In een geestige scène uit de Amerikaanse komedie While We’re Young uit 2014 doet een groepje hipsters mee aan een zogenoemde ayahuascaceremonie. Gezeten in een kring delen ze een brouwsel van een Zuid-Amerikaanse plant die reinigende en genezende krachten zou hebben. Ze dragen witte kleding en krijgen elk een eigen emmertje om in over te geven. Het ritueel wordt geleid door een sjamaan die een rustgevend muziekje van Vangelis uit zijn iPhone tovert en opschept over zijn

Karamakate, de sjamaan die centraal staat in de Colombiaanse film El abrazo de la serpiente (De omhelzing van de slang), zou het tafereel met lede ogen hebben aangezien. Oppervlakkige westerlingen op zoek naar een exotisch verzetje: Karamakate gruwt ervan.

In zijn tijd komen namelijk ook al westerlingen voor die in de ban zijn van Zuid-Amerikaanse planten met geheimzinnige krachten. In 1909 ontmoet Karamakate een Duitse etnoloog die de Amazonerivier afreist op zoek naar de legendarische yakrunabloem en ruim dertig jaar later een Amerikaanse bioloog die de tocht van de Duitser nog eens overdoet. In beide gevallen laat de sjamaan zich schoorvoetend overhalen hen door de jungle te gidsen. Tijdens de eerste reis als kwieke twintiger, later als vermoeide zestiger.

Die ontdekkingsreizigers – Theodor Koch-Grünberg en Richard Evans Schultes – hebben echt bestaan. Hun bewaarde dagboeken liggen aan de basis van El abrazo de la serpiente (dat gefilmd is in prachtig zwart-wit om aan te sluiten bij de sfeer van die oude verslagen). De Colombiaanse regisseur Ciro Guerra verzon Karamakate erbij als verbindende factor tussen de twee expedities. Hoe meer onderzoek hij vervolgens deed naar het Amazonegebied en de inheemse bevolking, hoe meer hij ervan overtuigd raakte dat de fictieve medicijnman de hoofdrol moest krijgen.

Een slim besluit. Want eerdere historische films over westerlingen in de jungle – klassiekers als Apocalypse Now (1979), Fitzcarraldo (1982) en The Mission (1986), waar El abrazo de la serpiente af en toe naar knipoogt – hanteerden steeds het perspectief van de imperialist. Nu staat eindelijk de andere kant eens centraal.

YouTube
Bekijk hier de trailer van El abrazo de la serpiente.

En wat een memorabel personage is die Karamakate: stug, trots, principieel, melancholiek. Dat laatste is begrijpelijk, want de sjamaan gelooft dat hij de laatste overlevende is van zijn volk (de fictieve Cohiuano-stam), dat verder is uitgemoord door buitenlandse rubberhandelaren. Karamakate is ervan doordrongen dat ‘het lied van de Cohiuano’ – al hun vergaarde kennis en ontwikkelde gebruiken – ooit met hem zal verstommen.

Gelukkig deelt hij af en toe een stukje van dat lied met zijn reisgenoten – en dus ook met ons, de kijkers. En dan valt op dat de moderne westerling nog best iets kan opsteken van deze vroeg-twintigste-eeuwse medicijnman uit de Amazone.

Ik noem vijf inzichten uit El abrazo de la serpiente die mij zijn bijgebleven.

1. Je hebt bijna niks nodig

Op zoek naar de zeldzame yakrunabloem vaart de oude Karamakate met de Amerikaanse bioloog (in de film aangeduid als ‘Evan’ en gespeeld door Brionne Davis) per kano over de Amazonerivier. De boot is volgeladen met koffers en ligt gevaarlijk diep in het water. Tot Evans schrik begint Karamakate op zeker moment koffers overboord te gooien. ‘Het zijn maar dingen. Ze zullen je uiteindelijk gek maken of tot je dood leiden.’ Na lang aanhouden weet hij Evan ervan te overtuigen dat die zijn doel alleen zal bereiken als hij afstand kan doen van zijn bezittingen.

‘Het zijn maar dingen. Ze zullen je uiteindelijk gek maken of tot je dood leiden’

Goed, zo samengevat heeft deze scène misschien de diepgang van een boeddhistische bumpersticker, maar een van de kwaliteiten van El abrazo de la serpiente is dat de overbekende boodschappen níet als clichés aanvoelen. Sterker, als je de witte mannen met hun bagage ziet zwoegen, geef je de medicijnman groot gelijk.

Dat heeft veel te maken met de geweldige acteurs. De oude Karamakate wordt gespeeld door de onervaren Antonio Bolivar, een bewoner van een van de gebieden waar de opnames plaatsvonden (en ook in werkelijkheid een van de laatsten van zijn volk). Zijn gezichtsuitdrukkingen zijn vaak onbetaalbaar. Bijvoorbeeld wanneer Evan hem geld aanbiedt voor zijn diensten. ‘Mieren houden van geld,’ lacht hij. ‘Ik niet. Het smaakt vies.’

2. In een vacuüm ontstaat chaos

Op hun tocht over de Amazone stuiten de reisgenoten regelmatig op ontluisterende taferelen. Zo ontmoeten de jonge Karamakate (Nilbio Torres, ook een lokale, onervaren acteur) en de Duitse etnoloog Theo (gespeeld door Jan Bijvoet, de Belgische acteur uit Borgman) tijdens de eerste expeditie een Spaanse priester die in het oerwoud een weeshuis beheert. Daar vangt hij de kinderen op van slachtoffers van de rubberbaronnen. Klinkt nobel, maar de pater verbiedt de kinderen al hun oude gebruiken – inclusief hun eigen taal – en slaat het katholieke geloof er met de zweep in. Jaren later, wanneer Amerikaan Evan dezelfde plek bezoekt, is daar een lugubere gemeenschap ontstaan rond een zelfbenoemde messias die qua gekte niet onderdoet voor kolonel Kurtz in Apocalypse Now.

In Ciro Guerra dat deze scènes zijn geïnspireerd door verschillende historische voorvallen. In het Amazonegebied zijn in de loop der jaren keer op keer sektes ontstaan die eindigden in schokkend geweld. ‘De Amazone is een spirituele plek,’ concludeert Guerra. ‘Wanneer de inheemse spiritualiteit wordt weggenomen, ontstaat er een vacuüm dat wordt gevuld met fundamentalisme en waanzin.’

De regisseur spreekt in diezelfde interviews zijn zorgen uit over de huidige wereld en zegt parallellen te zien met de wereld in de film. In die context is het interessant hoezeer Guerra’s eerdere opmerking aansluit bij de maatschappelijke analyses van schrijver Bas Heijne. Lees maar wat die vorig jaar in De Gids over het verdwijnen van de grote ideologieën: ‘Wanneer de mens een geloof ontnomen wordt, gaat hij meestal gewoon op zoek naar een nieuw geloof. Een vacuüm moet gevuld worden. Sommigen vinden het in een ongebreideld consumentisme – anderen juist in de zuivere waarheden van het fundamentalisme of in constructies rond identiteit. Beide zijn actuele reacties op het wegvallen van zingeving en betekenis en beide keren zich – meestal vol overgave − tegen de geloofsartikelen van de Verlichting.’

3. Waar je waardig mee omgaat, wordt vanzelf waardevol

‘Het wegvallen van zingeving en betekenis’ – daar weet de oude Karamakate alles van. Zijn volk is gedood, zijn omgeving geplunderd. In zijn beleving is hij een schim geworden – een chullachaqui. De kennis en gebruiken van zijn volk is hij al grotendeels vergeten. ‘Kun jij mij zien?’ vraagt hij verbaasd aan Evan wanneer die voor het eerst komt aanvaren. Weemoedig vertelt hij de westerling van een tijd waarin de rotsen en dieren tegen hem spraken. ‘Nu is alles stil.’

Het enige moment waarop we de sjamaan echt boos zien, is wanneer hij op een groep inheemse mannen stuit die de heilige yakrunabloem hebben gecultiveerd en er voor hun eigen plezier op trippen. Hij ziet nog liever dat al die bloemen worden vernietigd.

Het enige moment waarop we de sjamaan echt boos zien, is wanneer hij op een groep inheemse mannen stuit die trippen op de heilige yakrunabloem

Karamakates blik op de wereld staat haaks op die van de lompe, gewelddadige mensen om hem heen. Het ergste wat er volgens hem kan gebeuren, is dat de dingen hun waarde verliezen. Haal ergens de ziel uit en het is dood.

En dus blijft hij ondanks zijn wanhoop zijn principes koesteren. Ook al praat de natuur niet meer tegen hem, hij blijft het woud – en zijn witte reisgenoten – respectvol behandelen. Die houding lijkt zijn vruchten af te werpen. Tegen het slot merkt hij op: ‘Ik voel me nog steeds een chullachaqui. Maar ik begin me weer dingen te herinneren.’

4. Vooruitgang is geen westers voorrecht

Nu zou het beeld kunnen ontstaan dat El abrazo de la serpiente een wel erg stereotiepe benadering heeft van de ‘nobele wilde’ en de ‘ontaarde westerling,’ maar de film is wel degelijk genuanceerd. Zo zijn de ontdekkingsreizigers beslist geen bruten en kan Karamakate ook van hen leren.

Bijvoorbeeld dat niet alle westerse spullen waardeloos zijn. Theo legt hem tijdens de eerste expeditie uit dat zijn dagboeken hem helpen om niet te vergeten – een kwaal waaraan de sjamaan zelf decennia later nog veel frustratie zal beleven.

In een andere scène stelt de medicijnman zich weer vooruitstrevender op dan de wetenschapper. Wanneer een goedmoedig volk Theo’s kompas probeert te stelen, reageert die boos, omdat hij vreest dat de inlanders hun eigen manier van oriënteren, op basis van de wind en de sterren, zullen verliezen. Karamakate wijst hem terecht: Theo’s visie is te romantisch. ‘Alle mensen hebben recht op kennis.’

5. Misschien ligt de oplossing voor je neus

Nog zo’n relativerend moment. In de eerdergenoemde scène waarin Evan wordt aangemoedigd om al zijn bezittingen overboord te gooien, kan hij van één kistje geen afstand doen. Daar blijkt een grammofoon in te zitten. Midden in de jungle draait hij voor de sjamaan een plaat: van Joseph Haydn. Een ontstaansmythe uit mijn cultuur, legt Evan uit. De muziek herinnert hem aan thuis, al heeft hij als wetenschapper niet zoveel met de inhoud.

Onbegrijpelijk vindt Karamakate dat. Evan moet beter luisteren - en niet alleen met zijn oren. Als hij het lied van zijn eigen voorouders niet op waarde weet te schatten, wat hoopt hij dan in de jungle te vinden?

‘Nu het oude verhaal is uitgewerkt, is het tijd voor een nieuw verhaal’

Even terug naar Bas Heijne. Die schrijft in het eerder aangehaalde essay dat ‘de mens de afgelopen eeuwen zijn belangrijkste ankers is kwijtgeraakt.’ En concludeert: ‘Nu het oude verhaal is uitgewerkt, is het tijd voor een nieuw verhaal – en een beetje snel ook.’

Uiteraard kun je ideologieën die hebben afgedaan niet zomaar afstoffen en hergebruiken. En Heijne waarschuwt terecht voor te veel ‘nadruk op nationale eigenheid, identiteit, geschiedenis, cultuur’ boven ‘het idee van gedeelde menselijkheid.’

Maar de vraag blijft staan waar zo’n nieuw verhaal vandaan moet worden gehaald. In die zin is het punt van de medicijnman interessant. Je kunt wel het oerwoud in trekken of exotische plantenextracten gaan drinken, maar de kans is waarschijnlijk groter dat je iets zinnigs aantreft te midden van je eigen roots.

Meer filmverhalen:

Tien levenslessen uit het Coeniversum Kort geleden Hail, Caesar! in de Nederlandse bioscoop, alweer de zeventiende film van Joel en Ethan Coen. Het werk van de Amerikaanse broers – waaronder hits als Fargo, The Big Lebowski en No Country for Old Men – staat bekend om zijn absurdisme, maar daarachter schuilt opvallend veel wijsheid. Lees het verhaal hier terug Zou The Big Short de wereld kunnen veranderen? Misschien wel Stel je voor: de voor vijf Oscars genomineerde film The Big Short, een aanklacht tegen de graaicultuur die de kredietcrisis veroorzaakte, wordt massaal bekeken en brengt grote maatschappelijke veranderingen teweeg. Puur fantasie, of zou zoiets echt kunnen gebeuren? Lees het verhaal hier terug