Vóór openingstijd staan ze al te drentelen voor de deur. Ze zetten hun fiets tegen de gotische gevel. Ze negeren de briefjes achter de ramen met het opschrift: ‘Hier a.u.b. geen fietsen plaatsen i.v.m. kinderwagens, rolstoelen, enz.’ 

Ze komen niet massaal. Ze komen niet tegelijk. Ze druppelen binnen in de loop van de dag. Nooit in groepjes, nooit in tweetallen, altijd alleen. Zo druppelen ze ook weer naar buiten, zonder dat er enig patroon in te ontdekken valt. ’s Avonds doet de laatste met tegenzin de deur dicht.

In dit historisch pand aan de Groenmarkt in Dordrecht was eeuwenlang een vleeshouwerij gevestigd. Sinds de restauratie in 1986 huist hier de openbare bibliotheek. Zoals het woord vlees is geworden in het evangelie van Johannes, zo werd het vlees hier woord.

De meeste bezoekers van de bibliotheek stappen doelgericht de gang door naar de uitleenhal waar het personeel hen vriendelijk verwelkomt. Dat is het beleid hier in de bibliotheek.

Maar zij, die na de beveiligingspoortjes direct rechtsaf slaan door de openstaande deur, bereiken nooit de hal. Zij worden nooit begroet. Ze onttrekken zich aan de waarneming van het personeel. Niemand vraagt hun pasje of hun naam. Niemand weet hoeveel het er zijn.  

Nergens hangt een bordje: leeszaal. De openbare leeszaal is het best bewaarde geheim van de bibliotheek 

Zij kennen de weg naar de openbare leeszaal. Hoe hebben ze die gevonden? De meeste bibliotheekbezoekers zijn er nooit geweest. Nergens hangt een bordje: leeszaal. De openbare leeszaal is het best bewaarde geheim van de bibliotheek.

Misschien zijn de volgelingen van de leeszaal hier ooit bij toeval beland. Misschien keken ze achteloos naar binnen, nadat ze hiernaast bij slagerij Marhaba een pondje lamsvlees hadden gekocht. Misschien dreef een diep verlangen hen naar deze veilige pleisterplaats. Waar vindt een mens nog rust en vrede, middenin de binnenstad, nu zelfs kerken het grootste deel van de week zijn gesloten?

De leeszaal is een ruime, hoge, lichte ruimte. Aan de groene houten balken hangen negen groene metalen lampen. Ze dalen neer uit het plafond. Ze beschijnen elf tafels met zilverkleurige bladen en achttien kunststof stoelen met fleurige korte rugleuning. Langs de zijmuren staan lange ijzeren schappen, tot de nok toe gevuld met kranten en bladen.

 

Foto’s: Rob Wetzer (voor De Correspondent)
Foto’s: Rob Wetzer (voor De Correspondent)

De leeszaal is zes dagen en 45 uur per week open. Het gebeurt zelden dat er niemand is. Meestal zitten er tussen de drie en twaalf bezoekers. Ze verspreiden zich optimaal over de ruimte. Dat wil zeggen: ze zitten zo ver mogelijk van elkaar af. Bij voorkeur kiezen ze hun zitplaats zo dat hun blik niemand kruist. Ze komen hier niet voor het menselijk contact.

Ze zijn niet mensenschuw. Stamgasten herkennen en begroeten elkaar. Niet met grootse woorden en gebaren. Een blik, een knikje, desnoods een opgeheven vinger, is genoeg.  

Ze koesteren de rust en de stilte. Die hoeven door niemand te worden opgelegd en bewaakt. Alle geschreven regels worden hier stelselmatig met voeten getreden. ‘Heeft u een krant of tijdschrift gelezen? Leg hem dan terug op de plank’. ‘Graag niet meer dan 1 krant of 1 tijdschrift per persoon in gebruik nemen.’ Maar nergens hangt een bordje: stilte. Toch wordt die zelden verstoord.

Het meest luidruchtig is de koffieautomaat

Er rinkelt geen mobieltje. Geen stem verheft zich. Mensen lezen met aandacht en in stilte. Je hoort het openslaan van een krant, het geknisper van papier, het gekras van een pen in een dagboek. Het meest luidruchtig is de koffieautomaat. Het vallen van muntjes, piepjes van de keuzetoetsen, gebrom als koffie vloeit, een laatste piepje dat kermt: klaar voor gebruik.

Bezoekers van de leeszaal kun je onderscheiden in vluggerds en blijverds. De vluggerds haal je er onmiddellijk uit. Ze houden hun jas aan, hun pet op, hun rugzak om. Zo zijgen ze neer op hun stoel. Ze komen vlug die ene krant lezen, snel naar een paar dagbladkoppen kijken, vluchtig even bladeren door dat glossy tijdschrift. Misschien hebben ze alleen maar koude handen of vermoeide voeten. 

En dan heb je de blijverds. Zij die zich eerst uitgebreid installeren. Zij die minutieus hun territorium afbakenen met handschoenen, dassen en tassen. Ze gaan er eens lekker voor zitten. Ze nemen in één middag alle financiële bladen van de hele week door. Ze spellen met zichtbaar genoegen de Linda. Ze speuren naar vacatures die ze kopiëren in de studiezaal.

Die studiezaal ligt in het verlengde van de leeszaal, maar dan een meter hoger. Daar zitten studenten en zzp’ers aan werktafels te blokken achter hun laptops. Daar kun je ook gaan zitten om te lezen. De sfeer is daar anders dan in de leeszaal. Zakelijker. Minder vredig. De leeszaal is het ideale toevluchtsoord in onrustige tijden.

 

Foto: Rob Wetzer (voor De Correspondent)
Foto: Rob Wetzer (voor De Correspondent)