Het Maracanãstadion in Rio de Janeiro in 1950. Foto: HH

Alsof twee handen zachtjes over de stad hebben gestreken en iedereen hier vandaag hebben samengebracht. De schoonmaker en de burgemeester, de sambadanseres en de rijke erfgename, militairen en studenten, kleine kinderen met hun grootouders, zwart, wit, gemengd en inheems: de Braziliaanse samenleving is verenigd in dit magistrale ruimteschip dat midden in het stadslandschap is neergestreken.

Het is 16 juli 1950, de dag van de voetbalwereldbekerfinale tussen Brazilië en Uruguay. Gastland Brazilië heeft er alles aan gedaan dit wereldkampioenschap onvergetelijk te laten zijn. In recordtempo is in het hart van de (toenmalige) hoofdstad Rio de Janeiro een stadion verrezen, al is het in juni, als het WK aanvangt, nog niet helemaal af. Maar na alle ontberingen van de Tweede Wereldoorlog, waardoor de kampioenschappen van 1942 en 1946 niet doorgingen, is de wereldwijde behoefte aan spelgenot groot. De FIFA gaat akkoord en het Maracanãstadion, destijds het grootste en modernste ter wereld, mag voor het eerst bespeeld worden.

De Braziliaanse selectie, met zijn jaloersmakende Lees hier alles over joga bonito. joga bonito, is in vorm, met Ademir de Marques de Menezes als topscorer van het toernooi met acht doelpunten tot dan toe. Het hele land staat onder hoogspanning, met tweehonderdduizend toeschouwers in het stadion – nog steeds het grootste publiek tijdens een voetbalwedstrijd ooit -, waarvan driehonderd uit Uruguay. Hoewel de wedstrijd om drie uur begint, is Maracanã al voor elven gevuld met een dansende, drummende massa. De krant O Mundo plaatste eerder op de dag een foto van de Braziliaanse selectie op de voorpagina met ‘Dit zijn de Wereldkampioenen!’ en de Braziliaanse Confederatie heeft de namen van de eigen selectie al in gouden medailles laten graveren. De zege hoeft nog slechts verzilverd te worden; een gelijkspel is al voldoende om het toernooi te winnen.

Brazilië verliest. Bij een 1-1-stand maakt Uruguay in de 79ste minuut de beslissende goal. In shock hapt het hele land naar adem en de daarop volgende stilte in het bomvolle Maracanãstadion zorgt volgens aanwezigen voor een ware luchtverplaatsing. Braziliaans toneelschrijver Nelson Rodríguez zal later aan het verlies refereren als ‘ons Hiroshima.’ Het klinkt als een groteske vergelijking, maar illustreert de impact die de nederlaag op het collectieve zelfbeeld van de Brazilianen had. Na het laatste fluitsignaal plegen twee fans zelfmoord, zijn er diverse hartaanvallen en overhandigt de FIFA de wereldbeker aan Uruguay - zonder ceremonie. Een doodsbange Flávio Costa, de Braziliaanse coach, schijnt het stadion pas twee dagen later te hebben verlaten, verkleed als iemand van de schoonmaakploeg.

De selectie speelde nooit meer in het nationale, witte shirt en verruilde dat voor een geel-groen tenue. De zwarte spelers, ‘Bigode’ João Ferreira, Juvenal Amarijo en vooral keeper Moacir ‘Barbosa’ Nascimento, werden als nationale zondebokken aangewezen. Toen Barbosa in 1993 het Braziliaanse trainingskamp wilde bezoeken, werd hem als oude man nog de toegang ontzegd omdat hij ongeluk zou brengen. Hij stierf zeven jaar later als een straatarm en gebroken mens. Na de ‘Maracanãço,’ de shock van Maracanã, zou het vijfenveertig jaar duren voor Brazilië weer een zwarte keeper in de selectie opstelde.

Wat er sindsdien veranderd is

Pas in 1965 werd de bouw van het Maracanãstadion voltooid en ondanks de vloek van 1950 heeft het door de jaren heen een belangrijke plaats in het geheugen van de stad Rio de Janeiro gekregen. Voor miljoenen voetbalfans over de hele wereld is dit de tempel van het spel, in het spirituele thuisland van het voetbal. Pelé speelde er zijn eerste wedstrijd en scoorde er zijn duizendste goal. Het is de thuisbasis van Rio’s grootste clubs Flamengo en Fluminense. Er vonden rockconcerten plaats en de grootste mis op aarde onder leiding van paus Johannes Paulus II. Na de Maracanãço won Brazilië in andere gastlanden vijf wereldbekers en is daarmee tot op heden het succesvolste voetballand.

‘Het was een van de weinig écht publieke ruimten in de stad’

Er is veel veranderd in de afgelopen zesenzestig jaar, ook in het Maracanãstadion. Het bouwwerk was ooit ontworpen als een democratische ontmoetingsplek waarin de verdeelde bevolking van Rio de Janeiro bijeenkwam. Iedereen kon een kaartje kopen: van een plek in de geral – de ring met goedkope staplaatsen -, oplopend naar de duurdere zitplaatsen. Eenmaal binnen in die gigantische ellips tussen hemel en aarde, werd elk individu onderdeel van het geheel, onderdeel van een juichende massa; een ervaring die door velen als spiritueel is omschreven.

‘Het was een van de weinig écht publieke ruimten in de stad,’ zegt Lees hier meer over Gaffneys werk. Christopher Gaffney, schrijver van het boek Temples of the Earthbound Gods en geografisch onderzoeker naar de effecten van megasportevenementen. Daar is nu niets meer van over. Sinds 2000 is het stadion driemaal verbouwd, voor ruim een half miljard dollar. Er werd een fiberglas dak gebouwd, geluidsoverlast werd beperkt en de geral werd verwijderd, waardoor niet alleen de capaciteit drastisch afnam, maar ook de goedkope kaartjes verdwenen. Nadat alle renovaties tot 2013 van belastinggeld waren betaald, ging het stadion dat jaar van staatshanden over naar een privaat consortium. Tegen de tijd dat Brazilië weer een WK mocht organiseren in 2014, was het Maracanãstadion van een tempel voor het volk een speeltje van en voor de happy few geworden. Of, zoals Gaffney zegt over de organisatie van zowel de World Cup als de Olympische Spelen: ‘Dit gaat helemaal niet meer over sport, het is een businessmodel. Het gaat over privilege.’

De geschiedenis herhaalt zich

De organisatie van de World Cup van 2014 had inderdaad een moeilijke aanloop. Miljardenprojecten die niet op tijd af waren, de gewelddadige spiraal waarin het land verkeerde en massaprotesten omdat in de ware behoeften van het volk (onderwijs, infrastructuur) niet werd geïnvesteerd. De economie was na jaren van groei tot stilstand gekomen.

Maar toen was het opeens juni 2014 en vergat iedereen in Brazilië, arm en rijk, wit, zwart en gemengd, alle problemen. Slechts één vraag telde: zou de Braziliaanse selectie het land van de vloek van 1950 verlossen? Zou wonderkind Neymar dan eindelijk de wond van Maracanãço dichten en de eigenwaarde van de Brazilianen herstellen? Dit was het moment waarop Brazilië vierenzestig jaar gewacht had. Het werd het toernooi van Flying Dutchman Arjen Robben, de beet van Suarez, Robin van Persies duikvlucht, de witte spuitbus om de muur voor de vrije trap mee te markeren en de volley van James Rodriguez. De Brazilianen gaven de duizenden bezoekers een ongeëvenaard gastvrij welkom en de straten en huizen kleurden groen-geel terwijl de Braziliaanse selectie zich moeizaam, zonder joga bonito, door de wedstrijden worstelde.

Tegen Colombia komen de frustraties tot een kookpunt en de wedstrijd lijkt eerder op een partijtje kickboksen dan voetbal. Brazilië wint, maar offert daarvoor goalschieter Neymar, die in het agressieve spel een ruggenwervel breekt. Aanvoerder Thiago Silva krijgt een gele kaart – zijn tweede – en is daarmee ook uitgesloten voor de volgende wedstrijd.

De halve finale tegen Duitsland nadert en in het hele land heerst een taboe op het uiten van twijfel. Zelfs niet-gelovigen weten zeker dat de goden geen tweede ‘Hiroshima’ zullen toestaan: de selectie moet en zal naar de finale doorstoten die in het Maracanãstadion wordt gespeeld. Maar ons Nederlandse Duitserstrauma verbleekt bij de veldslag die op 8 juli 2014 in Belo Horizonte wordt aangericht. De Britse sportcommentator Ian Darke had moeite woorden te vinden om de wedstrijd te verslaan. In de 78ste minuut: ‘Om het even samen te vatten: u ziet hier de ergste nederlaag voor Brazilië in 94 jaar.’ In de 79ste minuut: ‘Zeven-nul. Duitsland in de zevende hemel.’ In de 81ste minuut: ‘Een verpletterde Júlio César (de Braziliaanse keeper). Een verpletterd Brazilië. Een verpletterde natie.’

Het werd zeven-één.

Een stadion voor iedereen

Op vrijdag 5 augustus aanstaande zitten miljoenen mensen over de hele wereld voor hun tv, als de Olympische Spelen worden geopend in het Maracanãstadion. Op de tribunes niet tweehonderdduizend uitzinnige cariocas – inwoners van Rio -, maar een selecte groep die een duur kaartje heeft kunnen bemachtigen. Waarschijnlijk de vastgoedmensen die het meest hebben geprofiteerd van de organisatie van de Spelen.

Geniet van het spektakel en de wedstrijden die zullen volgen, maar laat de brandende fakkel een lichtpunt van hoop zijn dat het Maracanãstadion ooit weer de democratische, publieke ruimte wordt waar het voor bedoeld was. Dat hebben de mensen van Rio, meer dan een wereldbeker, nodig.

Correctie 1-4-2016: Een eerdere versie vermeldde dat Brazilië in 2014 de kwartfinale speelde tegen Duitsland. Dit moet de halve finale zijn en is aangepast.

Eerder in deze reeks:

Brazilië vecht niet tegen corruptie, het vecht tegen het verleden Brazilië verkeert in een constitutionele crisis. Toen een oud-president in een corruptiezaak ondervraagd dreigde te worden, benoemde de huidige president hem plotseling tot stafchef. Een benoeming die laat zien: in dit politieke speelveld heeft niemand schone handen. Lees de column hier terug Brazilië lijkt dan wel een regenboognatie, in feite wordt de samenleving opgewit Brazilië wordt wel een regenboognatie genoemd: een land waar iedereen een kleur heeft en van een zwart-witonderscheid geen sprake is. Maar als je goed kijkt, zie je dat kleur wel degelijk een rol speelt. Een gruwelijke rol welteverstaan. Waarom komt de bevolking niet in opstand? Lees het verhaal hier terug Lees deze boeken en leer het mythische Braziliaanse achterland kennen De sertão: oneindig steppegebied dat zich uitstrekt van de Atlantische Oceaan tot diep in het noordoostelijke binnenland van Brazilië. Op deze vlakte van schurend zand en doornstruiken is het enige vruchtbare de verbeelding van haar bewoners. Lees deze boeken er maar op na. Lees het verhaal hier terug Zo moeilijk is het om van een dictatuur een democratie te worden De meeste mensen zien Brazilië als een land dat wordt geplaagd door drugsbendes, die nietsontziend huishouden in de favela’s en ontwrichtend werken voor de ‘normale’ samenleving. De werkelijkheid in het thuisland van de Olympische Spelen van deze zomer is wranger: het zijn de illegale milities die het land in hun greep houden. Lees het verhaal hier terug