Britse troepen komen in juni 2003 steeds dichter bij Basra, waar pro-Saddam militairen met zwaar geschut hen tegen probeert te houden. De dag na dit gevecht worden er lichamen van de pro-Saddam militairen gevonden naast een school. Foto: Paolo Pellegrin / Magnum Photos

Toen journalist Scott Anderson en fotograaf Paolo Pellegrin begin 2014 hun verhaalidee voorlegden aan hoofdredacteur Jake Silverstein, schudde die meewarig zijn hoofd. In een tijd van vluchtig nieuws was een lang stuk over de Arabische Lente zeker interessant. Maar dit? Het artikel zou het hele magazine vullen en het uiterste van de lezers vragen.

Silverstein wist ook: als hij iemand zo’n monsterklus zou kunnen laten klaren, waren het Anderson en Pellegrin wel. De mannen maakten de veranderingen in het Midden-Oosten - sinds het Amerikaanse binnenvallen van Irak in 2003 - van dichtbij mee en maakten er talloze reportages over. En áls zij in hun plan zouden slagen, werd het een historisch verhaal, zowel qua inhoud als qua lengte. Nog nooit wijdde The New York Times een heel magazine aan één verhaal.

Na talloze vergaderingen en eindeloos plannen begonnen de journalisten aan de klus die uiteindelijk achttien maanden in beslag zou nemen. Ze reisden door Irak, Syrië, Libië, Egypte en Iraaks Koerdistan en tekenden in In Irak tekenen ze twee verhalen op. een verhaal op.

Silverstein waarschuwt zijn lezers in het voorwoord dat energie en aandacht nodig zijn om het artikel in zijn geheel te lezen, maar stelt ook: ‘We zouden dit nooit doen als we er niet volledig van overtuigd zouden zijn dat wat volgt een van de helderste, krachtigste en menselijkste vertellingen is over wat er mis is gegaan in deze regio, die je ooit hebt gelezen.’

Waarom is het artikel zo goed?

Wat het artikel in mijn ogen zo goed maakt, is dat je door de persoonlijke benadering begrip krijgt voor de geportretteerden en hun handelen. Niet alleen de onvermoeibare activiste Laila Soueif (60), die strijdt voor gerechtigheid in een Egypte dat steeds verder afglijdt naar een dictatuur, maar ook voor de slechthorende Wakaz Hassan (22), de Iraakse IS-strijder die zes geblinddoekte mannen executeerde en nu de doodstraf krijgt.

Anderson neemt de lezer mee naar Libië, waar de cadet Majdi el-Mangoush (30) en zijn vriend Jalal al-Drisi op een dag horen hoe er buiten hun basis wordt geschoten. De jongens geven niet om politiek en hebben geen idee dat het geluid de aankondiging is van een geweldsgolf die hun levens voor altijd zal veranderen. Hun meerderen houden de jonge cadetten weg van radio en televisie zodat ze blijven geloven dat het geweld het werk is van boosaardige buitenlandse krachten.

Nergens zijn de dromen die in de begindagen van de Arabische Lente opbloeiden uitgekomen

Wanneer El-Mangoush op een dag als spion naar vijandelijk gebied wordt gestuurd, ziet hij dat de oorlog geen aanval van buiten is, maar een opstand die zo breed wordt gesteund dat zelfs zijn eigen broer meedoet. Beeldend beschrijft Anderson hoe deze nieuwe realiteit langzaam tot hem doordringt en opnieuw gestalte krijgt. El-Mangoush besluit terug te gaan in een poging zijn vriend te waarschuwen voor de nieuwe wereld waarin ze zijn beland. Hij is te laat. Zijn vriend is gedood door tegenstanders van het regime.

De vriendschap van de jonge cadetten is een van de vele voorbeelden die laten zien hoe slachtoffers en daders, rebellen en soldaten, of terroristen en dromers soms amper van elkaar verschillen. De oorlog overkomt eenieder op hun eigen manier. Het slokt hen op in een maalstroom waar niets is wat het was, en niets is wat het zal worden. Maar waar ook niemand precies weet wat de eigen positie is in het geheel, en waar het naartoe zal gaan.

Wanneer de Arabische Lente losbarst in Egypte sluit Laila Soueif zich aan bij de massa’s mensen die op weg zijn naar het Tahrirplein. Als een van haar studenten zich losrukt uit de massa om haar te omhelzen en toeschreeuwt dat de revolutie is uitgebroken, weet ze zeker dat dit echt zo is en dat ze zullen overwinnen.

Ze kreeg ongelijk. Haar hoop vervloog om plaats te maken voor een duistere kracht die de personages die Anderson sprak stuk voor stuk in grootte en kracht ver overstijgt. Nergens zijn de dromen die in de begindagen van de Arabische Lente opbloeiden uitgekomen.

Wat nu?

Het laatste van de vijf hoofdstukken heet ‘Exodus.’ Hierin beschrijft Anderson de uittocht van verschillende personages uit hun geboorteland, en tekent hij de verhalen op van diegenen die bleven.

In de details gloort hoop voor wie dat kan of wil zien. Want ondanks de ellende toont iedereen op zijn of haar eigen manier een enorme kracht. Laila Soueif blijft strijden voor gerechtigheid in Egypte, ook al kost haar dat misschien wel te veel. De Iraakse vrouwenrechtenactiviste Khulood al-Zaidi (36) reist terug uit het veilige Amerika om haar gevluchte vader te helpen in Jordanië, en geeft daarmee haar recht op asiel en een nieuw leven op. Zelfs IS-strijder Wakaz Hassan toont een kant die hem siert: hij heeft spijt voor wat hij deed en is bereid te boeten.

Toch eindigt wat over is van de Arabische Lente vooral in mineur. De Iraakse Koerd Azar Mirkhan (41) wil niet dat Arabieren terugkeren naar hun dorpen in de door Koerden gecontroleerde delen van Irak, omdat hij ze niet meer kan vertrouwen. De Syrische student Majd Ibrahim (24) vluchtte naar Duitsland en denkt dat zijn geboorteland de komende tien jaar in het teken zal staan van wraak.

Anderson schroomt niet om de groeiende kloof tussen de verschillende bevolkingsgroepen in het Midden-Oosten te benoemen, en schetst een beeld van een regio die zo verdeeld is dat haar inwoners de komende decennia nauwelijks meer samen kunnen leven.

Het leverde de journalist kritiek op van lezers die wel hoop houden, die stellen dat hij te weinig aandacht besteedt aan wat de verschillende bevolkingsgroepen bindt. Misschien zijn ze wel in staat te vergeven, zoals verschillende personages in het artikel dat ook kunnen. Of lukt het ze begrip op te brengen voor elkaar, zoals het artikel misschien ook begrip oproept bij de lezer.

Maar als iets duidelijk wordt uit de verhalen dan is het wel dat het eigenlijk onmogelijk is te voorspellen waar de chaos die de Arabische Lente bracht de regio en haar inwoners uiteindelijk zal brengen.

Het verhaal:

Fractured Lands: How the Arab world came apart (Door Scott Anderson & Paolo Pellegrin) Lees hier het artikel Fractured Lands: How the Arab world came apart door Scott Anderson & Paolo Pellegrin in The New York Times Magazine. Lees hier Fractured Lands: How the Arab world came apart.

Of lees anders:

Als je inzoomt zie je: IS is haast verslagen. Zoom je uit, dan weet je wel beter De ondergang van IS in Irak en Syrië is een kwestie van tijd. Maar dat betekent niet dat het gevaar is geweken: afgelopen ramadan pleegden aanhangers van de terreurgroep aanslagen in twintig verschillende landen, met honderden doden tot gevolg. IS internationaliseert en in zeven vragen onderzoek ik waar het heen gaat. Lees het verhaal hier terug De stichter van IS was een hoerenloper en een dronkenlap (blijkt uit de vroege geschiedenis van die beweging) Elke maandag bevelen we een boek aan dat zeer de moeite waard is om deze zomer te lezen. Vandaag: het met een Pulitzerprijs bekroonde Zwarte vlaggen, waarin journalist Joby Warrick beschrijft hoe een Jordaanse straatcrimineel uitgroeide tot de grondlegger van Islamitische Staat. Lees het verhaal hier terug

Facebook
Twitter
LinkedIn
Whatsapp
E-mail