages die het verhaal heelhuids heeft doorstaan zijn best er nog iets van een moraal aan vast te knopen. Tevergeefs.

YouTube
Bekijk hier de slotscène van Burn After Reading.

3. ‘You don’t want to go anywhere, and that’s why the same shit’s going to keep happening to you.’ (Inside Llewyn Davis)

Let wel: dat de Coens constateren dat veel mensen maar een beetje stilstaan in het leven, wil niet zeggen dat ze dat altijd toejuichen. Vaak tonen ze juist aan dat iemand die geen actie onderneemt of verantwoordelijkheid wil dragen daar zelf vroeg of laat problemen van ondervindt.

De folkzanger uit Bekijk hier de laatste scène van Inside Llewin Davis. Inside Llewyn Davis (2013) heeft voortdurend pech, maar is dan ook niet erg daadkrachtig, zoals zijn ex hem fijntjes onder de neus wrijft. De film eindigt veelzeggend precies zoals hij begint: Llewyn zit vast in een loop.

4. ‘Actions always have consequences! Not just physics. Morally.’ (A Serious Man)

Nog zo’n slachtoffer van zijn eigen sleur is Larry Gopnik (Michael Stuhlbarg), de natuurkundedocent uit A Serious Man (2009), die à la Job uit de Bijbel de ene na de andere ramp moet incasseren.

In principe zijn alle filmpersonages overgeleverd aan een vorm van karma: wat ze zaaien zullen ze oogsten

Larry blijft maar klagen: ‘Waarom overkomt mij dit? Ik heb helemaal niks gedaan!’ Maar dat is misschien wel de kern van zijn probleem. ‘Daden hebben altijd gevolgen!’ leert hij zijn studenten, zonder te bedenken dat een gebrek aan daden net zo goed gevolgen kan hebben.

Dit geldt voor het hele Coenuniversum, hoe chaotisch het ook kan zijn: daden hebben gevolgen. In principe zijn alle filmpersonages overgeleverd aan een vorm van karma: wat ze zaaien, zullen ze oogsten.

Soms pakt dat goed uit. Voor de optimistische, hardwerkende postkamerjongen Norville Barnes (Tim Robbins) bijvoorbeeld, die in The Hudsucker Proxy een vrolijke uitvinding doet (‘You know, for kids!’) en het daarmee schopt tot directeur van het bedrijf.

Maar veel liever tonen de Coens de gevolgen van dom, kortzichtig en egocentrisch gedrag. In iedere film zit wel een booswicht die hardhandig zijn verdiende loon krijgt.

5. ‘There is nothing free, except the grace of God.’ (True Grit)

Het karmaprincipe wordt het bruutst geïllustreerd in de misdaadfilm No Country for Old Men (2007), die aardig wordt samengevat met de uitspraak van een gepensioneerde sheriff: ‘You can’t stop what’s coming.’

Toch trekken de Coens het principe juist in deze film ook in twijfel, met het personage van huurmoordenaar Anton Chigurh (Javier Bardem). Voor Chigurh is vergelding een principekwestie; geweld past hij toe volgens strikte regels. Als hij iemand treft die niet per se straf verdient, gooit hij een muntje op en laat het lot beslissen. Aan zijn ijzeren logica wordt echter getornd wanneer een slachtoffer in een van de laatste scènes weigert aan zo’n spelletje mee te doen. Meteen daarop verliest Chigurh de controle: op een kruispunt wordt hij aangereden.

Er zijn wetten, lijken de Coens te willen zeggen, maar daar kun je niet blind op vertrouwen. Of zoals de guitige verteller in The Big Lebowski filosofeert: ‘Soms eet jij de beer en soms eet de beer jou.’

Nog mooier wordt het verwoord door de vrome, veertienjarige Mattie Ross (Hailee Steinfeld) in de western True Grit (2010). ‘Je moet overal voor betalen in deze wereld. There is nothing free, except the grace of God.’

In het Coenuniversum heersen natuurlijk twee goden en die willen nog weleens wat van die onverdiende genade uitdelen. In het slot van Raising Arizona bijvoorbeeld, wanneer de babykidnappers vergiffenis wordt geschonken. Of in Inside Llewyn Davis, wanneer Llewyn ondanks zijn hufterigheid liefdevol wordt ontvangen door een ouder echtpaar.

6. ‘Sometimes the more you look, the less you really know.’ (The Man Who Wasn’t There)

Die genade brengt ons terug bij A Serious Man, de En waarschijnlijk ook hun persoonlijkste film, omdat de setting die is van hun eigen jeugd: een Joodse, academische gemeenschap in een voorstadje van Minnesota, eind jaren zestig. film van de Coen Brothers. Want hoe werkt die grace of God? Waarom heeft hoofdpersoon Larry zoveel pech? Heeft hij dat enkel aan zichzelf te wijten of probeert God hem iets duidelijk te maken? ‘Waarom laat God ons de vragen voelen als hij ons geen antwoorden wil geven?’ legt hij zijn rabbi wanhopig voor. Die daar uiteraard geen bevredigende reactie op kan geven.

Het verklaart ook hun gereserveerde houding tijdens interviews: het werk is wat het is, haal eruit wat je wilt en koester de geheimzinnigheid

Om de kwestie nog verder te compliceren, is Larry zelf juist een expert op dit gebied. Op de universiteit geeft hij les over de zogenoemde onzekerheidsrelatie van de Duitse natuurkundige Werner Heisenberg – volgens Larry een wetenschappelijk bewijs ‘dat je nooit precies kunt weten wat er aan de hand is.’

De Coens voerden Heisenberg al eerder op in de tragedie The Man Who Wasn’t There. Met het bovenstaande citaat als gevolg, dat je zou kunnen toepassen op hun wereldbeeld én hun films. Het verklaart ook hun gereserveerde houding tijdens interviews: het werk is wat het is, haal eruit wat je wilt en koester de geheimzinnigheid. Dat is ook wat Larry in A Serious Man te horen krijgt van de vader van een student die verdacht wordt van bedrog: ‘Please. Accept the Bekijk hier een paar scènes uit A Serious Man. mystery.’

7. ‘There’s more to life than a little money, you know? And here you are, and it’s a beautiful day.’ (Fargo)

Het mysterie aanvaarden, het leven nemen zoals het is – een mooi streven, maar wie lukt dat nu echt?

Enter Marge Gunderson, de zwangere agente uit Fargo (1996), een van de innemendste personages uit de filmgeschiedenis. Marge heeft oog voor de kleinste, eenvoudigste details; zie hoe blij ze is met een succesje van haar man, hoe invoelend ze omgaat met een eenzame oud-klasgenoot.

Wanneer ze de schurk van het verhaal (die juist zijn maat in een houtversnipperaar propt) ten slotte arresteert, kan ze het niet laten die moederlijk toe te spreken: ‘En het is nog wel zo’n prachtige dag.’ Na een film vol bloederig geweld is die fraaie anticlimax een overwinning voor de zachte aanpak van Marge.

8. ‘Sometimes it’s a hard world for small things.’ (Raising Arizona)

Ja, het weerloze is van waarde in de wereld van de Coens. Dat bewijzen niet alleen figuren als Marge, maar ook de talloze details die ze liefdevol in beeld brengen. Bekijk de hoelahoepscène uit The Hudsucker Proxy maar eens:

YouTube
De hoelahoepscène uit The Hudsucker Proxy.

Tegelijkertijd is die wereld zo hard, dat het weerloze voortdurend wordt vertrapt en uitgebuit.

Vaak levert dat pijnlijk komische scènes op, maar eerder omdat we lachen om de daders dan om de slachtoffers. De Coens staan niet bekend als uitgesproken politiek, maar hun sympathie ligt duidelijk bij de ‘little guy,’ op een manier die socialisten, antiglobalisten en dergelijke types tevreden zou moeten stemmen. De rijken en machtigen der aarde – of dat nu zakenlui, bureaucraten, geestelijken, criminelen of kunsttypes zijn – staan er doorgaans bespottelijk of ronduit verfoeilijk op. Exploitatie, grootspraak, huichelarij, onzin: het wordt niet straffeloos geduld. Om met The Dude uit The Big Lebowski te spreken (die al dan niet bewust George Bush Sr. citeert): ‘This agression will not stand, man!’

9. ‘You’re not that bad.’ (Hail, Caesar!)

Wat valt er te beginnen tegen zo veel machtsmisbruik? Die vraag wordt voorzichtig beantwoord in Hail, Caesar!, de bedrieglijk lichtvoetige nieuwe film van de Coens.

Centraal staat Eddie Mannix (Josh Brolin), een filmproducent en ‘fixer’ in het Hollywood van de jaren vijftig. Eddie is bijzonder consciëntieus en beschouwt zijn werk als een roeping. Een probleem, want voor een ‘serious man’ als Eddie is Hollywood natuurlijk een poel des verderfs. Hoe dat dilemma te overbruggen?

Zijn priester, bij wie hij dagelijks komt biechten, heeft een antwoord. ‘Je komt hier veel te vaak,’ drukt die Eddie op het hart. ‘Zo slecht ben je niet. Luister gewoon naar je geweten, doe datgene waarvan je weet dat het goed is.’

Kortom: Eddie is niet direct verantwoordelijk voor het systeem waarvan hij deel uitmaakt. Hij hoeft zich niet moe te strijden tegen logge grootmachten (naast de entertainmentindustrie worden in Hail, Caesar! ook het kapitalisme en de kerk opgevoerd als zulke machten). Hij hoeft enkel zijn eigen integriteit te behouden – dat is al moeilijk genoeg. Je weet nooit wat voor gevolgen dat kan hebben.

10. ‘The Dude abides.’ (The Big Lebowski)

Hail, Caesar! is een onkarakteristiek zonnige film voor de Coen Brothers, waarin held Eddie zelfs Messiaanse trekjes worden toegedicht (een deel van het verhaal speelt zich af op de set van een Jezusfilm). Maar in het Coenuniversum is er natuurlijk maar één echte Messias: The Dude.

Over deze hoofdpersoon van The Big Lebowski (Jeff Bridges) zegt de verteller van het verhaal: ‘The Dude abides. Ik weet niet hoe het met jullie zit, maar ik put troost uit de wetenschap dat hij er is. Takin’ her easy for all us sinners.’

YouTube
Bekijk hier de slotscène van The Big Lebowski.

De gewijde taal is goed getroffen, want als één Coenfilm in de loop der jaren heilig is verklaard, dan is het The Big Lebowski. The Dude heeft zelfs als inspiratie gediend voor een heuse religie: Lees een interessant artikel over ‘Dudeism’ in dagblad Trouw. Dudeism.

Joel en Ethan Coen zien de cultus rondom hun komedie met verbazing aan, maar er is wel iets bij voor te stellen. Want wie zou er nu niet willen leven als The Dude? Zorgeloos, vriendelijk, tolerant. In feite krijgt hij net zoveel ellende over zich heen als Larry in A Serious Man, maar door zijn instelling – noem het mindful, noem het zen – blijft hij iedere situatie de baas.

Hoe raar, chaotisch en wreed de wereld die de Coens ons voorspiegelen ook is, er valt altijd troost en inspiratie te putten uit The Dude. We kunnen altijd met Walter Sobchak zeggen: ‘Fuck it, Dude. Let’s go bowling.’

Meer filmverhalen?

Zou The Big Short de wereld kunnen veranderen? Misschien wel Stel je voor: de voor vijf Oscars genomineerde film The Big Short, een aanklacht tegen de graaicultuur die de kredietcrisis veroorzaakte, wordt massaal bekeken en brengt grote maatschappelijke veranderingen teweeg. Puur fantasie, of zou zoiets echt kunnen gebeuren? Lees het verhaal hier terug Voor het Amerika van Quentin Tarantino is er weinig hoop (als het om racisme gaat) Quentin Tarantino zegt Amerika met zijn nieuwe film The Hateful Eight een spiegel voor te willen houden. Wat heeft de regisseur dan te melden over het racisme dat zijn land teistert? Noot: dit stuk bevat enkele kleine spoilers. Lees het verhaal hier terug

Facebook
Twitter
LinkedIn
Whatsapp
E-mail