De Zweedse psycholoog Anders Ericsson is niet zo bekend van naam, maar wel van zijn werk. Op basis van zijn onderzoek formuleerde journalist Malcolm Gladwell in de bestseller (2008) de ‘tienduizendurenregel’: het idee dat achter elke uitzonderlijke topprestatie altijd zo’n tienduizend uur aan oefening zit.

Alleen: die regel klopt niet, zegt Ericsson. Hij heeft nu een boek geschreven over zijn onderzoek naar uitzonderlijke prestaties, dat drie decennia omspant. Wat klopt is dat de tientallen professionele violisten die deelnamen aan Ericssons onderzoek naar hoe ze leerden musiceren, er ieder vele duizenden uren aan oefenen op hadden zitten. Er bestaat geen afsnijroute naar de top.

Maar het exacte getal tienduizend komt uit de duim van Gladwell, net als het idee dat dit voor elke specialisatie op zou gaan. En dat The Beatles hun succes te danken zouden hebben aan tienduizend uur samen optreden tussen 1960 en 1964, zoals Gladwell schreef, is gewoon klinkklare

Maar het meest problematisch is, zegt Ericsson, dat die regel lijkt te suggereren dat wie ergens tienduizend uur op oefent, vanzelf op het niveau van een professioneel musicus (of sporter, of wat dan ook) komt. Terwijl Ericssons conclusie na dertig jaar onderzoek juist is dat je het niet redt met inspanning alleen.

Het ligt er vooral aan hoe je oefent. En daar kunnen we nog een wereld winnen, schrijft hij in zijn onlangs verschenen boek Peak, waarnaast Gladwells Uitblinkers magertjes afsteekt.

Aangeboren talent. Weg met dat idee

In 2014 onderzochten Japanse muziekpsychologen of ze 24 kinderen tussen de twee en zes jaar absoluut gehoor konden aanleren. Na anderhalf jaar training konden alle kinderen de juiste toon noemen als die hun werd voorgespeeld. Terwijl absoluut gehoor bekendstond als iets dat slechts een enkeling bezit, als aangeboren talent. Het blijkt gewoon aan te leren.

Ericsson, die in Peak als een soort eerlijke goochelaar de trukendozen van genieën, supertalenten en wonderkinderen openbaart, concludeert dat de jonge Amadeus Mozart met oefening en hulp van zijn vader op vergelijkbare manier een absoluut gehoor moet hebben ontwikkeld.

Eigen composities begon hij, alle mythen ten spijt, niet eerder dan in zijn tienerjaren te schrijven.

Mozarts muzikale prestaties op jonge leeftijd zouden in onze tijd, met de sowieso niet meer zoveel verbazing wekken.

Uitzonderlijke prestaties, schrijft Ericsson, zijn zo bewonderenswaardig, juist omdat ze niet het gevolg zijn van talent, maar van intensieve oefening. Het feit dat we niet kunnen voorspellen wie de top in zijn vak zal bereiken en wie niet, ook niet met studies naar bijvoorbeeld IQ, is voor hem een belangrijke aanwijzing dat aangeboren talent niet bestaat. Een hoger IQ geeft aanvankelijk voordeel bij het leren van iets nieuws, maar helpt niet om verder te komen, en staat daarbij zelfs soms in de weg.

Wat wél een rol speelt bij of iemand verder komt in zijn ontwikkeling, is demotiverende praat. Wie te horen krijgt dat hij géén aanleg heeft, bijvoorbeeld voor muziek, zal niet snel serieus op een instrument gaan oefenen. En dan gaat de voorspelling ‘jij kán dat gewoon niet’ vanzelf in vervulling.

In die zin is het idee van aanleg echt schadelijk, zegt Ericsson: weg ermee.

YouTube

Kun je op latere leeftijd nog professioneel golfer worden, als je een complete beginner bent en tienduizend uur oefent? Dan McLaughlin heeft tot oktober van dit jaar om The Dan Plan te laten slagen. Ook zijn verhaal komt langs in Peak.

Bedachtzaam oefenen, zo doe je het zelf

In vakgebieden zoals de klassieke muziek, waar de beste leerstrategieën in de loop van vele decennia zijn uitgekristalliseerd, kan iemand jarenlang leren van een leraar.

Maar wat als je minder gebaande paden bewandelt? Dan moet je het zelf uitvogelen. Founding Father Benjamin Franklin wilde beter leren schrijven. Door verhalen in van schrijvers die hij bewonderde samen te vatten in steekwoorden en daarna weer uit te schrijven, kwam hij erachter dat het hem onder andere aan vocabulaire ontbrak, en aan mogelijkheden om structuur aan te brengen.

Hij vertaalde de verhalen in poëzie, en husselde de steekwoorden door elkaar, en probeerde dan weer het oorspronkelijke verhaal te hervertellen. Zijn schrijven ging er erg op vooruit, zo constateerde hij zelf - en ook anderen: krijgt ook nu nog vier sterren.

Het vinden van nieuwe strategieën door je een beeld te vormen van wat de volgende stap is die je moet zetten om vooruit te komen en die bedachtzaam oefenen - dat is wat Ericsson betreft de meest effectieve manier van leren. En als er niemand meer is om je verder te helpen, zul je het zelf moeten doen. En als je dan een nieuwe strategie ontdekt om beter te presteren - dat lijkt dan voor de buitenwacht magie.

Zo is er op dit moment het mysterie van Nigel Richards, een Nieuw-Zeelander die zonder Frans te spreken vorig jaar Richards houdt zijn methode voor zich. Maar ooit gaat de Scrabblewereld erachter komen en dan zal het professionele Scrabbleniveau over de hele breedte waarschijnlijk omhooggaan. Net zoals dat gebeurde nadat de Finse hardloper Paavo Nurmi in de jaren twintig en dertig verschillende hardlooprecords verbrak door zichzelf met een stopwatch te timen en aan intervaltraining te doen.

‘Trucs’, die voor hem niemand nog toepaste, en vervolgens door iedereen werden overgenomen.

YouTube

In Peak komen talloze voorbeelden langs van leerstrategieën die niet zijn gericht op reproductie van kennis, maar op het stap voor stap vergroten van iemands kundigheid. Hier het succesvolle wiskundeprogramma Jump Math.

Kundigheid kan levens redden, veel meer dan kennis

De huidige leerpraktijk buiten de wereld van de absolute top zoals Ericsson die in Peak uiteenzet, is beangstigend onnozel. We doen maar wat, herhalen wat we doen zonder feedback, en denken dat we daar beter van worden. We zien collega’s excelleren, maar onderzoeken nauwelijks hoe ze het doen. En wat we wel proberen om ergens beter in te worden, slaat soms nergens op.

Neem huisartsen, zo’n beetje de meest gedreven vakgroep die er bestaat qua nascholing. Maar uit studie na studie blijkt dat alle symposia en theoretische cursussen die ze volgen in de praktijk nauwelijks verbetering opleveren. Het zijn de praktijkervaringen, waarbij mensen iets nieuws doen, fouten maken, feedback krijgen en naar nieuwe oplossingen moeten zoeken, waar ze van leren, stelt Ericsson. Dat zie je ook bij chirurgen, die daadwerkelijk van elke operatie beter worden. Als je tijdens een operatie iets fout doet, merk je dat meestal meteen. Feedback is van levensbelang.

Stel je voor dat straks de helft van alle artsen, docenten, programmeurs, violisten, ballerina’s en schakers kan wat nu de vijf procent aan de top presteert

Stel je voor, betoogt Ericsson aan het einde van zijn boek, dat we collectief bedachtzamer proberen om onze expertise te vergroten binnen elk vakgebied. Stel je voor dat straks de helft van alle artsen, docenten, programmeurs, violisten, ballerina’s en schakers kan wat nu de 5 procent aan de top presteert. Als we studenten nú leren wat bedachtzaam oefenen is - en zij dat weer aan hun kinderen leren - dan wordt zo’n nieuwe wereld mogelijk, denkt Ericsson. De homo sapiens - de mens die weet - moet plaatsmaken voor de homo exercens: de mens die oefent.

Moeten we dan allemaal de top willen halen? Ericsson pleit vooral voor het optillen van het gemiddelde - wie wil er nu geen wereld waarin artsen en onderwijzers over de gehele linie veel beter presteren? Maar de meeste mensen, zegt hij, beleven er ook nog plezier aan als ze goed zijn in wat ze doen, en beter begrijpen hoe ze er beter in worden.

Dank aan Ruik Wemut, die me op dit boek wees.

Not all practice makes perfect: een voorpublicatie uit Peak In dit fragment uit het besproken boek beschrijft Anders Ericsson hoe hij onderzoek deed naar leerstrategieën die proefpersonen toepassen als ze de opdracht krijgen een steeds langere reeks getallen te onthouden. Lees het fragment hier

Abonneer je op mijn verhalen via mijn nieuwsbrief Waarom veroveren sommige uitvindingen de wereld en andere niet? Als je je inschrijft houd ik je op de hoogte van mijn verhalen. Schrijf je hier in!

Meer verhalen over leren leren:

Hoe kunnen veranderen het nieuwe kunnen kan worden Leer je beter als je maar gelooft dat oefening helpt? Volgens deze Nederlandse docenten wel. Ze geven les volgens de populaire Amerikaanse Mindsettheorie waarin het niet draait om aanleg of prestaties, maar om het leerproces. Het is een antwoord op de toenemende prestatiedruk en op een steeds flexibeler arbeidsmarkt. Lees hier het verhaal dat uit bovenstaande oproep volgde

Kun je slimmer worden als je dénkt dat je slimmer kunt worden? De Mindset-theorie Zijn opvattingen over je eigen hersenen van invloed op de werking van diezelfde hersenen? De Californische psychologe Carol Dweck denkt van wel. Als je gelooft dat je brein een soort spier is, kun je je hersenen beter trainen. Een uitleg van haar theorie. Lees hier de uitleg van de Mindsettheorie terug De kunst van het leren: lees- en kijktips Een boek, een documentaire en een TED-talk over het idee dat oefening kunst baart - en het fenomeen 'fout'. Klik hier voor het overzicht