Een meisje drentelt dik ingepakt door de gang van de universiteit. Dan glimlacht ze breed en loopt in een rechte lijn naar me toe. Ik weet het dan nog niet, maar ze is de mooiste microrevolutie van het jaar.

Eerder werd ik door haar docent benaderd of ik haar eens wilde spreken. Ze had iets vervelends meegemaakt op school. De docent leest graag mijn stukken en dacht dat ik haar misschien wel kon helpen.

‘Hoi, ik heet Meryem,’ zegt ze nu.
‘Loop maar mee,’ antwoord ik, en probeer niet te denken aan alle essays die ik nog moet nakijken.

We nemen plaats in een kamertje. ‘Je docent vertelde me dat je bezig was met een opdracht, en het leek haar een goed plan dat we met elkaar gingen praten.’

Meryem is een Turks-Nederlands meisje van zestien jaar dat is opgegroeid in Amsterdam-West. Ze is daar naar de basisschool gegaan en kreeg een vwo-advies na haar Cito-toets. Haar ouders besloten haar op een prestigieuze middelbare school te plaatsen in Amsterdam-Centrum. Een school waar het aantal migrantenkinderen op één hand te tellen is.

Na vijf minuten stopt Meryem met praten. Ze vouwt haar handen voor haar gezicht en begint te huilen. Ik heb vaker huilende studenten voor me gehad, maar dit is anders. Ik weet nog niet waarom. Ik bijt op mijn lip, en haal diep adem.

Meryem vertelt dat ze wordt geplaagd door een jongen in de klas. Hij maakt voortdurend grapjes over buitenlanders, zegt ze. ‘Maar ik ben niet op mijn mondje gevallen, en snoer iemand ook de mond met míjn opmerkingen.’

Maar dit verhaal gaat over docenten. ‘Een lerares begon een keer in de klas over ‘jullie’ en ‘ons’ te praten. Ik vroeg wie ‘ons’ en ‘jullie’ waren, op harde toon. ‘Ons’ waren witte mensen, en ‘jullie’ waren moslims. De lerares ging toen snel over naar een ander onderwerp.’

Ik vraag haar of ze iets met het voorval heeft gedaan. Nee, zegt ze.

‘Waarom ben je niet naar een school in je eigen buurt gegaan?’

‘Een andere lerares vroeg me een keer hoe ik het vond op school. Ik zei dat ik het leuk vond, dat ik leuke vriendinnetjes had en dat het leren me goed afging. Vervolgens stelde ze me de vraag hoe het als enige buitenlander op school was. Ik dacht dat ze interesse toonde, en gaf gewoon antwoord. Toen vroeg de lerares: ‘Waarom ben je niet naar een school in je eigen buurt gegaan?’

Ik voel de woede in mijn buik.

‘Ik vertelde haar dat het voor mij niet uitmaakte. Maar toen ik bij haar wegliep, heb ik op het toilet gehuild. Het leek net een slechte Carry Slee-film. Ik begreep niet waarom het voorval mij raakte, waar mijn verdriet vandaan kwam. Ik ontdekte later dat ik het vervelend vond om ‘anders’ te zijn, vooral omdat ik mezelf niet als ‘anders’ zag. Ik had mezelf allang bewezen, en haalde goede cijfers.’

Ik draai onrustig op mijn stoel. Meryems verhaal is ook mijn verhaal - en het verhaal van vele anderen. Dus probeer ik Meryem een hart onder de riem te steken, en zeg dat ze de volgende keer haar docenten moet vertellen wat de opmerkingen met haar doen en hoe ze zich erbij voelt, dat als er weer iets gebeurt, ze contact met me moet opnemen, dat ze geen energie moet stoppen in die pestende jongen, en gewoon haar best moet blijven doen, en dat zij als toekomstig universiteitsdocent het anders mag doen, dat ze niet altijd stoer hoeft te zijn en zich ook kwetsbaar mag opstellen.

Ondertussen ben ik woedend, en volg ik lang niet altijd mijn eigen advies na.

Twee weken later krijg ik een mail van Meryem. Het was haar opdracht, ons gesprek en de mail. De rollen werden omgedraaid, ik leerde ook een les. Dat woede moet worden gekanaliseerd, zodat die het lichaam niet opvreet. Het gesprek repareerde iets voor ons allebei.

Ik ben Meryem en ik heb net als ieder ander mens gevoelens, emoties en onzekerheden. Denken over mijn gevoelens doe ik veel, maar praten over mijn gevoelens kan ik niet echt. Ik hoor al bijna mijn hele leven van mijn moeder dat ik meer met haar en mijn vader moet communiceren en dat ze niet weten wat er in mijn hoofd omgaat. Als ik een keer iets moeilijks probeer te vertellen, barst ik meteen in tranen uit. Ik vind het erg moeilijk om mezelf zwak op te stellen, ik wil niet zwak lijken en daardoor praat ik bijna nergens over. Daarbij komt kijken dat ik mensen niet snel vertrouw. Ik denk dat ik deze kant van mezelf probeer te verbergen door een grote mond op te zetten.

Ik ben Meryem en ik wil de beste versie van mezelf zijn. Ik kan de beste versie van mezelf zijn als ik graag doe wat ik wil doen en iets doe waar ik energie van krijg. Ik wil energie stoppen in mensen die het gesprek wel willen aangaan op school en openstaan voor wat ik te zeggen heb. Als iedereen dat zou doen, dan zou de wereld en Nederland in het bijzonder een stukje mooier worden. Want dan kan de buitenlander misschien ook voor een keertje Nederlander zijn.

Ik ben Meryem, eigenwijs, vrolijk, wel aardig, een Turk, een buitenlander, een allochtoon oftewel een Nederlander met migratieachtergrond, een van de enige buitenlanders op school, anders, mondig, brutaal, gevoelig, jullie, moslim, niet perfect.

En ik heb gevoelens, emoties, onzekerheden, vervelende leraren, mijzelf al vaak genoeg moeten bewijzen tegenover anderen en mezelf, en heb gelukkig lieve mensen om me heen.

Ik zal over mijn gevoelens praten, mijn energie in de juiste dingen steken, blijven strijden voor gelijke behandeling, en proberen een betere versie van mezelf te worden.

Dit is mijn eerste stap. Maar ik blijf ik.

Dit stuk is geschreven met toestemming van Meryem. Haar naam is gefingeerd.

Al onze verhalen over o.a. media, maatschappij en beeldvorming in je mail ontvangen? Je kunt je hier inschrijven voor onze maatschappij & hiphopnieuwsbrief. We versturen hem om de week, met elke keer een overzicht van al onze eigen producties, plus een overzicht van de mooiste verhalen en video's uit andere media. Schrijf je hier in

Mijn eerdere columns:

Wie kritiek levert op het Huis Nederland, wordt eruit gedonderd Racisme is pijnlijk concreet. Wat zou jij doen als in de trein of bus witte Nederlanders zwarte Nederlanders beledigen, of zelfs de deur wijzen? Lees mijn column hier terug Toen ik ophield mezelf te censureren over dagelijkse vooroordelen Waarom spreek ik me niet uit, als ik het gevoel heb met racisme en vooroordelen te maken te hebben? Op het vliegveld, in het hotel, op reis, steeds censureer ik mezelf. Tot ik het niet meer hou als ik in de bus zit. Lees mijn column hier terug