‘Laat ik eerlijk zijn, ik ben er helemaal klaar mee,’ zegt Appa nog voor ik een vraag heb gesteld. ‘Met dit land, met de mensen, met de mentaliteit hier. Als mensen mij vroegen waar ik vandaan kwam, zei ik tot voor kort altijd vol trots: Nederland.’

‘Maar al het Nederlandse is uit me gewurgd, ik ben hier totaal niet meer welkom. Mensen lopen alleen maar te ouwehoeren over moslims. Toen ik opgroeide, was dit een veel socialer land, de sfeer was vriendelijker, soms denk ik: hoe komt het dat iedereen tegenwoordig oogkleppen opheeft? Overal is xenofobie, islamofobie - en het wordt getolereerd. Anne Frank is nog steeds een superheld hier, maar er worden allemaal nieuwe Anne Franks geweigerd bij de grens, duizenden kindvluchtelingen, en dan denk ik: faka, ben ik dan de enige die dat ziet? Ik wil dit aan de kaak stellen, maar heb geen idee hoe. Het maakt niet uit hoe ik het breng, ik ben toch wel een extremist, een antisemiet, een terrorist. Ik ben het zat.’

Het duurde maanden voor ik Appa (Rachid El Ghazoui, 1983) te spreken kon krijgen. Vaak reageerde hij niet op mijn oproepen en berichten, soms gooide hij zijn plannen halsoverkop om: dan had hij het toch te druk met zijn werk, of vertrok hij ineens voor enkele weken naar Marokko. Uiteindelijk zouden we in Marokko afspreken (hij sms’te: ‘Regel een ticket en ik regel de rest, slaapplaats, eten, etc.’), maar ook daar zegde hij op het laatste moment af.

Misschien had zijn afwerende houding te maken met zijn steeds moeizamere band met Nederland, en dan in het bijzonder met Nederlandse media. Weinig namen uit de vaderlandse muziekwereld roepen zoveel weerstand op als Appa. Zeker de laatste jaren kwam hij veelvuldig in opspraak. Bijvoorbeeld toen hij medio 2014 tweets de wereld inzond als: ‘De Holocaust is een leugen. #HetVrijeWoord.’

Of tijdens een van de vele anti-Israëldemonstraties de afgelopen jaren, waarbij Appa fel het woord nam en zijn emoties vaak nauwelijks kon Er werden smalende aan gewijd: Marcel van Roosmalen noemde hem bijvoorbeeld in NRC Handelsblad ‘een rapper die zichzelf over de rug van de Palestijnen weer op de kaart probeerde te zetten.’

Ook enkele politici verzetten zich expliciet tegen Appa (hij werd door Geert Wilders aangeklaagd voor bedreiging) en hij raakte in een rechtszaak verwikkeld met Theodor Holman, nadat laatstgenoemde Appa in een column antisemiet en jodenhater had genoemd. Toen De Correspondent vorig jaar deed voor schrijvers met een niet-westerse achtergrond Appa en volgden er direct boze reacties van Correspondentabonnees: deze site hoorde geen aandacht te geven aan een antisemiet.

Uiteindelijk kwam het niet tot een samenwerking, De Correspondent zocht een ‘minder opiniërend en meer journalistiek profiel.’ Na alle optredens en kritiek kreeg Appa sowieso amper opdrachten. ‘De afgelopen jaren waren niet makkelijk voor me,’ zegt hij in een donkere poolhal in Amsterdam-Noord, de buurt waar hij opgroeide en nog steeds woont.

‘Er is een beeld van me ontstaan als jodenhater en ik heb dat niet meer kunnen veranderen. Steeds meer mensen gingen zich ermee bemoeien. De Telegraaf schreef dat ik antisemitisch ben, mensen als Andries Knevel en Frits Barend verspreidden dat bericht weer - ik kon er niets tegen beginnen. Ahmed Marcouch, nota bene een parlementslid, twitterde letterlijk dat men mij geen podium meer moest geven, zeker gesubsidieerde instellingen niet.’

Appa als rapper

Appa spreekt met luide stem en laat nauwelijks pauzes vallen. Zo klonk hij ook tijdens die veelbesproken anti-Israëldemonstraties en op vrijwel alle nummers die hij in de loop der tijd heeft uitgebracht. Vanaf het moment dat hij begon als rapper, ruim tien jaar geleden, viel Appa op door de verbetenheid waarmee hij zijn verhaal deed. Allerlei mixtapes en losse nummers zette hij gratis en uit het niets online.

Hij was een van die zeldzame artiesten die vrijwel altijd een expliciete boodschap had, en dat beviel me ook zo aan hem. Zijn debuutalbum Straatfilosoof (2007) had alles wat ik van hiphop verlangde: het was persoonlijk, antiautoritair, verrassend, afwisselend en er school een ontembare levenslust in. Op indringende wijze mengde Appa zijn persoonlijke levensverhaal met politieke beschouwingen over zijn rol als Marokkaans-Nederlandse twintiger in een tijd van multiculturele verharding.

YouTube
Beluister hier het album Straatfilosoof van Appa.

Appa was, begin 2007, ook de eerste muzikant die ik ooit interviewde. Van dat gesprek herinner ik me vooral – naast mijn intense zenuwen, ik kwam bezweet van mijn middelbare school gefietst met in mijn hand een trillend vragenlijstje – hoezeer ik tegen Appa opkeek. Dit was een rapper die zich nadrukkelijk verzette tegen het gepoch dat bij veel hiphop op de loer ligt. Iemand die werkelijk verhalen vertelde, die zich kwetsbaar durfde op te stellen. En ja, zijn mediaoptredens zaten vanaf het begin soms al tegen aan, maar zolang zijn muziek goed was, deed dat er weinig toe.

Jaren later interviewde ik Appa opnieuw naar aanleiding van mijn masterscriptie over authenticiteit. Met zijn teksten over ‘echtheid’ en ‘anti-commercialiteit’ was hij uitermate geschikt voor dat onderzoek. Een probleem: er waren weinig teksten om te analyseren. Na zijn debuutalbum heeft Appa geen soloalbum uitgebracht – wel bracht hij, met rapper Sjaak, de soundtrack van de film Wolf (2013) uit, maar daarin stond het persoonlijke levensverhaal en de politieke beschouwing nauwelijks nog centraal.

YouTube
Beluister hier de soundtrack van Wolf.

Niet lang na het scriptie-interview belde Appa me op met de mededeling: ‘Ik wil een boek schrijven,’ wat algauw bleek te betekenen: ‘Ik wil dat er een boek over me geschreven wordt.’ Of ik niet zijn biograaf wilde worden? De titel had hij al bedacht: Jihadist. Ik vroeg me af wat het betekende dat hij, amper dertig, wilde dat zijn levensverhaal werd opgetekend: was het tomeloze ambitie of een verlangen naar aandacht?

Appa als publieke persoonlijkheid

De rapper kwam steeds meer op de achtergrond te staan, de activist steeds meer op de voorgrond. ‘Muziek is voor mij nooit een doel geweest, maar een middel,’ zegt hij in de vrijwel lege poolhal. ‘Ik wilde de mensen dichter bij elkaar brengen en ze iets bijbrengen over jongeren in mijn positie, jongeren die permanent worden geconfronteerd met discriminatie op de arbeidsmarkt en het pad van armoede volgen. In kranten en op televisie heeft men het wel steeds over Marokkanen, maar wordt toch vooral gesproken in stereotyperingen en clichés, en altijd vanaf de andere kant. Ik wilde het verhaal vanaf de straat vertellen.’

‘Als je dat soort dingen jarenlang meemaakt, als je alleen maar ‘nee’ te horen krijgt, komt er natuurlijk een moment waarop je denkt: fuck you allemaal. Daar is die hele Mocromaffia door ontstaan. Veel jongeren kiezen voor het snelle geld. Een domme keuze, want geld lost op de lange termijn niets op en als je eenmaal in zo’n leven zit is het heel moeilijk eruit te komen, maar het is wel heel verleidelijk.’ Zijn eigen verhaal is er een voorbeeld van. ‘Ik ben van school afgetrapt omdat ik geen stage kon vinden, maar dat kwam doordat ik overal werd geweigerd. Zelfs bij de Albert Heijn wilden ze me niet.’

‘Ik heb als tiener ook veel gedaan om snel geld te verdienen. Ik werd ook vaak opgepakt, vanaf mijn dertiende al. Diefstal, wapenbezit, dat werk. Op mijn zestiende zat ik achttien maanden vast’ - Appa weigert toe te lichten waarvoor, hij houdt het bij: ‘voor domme shit’ - ‘en toen heb ik de knop omgezet en mezelf voorgenomen iets goeds te gaan doen, een verhaal te vertellen en jongeren te gaan helpen.’

Appa als verhalenverteller

Maar wat is dat verhaal nu eigenlijk? ‘Kijk, ik zeg niet dat je als Marokkaan in Nederland geen kansen hebt, maar het is wel veel zwaarder om een serieuze baan te krijgen. Dat gevoel, en de woede die daaruit voortkomt, heb ik geprobeerd te beschrijven in mijn nummers. Maar de politici en de witte bovenlaag die ik wilde bereiken, luisterden niet. De enigen die ik aansprak, waren juist de jongeren die zich precies hetzelfde voelden als ik. Dat is een grote groep, ik heb een flinke achterban gecreëerd en mijn nummers zijn miljoenen keren geluisterd. Maar ja, wat heb ik daaraan als er verder niets mee gebeurt?’

‘Ik heb nooit muziek gemaakt voor het aanzien of het geld. Met mijn werk heb ik tonnen verdiend - ik ben altijd een handige ondernemer geweest, feesten organiseren in kleine dorpjes of juist ver over de grens, Hengelo, Dubai, noem maar op. Maar ik heb bijna al het geld weer opgemaakt, het draaide altijd om iets groters, om mensen iets uitleggen wat ze nog niet wisten.’

‘Daar heb ik twaalf jaar van mijn leven voor opgeofferd, en nog steeds luisteren de mensen die ik wil bereiken niet. Zelfs voor de workshops en jongerenprojecten die ik opzette heb ik nooit enige erkenning of subsidie gekregen. Op een gegeven moment houdt het dan op. Ik ga binnenkort verhuizen naar Marokko, echt, ik voel me hier helemaal niet meer thuis. Vroeger ging het over de multiculturele samenleving, nu gaat het over de Nederlandse samenleving waarin anderen, mensen zoals ik, getolereerd worden. Wat is dat voor taal? Waarom is de meerderheid zo stil? Fuck you allemaal, dan ga ik ook.’

Appa als verdeler

Hoe langer hij het woord voert, hoe verongelijkter Appa klinkt. Draagt zijn houding nu niet net zozeer bij aan de polarisatie die hij met zijn muziek wil tegengaan?

Voor het eerst in het gesprek valt hij even stil, en wanneer hij antwoordt, klinkt er een klank in zijn stem door die ik niet van hem ken: aarzeling. Misschien zelfs wel: zelfverwijt. ‘Ik heb het de afgelopen jaren zelf ook niet handig aangepakt,’ zegt hij.

‘Ik was te verbitterd, ik schreeuwde te veel, terwijl juist op dat moment veel mensen naar me luisterden’

‘Ik ben geleidelijk heel gefrustreerd geraakt doordat ik het idee had dat ik niet gehoord werd. Dat hoopte zich op, en toen bij het Palestina-Israëlconflict nam mijn gevoel het over. Alle emoties van de jaren ervoor kwamen eruit: de frustratie, de woede, het gemarginaliseerd zijn. Ik heb spijt van mijn gedrag toen. Ik was te verbitterd, ik schreeuwde te veel, terwijl juist op dat moment veel mensen naar me luisterden. Ik had veel rustiger moeten zijn bij de demonstraties.’

‘Hetzelfde geldt voor mijn tweets over de Holocaust: ik wilde laten zien hoe we in Nederland met de vrijheid van meningsuiting omgaan, maar ik heb het niet handig aangepakt. Het was te gefrustreerd, ik had juist een verbindende factor kunnen zijn. Daarin heb ik gefaald en daar baal ik van, nog veel meer dan van wat er allemaal over me gezegd en geschreven is - jarenlang verlangde ik ernaar een brugfunctie te vervullen, en dan had ik eindelijk die kans, en ging ik er zo schreeuwerig mee om. Ik had rustig het gesprek moeten aangaan. Ik heb de dialoog niet bevorderd maar eerder tegengewerkt.’

Tegenwoordig neemt hij nauwelijks nog nummers op, alleen op uitnodiging van andere artiesten, meestal uit Frankrijk of Marokko. Maar waarom al die publieke poespas, waarom die aandachttrekkerij met shockerende tweets? Waarom gaat hij niet gewoon weer de studio in zoals vroeger? ‘Ik mis het wel, maar ik weet dat nieuwe muziek toch genegeerd zal worden door de grote media. Die willen het alleen maar horen als ik iets geks roep, daar ontkom ik niet meer aan na de karaktermoord die is gepleegd.’

Appa en de vlucht

‘Ik ben intussen drieëndertig, ik maak geen muziek meer. De afgelopen twaalf jaar heb ik alles gegeven wat ik in me had, qua muziek. Maar ik heb niet bereikt wat ik wilde. Het is alleen maar erger geworden. Nederland wil het niet.’

Het is een opvallende uitspraak, toevallig in de week waarin Salah Edin, nog een Marokkaans-Nederlandse rapper die het afgelopen decennium veel aandacht trok en in een rechtszaak met Wilders verwikkeld raakte, helemaal te stoppen met rappen. Hij staat niet meer achter zijn werk, vindt dat hij met zijn muziek een verkeerd signaal heeft afgegeven aan jongeren en beschouwt de Koran als een onovertrefbare verzameling van de beste teksten ter wereld. Een andere motivatie (en een stelligere conclusie) dus dan bij Appa, bij wie het wel erg lijkt alsof hij de schuld bij anderen legt: Nederland is er volgens hem niet klaar voor. Maar ziet hij het dan niet ook als een tekortkoming van zichzelf?

‘Nee, ik bereik de Marokkaanse jongeren wel en dat vind ik heel belangrijk. Echt, ik heb ze. Niet Ali B, niet Najib Amhali, niet Marcouch of Aboutaleb. Nee, ze staan achter mij.’

En toch is het niet genoeg en vertrekt Appa binnenkort. ‘Sommige mensen die heel dicht bij me staan zeggen dat ik al jaren een burn-out heb. Mijn vader heeft mij een tijdje geleden gevraagd of ik depressief ben. Ik weet niet of dat zo is. Ik weet wel dat het gewicht dat ik nu op mijn schouders heb ondraaglijk is. Maar naar een psycholoog ga ik niet, ik wil het zelf oplossen. Misschien ga ik in Marokko een winkel openen of daar muziek uitbrengen. Ik weet het echt niet. Maar ik weet wel dat ik het in Nederland niet langer dan een paar dagen volhoud.’

‘In Marokko helpen mensen elkaar. Ze zijn ontspannen en houden zich niet bezig met vooroordelen of onzin als het publieke debat. Wat betekent dat eigenlijk, het publieke debat? In Nederland betekent het: mensen gaan op Twitter en kankeren op alles wat niet-Nederlands is. Ik word hier alleen maar weggekeken en uitgehoond, echt, helemaal niets bevalt me meer aan dit land. Mensen doen er alles aan om ervoor te zorgen dat ik mezelf minder voel, dat ik minder ben. Heel simpel: waarom zou ik hier dan blijven? Ik wil de bergen in, in mijn eentje. Een fles water, de zon, meer heb ik niet nodig. Vriend, ik ben weg hier. Mij zie je voorlopig niet meer.’

Illustraties: Daniël Roozendaal
Illustraties: Daniël Roozendaal

Voelt het niet alsof hij het hazenpad kiest: zomaar weggaan, juist terwijl hij zegt dat zoveel mensen tegen hem opkijken? ‘Een beetje, maar ik moet mijn eigen keuze maken nu. Ik ben niet meer gelukkig in Nederland, echt niet. Mijn hele volwassen leven heb ik weggegeven aan muziek, aan het verspreiden van een boodschap, en het is niet opgepikt, we zijn geen steek verder gekomen.’

Echt waar, weggegeven, opgeofferd, zijn dat de woorden die hij gebruikt? ‘Ik voel me een slachtoffer. Ik had de afgelopen jaren multimiljonair kunnen worden, maar ik heb ervoor gekozen een verhaal te vertellen, een boodschap uit te dragen. Het is niet gelukt, Nederland is er enkel negatiever op geworden. Ik zou weleens willen zien dat alles wat niet wit is - en wat wordt weggezet als minderwaardig - voor een jaar weg zou gaan uit Nederland. Het land zou kapotgaan op cultureel en economisch gebied. Maar niemand ziet dat tegenwoordig nog in. Echt, ik ben misselijk geworden van dit land, er is zo veel negativiteit. Veel mensen zeggen: dan kanker je toch lekker op, Appa? Nou, dat is precies waar ik mee bezig ben. Doei.’

Meer hiphopverhalen:

Niemand kent de Nederlandse achterbuurten zo goed als Hef Geen enkele Nederlandse rapper kan zo soepel en beeldend vertellen over het straatleven in Nederlandse achterbuurten. En niemand weet er zoveel mensen mee te bereiken. Zonder twijfel is Hef een van de toonaangevendste artiesten in de Nederlandse rapwereld. Nu net zijn nieuwe album uit is, loop ik een dag met hem mee. Lees het portret hier terug Loop met rapper Massih mee door het Nederland van nu Hij werd geboren in Afghanistan, maar kwam thuis in Amsterdam-Noord: Massih Hutak (1992). Tot voor kort gaf hij maatschappijleer op een vmbo-school. Nu probeert hij het te maken als rapper en schrijver. Hij laat als geen ander het Nederland van nu zien - een land vol vooroordelen en tegenstrijdigheden. Maar: ‘Faka. Twee dingen werken overal: hiphop en liefde.’ Lees het verhaal van Vera Mulder hier terug Hoe Nederlands nieuwste popsensatie Ronnie Flex inspiratie vindt bij de muzikale experimentalist Spinvis Ze zijn van verschillende generaties en leven in volstrekt andere werelden. Maar er zijn ook opvallende overeenkomsten tussen Popprijswinnaars Ronnie Flex (23) en Spinvis (55). Nadat Ronnie Flex tweette Spinvis als grootste inspiratiebron te zien, bracht ik de twee bij elkaar. Wat kunnen de twee van elkaar leren? En hoe gaan ze om met de balans tussen succes en experiment? Lees het verhaal van Saul van Stapele hier terug