Illustratie: Aimée de Jongh (voor De Correspondent)

Op een ochtend in 1977 kijkt de vader van Stef van der Ziel naar zijn eigen huis in de Cornelis Houtmanstraat in Delfzijl. Dat dak, daar is iets mee. Hij loopt naar binnen, de trap op en staart naar het plafond in de slaapkamer. ‘Raar,’ zegt hij en hij gaat weer naar buiten om het dak opnieuw te bekijken. Binnen zit een duidelijke knik, buiten is niets te zien. Tussen het dak en het plafond móét iets zijn.

Stefs vader en moeder beginnen te slopen. Het behang eraf, het pleisterwerk open, de jute los. Opeens roept zijn moeder: ‘Stef, weg daar.’ Een harde kraak en het hele dakbeschot stort in. Gruis en planken komen naar beneden. Stef schreeuwt het uit. Daar, naast zijn vierjarige voetjes, ligt de verklaring voor het mysterie van de plafondknik: een stapel dikke zware boeken.

Zijn ouders slaan ze open. Het zijn boekhoudingen, notities van bijeenkomsten, persoonlijke brieven. Een compleet archief, een gedetailleerde verslaglegging uit een grijs verleden. Een archief dat ze jaren later naar het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap zullen Er zijn kopieën van gemaakt, die met de originelen verdeeld zijn over het Rijksarchief in Groningen, het Israëlitisch Kerkgenootschap in Amsterdam en een bibliotheek in Israël.

Want de boeken gaan over de Joodse bewoners van Delfzijl en stammen van vlak voor de Tweede Wereldoorlog. Hun namen, hun familieverbanden, hun adressen, elk Joods gezin uit het Delfzijl van toen staat vermeld.

De keerzijde van goede bedoelingen

Achtendertig jaar later, op 4 mei vorig jaar, schrijft Stef van der Ziel Bekijk hier de blog van online ondernemer Stef van der Ziel. een blogpost over de vondst. Hij herinnerde zich tot die tijd vooral de pijn in zijn voet en zijn moeder die ‘zie je wel, ik had je toch gewaarschuwd’ zei. De werkelijke betekenis van de vondst kwam pas veel later.

‘In ons huis had een held gewoond,’ schrijft Van der Ziel. ‘Een (vermoedelijk) medewerker van de gemeente had de boeken gestolen [...]. Om te voorkomen dat ze in Duitse handen zouden vallen.’ Met zo’n uitgebreid archief zou het voor de Duitse bezetter immers een koud kunstje zijn geweest om alle Joodse bewoners van Delfzijl in beeld te krijgen en mogelijk te deporteren.

Het heldenverhaal doet denken aan de aanslag op het Amsterdamse Bevolkingsregister. De gemeente Amsterdam had in de jaren dertig een ongekend gedetailleerd archief opgetuigd met daarin persoonsgegevens over alle Amsterdammers: hun namen, adressen, relaties en beroep. Met de allerbeste bedoelingen opgezet, om de gemeente efficiënter te maken.

Maar in 1939 bleken die goede bedoelingen een keerzijde te hebben: ook ieders religie en etniciteit stonden in de databank vermeld.

Hans de Zwart schreef hier voor De Correspondent een verhaal over. Alle 70.000 Amsterdamse Joden waren keurig gerubriceerd. Bijna als uitnodiging voor de bezetter om ze op te pakken. Reden voor het zogenoemde Kunstenaarsverzet, onder aanvoering van Gerrit van der Veen, om de archieven met benzol te overgieten en in brand te steken.

De daad van de Delfzijlse beschermengel is er enigszins mee vergelijkbaar. Het had hem en zijn gezin bovendien deportatie, strafkamp of nog erger kunnen opleveren, schrijft Van der Ziel. ‘Ik geloof graag dat de held vele levens heeft gered door de boeken uit handen van de Duitsers te houden.’

Na de publicatie van zijn blogpost vertelde de vader van Stef van der Ziel dat de held uit het verhaal geen gemeenteambtenaar was, maar een rabbijn. De rabbijn woonde in het huis van de familie Van der Ziel en had in de boeken bijgehouden wie van zijn gemeenschap hulp kreeg in de vorm van brood, andere levensmiddelen en brandstof. Hij overleefde de oorlog niet.

Zij hadden ook niets te verbergen

Een heldendicht dus, maar óók een verhaal over persoonsgegevens en privacy. Dat is in ieder geval de les die Stef van der Ziel uit de verstopte boeken trekt. ‘Data kan [sic.] dodelijk zijn,’ luidt de titel van zijn blogpost.

Met het verhaal van Stef van der Ziel kan het argument dat altijd valt in discussies over privacy krachtig worden gepareerd: Lees hier meer over dit argument. ‘wie niets te verbergen heeft, heeft niets te vrezen.’

Want die 70.000 Amsterdammers en de Joodse bewoners van Delfzijl hadden tot 1939 ook niets te verbergen. Dat veranderde toen de bezetter kwam. Toen waren die onschuldige data potentieel dodelijk. Toen hadden zij alles te verbergen, waaronder zichzelf.

Het verhaal van Stef van der Ziel is daarmee ook een krachtige waarschuwing tegen de tomeloze verzameling van gevoelige persoonlijke data. Van der Ziel: ‘Want de geschiedenis heeft geleerd dat een nieuwe macht die data direct tegen onszelf kan gebruiken.’ Hij wijst op de moderne datazucht van de Bijvoorbeeld van de Nederlandse geheime diensten. Nederlandse ...of van de Nederlandse Belastingdienst. overheid. Ook nu wordt er vast met de beste bedoelingen verzameld en geregistreerd. ‘Vreselijk naïef,’ Dit schrijft hij letterlijk: ‘Nog steeds zijn Nederlandse overheden koning als het gaat om het verzamelen van data over burgers. Die gegevens worden niet meer in stoffige registers opgeschreven. Maar massaal digitaal verzameld. Digitale sleepnetten verzamelen informatie over waar je bent, waar je heen gaat, met wie je communiceert, hoe lang, en zelfs wat je hebt gezegd of geschreven. Databestanden worden klakkeloos gekoppeld, gedeeld, gearchiveerd. Oneindig bewaard. En slecht beschermd. Het merendeel van de overheden en ambtenaren doet dit vast allemaal uit goede wil. Maar vreselijk naïef. Zo naïef.’

Als er een hoopvolle boodschap in Van der Ziels verhaal te vinden is, dan is het dat verzet mogelijk is. Maar hoe moet dat in deze digitale tijden? ‘Het vervelende is dat wij tegenwoordig nauwelijks mogelijkheden hebben om boeken te verstoppen,’ zegt Van der Ziel. ‘Data staan op afstand, onzichtbaar. We weten niet waar ze staan, wie ze beheren en hoeveel kopieën ervan zijn. Mijn dochter van vier zal geen archieven op haar voet krijgen. Maar hoe beschermen we haar tegen die ongebreidelde datalust?’

Meer lezen?

Bij je moeder op de bank anders zijn dan bij je vrienden in de kroeg. Dat is echte privacy Wat gebeurt er als wij eraan wennen dat al onze persoonlijke data goederen zijn waar andere mensen geld aan kunnen verdienen? Hoe verandert een samenleving als dingen te koop zijn die vroeger geen enkele economische waarde hadden? Die vragen probeert de filosofe Beate Roessler te beantwoorden. Lees het verhaal van Maurits hier terug Heel Holland Transparant: Zo bepalen bedrijven en overheden of je een risicoburger bent Alle Nederlanders krijgen scores toegekend door overheden, bedrijven en werkgevers. Die bepalen of je een lening, een huurauto of een baan kunt krijgen. Of: misschien wel op een fraudeur of terrorist lijkt. Hoe werkt deze scorebordsamenleving precies? Dat blijft vaak ondoorzichtig. Daarom presenteren we de website Heel Holland Transparant. Lees het verhaal van Maurits hier terug Wie de huidige privacyproblemen wil doorgronden - en wil weten wat eraan te doen - leze dit boek In haar nieuwe boek Obfuscation beschrijft de filosofe Helen Nissenbaum met Finn Brunton verschillende manieren om in verzet te komen tegen datahongerige organisaties. Een warme aanbeveling voor een belangrijk boekje. Lees het verhaal van Maurits hier terug Wil je meer te weten komen over dit onderwerp? Meld je dan aan voor de nieuwsbrief van Maurits Martijn. Zo houdt hij je op de hoogte van de artikelen die hij publiceert op De Correspondent en gidst hij je langs de mooiste journalistiek op het gebied van privacy, surveillance en geheime diensten. Schrijf je hier in voor de nieuwsbrief van Maurits Martijn