92
Facebook
Twitter
LinkedIn
Whatsapp
E-mail
Marijn Kruk was ruim tien jaar lang correspondent in Parijs. We vroegen hem vier maanden na de aanslagen de balans op te maken: hoe hebben de aanslagen 'zijn' Frankrijk veranderd?
Karel Smouter Journalist
Minder dan twee uur na de aanslagen in Parijs riep president Hollande de noodtoestand uit. Vier maanden later is die nog steeds van kracht. Een grote meerderheid van de Fransen staat hier achter. Waarom eigenlijk?

Waarom de Fransen liever in een veiligheidsstaat dan in een democratie lijken te willen leven

Wennen doet het nooit. Dat moment waarop je een hoek omslaat en oog in oog staat met in camouflage gehulde mannen met matzwarte geweren. Onlangs gebeurde het me nog, toen ik onderweg was naar een lezing. In het zesde arrondissement botste ik bijna tegen een handvol patrouillerende militairen op.

O ja, die was er ook nog.

‘Let er maar niet op,’ zei een bevriende arabist met wie ik opliep. Hij wist waarover hij sprak. De instelling voor politieke wetenschappen waar hij doceert, is veranderd in een fort. Iedereen die naar binnen wil, moet zich legitimeren. Tassen worden grondig gecontroleerd.

Zwaarbewapende politieagenten zag ik vaker in Parijs. Tijdens de vele demonstraties, stakingen of bezettingen die ik versloeg in de ruim tien jaar dat ik in de stad woonde. Een noodtoestand maakte ik ook al eens mee. Dat was in het najaar van 2005, toen de banlieues het toneel van hevige rellen waren en er een avondklok werd ingesteld. Het waren spookachtige nachten in een labyrint van vale flats en brandende auto’s. Maar tegen soldaten opbotsen, dat overkwam me niet eerder.

Een Franse vriendin slaat er na vier maanden geen acht meer op. Ze doceert Franse taal en cultuur aan vluchtelingenkinderen op een school zo’n vijftig kilometer ten noordoosten van Parijs. Dagelijks kruist ze patrouillerende soldaten. ‘Direct na de aanslagen van 13 november was ik totaal in shock,’ zegt ze. ‘Maar het gewone leven herpakt zich, geleidelijk denk je er minder aan.’ Ze denkt niet dat de noodtoestand een nieuwe aanslag zal voorkomen. De die de overheid uitvaardigde, accepteert ze evenwel gelaten.

Een Parijse vriend verzet zich wel. Frankrijk is een politiestaat geworden, meent hij. En het winkelcentrum in zijn buurt gaat hij niet meer naar binnen nu je daar de inhoud van je tas moet laten zien. In zijn kennissenkring stuit hij op onbegrip, vertelt hij. ‘Ik merk er nauwelijks iets van,’ hoor je dan. Of: ‘Mij mogen ze controleren, ik heb toch niets te verbergen.’

Onbegrijpelijk naïef vindt hij dat.

Wat is er aan de hand?

Op 14 november 2015, net na middernacht, kondigde de Franse president François Hollande de noodtoestand af. Nog geen twee uur eerder was een door terreurgroep Islamitische Staat getraind commando een grootscheepse aanval in Parijs begonnen. Buiten het Stade de France bliezen twee zelfmoordterroristen zich op; bij schietpartijen waren op verschillende terrassen tientallen mensen gedood en gewond geraakt; in muziektempel Le Bataclan werd een waar bloedbad aangericht.

Honderddertig mensen kwamen om die nacht. Het was verreweg de grootste aanslag op Frans grondgebied sinds de Tweede Wereldoorlog. Exceptionele veiligheidsmaatregelen leken meer dan gepast. De noodtoestand dus. Eerst voor twaalf dagen, vervolgens voor drie maanden, en toen nog eens een verlenging van drie maanden. Niet minder dan 79 procent van de Fransen kon zich in die tweede verlenging vinden, zo bleek uit een peiling.

Tot dusver zijn tegen vijf personen gerechtelijke onderzoeken gestart wegens misdrijven gelieerd aan terrorisme

De noodtoestand betekende herinvoering van grenscontroles, demonstratieverboden en vergaande bevoegdheden voor de politie, zoals huiszoekingen zonder tussenkomst van de rechter.

Inmiddels zijn meer dan 3.300 arrestaties verricht en kregen zo’n 400 personen huisarrest voor de duur van de noodtoestand.

Wie op deze cijfers afgaat, krijgt de indruk dat er een heel terroristenleger klaarstond en dat Frankrijk voor een catastrofe is behoed. Toch zijn er tot dusver nog steeds maar tegen vijf personen gerechtelijke onderzoeken gestart wegens misdrijven gelieerd aan terrorisme.

Rechtvaardigt dat de noodtoestand? Een groeiend aantal critici vindt van niet. Ze zien er op zijn best een ongeoorloofde inperking van individuele rechten in en op zijn slechtst een cynische politieke manoeuvre bedoeld om de rechtse oppositie de pas af te snijden, het Front National in het bijzonder.

Veiligheidsanalisten wijzen er ondertussen op dat de politie al bevoegdheden genoeg had en dat het vooral schortte aan de uitwisseling van informatie tussen de verschillende veiligheidsdiensten.

Mensenrechtenorganisaties en publiceerden verder rapporten die een verontrustend patroon van bruut politieoptreden en mensenrechtenschendingen blootlegden.

Andermaal: rechtvaardigt dit alles de noodtoestand?

Onderdeel van het nieuwe arsenaal zijn flash-ball-wapens die gebruikt kunnen worden om rubberen kogels te kunnen afvuren met een impact van een knock-out en een HK G36-machinegeweer met een vuursnelheid van 705 schoten per minuut.  Beeld: ANP

Onderdeel van het nieuwe arsenaal zijn flash-ball-wapens die gebruikt kunnen worden om rubberen kogels te kunnen afvuren met een impact van een knock-out en een HK G36-machinegeweer met een vuursnelheid van 705 schoten per minuut. Beeld: ANP

Wat betekent dit voor de Fransen?

Gedurende de eerste drie maanden van de noodtoestand zijn er volgens het Franse ministerie van Buitenlandse Zaken 3.336 huiszoekingen gedaan. Hierbij zijn 344 aanhoudingen verricht. Daaruit zijn 65 veroordelingen gekomen, de meeste wegens illegaal wapen- en/of drugsbezit. Er zijn in totaal 563 juridische procedures gestart, waarvan 28 zaken verband houden met terrorisme. Daarbij ging het in 23 gevallen om ‘verheerlijking van terrorisme’. Verder zijn er 400 mensen onder huisarrest gezet, waarvan begin vorige maand nog steeds 290 huisarrest hadden.

Zo was er die restauranteigenaar die zich op een avond geconfronteerd zag met veertig man politie in zijn zaak. De aanwezige gasten werden gemaand hun handen op de tafel te leggen. Ondertussen werden boven de deuren ingebeukt. Op het aanbod van de eigenaar om ze met een sleutel te openen, werd niet ingegaan. De agenten vertrokken met lege handen. Excuses voor de aangerichte schade werden niet gemaakt.

En neem Halim, een 25-jarige eigenaar van een motorzaak in een Parijse voorstad. Hij was gearresteerd op verdenking van lidmaatschap van een niet nader gespecificeerde ‘radicaal islamitische groepering’ en kreeg huisarrest. Vier keer per dag moest hij zich melden bij een politiebureau in het centrum van Parijs. Hij zou met zijn telefoon foto’s hebben gemaakt in de buurt waar de redactie van het satirische tijdschrift Charlie Hebdo zetelde.

Later bepaalde een rechter dat daarvan geen sprake was en dat Halim zijn moeder had gebeld die daar in de omgeving woonde. Melden hoefde hij zich niet meer, maar zijn reputatie en zijn klanten was hij kwijt.

Nu staat de Franse politie niet als zachtzinnig bekend. En wat als je door de netten wijd uit te werpen die ene potentiële terrorist tijdig weet te vangen?

Toch oordeelde ook de door het Franse parlement ingeschakelde mensenrechtencommissie vernietigend en sprak van een niet te rechtvaardigen schending van de rechtsstaat. Ze was scherp over de materiële schade bij arrestaties, de scheldpartijen van agenten en het gebrek aan respect voor religieuze symbolen tijdens invallen in moskeeën. ‘De genomen maatregelen werken stigmatiserend voor de moslimpopulatie.’

Daarmee speelt de regering de terroristen in de kaart. Die willen namelijk juist dat gewone moslims door de rest van de samenleving met een schuin oog worden bekeken. Het ultieme doel is chaos en burgeroorlog te midden waarvan jihadistische groepen hun kans grijpen om een islamitische staat te

Die werden nog verder op hun wenken bediend toen president Hollande voorstelde dat veroordeelde terroristen in bezit van een dubbel paspoort de Franse nationaliteit kwijt zouden raken. Hier dreigde de president twee categorieën Fransen in het leven te roepen, iets wat haaks staat op het gelijkheidsprincipe van de

De sociologe Dominique Schnapper wees er in een reactie fijntjes op dat het ontnemen van de nationaliteit haar toch vooral deed denken aan de Tweede Wereldoorlog toen meer dan 15.000 Fransen, waaronder veel Joden (en Charles de Gaulle), hun Franse nationaliteit verloren. De context was uiteraard niet dezelfde, dat erkende Schnapper direct. ‘Maar wie een symbool wil maken, kan geen ongelukkiger symbool maken dan dit,’ zei ze in een

Waarom zijn de Fransen dan voor de noodtoestand?

In dezelfde uitzending wond de historicus Pierre Rosanvallon zich op over de eveneens door Hollande geïnitieerde hervorming van het strafrecht. Deze beoogt de politie dezelfde bevoegdheden te geven als ze nu heeft onder de noodtoestand: ze kan huiszoekingen verrichten zonder tussenkomst van de rechter en van terrorisme verdachte personen kunnen onder huisarrest worden geplaatst. ‘De minister van Binnenlandse Zaken heeft gezegd dat de noodtoestand zal voortduren tot het moment dat de strafrechthervorming rond is,’ zei Rosanvallon. ‘Wat is nog het verschil met een permanente noodtoestand?’

Opmerkelijk is het gemak waarmee de Franse bevolking zich hierin lijkt te schikken. Op 26 februari werd de noodtoestand met nog eens drie maanden verlengd. Het kwam al eerder ter sprake: opiniepeilingen voorafgaand aan de stemming in het parlement wezen uit dat maar liefst 79 procent van de bevolking zich hierin kon

‘Wat is nog het verschil met een permanente noodtoestand?’

Hoe is dat aantal te verklaren? Waarschijnlijk zit de angst voor nieuwe aanslagen er nog steeds goed in. Daarbij komt dat de overgrote meerderheid van de Fransen - op de militairen in het straatbeeld na – in hun dagelijks leven hoegenaamd niets merkt van de noodtoestand.

Dat maakt dat mensen alleen de voordelen (gevoel van veiligheid) zien en niet de nadelen (inperkingen van fundamentele rechten van terrorismeverdachten).

Stroomstootwapens (Taser Guns) gepresenteerd binnen het nieuwe wapenarsenaal en aangekocht als onderdeel van het 2016 BAC-PSIG Plan. Dit wapen heeft een impact van enige honderden volts. Beeld: ANP

Stroomstootwapens (Taser Guns) gepresenteerd binnen het nieuwe wapenarsenaal en aangekocht als onderdeel van het 2016 BAC-PSIG Plan. Dit wapen heeft een impact van enige honderden volts. Beeld: ANP

Er zijn ook fundamenteler oorzaken aan te wijzen: een diepgewortelde behoefte aan orde. Hollande mag impopulairder dan ooit zijn, uit een grootschalig onderzoek dat het onderzoeksinstituut Cevipof jaarlijks uitvoert, bleek dat 51 procent van de Fransen het liefst een president ziet die kan regeren zonder tussenkomst van het parlement, om zo de orde beter en directer te kunnen

Een democratie à la Poetin of Erdogan zeg maar. Die behoefte laat zich niet in één oorzaak vatten en heeft te maken met een historisch bepaald verlangen naar een een sterke man als Bonaparte of De Gaulle die het volk vanuit de chaos naar de overwinning leidt.

Ze wordt ook gevoed door een waaier van problemen, variërend van spanningen in de banlieues, structurele werkloosheid, de-industrialisatie en verminderde invloed in Europa en de wereld. De overtuiging dat het eigen, staatsgeleide model niet langer voldoet, valt samen met het besef dat er geen geloofwaardig alternatief is. Dit leidt tot gevoelens van onmacht en een gebrek aan vertrouwen in de toekomst.

Of zijn er nog andere verklaringen?

Anders dan militairen in camouflagepakken zie je deze malheur français niet terug op straat. Maar de jaarlijkse ‘barometer’ van het Cevipof is onverbiddelijk. Tijdens de laatste peiling, in januari, was het overheersende sentiment ‘lassitude’ (lethargie). Daarop volgde ‘morosité’ (gevoelens van depressie, 29 procent) en daarachter ‘méfiance’ (wantrouwen, 28 procent).

Pas daarachter gloorde iets van levensgeluk: 18 procent van de Fransen noemde ‘sérénité’ (kalmte) als kenmerkend voor hun gemoedstoestand.

Volgens een denker als Giorgo Agamben verklaart het Franse onbehagen nog steeds niet alles. Anderhalve maand na de aanslagen van 13 november stelde hij in Le Monde dat je de massale instemming met de noodtoestand moet zien als onderdeel van een trend in westerse democratieën richting wat hij een ‘veiligheidsstaat’ noemt.

De verhouding tot de burgers, en tussen burgers onderling, kenmerkt zich er door alomtegenwoordige en ongelimiteerde controle.

Wat dan volgens Agamben dreigt, is een fatale omhelzing tussen staat en terrorisme: ‘Aangezien de veiligheidsstaat angst nodig heeft om zich te legitimeren, zal hij terrorisme zo niet zelf moeten voortbrengen dan toch het zijn gang moeten laten gaan.’

Het is een weinig aanlokkelijk perspectief. Maar toch kan ook radicale kritiek als die van Agamben niet om het feit heen dat de Franse overheid tegemoet probeert te komen aan een gegronde angst van de bevolking. Daar louter een kille politieke manoeuvre in zien, geeft blijk van een zelfde soort cynisme als die hij de overheid verwijt.

Er zijn eerder aanslagen geweest en er zullen er meer volgen. Wat moet je als burger met die wetenschap? De filosoof Frédéric Gros, gereputeerd wandelaar, kenner van Foucault en auteur van een belangrijk boek over asymetrische oorlogsvoering (Etats de violence: essai sur la fin de la guerre, 2006) ging hier als een van de weinigen wél uitvoerig op

Volgens hem kan de overheid niet anders dan zich na zo’n tragedie bijzondere bevoegdheden toe-eigenen. Het was aan de burgers erop toe te zien dat dit binnen acceptabele marges bleef. Nog belangrijker is het dat zij hun eigen verlangen naar ferme maatregelen leerden beheersen. Paranoia, de bereidheid om principes als rechtszekerheid overboord te zetten. Dat zijn volgens Gros de duivels die in iedereen schuilen en die door een terroristische aanslag tot leven worden gewekt.

Dus na de eerste emotie is het zaak om afstand te nemen, je sang-froid (koelbloedigheid) te hervinden, niet toe te geven aan angst en haat, niet te vervallen tot groepsdenken en je rechtsgevoel overeind zien te houden. Het ethische verzet noemt Gros dat. De plicht om jezelf niet als onderdaan van een veiligheidsstaat te beschouwen, maar als een burger van een democratie.

Dat stelde Gros een week na de aanslagen van 13 november. Vier maanden later dringt de constatering zich op dat de Fransen zich vooralsnog beter thuis voelen in een veiligheidsstaat dan in een democratie.

Lees ook:

Elf lessen van Beatrice de Graaf, de hoogleraar die Nederland de weg wijst na Parijs Het was de vraag waar na de aanslagen in Parijs een antwoord op zocht: hoe bestrijden we terrorisme nu het best? In de mist na de aanslagenweek was één expert een baken van helderheid: Beatrice de Graaf. In een interview deelt ze een aantal lessen. ‘Welke boodschap staat er nu echt op die bommen geschreven?’ Lees hier het interview terug Bang voor robots? Gebruik die angst! Woedend om windmolens. Bang door gaswinning. Blij dat er overal bereik is, maar verontrust dat iedereen de hele dag op zijn mobiel zit. Technologieën roepen heftige emoties op, maar wat moeten we ermee? Ik vraag het aan filosoof Sabine Roeser, die een duidelijk antwoord geeft: Neem emoties serieus, maar volg ze niet klakkeloos. Plus: een leesadvies voor boze politici. Lees het verhaal hier terug

Benieuwd naar de rest van het artikel?

Dan kun je gewoon verder lezen. Wij geloven niet in betaalmuren, omdat we het belangrijk vinden dat onze journalistiek zoveel mogelijk mensen bereikt. Wil jij toegang tot alle verhalen? Word dan lid!

Ik word lid Eerst verder lezen

In gesprek:
Marijn Kruk
Journalist, gespecialiseerd in Frankrijk Geverifieerd door de redactie
Zien jullie nog andere verklaringen voor Frankrijks instemming met de noodtoestand?