‘Wat is de reden van uw reis?’

Een permanente niet-mens, mijn tas, wordt grondig onderzocht, terwijl een tijdelijke niet-mens, ik, grondig wordt ondervraagd, terwijl mensen die doorgaan voor wit mij grondig aanstaren. En ze wanen zich veilig op Schiphol, ten koste van ons. En dat er iemand moet sneuvelen ten koste van hun veiligheid, dat is nu eenmaal de natuurlijke ordening van de wereld.

Ik wil antwoorden dat ik Nederland even wil vergeten. Ik wil zeggen dat de baard verschillende betekenissen heeft. Dat een ‘moslim-achtig uiterlijk’ de kans op valspositieven doet toenemen. Dat hun werkwijze ineffectief is en dat het woord veiligheid uiterst gewelddadig is. Ik wil hem vertellen dat ik vandaag het advies van mijn vader heb opgevolgd om me naar mijn leeftijd te kleden, in een poging om over te komen als ‘normaal,’ om tegemoet te komen aan het onveiligheidsgevoel van mensen die doorgaan voor wit, maar het liefst als onzichtbaar.

‘Scheer je baard dan gewoon af,’ ging mijn neef een stap verder, onwetend over het geweld van zijn goedbedoelende advies. De overcompenseerders, de Nederlanders-in-limbo die denken dat ze erbij mogen horen als ze zichzelf witwassen, hebben het denken dat domineert overgenomen. Samen met de Nederlanders die doorgaan voor wit hebben ze het beste met het residu voor, dus bepalen ze graag hoe anderen zich kleden, en hoe ze lopen, en met wie we trouwen en seks hebben, en wat we zeggen wanneer we spreken, en wat we denken wanneer we niet spreken. Ze willen lichamen beheersen, een historische constante. En mijn baard, ten slotte, zal ik uit principe niet afscheren, want wat moeten mijn donkere vrienden en mijn moeder en vriendinnen met hoofddoeken dan?

Maar dat zeg ik allemaal niet, ik spreek me niet uit. Mijn façade is er een van onaantastbaarheid en onverschilligheid en maskeert mijn schaamte en opwellende woede. De ene na de andere vraag volgt, onder andere over waar ik werk en wat ik onderzoek.

Racial profiling,’ zeg ik.
‘Wat wij dus doen,’ zegt de man grappend.
‘Ja, precies. Mag ik je hierover citeren,’ vraag ik ernstig. Zijn grijns verdwijnt als een koffer op een rolband.

Terrein verliezen

In mijn hostel in het Mexicaanse Merida zit ik aan een lange tafel met een internationale coalitie van geprivilegieerde mensen - reizen is immers een privilege, zoals het bezitten van een paspoort dat is. Aan tafel zitten Britten, Duitsers, Australiërs, Amerikanen en een andere Nederlander. Dat wist ik toen nog niet zeker, maar hij had het uniform van een Nederlander aan: een rode afritsbroek met een roze poloshirt. Hij was verder 1,89 centimeter en daarmee de langste persoon in Mexico.

Het gesprek gaat over muggen. Ik kan erover meepraten, want ik heb inmiddels mijn derde bus muggenspray versleten. De Nederlander zegt dat de muggen het louter op hem hebben gemunt. Hij zegt dat muggen van wit vlees houden. ‘Racistische muggen,’ denk ik.

Dan vraag ik hoe de Britten omgaan met de muggen. ‘Die hebben ons goed te pakken,’ antwoorden ze. ‘Blijkbaar houden ze van witte mensen,’ zeg ik. ‘Net als de rest van ons.’

Waarom laat ik mezelf niet horen? En waarom weeg ik mijn woorden als ik me uitspreek?

De Britten lachen, de Nederlander vindt het maar niks. ‘Ik snap niet waarom je steeds het woord wit gebruikt,’ zegt hij. ‘In mijn ogen heb je geen kleur.’ Ik laat het moment passeren, en sla de rondzoemende muggen weg.

Ze praten over Nederland, over Amsterdam en over ‘het multiculturele ideaal,’ het ultieme exportproduct van Nederland, het oppervlakkige Nederland dat toeristen meekrijgen om vervolgens te denken dat we zo tolerant en ruimdenkend zijn tegen Nederlanders-in-limbo.

We springen in het zwembad. De Nederlander voert het woord, namens onze afvaardiging, en beaamt ‘het multiculturele ideaal.’ Er is een witte, internationale consensus ontstaan tussen wat Ta-Nahesi Coates noemt en ik De Idealisten.

Ik ontduik het gesprek. Rondtollend in het water wordt het afwisselend geelwit en zwart voor mijn ogen. Ik houd mijn adem in, draai, maak koprollen onder water. Waarom laat ik mezelf niet horen? En waarom weeg ik mijn woorden als ik me uitspreek? Waarom die zelfcensuur?

Ik kan niet boos zijn op de overcompenseerder, het is de dominante aanpassingsstrategie van de Nederlander-in-limbo, en het is de strategie waar ik het vaakst naar uitwijk.

Ik schiet omhoog en hap naar adem. De wereld is er nog. De Nederlander ook.

Terrein winnen

De gigant moet dezelfde richting op, naar San Cristóbal de las Casas. Hij is fijn gezelschap, we hebben veel gemeen en besluiten samen de nachtbus te nemen.

De airconditioning in de bus staat zo hoog, dat ik me afvraag of ze mijn reuk- en gezichtsvermogen aantast. Daarbij gaan de lichten in de bus vrijwel direct uit. Dan doet mijn reisgenoot de armleuning omlaag en zet er zijn arm op.

Spant hij nu zijn armspieren aan? Ik weet het niet zeker en ga door met lezen op mijn e-reader. Niet veel later grijpt hij naar zijn neus, maar raakt daarbij ook flink mijn arm. Ik draai me kort naar hem toe en heb de indruk dat hij glimlacht, maar ik zie vrijwel niets. Hij heeft vast jeuk. Ik houd rekening met alternatieve invullingen van de werkelijkheid, maar ik ben toch niet gek? Dezelfde beweging maakt hij dertig minuten later weer.

Ik moet terrein winnen, besluit ik.

Ik zet mijn arm eveneens op de armleuning en maak me groot. Het is de hoogste tijd voor polarisatie. Wij blijven hier. Subtiel duwen en trekken we. Het is gênant, maar toch donker. Ik voel trots omdat ik voor mezelf opkom en schaam me omdat ik me tot zoiets verlaag. Ik voel dat ik iets heb overwonnen en tegelijkertijd aan het verliezen ben.

Dan grijp ik de armleuning, schuif hem naar achteren.

De bus is stil. Het is nog steeds donker, en het lijkt alsof er zich helemaal niets heeft voorgedaan. Ik slaap zelfs wat. ‘s Ochtends ligt mijn hoofd op de schouder van de Nederlander.

Lees ook:

Alles zeggen, en dan doen alsof je niks zeggen mag Omringd zijn door witte Nederlanders van middelbare leeftijd is voor mij niks bijzonders. Andersom wel. Na een pijnlijke treinrit kan ik niet anders dan concluderen: het is eliteracisme om racisme toe te schrijven aan PVV’ers. Lees mijn column hier terug Deze etnische profileringen zijn niet zonder reden Een gevoel van uitsluiting kan fysieke pijn veroorzaken. Daan, ogenschijnlijk Marokkaan, Anis, onvermoed Palestijn, en ik ervaren het als we in de rij staan voor een club. ‘Ja, ik vind het vervelend om te zeggen, maar jongens als jij komen wel altijd rotzooi trappen.’ Lees mijn column hier terug Ras is het kind van racisme. Niet de vader Even geleden verscheen de Nederlandse vertaling van Ta-Nehisi Coates’ nietsontziende analyse van het structurele racisme in Amerika. Coates richt zich tot zijn zoon, die opgroeit in een land waarvan de nationale ‘droom’ rust op de ruggen van zijn zwarte voorouders. Maar zijn boodschap is universeel: racisme is een lichamelijke ervaring, die ‘hersenen loswrikt, luchtwegen blokkeert, botten breekt.’ Lees hier de voorpublicatie terug