Een racistische witte politieagent die een zwarte man verdenkt van moord? Perfect! Robert Shapiro, de advocaat van O.J. Simpson, kan zijn geluk niet op als hij ontdekt dat een van de eerste politieagenten die de plaats delict bezocht, een racist blijkt. Met een beetje hulp van een journalist voor The New Yorker die de hand weet te leggen op het interne dossier van Fuhrman, ontdekt hij de mogelijke doodsteek voor de aanklagers.

Steven Pasquale als detective Mark Fuhrman

Steven Pasquale als detective Mark Fuhrman

Fuhrman was beroepsmilitair voordat hij agent werd, maar nam ontslag omdat hij vond dat zijn zwarte collega’s lui en onrespectvol waren. Hij noemde elke zwarte man steevast ‘nigger’ en werd tijdens zijn latere politieloopbaan meerdere keren berispt omdat hij tijdens arrestaties onnodig veel geweld had gebruikt tegen zwarte en latino verdachten. Er gingen zelfs geruchten dat hij een grote verzameling nazi-memorabilia in huis had, hoewel dat nooit helemaal is hardgemaakt. En nu stuitte juist Fuhrman in de achtertuin van de zwarte O.J. Simpson, die werd verdacht van de moord op zijn witte ex-vrouw, op een bebloede handschoen. Dat riekt naar een complot, niet?

Het artikel dat O.J.’s vrijspraak in gang zette

dat Toobin, die trouwens ook het boek schreef waar de tv-serie op gebaseerd is, in 1994 schreef over Mark Fuhrman en de nieuwste, gewaagde tactiek van O.J.’s verdediging, was een keerpunt in de zaak. Tot op dat punt leek O.J. hopeloos te gaan verliezen: zijn bloed lag overal, zijn alibi was wankel. Maar een zwarte man die wordt aangeklaagd, puur vanwege zijn huidskleur? Dat zou best weleens een verkoopbaar scenario kunnen blijken in een land dat erom bekendstaat zijn zwarte burgers stelselmatig slechter te behandelen dan zijn witte.

‘Dus je gaat ras inbrengen als argument?’ vraagt een van Shapiro’s adviseurs in de derde aflevering vol verbazing aan de advocaat. Shapiro: ‘Het gaat alléén maar om ras.’

De juryselectie is zodanig gebaseerd op vooroordelen dat het bijna lachwekkend wordt

De derde en vierde aflevering van American Crime Story: The People vs. O.J. Simpson gaan over de periode tussen de vluchtpoging van O.J. en het begin van zijn rechtszaak. In die tijd gebeuren twee dingen die de loop van de zaak gaan bepalen: de jury wordt gekozen en het rassenargument wordt voor het eerst ingebracht door de verdediging van O.J. Die juryselectie is zodanig gebaseerd op vooroordelen dat het bijna lachwekkend wordt. Zo waren bijvoorbeeld zowel de aanklagers als de verdedigers op jacht naar eenzelfde soort jurylid: de alleenstaande, zwarte vrouw. Maar dan elk vanuit een ander vooroordeel.

De aanklagers beredeneerden: zwarte vrouwen zijn oververtegenwoordigd als het gaat om huiselijk geweld en zouden daardoor automatisch sympathiseren met het slachtoffer, de mishandelde Nicole. De verdediging van O.J. beredeneerde juist: zwarte vrouwen hebben er een hekel aan als ‘hun’ mannen buiten de zwarte gemeenschap worden ingepikt door een witte vrouw, zoals met O.J. gebeurd zou zijn. Ze zouden daardoor automatisch minder sympathie opbrengen voor het slachtoffer, de witte Nicole.

Beide partijen lieten zich leiden door vooroordelen, beeldvorming, eigen ervaringen. Maar hoe kan het dan dat de aanklagers na het inbrengen van het rassenargument al snel niet meer serieus werden genomen, en de verdediging wel?

Wellicht omdat ze de werking van het vooroordeel onderschat hebben, simpelweg omdat zij zelf steeds uitgingen van eigen ervaring. Omdat zij een wereldbeeld aanhingen waarin vertrouwen hebben in het politieapparaat heel logisch is. Waarin bewijslast automatisch zwaarder weegt dan emotie, of frustratie. Maar waar zij vooral de fout in gingen: ze namen het vooroordeel niet serieus, en dan vooral de dodelijke combinatie van vooroordelen die worden geboren uit misinformatie, gecombineerd met eigen slechte ervaringen, niet.

Cuba Gooding Jr. als O.J. Simpson

Cuba Gooding Jr. als O.J. Simpson

De gevaarlijkste vooroordelen komen uit onwetendheid én ervaring

Soms beschermen ze je in gevaarlijke situaties, zorgen ze ervoor dat je dezelfde fout niet twee keer maakt. Of je zet ze in om negativiteit te overstemmen, zoals oud-president Lyndon B. Johnson (president van 1963 tot en met 1969) deed in Amerika. Hij benadrukte in het zwaar raciaal verdeelde zuiden van de VS juist het vooroordeel dat de witte Amerikanen daar over zichzelf hadden: dat ze allemaal hardwerkend, godvrezend volk waren. Toen begon hij hardwerkende, godvrezende zwarte Amerikanen mee te nemen naar politieke rally’s: om de onderlinge herkenning te vergroten en de raciale kloof te dichten.

Een bespottelijke, maar effectieve manier om vooroordelen in te zetten, en eentje met een positieve uitkomst bovendien. Johnson zorgde bijvoorbeeld voor volledig stemrecht voor alle zwarten in het zuiden.

Onwetendheid is een voedingsbodem voor vooroordelen, die een onderbuikgevoel onder woorden brengen

Maar vaker nog hebben vooroordelen een negatieve uitwerking. Dat soort vooroordelen ontstaat op twee manieren: persoonlijke ervaringen, of juist het ontbreken van informatie. Onwetendheid is een vruchtbare voedingsbodem voor vooroordelen, omdat deze ervoor zorgen dat een onderbuikgevoel onder woorden gebracht kan worden.

De vooroordelen die voortkomen vanuit onwetendheid zijn vaak het gevaarlijkste en roepen de meeste weerstand op: ‘Joden zijn gierig, Marokkanen stelen, Surinamers zijn lui.’ Het is dan ook niet verwonderlijk dat juist de grote geleerden er al eeuwen van overtuigd zijn dat je alleen goed kunt oordelen met een heldere geest. Neem filosoof Francis Bacon, die stelde dat het menselijke verstand beter af zou zijn als het bevrijd was van wat hij ‘de idolen van de geest’ noemde. Daarmee bedoelde hij de invloeden van bijvoorbeeld traditie, gewoonte, taal en opvoeding.

Punt is alleen: die idolen zijn onmogelijk te negeren of onderdrukken, zeker wanneer het een onderwerp betreft waar mensen emotioneel op reageren.

Je moet het niet willen ook; uitsluitend beredeneren vanuit je eigen, ‘heldere’ geest. Denk aan twee uitersten binnen het huidige asieldebat in Nederland: zij die vinden dat zo veel mogelijk onfortuinlijke vluchtelingen in ons welvarende land dienen te worden opgenomen, tegenover zij die met varkensmuts op protesteren tegen al die enge verkrachtingsmoslims. Het is makkelijk om als linkse elitair neer te kijken op een laagopgeleide schreeuw-PVV’er die zich afzet tegen de opvang van asielzoekers in zijn buurt.

Maar waar is het begrip? Angst vanuit onwetendheid (‘het zijn allemaal verkrachters’) die wordt aangewakkerd door bijvoorbeeld de gebeurtenissen in Keulen, gecombineerd met angst vanuit persoonlijke ervaringen - het door de instroom van asielzoekers minder makkelijk kunnen vinden van werk of een sociale huurwoning bijvoorbeeld - is wel degelijk reden om in paniek te raken. Of dat terecht is of niet laat ik even in het midden. Maar wat zeker is: protest of angst afdoen als debiel of onbelangrijk omdat je het zelf niet eens bent met het standpunt, of de manier van protesteren, zorgt alleen voor meer polarisatie en minder onderling begrip.

Sarah Paulson als de hoofdaanklager Marcia Clark

Sarah Paulson als de hoofdaanklager Marcia Clark

En zo haalde het racisme van de agent de aanklacht onderuit

Het ontbreken van dat begrip staat centraal in de derde en vierde aflevering van American Crime Story: The People vs. O.J. Simpson. De aanklagers staarden zich blind op het fysieke bewijs, deden de onvrede over het politieapparaat af als vooroordelen die zijn geboren uit onwetendheid in plaats van persoonlijke ervaring, en hebben te weinig zicht gehad op hoe groot de vraag om verandering werkelijk was.

De aanklagers en een groot deel van wit Amerika zeiden zich te baseren op het bewijs, en daardoor te denken dat O.J. schuldig was. Maar na jaren - wat zeg ik, eeuwen - van zwarte onderdrukking en ongelijkheid in de VS, ging die vlieger voor veel mensen niet meer op. Steeds meer zwarten schaarden zich achter O.J. Sommigen twijfelden aan de geldigheid van het fysieke bewijs, vanwege de racist die het gevonden had. Anderen hadden zelf slechte ervaringen met de politie en verloren daardoor hun vertrouwen. Weer anderen lieten zich meeslepen door de grenzeloos eloquente Johnnie Cochran; O.J.’s nieuwste advocaat en bekend voorvechter van de zwarte burgerrechten.

Het verdedigingsteam kreeg steeds beter in de gaten hoe ze hun nieuwe tactiek konden laten lukken: speel in op onvrede, maak je kwaad om dingen die veel groter zijn dan de zaak alleen, om de aandacht af te leiden van het bewijs. Maar vooral, en hier faalden de aanklagers: onderschat nooit de kracht van de groep.

Lees ook:

Hoe O.J. Simpson door zijn eigen verdediging zwart werd gemaakt (en dat nog goed uitpakte ook) Het was de rechtszaak van de vorige eeuw: Amerika’s lieveling O.J. Simpson werd vervolgd voor moord. Vanaf nu bespreek ik elke week een vooroordeel uit de zaak na, in dit eerste verhaal zet ik uiteen hoe vooroordelen de ratio konden overstemmen. Lees het verhaal van Vera hier terug Toen O.J. nog gewoon O.J. was, en niet elke zwarte man in Amerika Racisme, seksisme, vooroordelen, ongelijkheid, geld en huiselijk geweld: de rechtszaak rondom O.J. Simpson was een slangenkuil. Deel twee van mijn serie over vooroordelen in zijn rechtszaak. Lees het verhaal van Vera hier terug

Het voordeel van vooroordelen (en hoe ze ongelijkheid helpen bestrijden) Het hebben van vooroordelen wordt vaak gezien als iets negatiefs: ze zouden het vermogen om helder te kunnen denken en eerlijk te kunnen oordelen vertroebelen. Maar is dat altijd zo? Ik sprak Harvardprofessor Adam Sandel, die pleit voor een nieuwe rol van het vooroordeel in het publieke debat. Lees het verhaal van Vera hier terug