Het is woensdagmiddag. Op het IVKO in Amsterdam, een Montessorischool nabij de Amstel, krijgen zes leerlingen uit 3 mavo en 3 havo les in hoe ze moeten leren. Ze hebben zwakke rapporten, ervaren gebrek aan concentratievermogen, gebrek aan motivatie en hebben moeite met plannen. En ze willen allemaal over naar de vierde. De schoolleiding heeft ze aangemoedigd om deze cursus ‘leren leren’ te volgen.

De training wordt gegeven door psychologiestudent Mathijs Dingjan (23 jaar, zwarte pet, vrolijke blik, sportschoolfiguur). Hij werkt voor Remind, een studentenbedrijf dat op scholen workshops geeft in manieren om om te gaan met stof, afleiding en dingen die scholieren lastig of saai vinden. Dingjan vraagt de leerlingen wat hen motiveert om hun huiswerk te doen. Meest genoemd: ‘Dat het van mijn moeder moet.’

Dingjan: ‘Misschien kun je eens vragen aan je moeder of ze je wil overhoren, zodat ze stopt met aandringen dat je moet leren. En verder?’ ‘Je diploma halen,’ zegt een meisje. Op een na hebben deze leerlingen uitgesproken en ambitieuze ideeën van hun toekomstige ik:

  • ‘Naar de om gym te geven aan mariniers.’
  • ‘Criminologie, en als dat niet lukt: advocaat worden.’
  • ‘Naar de fashion academy en anders accountant of advocaat.’
  • ‘Biologie doen in Delft. ‘En dan naar het

‘Oké,’ zegt Dingjan. ‘Maar stel, je hebt morgen een toets voor Duits. En je weet dat je criminologie wilt gaan doen, maar dat is heel ver weg. Hoe zorg je er dan voor dat je een voldoende haalt?’ De criminologe in spe: ‘Gewoon denken aan rijk worden, ja?’

Mindset: populair in Nederland

Het bedrijf waar Dingjan voor werkt, werd zeven jaar geleden opgericht in Groningen door studenten die aandacht misten voor hoe je nou precies moet leren. Inmiddels werken er negentien mensen, de trainers zijn allen student die zelf vier à vijf jaar geleden nog op school zaten. Bij Remind geloven ze ‘dat de overtuigingen die je hebt over de rekbaarheid van je intelligentie, talenten en capaciteiten, sterke invloed hebben op hoe jij jezelf kunt ontwikkelen op school.’ Ze baseren zich op een theorie van de Amerikaanse psychologe Carol Dweck, die Mindset wordt genoemd.

De essentie van haar idee: als je erop vertrouwt dat je kunt leren door oefening, neemt je leervermogen toe

De essentie van haar idee: als je erop vertrouwt dat je kunt leren door oefening, neemt je leervermogen toe. Omgekeerd staat geloof dat je aanleg moet hebben om iets echt goed te kunnen, je ontwikkeling in de weg. Carol Dweck schreef er een bestseller over, Mindset, en gaf een die inmiddels ruim 3 miljoen keer is bekeken. Ik las haar boek, werd enthousiast over de theorie en schreef er eerder dit verhaal over.

Kun je slimmer worden als je dénkt dat je slimmer kunt worden? Zijn opvattingen over je eigen hersenen van invloed op de werking van diezelfde hersenen? De Californische psychologe Carol Dweck denkt van wel. Als je gelooft dat je brein een soort spier is, kun je je hersenen beter trainen. Dit schreef ik eerder over de Mindsettheorie

Maar ik vroeg me ook af: wat kun je hier nou mee? Kun je als je altijd hebt geloofd dat je ergens aanleg voor moest hebben (een vaste mindset, noemt Carol Dweck dat) jezelf of anderen overtuigen van het voordeel om dat idee te laten varen en zo een ‘groeimindset’ kweken? Hoe leg je het uit aan anderen?

Daarom vroeg ik onder mijn stuk of leden van De Correspondent mensen kenden die er professioneel mee werkten. Ik ontving tientallen berichten. Met Mindset blijkt te worden gewerkt bij het (bij)scholen van hoogbegaafden, uitblinkers, getalenteerde drop-outs, impulsieve leerlingen, introverten, sporters, ouders, docenten, studenten aan de kunstacademie, coaches voor volwassenen, zorgorganisaties en op allerlei ‘gewone’ verschillende basis- en middelbare scholen.

Mindset is dus een populair concept bij het (bij)scholen van kinderen en volwassenen. Maar waarom precies? Wat doen Nederlanders hiermee? En werkt het ook? Daarover gaat dit verhaal.

Waarom het aanslaat: prestatiedruk

Ik heb me beperkt tot onderwijs voor jongeren. Ik sprak acht mensen die met Mindset werken: sommige al jaren, velen pas sinds een paar jaar. Een eerste verklaring waarom dit idee nu aanslaat: het is een antwoord op een breed levende frustratie over prestatiedruk.

‘Iedereen is het gejakker spuugzat,’ zegt een biologiedocent en uit Rotterdam, die reageerde onder mijn eerdere verhaal. Ze geeft les op een middelbare school in Vlaardingen en probeert met workshops waarin ook de Mindsettheorie langskomt het welbevinden onder leerlingen en leraren op andere scholen te vergroten.

Haar centrale boodschap: als een kind lekkerder in zijn vel zit, leert het beter. Boerefijn vertelt over ouders die tegen hun dochter van elf zeiden: ‘Je moet heel erg je best doen. Als je vwo-advies krijgt, krijg je van ons een paard.’ Van dat soort druk komen kinderen juist minder lekker in hun vel te zitten, zegt deze lerares die nu 22 jaar voor de klas staat.

Boerefijn heeft de angst onder leerlingen dat ze niet goed genoeg zijn, steeds erger zien worden. ‘Iedereen - het ministerie, ouders, scholen - zit elkaar op te jagen. Niks is goed genoeg. Het moet allemaal 100 procent bovengemiddeld. Ik zie leerlingen steeds vaker gebukt gaan onder een te hoge lat.’

Dat men tot in Den Haag het gevoel heeft dat er op school te veel nadruk ligt op presteren, blijkt ook wel uit het advies een toekomstvisie op het Nederlandse onderwijs die er om draait leerlingen behalve ‘vaardig’ ook ‘aardig’ en ‘waardig’ te laten worden. Maar legt het idee dat het aan je mindset ligt hoe goed je kunt leren niet ook weer druk op leerlingen, omdat het dan hun eigen schuld is als ze blijven zitten?

Dat is een kwestie van goed uitleggen, En zegt ook Jacqueline Boerefijn. Het draait er volgens haar om dat leerlingen niet in alles het beste uit zichzelf hoeven te halen. Dat ze een jaar mogen blijven zitten. Dat de school dat niet per definitie erg vindt. En dat ouders hun kind geen paard geven voor een vwo-advies.

Omgekeerde verklaring: de vraag van de arbeidsmarkt

Leidt een vaste mindset tot een tekort aan techneuten in Nederland? Onderwijspsycholoog van de Universiteit Twente onderzoekt op twaalf scholen in Nederland of leerlingen een gedurfdere studiekeuze maken, nadat ze een aantal lessen hebben gekregen over de rol van mindsets, waarbij wordt verteld dat hersenverbindingen sterker worden door oefening. Doel van de lessen is om de mindset van de leerlingen te verbeteren. De studie wordt gefinancierd door dat als doelstelling heeft dat meer leerlingen een bètastudie gaan doen, omdat ‘een bloeiende technieksector niet zonder technici kan.’

Een kwart van de meisjes en eenvijfde van de jongens gelooft dat hoe je presteert vooral afhangt van aanleg

Van Aalderen: ‘De bètarichtingen worden als de moeilijkste richtingen beschouwd, iets waar je veel moeite voor moet doen of waarvoor je aanleg zou moeten hebben, dus is het aannemelijk dat Mindset bij studiekeuze een rol speelt.’ Antwoord op haar onderzoeksvraag hoopt ze halverwege volgend jaar te hebben - voor nu heeft ze cijfers over hoe vaak een vaste mindset eigenlijk voorkomt. Ze mat de mindset van 165 jongens en 200 meisjes met een in 5 vwo door ze een lijst voor te leggen met vragen over hun eigen intelligentie. Eén op de zeven jongens en één op de vijf meisjes was het eens met veronderstellingen als: ‘Ik denk dat ik niet kan veranderen hoe goed ik ben in bètavakken’ en ‘Ik denk dat ik een bepaalde mate van aanleg voor de bètavakken heb en zelf niet kan veranderen hoe goed ik daar in ben.’

In het bredere idee dat hoe je presteert vooral afhangt van aanleg (de vaste mindset) gelooft ongeveer een kwart van deze meisjes en een vijfde van deze jongens. Ook op basisscholen deed Van Aalderen onderzoek. Van 718 leerlingen in de groepen 6, 7 en 8 had een kwart een vaste mindset. Tussen jongens en meisjes zag Van Aalderen geen verschil.

Hoe leg je het uit?

Vandaag gaat de training op de school in Amsterdam over motivatie: waar doe je het voor? Mathijs Dingjan gebruikt zijn eigen verhaal als voorbeeld. ‘Ik wilde ook rijk worden en ging daarom fiscaal recht studeren, maar na twee jaar ploeteren haatte ik het. Dus ik ging naar mijn pa. Hij keek me aan en zei: ‘Oké, is goed. Je mag van mij iets anders gaan doen, maar je gaat dit wel afmaken. Anders ga je maar zelf werken.’ De enige motivatie die ik toen nog had, en die overeenkomt met die van jullie, is dat mijn vader zei dat ik mijn studie af moest maken. Dus: hoe denken jullie dat ik mij motiveerde om die vakken te doen?’

De leerlingen staren hem aan, geïntrigeerd, ze hebben geen idee. Dingjan: ‘Ik ben andere doelen gaan stellen. Ik deed die studie niet meer om fiscalist te worden of advocaat. Ik dacht: dit gaat me leren hoe ik mijn tijd strak kan inplannen. Hoe ik effectiever kan leren. Hoe ik sneller door de stof heen kan gaan. Hoe ik iets kan nastreven, niet kan opgeven. Hoe ik me daarbij goed kan leren voelen.’

Illustratie: Job Bant

Illustratie: Job Bant

Met toewijding werken aan het proces, in plaats van alleen de finish willen halen: dat is een centraal idee van Carol Dwecks groeimindset. Om hun te leren stof te verwerken die hen niet direct interesseert, gebruiken de trainers van Remind deels uit Amerika overgewaaide leertechnieken, als (vier keer een kwartier leren met pauzes ertussen in plaats van een uur achtereen), mindmaps (grafisch samenvatten) en snellezen.

Zeer motiverend blijkt de (visualiseren en uitvergroten): handig voor het onthouden van dingen die niks met elkaar te maken hebben, zoals ‘boom’ en ‘vrachtwagen’. Gewoon herhalen van twee van zulke woorden, zoals de meeste scholieren uit zichzelf doen, werkt niet, zegt Remindeigenaar In plaats daarvan leggen zijn trainers uit dat je om te onthouden, eerst moet begrijpen. En dat visualiseren daarbij kan helpen. De leerlingen leren zich voorstellen dat er een hele grote boom in een vrachtwagen ligt, of dat er een vrachtwagen bovenop een boom staat. Tot hun eigen verbazing kunnen ze dan ineens een heleboel willekeurige woordparen onthouden en dat succes is heel motiverend, zegt Duijkers. ‘Leerlingen die eerst zeggen: ‘Ik kan dit niet, ik kan niks onthouden’ gaan ineens denken: ‘Wow, misschien kan ik het toch wel.’

Dan zitten ze in wat Carol Dweck de groeimindset noemt: dan hebben ze (voor het moment) het vertrouwen dat ze iets moeilijks kunnen leren, gewoon door hun brein op een handige manier te gebruiken.

Kun je mindset ‘zien’ in het brein?

Het brein is een jungle, zegt Mathijs Dingjan tegen de klas. ‘Aan het begin zal je met een kapmes een pad moeten maken. Maar als je datzelfde pad vaker bewandelt, wordt het steeds makkelijker. Omdat het vaker gebruikt wordt, ga je er sneller doorheen.’ Het is een centraal idee van Mindset, dat de hersenen niet een onveranderlijke klomp cellen zijn, maar sterker kunnen worden door training, als een soort spier. Als je dat idee hebt over je hersenen, kom je van die vaste mindset af.

Werkt het ook echt zo, het brein? Ik vroeg het aan cognitief neurowetenschapper die dit voorjaar gaat onderzoeken of Mindset invloed heeft op verwerkingsstrategieën in de hersenen. Ze gebruikt hiervoor een hersenscanner (functionele MRI). Volgens haar is plasticiteit - het vermogen van de hersenen om op korte en langere termijn fysiek te veranderen - zeker bij dieren. Maar bij Mindset is er nog een andere eigenschap van de hersenen van belang: flexibiliteit.

Op functionele MRI-scans was te zien dat het brein heel verschillend reageerde op dezelfde informatie, afhankelijk van de opdracht

Eerder deed een experiment waarin proefpersonen plaatjes en geluiden moesten combineren, soms met de opdracht om zo snel mogelijk te reageren, soms met de opdracht om zo nauwkeurig mogelijk te werken. Op fMRI-scans was te zien dat het brein heel verschillend reageerde op dezelfde informatie, afhankelijk van de opdracht. ‘Het maakt kennelijk uit wat je doel is op dat moment.’

Dat is flexibiliteit. Stel nu dat je onbewuste doel bij het doen van een test is: geen fouten maken (dat is, zo liet Carol Dweck zien, wat mensen met een vaste mindset vaak als doel hebben). En stel dat je kunt leren dat fouten maken niet erg is, dat je brein flexibel is, dat je van fouten maken juist leert. En dat je doel bij het maken van een test daardoor verandert in: zo veel mogelijk leren. Zou je het effect daarvan terug kunnen zien in het brein, en op de lange termijn - veranderen de hersenen daardoor? En zou dát er dan weer toe kunnen leiden dat je er meer in gaat geloven? En kan iedereen dat dan? Dat wil Van Atteveldt graag onderzoeken.

Het is een minder vreemde gedachte dan het misschien lijkt, als je eraan denkt hoe makkelijk mensen zichzelf ín de put kunnen praten. Dat heeft een zelfversterkend effect. Als we dat kunnen, kunnen we ons er dan niet ook uitpraten? Of uithandelen? Heeft dat niet ook een zelfversterkend effect? Mathijs Dingjan, voor de klas: ‘Ik krijg best wel een voldaan gevoel als ik iets afmaak binnen de tijd, en dat motiveert me dan weer om andere dingen te gaan doen. Je komt in een soort momentum.’

En helpt het ook?

Ik vroeg aan de adjunct-directeur van de school, Benno Breeuwer, die ‘een jaar of drie’ geleden met Remind begon te werken, of de leerlingen van het IVKO door de training van Remind meer kans maken om over te gaan naar de vierde. Breeuwer zegt er op een andere school van overtuigd te zijn geraakt dat dit soort trainingen zinnig zijn, vooral als ze een vast onderdeel worden van bijvoorbeeld het mentoruur. Over de huidige groep valt nog niks te zeggen tot het volgende tussenrapport. En de training van Remind zal worden geëvalueerd, maar hoe precies is nog niet duidelijk.

Illustratie: Job Bant

Illustratie: Job Bant

Dat klinkt behoorlijk vaag. Maar de vraag is ook: kun je dit wel vatten in harde meetresultaten, en moet je dat willen? Volgde de populariteit van deze theorie nu niet juist uit de afkeer om alles op school in cijfers en prestaties te willen uitdrukken? Hoe zou je het überhaupt moeten meten? Remindeigenaar André Duijkers: ‘Als je leerlingen op moment één vertelt dat ze slimmer kunnen worden, dat talenten niet aangeboren zijn, en ze vervolgens vraagt: zijn talenten aangeboren?, dan vult iedereen in: ‘Nee, talenten kun je verbeteren.’ Dat is geen veranderde overtuiging maar gereproduceerde kennis.’

Daarom vragen de trainers van Remind voor en na de training aan leerlingen hoeveel leertechnieken ze gebruiken. ‘Als ik dan zie dat leerlingen meer aan het experimenteren zijn dan voorheen, ben ik al een stuk tevredener.’

Scholen willen heel graag dat leerlingen hoge cijfers halen, zegt Duijkers. ‘Maar als een leerling met heel hard werken en ongelofelijk haar best doen een zeven haalt, en een andere leerling die heel erg van gitaar spelen houdt, alleen maar aan het gitaar spelen is en met een klein beetje oefenen een zes haalt, dan kun je je afvragen welke leerling je liever zou hebben. Voor ons is het niet per se slecht als een leerling afstroomt van vwo naar havo.’

Kunnen veranderen wordt belangrijker dan iets kunnen

De trainers van Remind ontwikkelen hun kennis door hun ervaringen in de klas te bespreken in buddygroepjes. Er is wel een boek, er zijn slides, maar elke trainer gebruikt die naar eigen inzicht. Op veel scholen leren ze de leerlingen zelf ook weer om trainer te worden. De belangrijkste kennisoverdracht verloopt dus niet hiërarchisch, maar in de vorm van een netwerk.

Het is net als het plaatje van het brein dat ze overdragen: dat is geen vliegtuig met een piloot, maar een jungle vol plekken om zelf te ontdekken met je hakmes. Het is ook hoe Mathijs Dingjan, na de les in Amsterdam, de wereld schetst waar de leerlingen in terecht gaan komen - het idee van een stroomdiagram dat je naar de top voert is achterhaald. ‘Er heerst nu echt nog een beeld van: als je een master gaat doen, dan krijg je wel een baan, dan kom je goed terecht. Maar ik ken afgestudeerde psychologen die niet eens bij de snackbar aan de bak kunnen omdat ze te oud zijn en te duur. En dat zijn jongens die dachten: Ik kan altijd nog wel bij een snackbar aan de slag.’

Veel leerlingen denken: er is één goede keuze voor mij en ik moet zorgen dat ik die eruit pik, maar dat is niet meer zo

Sandra van Aalderen, de onderzoekster in Twente, zegt: ‘Veel leerlingen denken: er is één goede keuze voor mij en ik moet zorgen dat ik die eruit pik, maar dat is natuurlijk helemaal niet meer zo. Banen zijn zo flexibel tegenwoordig dat het heel gunstig is als je een groeimindset hebt, en daarmee je eigen loopbaan beter vorm kunt geven. Dat is tegenwoordig zoveel harder nodig dan voorheen.’

Mathijs Dingjan heeft straks in vijf jaar twee bachelorstudies afgemaakt, fiscaal recht en sociale psychologie, dankzij zijn overtuiging dat het niet (altijd) om het eindresultaat gaat. Hij weet nog niet wat hij hierna gaat doen.

Hoe ver deze student het schopt (om even op de prestatie te focussen) en of zijn methode voor de leerlingen op het IVKO helpt: de toekomst zal het leren. Maar in mijn oren, die aan een hoofd vastzitten dat nogal eens last heeft van een vaste mindset, klinkt zijn aanpak heel handig. In elk geval handiger dan geloven dat je alleen dat moet doen waar je geen fouten in maakt, omdat het van je moeder moet of: gewoon denken aan rijk worden, ja?

Meer verhalen over leren leren:

Kun je slimmer worden als je dénkt dat je slimmer kunt worden? De Mindset-theorie Zijn opvattingen over je eigen hersenen van invloed op de werking van diezelfde hersenen? De Californische psychologe Carol Dweck denkt van wel. Als je gelooft dat je brein een soort spier is, kun je je hersenen beter trainen. Een uitleg van haar theorie. Lees hier de uitleg van de Mindsettheorie terug

De kunst van het leren: lees- en kijktips Een boek, een documentaire en een TED-talk over het idee dat oefening kunst baart - en het fenomeen 'fout'. Klik hier voor het overzicht Wat een dode vis zegt over goede en slechte breinwetenschap Neurowetenschappers Sandra van Aalderen en Nienke van Atteveldt, die beiden voorkomen in dit verhaal, schreven samen met Meike Grol het boek Kijken in het Brein. Daar publiceerden we eerder dit verhaal uit. Lees het verhaal hier terug Abonneer je op mijn verhalen via mijn nieuwsbrief Waarom veroveren sommige uitvindingen de wereld en andere niet? Als je je inschrijft houd ik je op de hoogte van mijn verhalen. Schrijf je hier in!