Al deugt CETA niet, de dapperste aller Galliërs mag het niet torpederen

Hij is een held, die Paul Magnette. Of niet? Als minister-president van Wallonië dreigt hij in zijn eentje CETA, het omstreden vrijhandelsverdrag tussen de Europese Unie en Canada, te blokkeren.

Het Waalse parlement riep zijn regering op het verdrag niet te tekenen. Magnette wil daar gehoor aan geven. Als zijn gewestelijke regering haar paraaf niet zet, mag de nationale regering volgens de Belgische wet ook niet tekenen. En als niet alle achtentwintig EU-landen hun fiat geven, is CETA geschiedenis.

Waarom wil Wallonië CETA blokkeren?

Prachtig toch? Al mogen de Vlamingen Magnette verwijten dat hij er vooral op uit is de nationale regering een hak te zetten en zijn nog linksere concurrenten de wind uit de zeilen te nemen, hij heeft helemaal gelijk dat er goede inhoudelijke redenen zijn om argwaan te koesteren over CETA.

Een nuchtere beschouwing van de tekst leert dat het verdrag in tegenstelling tot alle bezweringen van de voorstanders wel degelijk bedreigingen inhoudt voor de bescherming van werknemers, consumenten en milieu. Niet voor niets spreken ruim honderd hoogleraren hun ernstige zorgen uit over de mogelijkheid die het internationale bedrijven biedt landen aan te klagen als die hun onwelgevallige wetgeving invoeren. Niet voor niets bedong Duitsland een waslijst uitzonderingen waarmee het zichzelf het recht geeft publieke diensten in nationale handen te houden. Niet voor niets adviseert de Raad van Europa de ondertekening van het verdrag uit te stellen.

Het toppunt van democratie toch ook? Een vaak gehoorde klacht is dat Brussel aan de leiband van het bedrijfsleven loopt en de burger niets heeft te zeggen. Maar blijkbaar kan het democratisch gekozen parlement van één regio besluiten ‘nee’ te zeggen als ze vindt dat het bedrijfsleven te veel macht krijgt. En als de Waalse burger het wil, staat heel het raderwerk stil.

Maar is dit zo democratisch?

Veel tegenstanders van CETA staan dan ook te klappen. Zo noemt GroenLinks Paul Magnette ‘dapper.’

Eigenlijk is dat merkwaardig en niet bijzonder consequent. Want op andere momenten pleit dezelfde partij voor ‘minder veto’s, meer democratie.’ Om de Europese Unie krachtiger en democratischer te maken, moeten besluiten vaker bij meerderheid genomen worden. Niet langer mag één land (laat staan een regio) de mogelijkheid hebben een besluit van alle andere te blokkeren, vindt GroenLinks.

Een logisch standpunt voor wie in Europa gelooft. Als je de EU sterker wil maken, moet je accepteren dat de natiestaten een stukje van hun macht inleveren. Gezamenlijke beslissingen worden dan collectief genomen. Bij meerderheid, in de vergadering van de achtentwintig lidstaten en in het gemeenschappelijke parlement.

In een ideale EU zou het zo moeten lopen: Magnette spuit zijn kritiek, maar legt zich neer bij zijn nederlaag, als de meerderheid in zijn eigen land en van de lidstaten die niet deelt. Vervolgens is het Europees Parlement aan zet. En als daar een meerderheid tot het inzicht komt dat de dapperste aller Galliërs gelijk heeft, verwijst het CETA alsnog naar de vuilbak.

M’n stuk over de bezwaren tegen CETA De kritiek op investeringsbescherming van ruim honderd hoogleraren
Correspondent Europa tussen macht en verbeelding
Tomas Vanheste