We zijn er maar wat trots op, dat Nederland New York gesticht heeft. In 2009 toen het vierhonderdjarig bestaan van de relatie tussen Nederland en New York uitgebreid gevierd werd met bijeenkomsten, festivals en

Waar mogelijk werd de nadruk gelegd op gedeelde waarden als vrijheid, verdraagzaamheid en gelijke kansen. Waarden waar Nederland de grondbeginselen voor zou hebben gelegd.

De schaduwzijde van deze geschiedenis wordt daarbij meestal vergeten. Namelijk dat Nederland vanaf het begin slaven inzette in wat toen Nieuw Amsterdam heette.

Een feit om deze week, nu met Keti Koti de afschaffing van de slavernij herdacht wordt, eens onder ogen te zien. Vandaag gids ik je daarom door het New York van nu, en wijs ik je op de sporen die de slaven van toen hebben achtergelaten.

Als eerste: hoe zat het met slavernij in Nieuw Nederland?

Het opvallendste is misschien wel dat slavernij destijds verboden was in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Toch kwam het vanaf het begin gewoon voor in de handelspost die van 1624 tot 1664 in Nederlandse handen was.

Want in 1626, een jaar nadat de West-Indische Compagnie (WIC) om de handelspost Nieuw Amsterdam te stichten, werden (waarschijnlijk uit Angola en Congo) slaven gekaapt van een Spaans of Portugees

Onder Nederlanders was in die tijd weinig animo om in de van de nieuwe kolonie land bewoonbaar te maken en er een handelspost op te zetten. Maar wie moest dan de plannen voor het fort, de markt, de huizen, de kerken, het ziekenhuis en de school realiseren? De kolonisten die uit Engeland, Frankrijk, Wallonië, Noorwegen, Ierland, Duitsland en andere landen naar Nieuw Nederland kwamen, waren niet met genoeg.

Rond 1630 leefden er al zo’n honderd slaven in Nieuw Amsterdam, één derde van de totale bevolking

Dus werden de gekaapte en nieuwe slaven aan het werk gezet om bomen te kappen, land te ontginnen, het land te bebouwen en wegen Ook waren Nieuw Amsterdamse slaven nauw betrokken bij de bouw van de stadsmuur langs wat nu Vrouwelijke slaven, die een paar jaar later naar Nieuw Amsterdam werden gebracht, werkten voornamelijk in de koloniale huishoudens.

En hun aantal bleef stijgen. Rond 1630 leefden er al zo’n honderd slaven in Nieuw Amsterdam, één derde van de totale bevolking. In 1664 verdubbelde hun aantal met de aanvoer van 290 Angolese slaven en maakten ze een kwart van de Nieuw Amsterdamse bevolking uit.

De laatste jaren wordt steeds meer gedaan om het slavernijverleden van New York te erkennen. Zo onthulde burgemeester Bill de Blasio vorige zomer op Wall Street een gedenkplaat met informatie over de slavenmarkt die er ooit stond. Opvallend: Nederland wordt niet genoemd.

Tijd dus voor een rondleiding. Wat vertellen de overblijfselen van Nieuw Nederlands slavernijverleden over die tijd?

Stop 1. African Burial Ground, waar duizenden slaven begraven liggen

We beginnen op de in het hart van het financiële district. Op de hoek van Duane en Elk Street, verstopt achter het 34 verdiepingen tellende Ted Weiss Federal Building, ligt een klein grasveld met in het midden een enorm granieten monument.

Een monument ter nagedachtenis aan de 15.000 tot 20.000 slaven en vrije zwarte New Yorkers die hier, in een gebied tussen Duane Street, Chambers Street, Lafayette Street en Broadway, 22 keer zo groot als het grasveld waar ik sta, in de zeventiende en achttiende eeuw werden begraven.

Volgens historici is de Negros Buriel Ground, zoals deze op historische kaarten staat aangegeven, door de Engelsen gesticht in 1690. Dit omdat vrije zwarte New Yorkers en slaven hun doden niet op het reguliere kerkhof mochten begraven.

Het land werd echter door de Nederlandse koloniste Sarah Roeloffs. Zij had het cadeau gekregen van Nieuw Nederland-directeur-generaal Peter Stuyvesant, als dank voor haar werk als in onderhandelingen met lokale indianenvolken.

Tot voor kort was het bestaan van deze African Burial Ground eigenlijk alleen onder gespecialiseerde historici bekend. Pas toen in 1991 de bouw van het Ted Weiss Federal Building startte en de bouwers op graf na graf stuitten, drong het bestaan van de begraafplaats door tot de New Yorkers en de rest van Amerika.

Infographics: De Correspondent
Infographics: De Correspondent

De ontdekking maakte duidelijk dat slavernij niet enkel iets van de zuidelijke staten was, maar diepe wortels had in heel Amerika - zelfs in een liberale stad als New York. Bovendien maakte de opgraving duidelijk dat slavernij grootschaliger en vanaf het begin aanwezig was geweest. En gefaciliteerd werd door de Nederlanders.

Op een informatiebordje op het grasveld staat nu één zin over de Nederlandse geschiedenis van slavernij in New York: ‘Afrikanen werden naar de Nederlandse kolonie Nieuw Amsterdam gebracht vanuit verschillende regio’s met diverse culturen, religies en talen.’ In het Tedd Weiss Building is een klein museum ingericht waar informatie te vinden is over het slavernijverleden van New York en de ontdekking van de African Burial Ground. Over de slavernij in Nieuw Amsterdam ook, een beetje.

Stop 2. Greenwich Village, waar veel slaven woonden

Ik vervolg mijn zoektocht naar sporen van het Nederlandse slavernijverleden op de plaats waar vanaf 1644 een groep ‘half-vrije’ slaven van de WIC woonde: in Greenwich Village. Er is weinig bekend over de woonplaats van slaven vóór de invoering van de ‘half-vrijheid.’ Volgens verschillende bronnen woonde een groep slaven van de WIC in een huis aan de Slijcksteeg, ongeveer waar nu Broad Street en Pearl Street liggen.

In Nieuw Amsterdam verschilden de rechten en vrijheden die slaven hadden met die onder het daaropvolgende bewind van de Britten. Zo konden slaven in de Nederlandse tijd trouwen met een partner naar keuze, in hun vrije tijd tegen betaling werken en konden ze witte kolonisten aanklagen of tegen hen getuigen in rechtszaken. Tot 1655 konden slavenkinderen ook gedoopt worden. Daarnaast konden slaven uiteindelijk hun vrijheid verdienen.

In 1644 presenteerden, en hier komen die unieke rechten en vrijheden om de hoek kijken, elf slaven WIC-directeur Willem Kieft een petitie waarin zij hun vrijheid eisten. Uiteindelijk kregen deze slaven, evenals hun vrouwen, een soort ‘half-vrijheid’

Slaven konden onder de Nederlanders in hun vrije tijd tegen betaling werken

Dit hield in dat ze de WIC een jaarlijkse belasting moesten betalen, iets wat witte kolonisten niet hoefden, maar in ruil daarvoor zelfstandig met hun gezinnen op een stuk land konden wonen dat zij zelf mochten verbouwen en waarvan ze de opbrengst mochten houden. Ook hoefden ze niet op andere koloniën Wel moesten ze werkzaamheden verrichten wanneer de WIC daarom vroeg en zouden hun kinderen als slaaf geboren worden.

De boerderijen van deze gemeenschap lagen in de wijk die nu Greenwich Village In 1664 woonden er zo’n dertig vrije en half-vrije zwarte landeigenaren met hun gezinnen.

Er is in Greenwich Village weinig overgebleven dat doet herinneren aan die tijd. Het meest in de buurt komt Minetta Street: een klein en krommend steegje twee blokken van Washington Square Park. De kromming van dit steegje volgt wat vroeger een beekje was dat langs de boerderijen van de slaven liep.

Infographic: De Correspondent
Infographic: De Correspondent

Rechts van Greenwich Village ligt nog een ander stadsdeel dat gelinkt is aan het Nederlandse slavernijverleden: The Bowery. Dit was vroeger de boerderij van directeur-generaal Peter Stuyvesant, die Nieuw Amsterdam van 1645 tot 1664 bestuurde. Zijn land liep ongeveer vanaf waar tegenwoordig 3d Street ligt tot St. Mark’s Church in-the-Bowery, waar Stuyvesant ligt begraven. Stuyvesant was, naast de WIC zelf, de grootste slavenhouder van Nieuw Amsterdam met in totaal tien slaven in zijn bezit.

Stop 3. Harlem Burial Ground, waar elke verwijzing naar het verleden ontbreekt

Dan gaan we naar de African Burial Ground in Harlem, waar tot 1850 vrije zwarte New Yorkers en slaven begraven werden en waar nu een verlaten busdepot staat. Deze begraafplaats was verbonden aan de die in 1660 door Nederlandse kolonisten werd gebouwd.

Infographic: De Correspondent
Infographic: De Correspondent

Eind 2015 werd er voor het eerst archeologisch onderzoek gedaan. In totaal werden er onder de betonnen vloer van het depot zo’n 140 botten en botfragmenten en één intacte schedel van een vrouw van Afrikaanse afkomst gevonden.

De vondst laat zien dat Afro-Amerikanen al vanaf het begin een deel uitmaakten van de Harlemse gemeenschap. Tot voor kort werd de aanwezigheid van zwarte bewoners in Harlem in de beginjaren van de wijk en de rol die zij in die vroeg-koloniale gemeenschap speelden nauwelijks erkend. De toestroom van Afro-Amerikanen naar Harlem aan het begin van de twintigste eeuw wordt doorgaans als beginpunt van Afro-Amerikaanse invloed op de wijk

We lopen een rondje om het gebouw. Overal staan kapotte auto’s, vuilnis, gebroken flessen. Af en toe rijdt er een auto of een bus langs. Verder is er geen informatiebordje of aanwijzing te zien. Het enige bordje dat ik tegenkom is het stuk karton van een man die tussen de auto’s doorloopt om te bedelen.

Ik vraag me af of deze African Burial Ground de lokale bevolking wel bezighoudt. Dit deel van New York werd lange tijd gekenmerkt door zware armoede, drugsproblemen, criminaliteit en verwaarloosde sociale woningbouw. Alhoewel Harlem de afgelopen jaren veel rustiger is geworden en in rap tempo gentrificeert, verraden de vervallen flatgebouwen, vervuilde straten en goedkope cornerstores nog steeds het verwaarloosde Harlem dat het ooit was.

De meeste mensen die hier boven de grond rondlopen, hebben vermoedelijk dus andere dingen aan hun hoofd. Bovendien verwacht ik niet dat de overheid evenveel moeite en geld zal steken in onderzoek en een gedenkplek in deze uithoek van Harlem als zij deed voor de African Burial Ground in het hartje van het financiële district.

En hoe zit dit in Nederland?

Is een gedenkplaats en museum als de African Burial Ground in New York hier ook denkbaar?

De debatten rondom de African Burial Ground in New York in de jaren negentig vonden hun weerslag in activisme voor slavernijherdenking in Nederland. Destijds leefden wereldwijd debatten en activisme voor de herdenking van slavernij op. Regelmatig werd er door Nederlandse activisten aan de debatten in New York

In 1993, 130 jaar na afschaffing van slavernij in Suriname en de Antillen, werd de Stichting Amsterdams Centrum 30 juni - 1 juli opgericht. Die pleitte ervoor om van de dag van Keti Koti (gebroken ketenen) een nationale bevrijdingsviering

En in 2002 werd na aandringen en activisme van onder andere het Nationaal Instituut Nederlands Slavernijverleden uiteindelijk het Nationaal Monument Slavernijverleden in het Oosterpark in Amsterdam onthuld.

Er zijn in Nederland ook weinig fysieke sporen die doen herinneren aan het slavernijverleden

Een jaar later werd het Nationaal Instituut Nederlands Slavernijverleden en Erfenis (NiNsee) geopend, vlak bij het monument. Het begon als een museum en onderzoeksinstituut, dat zich ten doel stelde om meer aandacht te genereren voor het Nederlandse slavernijverleden. Slavernij werd in 2006 ook opgenomen in de Canon van Nederland.

Maar na deze korte opleving in het nationale bewustzijn is er weinig ontwikkeling geweest in de nationale herdenking van het Nederlandse slavernijverleden. Hoewel activisten zich blijven inzetten, is er onder bestuurders weinig behoefte om dit groter aan te pakken. Het NiNsee, dat eerst als fysiek gebouw bestond, is in de afgelopen dertien jaar bijna

Er zijn in Nederland ook weinig fysieke sporen die doen herinneren aan het slavernijverleden. Anders dan in Amerika speelde de Nederlandse slavernijgeschiedenis zich voornamelijk in het

En nu?

Nederland bracht de eerste slaven naar New York. Deelt het dan ook verantwoordelijkheid voor de daaropvolgende geschiedenis van de New Yorkse slavernij? En wat is de relatie van Nederland tot het ‘schuldige’ landschap in de landen waar het in slaven handelde of slavernij uitvoerde?

In 1995 boden Ghanese leiders bij de African Burial Ground in New York publiekelijk excuses aan voor de rol die Ghana in de slavenhandel speelde en vroegen zij om vergiffenis van hun voorouders.

Zou Nederland ook zijn excuses moeten aanbieden aan de slaven en vrije zwarte New Yorkers die er begraven liggen? En hoe zit dat met de begraven slavengeneraties in de rest van Nederlands koloniën?

Het zijn vragen waar moeilijk antwoord op te vinden is. Waarschijnlijk zou het antwoord ook niet eenduidig zijn. Maar het is goed om ervan bewust te zijn dat Nederland wel degelijk een landschap van slavernij heeft achtergelaten. En dat de sporen hiervan ook in Nederlands trotse achtertuin New York te vinden zijn.

Lees ook:

In dit spookbos ontdek je: kleurenblindheid is een sprookje Zestig jaar geleden verrees in het centrum van St. Louis, Missouri een gigantisch socialehuurwoningencomplex. Het zou utopia moeten worden voor bewoners van voormalige sloppenwijken. Nu groeit op die plek een mysterieus bos. Ik ging er kijken en vond er spoken uit het verleden en lessen voor het heden. Lees het verhaal van Arjen van Veelen hier terug Waarom het heel logisch is om je kind de slavernij in te sturen 5,5 miljoen kinderen in de wereld zijn slaven. Ze werken gedwongen op het veld, in huis of in de prostitutie. Ik bezocht kindslaven en een kinderhandelaar in het Afrikaanse land Benin, een land dat extra kwetsbaar is voor kinderhandel, op zoek naar oorzaken en oplossingen. Lees het verhaal van Jan de Deken hier terug Wat we moeten weten over het Nederlandse aandeel in de slavenhandel Het idee dat het de evil white men waren die de Afrikanen aan de kust van Afrika kidnapten en tot slaaf maakten, is een valse voorstelling van zaken. Dat is de overtuiging van Marcel van Engelen, die in zijn boek Het kasteel van Elmina verslag doet van vier jaar onderzoek naar de geschiedenis van de slavernij. Luister het interview van Lex Bohlmeijer hier terug