Omringd door zijn kleinkinderen, nichtjes en neefjes zou de drieënzestigjarige voormalige winkelier Shahaz Uddin van zijn oude dag kunnen genieten.

In plaats daarvan maakt de man met zijn witte baard en lichtblauwe sarong zich zorgen over de kleine vlekjes op zijn borst. De pigmentvlekjes beginnen zwart en worden later wit, zegt dokter Tariqul Islam terwijl hij Uddin onderzoekt.

Het zijn de tekenen van een arsenicumvergiftiging. Wel iets waar je je zorgen over maakt.

Uddin woont in Totar Bagh, een boerendorp met hutten van golfplaat, bamboe en beton in de rijstvelden en bossen ten oosten van de Bengaalse hoofdstad Dhaka. Tussen de palmbomen hangt kleurig wasgoed, families zijn druk met schoonmaken, koken en water pompen uit de put naast hun huis.

Dat water is de reden dat dokter Islam vandaag naar het dorp komt. Hij werkt samen met de universiteiten van Chicago en Columbia om de gevolgen van langdurige blootstelling aan arseen in kaart te brengen. Ongeveer de helft van de putten in zijn onderzoeksgebied, waar 35.000 mensen wonen, is sinds twintig jaar vervuild

De gevolgen van langdurige blootstelling aan arseen zijn een beduidend hoger risico op hart- en vaatziekten, diabetes, en long-, huid- en blaaskanker. Voor baby’s en kleine kinderen zijn de gevolgen voor hun gezondheid en ontwikkeling levenslang.

Uddin en vele anderen blijven het water drinken. Hij heeft een andere put geïnstalleerd, maar die was ook besmet: ‘Ik weet dat dit water niet goed is voor mijn gezondheid, maar er valt niets aan te doen.’ Hoe kan dat?

Een vrijwel onbekende ramp...

Naar schatting zo’n veertig miljoen inwoners van Bangladesh, een kwart van de bevolking, drinkt water dat is verontreinigd met arseen. De Wereldgezondheidsorganisatie schat dat het verantwoordelijk is voor 43.000 doden

Het trof me dat er zich een ramp van onvoorstelbare proporties voltrok, terwijl we die zouden kunnen verhelpen

In 2001 kwam ik de arseentragedie in Bangladesh op het spoor toen ik studeerde bij de inmiddels overleden James Simpson, een van de eerste Amerikaanse wetenschappers die met het probleem aan de slag ging. De universiteit van Columbia had een wereldwijde conferentie georganiseerd om deskundigen op het gebied van arseen en grondwater bij elkaar te brengen.

Het trof me dat er zich een ramp van onvoorstelbare proporties voltrok, terwijl we die zouden kunnen verhelpen. Was dit weer zo’n typisch verschrikkelijk probleem van een arm land waar we vertwijfeld bij stonden toe te kijken?

Na enige tijd besefte ik dat het er niet om ging of het probleem verholpen kon worden, maar om de manier waarop: wat zou het effectiefst zijn?

...waar gewoon een oplossing voor is

Verontreinigd water is een natuurkundig probleem en in principe zijn er twee opties: het water filteren of een nieuwe put slaan. Schattingen over de kosten die er in Bangladesh mee gemoeid zijn, komen uit op een bedrag tussen honderd en driehonderd miljoen dollar.

Op dit ogenblik zijn ingenieurs en geologen het erover eens dat in de meeste gevallen putten van meer dan 150 meter water zonder arseen opleveren. Om de twintig miljoen mensen die het meest te lijden hebben van nieuwe putten te voorzien, is volgens deskundigen zo’n vijf tot tien jaar nodig.

‘Er zijn zowel geologische als technische oplossingen. Die zijn alom bekend. We hebben nu meer middelen nodig en gerichte inspanningen om die middelen in te zetten,’ zegt professor Kazi Matin Ahmed, voorzitter van de geologische faculteit van de universiteit van Dhaka, erover.

‘Met een beperkte toename van investeringen in relatief veilige, openbare en rendabele diepe waterputten, en door doelgerichter te werken, kan arsenicumvergiftiging binnen vijf tot tien jaar vrijwel worden uitgebannen,’ schrijft watergeoloog Peter Ravenscroft

Dus toen ik afgelopen voorjaar naar Bangladesh afreisde, had ik maar één vraag: waarom is dit probleem nog niet opgelost?

Twee vrouwen halen water uit de put aan de rand van het dorp. Foto’s: Dominic Blewett
Twee vrouwen halen water uit de put aan de rand van het dorp. Foto’s: Dominic Blewett

Hoe het arseen in het water terechtkwam

In de zeventiger jaren stierven in Bangladesh elk jaar duizenden mensen door ziektes als cholera, dysenterie en diarree. Unicef en andere internationale organisaties hadden het destijds hoog op de agenda staan: ontwikkelingslanden in de hele wereld moesten toegang krijgen tot schoon water.

Het probleem was dat niemand eraan dacht het water op arseen te testen

Om de mensen zover te krijgen dat ze geen vuil oppervlaktewater meer zouden drinken, werd met de regering van Bangladesh samengewerkt om het gebruik van ondiepe putten waaruit het water met de hand naar boven kon worden gepompt, te stimuleren.

In veel opzichten was het een voorbeeldige oplossing, die de arme bevolking van het platteland aan schoon water hielp:

  • het was goedkoop;
  • makkelijk te onderhouden;
  • werd uitgevoerd in samenwerking met de regering, de gemeenschap en de private sector;
  • en het was geen symptoombestrijding, maar het pakte de oorzaak van het probleem aan.

Naar schatting werden er tien miljoen putten geslagen. In eerste instantie door de regering, non-gouvernementele organisaties, Unicef en andere donoren, later door particulieren en families.

Het probleem was dat niemand eraan dacht het water op arseen

Pas in de jaren negentig werd ontdekt dat miljoenen putten tien, twintig of zelfs vijftig keer meer arseen bevatten dan wat volgens de Wereldgezondheidsorganisatie veilig was.

Arseen komt van nature voor in de ondiepe waterhoudende grondlagen van Bangladesh. Dit doordat deeltjes ijzeroxide uit de Himalaya via de rivieren de Ganges en Brahmaputra naar Bangladesh stromen, waar ze in de moerassen door de rottende vegetatie worden afgebroken en er arseen vrijkomt in het grondwater dicht aan

De maatregelen waren halfbakken

Wat er daarna gebeurde, is een voorbeeld van de halfbakken maatregelen die vaak worden genomen als reactie op mondiale gezondheidsproblemen.

Nadat het arseen was ontdekt, liet de Wereldbank meer dan de helft van de putten controleren. Zo’n 20 procent van de putten bleek besmet, waar meer dan 57 miljoen mensen de gevolgen van ondervonden.

Er werden educatieve programma’s ingezet om mensen ervan te overtuigen dat ze andere bronnen voor hun drinkwater moesten zien te vinden. De besmette putten werden gemerkt met rode verf.

Maar hoewel er veel aan controle en educatie werd gedaan, gebeurde er weinig om mensen aan veilig drinkwater te helpen. Er werden her en der nieuwe putten geslagen, maar bij lange na niet genoeg en miljoenen mensen moesten het doen met het verontreinigde drinkwater.

Een waarschuwingsbordje om aan te geven dat de put besmet is, hangt niet meer om de pomp. Foto: Dominic Blewett
Een waarschuwingsbordje om aan te geven dat de put besmet is, hangt niet meer om de pomp. Foto: Dominic Blewett

Uit onderzoek van de regering blijkt dat er de laatste tien jaar weinig is veranderd: tussen 2009 en 2013 is de mate van blootstelling aan arseen er nauwelijks beter op geworden. De rode verf op de putten is afgebladderd, de educatieprogramma’s zijn gestopt en er zijn miljoenen nieuwe, ondiepe putten geslagen die niet zijn getest.

Op mijn reis door de provincie Faridpur ontmoette ik Abdul Latif Sheikh en zijn vrouw Rokeya. Zoals veel van de mensen hier, hebben ze jarenlang water uit besmette putten gedronken. Rokeya heeft plekjes op haar handen, polsen, voeten en borst. Als ze praat, pulkt ze eraan.

Sheikh zegt dat zijn vrouw ziek is geweest en gewicht verliest. In zijn stem klinkt frustratie en teleurstelling door. Hij wil dat ze beter wordt, dat zijn vrouw de juiste zorg krijgt. Maar ze zegt dat ze geen tijd heeft om naar de dokter te gaan, omdat haar man door problemen met zijn gezondheid niet kan werken en zij voor het gezinsinkomen moet zorgen. Hun zoon en dochter wonen nog thuis.

‘Als wij sterven, wie zorgt er dan voor ons gezin?’ vraagt ze. Om veilig water te drinken, heeft Rokeya water gehaald uit de put van haar werkgever, het plaatselijk kantoor van het ministerie van Visserij. Veel dorpsbewoners doen hetzelfde: ze gaan ervan uit dat het wel veilig zal zijn omdat het een put van de overheid is.

Maar bij een bezoekje aan de put blijkt nergens uit dat het water getest is. Ik vraag aan een meereizende onderzoeker van de universiteit van Chicago of hij een monster mee kan nemen naar zijn laboratorium. Een paar dagen later laat hij weten dat het arseenpeil honderd deeltjes per miljard is, tien keer zoveel als de norm van de Wereldgezondheidsorganisatie.

Lapmiddelen lonen niet

Een andere moeilijkheid is dat bij de aanpak van mondiale gezondheidsproblemen vaak voor de optie wordt gekozen die het goedkoopst lijkt. Neem de waterfilters waar eerst op werd ingezet: het resultaat van gedegen onderzoek vertaald naar de praktijk, gebruik van lokaal beschikbare materialen en goedkoop op de korte termijn.

Bij de aanpak van mondiale gezondheidsproblemen wordt vaak voor de optie gekozen die het goedkoopst lijkt

Uiteindelijk bleken veel filters een ‘regelrecht fiasco,’ volgens Joseph Graziano, professor in de milieu- en gezondheidswetenschappen aan de universiteit van Columbia. De filters werkten traag, konden maar kleine hoeveelheden water aan en het verwijderen van het giftige bijproduct ging niet makkelijk genoeg.

‘Je kunt arsenicumvergiftiging niet op individueel niveau voorkomen, je hebt echt op de gemeenschap gerichte maatregelen nodig. Je hebt landelijke, algemene interventies nodig. Er moeten normen worden vastgesteld en er moet daadwerkelijk arseen uit het water en het voedsel gehaald worden,’ zegt professor Ana Navas-Acien, een in preventieve geneeskunde gespecialiseerde epidemioloog aan de universiteit van Columbia. ‘Op individueel niveau kunnen we maar weinig.’

Ook corruptie speelt een rol

We hebben de kennis om het probleem op te lossen. Diepere putten zullen in de meeste gevallen volstaan en op lange termijn is de aanleg van een waterleiding met een centrale zuiveringsinstallatie een, weliswaar duurdere, maar nog betere oplossing.

Waarom is dat dan niet gebeurd?

Geld is niet het probleem. Het aanleggen van putten en waterleiding kost zo’n driehonderd miljoen dollar. De regering heeft de afgelopen tien jaar voor eigen rekening meer dan tweehonderdduizend nieuwe diepere putten geslagen.

Maar op basis van onderzoek in het district Araihazar heeft professor Alexander van Geen van de universiteit van Columbia geconcludeerd dat als de putten op de juiste plekken waren geïnstalleerd, ze drie keer zoveel mensen aan schoon water zouden hebben

Uit een recent rapport van Human Rights Watch blijkt verder dat de putten bij dorpsbewoners met politieke connecties terechtkwamen. De regering ontkent de beschuldiging van corruptie en vriendjespolitiek, maar informeel heeft een hoge ambtenaar toegegeven dat lokale politici bepalen wie een put krijgt.

Piar Ali Shaheb is de enige van zijn dorp die van de regering een nieuwe put heeft gekregen. Hij is ook de lokale vertegenwoordiger van de regerende partij. Toen ik vroeg of die politieke connecties behulpzaam waren, lachte hij en antwoordde: ‘Ja, absoluut.’

Een door Unicef gefinancierd waterfilteringssysteem. Foto’s: Dominic Blewett
Een door Unicef gefinancierd waterfilteringssysteem. Foto’s: Dominic Blewett

En: politieke wil

Journalisten en wetenschappers denken vaak dat een gebrek aan kennis het probleem is, maar daar is hier geen sprake van. Er is genoeg onderzoek voorhanden om de verontreiniging zowel te doorgronden als op te lossen.

Als die kennis de besluitvormers bereikt heeft, speelt hij geen rol in hun beslissingen. Net als bij klimaatverandering is het feit dat de gevolgen van blootstelling aan arseen zich pas na jaren manifesteren daar een belangrijke verklaring voor.

‘Beleidsmakers worden niet wakkergeschud door sluipmoordenaars’

‘Beleidsmakers worden niet wakker geschud door sluipmoordenaars,’ zegt een professor in de volksgezondheid. Hij ontdekte dat arsenicumvergiftiging verantwoordelijk zou kunnen zijn voor één op de vijf

Overal op de wereld wordt arseen in het drinkwater gevonden, en de gevolgen van dit trage, stille vergif zijn verschrikkelijk. Een vergelijkbare verontreiniging heeft tientallen jaren geleden op kleinere schaal plaatsgevonden in Chili en Taiwan.

‘Het is nu meer dan veertig jaar geleden dat de vervuiling stopte. Maar we zien nog steeds mensen die een verhoogd risico hebben om kanker te krijgen,’ zegt dokter Catterina Fereccio, de afdelingsdirecteur van het centrum voor chronische ziekten van de universiteit van Chili.

Erger nog: de overheid bagatelliseert het

Ondanks het overweldigende bewijs bagatelliseert de Bengaalse overheid het probleem. Voor arseen wordt een veiligheidsnorm gehanteerd die aanzienlijk hoger ligt dan die van de Wereldgezondheidsorganisatie, waardoor officieel maar twintig miljoen mensen blootstaan aan arseen in plaats van veertig.

Toen ik op het ministerie van Volksgezondheid hiernaar vroeg, werden de onderzoeksgegevens die de enorme gevolgen voor de gezondheid aantonen van tafel geveegd. Ambtenaren belast met de controle op arseen vertelden dat ze niet op de hoogte waren van de studies van de Wereldgezondheidsorganisatie of van andere wetenschappers die een enorme toename van de sterfte laten zien. Ze waren ervan overtuigd dat er per jaar maar honderd tot tweehonderd mensen aan arsenicumvergiftiging overlijden.

Ook de meeste internationale donoren bemoeien zich niet langer met het probleem. Noch de Wereldbank, noch Unicef of de Wereldgezondheidsorganisatie heeft grote projecten die zich richten op de terugdringing van arseen. ‘Arseen is helemaal van de donorradar verdwenen,’ zei Peter Kim Streatfield, emeritus wetenschapper bij een van de belangrijkste onderzoeksinstellingen op het gebied van de volksgezondheid in Bangladesh.

‘Hier speelt institutionele psychologie een rol,’ aldus Ravenscroft, die op dit moment voor Unicef en de Wereldgezondheidsorganisatie bezig is met een handboek over de terugdringing van arseen. Louter de schaal van het probleem heeft de donoren belemmerd om zich langdurig in te zetten: ze geven het misschien wel op als ze geen snelle oplossing aan de horizon zien, zei hij. ‘Volgens mij zijn ze huiverig om de verantwoordelijkheid te nemen voor een probleem waarvan ze bang zijn dat ze het niet aankunnen.’

Vrouwen gaan ergens anders in het dorp water halen.
Vrouwen gaan ergens anders in het dorp water halen.

Politieke laksheid komt overal voor

Als puntje bij paaltje komt, is dit een verhaal over falende instellingen en een gebrek aan verantwoordelijkheidsgevoel. Het is ook een voorbeeld van hoe de politiek rond volksgezondheid werkt: hoe gruwelijk de gevolgen van arsenicumvergiftiging ook zijn, ze komen pas na jaren, zelfs pas na tientallen jaren, aan het licht. Dat maakt het voor politici, donoren, internationale hulporganisaties en het binnenlandse bestuur makkelijk om het probleem links te laten

‘Je wil je niet aan iets branden waardoor je volgende maand de verkiezingen zou kunnen verliezen’

Denk niet dat dit typisch voor Bangladesh is. Zo hebben bijvoorbeeld de VS gefaald bij hun aanpak van de loodvergiftiging van de watervoorziening in Flint in de Amerikaanse staat

‘Politieke laksheid kom je overal tegen, beslist niet alleen in Bangladesh. Je wil je niet aan iets branden waardoor je volgende maand de verkiezingen zou kunnen verliezen,’ zegt Allan Smith, emeritus professor in de volksgezondheid aan de universiteit van Berkeley, die in 2000 een van de eersten was die over het probleem schreef.

Hij wees erop dat tijdens de regering-Bush het door de Wereldgezondheidsorganisatie toegestane gehalte aan arseen feitelijk werd verhoogd tot een niveau dat te vergelijken is met de normen die in Bangladesh gelden.

Er wordt gewerkt aan een oplossing. Maar is het genoeg?

Er is ook goed nieuws. Unicef heeft in tientallen dorpjes in Comilla, een van de zwaarst getroffen gebieden, waterleidingen aangelegd en andere maatregelen genomen om de vervuiling te beperken. Dorpen die ooit bijna helemaal verontreinigd waren, hebben nu veilig water.

Mamunur Rashid, lid van het watercomité van Comilla, staat naast de glimmende tanks en het hekwerk om de waterfilters: ‘We hadden niet kunnen dromen dat we ooit zo’n oplossing voor de watervoorziening zouden hebben.’ Het kost een gezin minder dan een euro per maand, maar dat heeft iedereen er graag voor over.

Om het voor de mensen die de putten boren eenvoudiger te maken de grondlagen met veilig drinkwater op te sporen, is een andere veelbelovende aanpak ontwikkeld die zich baseert op de kleur van het afzettingsgesteente: een om na te gaan of het water schoon is, zonder meteen diep te hoeven boren.

Volgens de autoriteiten wordt er een plan opgesteld om het arseen uit de wereld te helpen dat 250 miljoen dollar kost. Informeel tonen zowel de autoriteiten als externe deskundigen zich er zeer sceptisch over en ze vragen zich af of er actie zal worden ondernomen.

Intussen gaat het onderzoek gewoon door. ‘Als ik ter plekke monsters verzamel, vragen de mensen ons: Wat moeten we doen, waarom krijgen we geen andere watervoorziening?’ zegt professor Kazi Matin Ahmed. ‘Ik voel me dan een slechte onderzoeker.’

‘We werken er al ruim twintig jaar aan en het zou in tien, vijftien jaar opgelost kunnen zijn, maar nog steeds staan heel veel mensen bloot aan arseen en dat is echt frustrerend,’ zegt hij. ‘Niemand had dit water mogen drinken.’

Voor dit project verbleef ik met fotograaf langere tijd in Bangladesh. Hiervoor kregen wij financiële steun van het Innovation in van het European Journalism Centre. Ons verhaal is vertaald uit het Engels door Monique ter Berg.

Lees ook:

In Bangladesh slopen ze onze olietankers met hun blote handen Wat doe je met een afgedankte olietanker van 35.000 ton? Je dumpt hem op de stranden van Zuid-Azië, waar je er nog veel geld voor krijgt ook. Internationale maatregelen om de schade voor het milieu en de gezondheid te beperken, lopen op niets uit. Een verslag vanuit Bangladesh. Lees het verhaal van Dick Wittenberg hier terug Wat er allemaal schuilgaat achter het T-shirt dat je aanhebt Even geleden stortte het krakkemikkige bedrijvencomplex Rana Plaza in Bangladesh in. Vijf kledingfabrieken, die onze T-shirts en broeken produceren, waren daar gevestigd. 1.138 mensen kwamen om, 2.515 mensen raakten gewond. Ik sprak Shila, een 24-jarige overlevende, en vroeg haar of er sinds de ramp iets is veranderd in de Bengalese rampfabrieken. Lees het verhaal van Dick Wittenberg hier terug