Verbeter de wereld, begin bij de opvoeding. Vanachter de voordeur naar democratie en verbinding.

Zo luidt de van het in 2011 verschenen boek van de Utrechtse pedagogiekhoogleraar Micha de Winter. Een titel die De Winter zelf weinig ‘hip’ noemt. Er zijn nu eenmaal geen pedagogen meer als en die een verband leggen tussen sociale misstanden en de manier waarop kinderen worden grootgebracht. We geloven volgens De Winter niet meer in de We vinden het of - negatiever - beschouwen het als staatsopvoeding.

‘In de neoliberale cultuur is opvoeding vooral een persoonlijk project geworden,’ stelt hij. Maar, vraagt hij zich retorisch af: ‘Moeten we daarom elk pedagogisch vergezicht dan maar vergeten?’

Niet volgens Marcel van Herpen, een van de initiatiefnemers van de goedbezochte website en auteur van het boek Kort na de aanslagen in Brussel legde hij een direct verband tussen radicaliserende jongeren en de manier waarop zij opgevoed zijn.

Van Herpen namelijk dat kinderen die radicaliseren, ‘ontkoppeld’ zijn. Dat het leraren, ouders en coaches niet gelukt is om een verbinding met deze kinderen aan te gaan. Want, schrijft hij: ‘Wanneer een kind de verbondenheid voelt tot zijn ouders, coaches en leraren, dan komt er ook verbondenheid tot zichzelf en kan het in morele zin de juiste keuzes gaan maken. De waarden die we als samenleving voor ogen hebben, worden in morele zin overgedragen in diep-emotionele wederzijdse betrokkenheid.’

Na alles wat ik heb gelezen over het belang van warme relaties tussen kind en opvoeders, denk ik dat hij hier een punt heeft. Diep-emotionele wederzijdse betrokkenheid zou weleens een heel belangrijk middel kunnen zijn om sociale en politieke misstanden te verminderen.

De impact van hechting

Want, zoals Van Herpen ook stelt: ‘Gedrag is de expressie van een impressie. In de manier waarop een kind zich uitdrukt, vertelt het hoe het ‘beïndrukt’ is. Wat wij als opvoeders vaak zien als ‘lief’ of juist ‘moeilijk’ gedrag, is een uiting van de impressies die het kind gekregen heeft. Het laat zien hoe er met hem is omgegaan en hoe hij de wereld heeft leren begrijpen.’

In de praktijk blijkt het niet altijd makkelijk om naar dit inzicht te handelen. Recente Nederlandse bevestigen de op buitenlands gebaseerde indruk dat zo’n 30 tot 40 procent van de kinderen geen duurzame affectieve relatie heeft kunnen opbouwen met zijn ouders of verzorger. Zij zijn, zoals dat heet, niet veilig gehecht.

Foto: Getty Images

Foto: Getty Images

Een niet veilige hechting kan ‘een gezonde identiteitsvorming’ in de weg staan

Dat betekent dat de ouders/verzorgers - in ernstige of minder ernstige mate - niet in staat zijn geweest om gevoelig (genoeg) te reageren op de signalen die hun kind afgeeft en het moeilijk vonden om op een gezonde manier de zelfstandigheid van hun kind te bevorderen.

Wat weer betekent dat deze kinderen - in - last kunnen gaan krijgen van de manier waarop ze ‘beïndrukt’ zijn. Een niet veilige hechting kan namelijk ‘een gezonde identiteitsvorming’ in de weg staan, zoals het Nederlands Jeugdinstituut het

Nog opmerkelijker vind ik het als professionele opvoeders niet handelen naar de kennis die er is over hechting. Het filmpje dat ontwikkelingspsycholoog Steven Pont op een congres hierover liet zien (niet online beschikbaar), is daar een duidelijk voorbeeld van. Wat we zagen, was een ‘coach’ die in gesprek is met een seksueel misbruikt meisje van een jaar of tien, in een instelling voor kinderen met gedragsproblemen. De film is gemaakt om andere coaches te laten zien hoe je kinderen met een bepaald gedragsprobleem kunt leren om zich beter te gedragen.

Het gesprek begint vriendelijk. Het meisje vertelt over iets leuks wat ze heeft meegemaakt. Maar al snel krijgt het gesprek een andere wending. Na wat doorvragen vertelt ze verlegen wat ze doet als ze boos is (schreeuwen en gooien met spullen). De coach vertelt dat hij dat niet leuk vindt en vraagt of ze wil weten wat hij gaat doen als ze zich zo gedraagt. Je ziet hoe het meisje zich mentaal afsluit. De coach gaat door en vraagt of zij de kamer wil zien waar hij haar dan zal opsluiten. Aan het einde van het filmfragment maakt het meisje dat aanvankelijk nog vriendelijk aan het praten was, amper nog contact met de coach.

Een uitzondering? Toch niet. Zo heeft het tot 2012 geduurd voordat de overheid inzag dat delinquenten in een jeugdgevangenis beter af zijn als je aandacht besteedt aan hun psychologisch welbevinden. Daarvoor werden voornamelijk harde (groeps)sancties ingezet. In een interview met de Volkskrant lector Residentiële Jeugdzorg Peer van der Helm dat jongeren die alleen hard worden aangepakt en geen psychologische behandeling krijgen ‘er crimineler uitkomen dan ze erin komen.’ Maar als er wél aandacht is voor hun psychisch welbevinden, ‘wordt een klein positief effect bereikt: 20 procent van de jongeren verlaat het criminele pad.’

Maar waarom doen we er dan niet wat aan?

Als we nou weten hoe belangrijk het is om een emotionele band op te bouwen met kinderen, waarom maken (professionele) opvoeders daar dan niet meer werk van?

1. Dat kan allereerst te maken hebben met de manier waarop een opvoeder zelf ‘beïndrukt’ is. De manier waarop iemand gehecht is, wordt namelijk in een meerderheid van de gevallen van de ene generatie op de volgende generatie doorgegeven, zo blijkt uit

2. Een gebrekkig emotioneel contact tussen kinderen en opvoeders kan ook te maken hebben met een misinterpretatie van de aard van de relatie (iets wat kan voortkomen uit aangeboren maar ook uit aangeleerde sociale onhandigheid). Sommige kinderen lachen bijvoorbeeld uit verlegenheid. Een docent of coach kan dan denken dat het wel goed zit met de relatie, terwijl dat helemaal niet zo hoeft te zijn.

3. Wat het opbouwen van een veilige gehechtheidsrelatie ook in de weg staat, is dat de handelingen die nodig zijn om zo’n band op te bouwen heel moeilijk te meten zijn. En wat niet direct meetbaar is, telt meestal niet. Leerkrachten en crècheleidsters die ik spreek, weten vaak heel goed dat kinderen pas echt tot bloei komen als ze zich veilig en gezien voelen. Maar groepen zijn soms erg groot en de gaan altijd voor.

Foto: Getty Images

Foto: Getty Images

Het effect van serieuze aandacht

Het opvallende is dat die niet-meetbare investering in een relatie op de lange duur wél tot meetbare effecten leidt.

Dat heb ik jaren geleden gezien toen ik werkte voor de stichting een werkervarings- en socialisatieplek voor jongeren met ‘onvoldoende sociale vaardigheden en een complexe meervoudige problematiek.’

Dit project, waarbij jonge mannen tussen de zestien en dertig onder leiding van ervaren werkmeesters de forten van de Stelling van Amsterdam opknapten, was zo succesvol dat beleidsambtenaren en politici – en op een dag ook de toenmalige koningin – overal vandaan kwamen om te zien hoe de mensen van Herstelling het toch voor elkaar kregen om de jongens – veelal met een crimineel verleden en zonder schooldiploma - weer enigszins op de rails te krijgen.

Het geheim zat hem in de werkmeesters. Bijna altijd waren dit mannen die er flink wat jaren in de bouw op hadden zitten en er niet alleen plezier in hadden om hun vakkennis over te dragen, maar er ook alles aan deden om een vertrouwensband met deze jongens op te bouwen. Ze waren weliswaar streng en veeleisend, maar tegelijk ook oprecht en warm. En ze straalden uit dat ze vertrouwen hadden in de mogelijkheden van de jongens waar ze mee werkten.

Opvoeding en ontwikkeling van jonge kinderen wordt nogal eens afgeschilderd als een soft vrouwenonderwerp

Toen in 2012 een verscheen van het Expertisecentrum Veiligheid van de Avans Hogeschool, waarin verslag werd gedaan van de succes- en faalfactoren van Herstelling, was het dan ook precies die vertrouwensband die zij er als succesfactor

Opvoeding en ontwikkeling van jonge kinderen wordt nogal eens afgeschilderd als een soft vrouwenonderwerp. Artikelen hierover belanden al snel in het katern ‘Vrouw’ van De Telegraaf, in de sectie ‘Motherlode’ van The New York Times of in zoet opgemaakte opvoedtijdschriften waar systematisch in verkleinwoorden wordt gepraat.

Zonde, want ik denk dat het onderwerp meer serieuze aandacht nodig heeft. En dat geldt in het bijzonder voor het belang van hechting en voor de manier waarop je ouders en andere opvoeders kunt om een warme constructieve band met (hun) kinderen op te bouwen. Want, zoals Van Herpen schrijft in zijn column: ‘Het pedagogische is niet soft. Vertrouwen is niet soft. Hechte relaties zijn niet soft. Het is ons tegenwicht tegen buitensluiting. En buitensluiting kan dodelijk zijn.’

Meer verhalen over hechting:

Waarom je baby gewoon laten huilen een slecht idee is Een kleine honderd jaar geleden was men ervan overtuigd dat kinderen ‘geconditioneerd’ moesten worden. Hoewel deze theorie allang is achterhaald, steekt ze nog voortdurend de kop op. Bijvoorbeeld als het gaat over de richtlijnen voor de aanpak van huilende baby’s. Lees het verhaal hier terug Eerste hulp bij hechting: ‘gewoon’ praten met de ouders werkt! Consultatiebureaus kunnen een heel belangrijke rol spelen bij het tot stand komen van een veilige hechting tussen ouders en kinderen. Toch weten ze deze kans niet genoeg te benutten. Ander - en beter - taalgebruik zou dit kunnen veranderen. Het boek Eerste hulp bij hechting – taal voor ouders en hun jonge kind helpt daarbij. Lees het verhaal hier terug Consultatiebureaus maken te weinig werk van de ouder-kindrelatie (behalve in Limburg) Zo’n 30 tot 40 procent van de Nederlandse kinderen tussen één en twaalf jaar is niet veilig aan zijn ouders gehecht. De vele problemen (en kosten) die dit met zich meebrengt, zouden vermeden kunnen worden als consultatiebureaus zich meer bezighouden met de relatie die jonge ouders opbouwen met hun baby. In Limburg zijn ze alvast begonnen. Lees het verhaal hier terug Volgens deze hoogleraar moeten we kinderen democratisch indoctrineren De lessen burgerschap die kinderen in Nederland sinds 2006 verplicht worden aangeboden, lijken geen effect te hebben. Volgens hoogleraar pedagogiek Micha de Winter heeft dat te maken met een gebrekkige opvoedambitie bij school en ouders. We moeten ze leren om de democratie en de daarbij horende waarden in stand te houden. Lees het interview hier terug