Hij leest een thriller met een Grieks beeldhouwwerk en een vijfeurosticker op de flap. Zit op een picknickkleed langs het water, heeft witte Rucanorsokken aan. Af en toe roept hij iets naar Tim, een jochie in een zwembroek met brandweerauto’s erop. Die probeert een strandbal zo lang mogelijk onder water te houden, zijn bovenarmpjes trillen ervan.

De man kijkt steeds richting de ingang van het strandbad, maar als daar eindelijk iemand doorheen komt, begint hij extra hard in zijn boek te lezen.

De vrouw komt dichterbij, loopt rechtstreeks naar Tim. Ze pakt hem uit het water, geeft hem een kus op zijn voorhoofd, gaat naast de man op het kleed zitten en plukt aan zijn schouder.

‘Je blijft wéér met van die mouwtjes zitten hè?’
‘Jouw probleem niet meer, of wel?’

‘Trek je shirt gewoon uit.’
‘Nee.’
‘Je blijft wéér met van die mouwtjes zitten hè?’
‘Jouw probleem niet meer, of wel?’

Ze richt haar blik strak op het water, trekt haar benen op, slaat haar armen eromheen.

‘Of wel?’
‘Hou op.’

Ik draai van mijn buik op mijn rug en heb even oogcontact met de vrouw. Ze heeft zelf ook een shirt aan.

Ze vervolgt, met haar kaken op elkaar, zich bewust van haar publiek. De man vraagt drie keer ‘wat zeg je?’ en twee keer ‘wa?’ Zij herhaalt zichzelf, nu iets luider, maar wordt onderbroken door een natte strandbal die in haar schoot landt.

‘Tim, even rustig nou.’

Tim staat tot zijn knietjes in het water, zijn armen gespreid om de bal te vangen, maar de vrouw kijkt al niet meer. Ze legt de bal naast zich neer en richt zich weer tot de man.

‘Ik moet ook gewoon werken.’

‘Tim zei dat de katten niet eens water hadden vanochtend.’

Tim rent het strand op, pakt de bal van het kleed en gooit hem terug het water in. Een jongetje dat bezig was een zandfort te bouwen, laat zijn schep vallen en pakt de bal. Tim pakt de schep, graaft een kuil. Ze leggen de bal samen in de kuil, schoppen wat zand opzij en laten hem vollopen.

Tim duwt de bal onder water en schatert: ‘Kijk, ik verdrink hem!’ Het andere jongetje krijgt de slappe lach. ‘Een bal kán niet verdrinken!’ en hij roept naar zijn vader, die een eindje verderop in het water ligt, dat hij moet komen kijken.

De vrouw op het kleed die vond dat de man zijn shirt uit moest trekken heeft intussen een vest uit haar tas gehaald.

‘Het wordt koud. Waarom zijn jullie niet eerder gegaan?’

‘Hij zou met jóu gaan.’

Dan kijken ze allebei richting het water. Tim giert van het lachen, hij wordt door de vader van zijn nieuwe vriendje de plas in gejohannest.

De man en de vrouw vragen elkaar in koor: ‘Wiesda?’

Meer ontmoetingen lezen?

Iemand die ik niet ken: Ahum Elke twee weken schrijf ik over een moment dat ik deelde met iemand die ik niet ken. Een ontmoeting die de betovering verbrak, of het ongrijpbare verklaarde. Deze keer die met twee mensen die veel te veel overbodige onnodige nutteloze woorden nodig hadden om geen punt te maken. Lees het verhaal van Vera hier terug

Iemand die ik niet ken: Douchebag Elke twee weken schrijf ik over een moment dat ik deelde met iemand die ik niet ken. Deze week een vanuit Warschau: met een vrouw in een bontjas die haar vriend in het gezicht spuugde. Lees het verhaal van Vera hier terug