Het is lang geleden dat we in ons land zo tegenover elkaar stonden. In de media, de Tweede Kamer en helemaal op internet lijkt het bijna alsof we het gewoon verleerd zijn: zonder ruzie een gesprek voeren over onze verschillen.

Bijna niemand is gelukkig met deze verharding. Wat doen we eraan?

Sinds de overwinningen van het anti-EU-kamp in Groot-Brittannië en daarna van Donald Trump in Amerika heb ik hierover lopen nadenken. Ik ben nota bene zelf journalist, maar ik had die overwinningen totaal niet zien aankomen. Ik begreep ook niet waarom mensen stemden zoals ze stemden, want ik kende in mijn woonplaats Londen nauwelijks iemand die de EU uit wilde. Zoals ik, toen ik nog in Nederland woonde, ook geen PVV-stemmers of SP’ers in mijn omgeving had.

En dus ging ik in Londen op zoek naar mensen die uit de EU wilden. Ik vroeg aan de badmeester wat hij had gestemd, aan de slager, de bakker en de dokter.

Twee dingen vielen meteen op. Heel veel Engelsen die ik sprak waren het vertrouwen in de traditionele politieke partijen grotendeels of helemaal kwijt. Sommigen geloofden niet langer dat hun leiders weten waar ze mee bezig zijn. Dan vielen er woorden als ‘incompetent.’ Anderen geloofden niet langer dat hun leiders de belangen van de eigen bevolking voor ogen hadden, en begonnen over die politici die zijn doorgestroomd naar de banken en naar andere multinationals. Dan vielen er woorden als ‘zakkenvullers.’ Vaak hoorde ik een combinatie: geen vertrouwen dat leiders de boel nog onder controle hebben, geen vertrouwen dat leiders er zijn voor hun kiezers.

De tweede ontdekking was zeer hoopgevend. Kijk naar Twitter en Facebook, de praatprogramma’s op radio en tv en de korte straatinterviewtjes op journaals en je zou denken dat iedereen ‘boos’ is. De Engelsen die ik sprak waren niet boos. Ze waren verontwaardigd en vooral: bezorgd.

Voor verontwaardiging en bezorgdheid heb je redenen. En over redenen kun je in gesprek.

Ook ik ben het vertrouwen verloren

Door al die verhalen over beschadigd vertrouwen begon ik eigenlijk voor het eerst in mijn leven zelf hard na te denken over hoe ik dacht over politieke partijen. Ik ging in mijn hoofd terug naar het onderzoek dat ik alweer twintig jaar terug deed onder Egyptische studenten in de hoofdstad Caïro. Daaruit bleek dat eigenlijk niemand daar geloofde in de gelijkheid van man en vrouw, homo en hetero, moslim en niet-moslim. Ik herinnerde me hoe ik na een jaar terugkwam in Nederland en aan mensen vroeg: waarop baseren wij eigenlijk de hoop dat als immigranten met zulke ideeën uit het Midden-Oosten naar Nederland komen, ze opeens wel die gelijkheid zullen respecteren en omarmen? Ach joh, zei iedereen vol zelfvertrouwen, ‘daar moet gewoon een generatie overheen.’ Dat was in 1996.

Overal waar ik lezingen gaf hoorde ik hetzelfde verhaal

Ik dacht terug aan de invasie van Irak, en hoe ook Nederland meedeed aan een bezetting die niet alleen was verkocht met leugens, maar ook extreem slecht was voorbereid - met als gevolg een chaos waarin de terreurbeweging Islamitische Staat kon ontstaan.

Ik dacht terug aan mijn onderzoek naar de banken in het financiële hart van Europa, de City van Londen. Hoe door en door ziek die organisaties dankzij de ‘liberalisering en deregulering’ tegenwoordig in elkaar zitten. Hoe ze in 2008 op een haar na onze samenleving de afgrond in kieperden. En hoe daarna niemand voor de crash de bak inging en weinig tot niets echt is veranderd.

Ik dacht terug aan de lezingen die ik hierover gaf, en hoe mensen na afloop zeiden dat het bij hun bedrijf, overheidsinstelling, zorginstantie of scholengemeenschap precies zo gaat als bij de banken in Londen: doorgeschoten schaalvergroting en marktwerking. Velen begonnen ook over een verziekte sfeer op het werk nu ‘targets’ allesbepalend zijn geworden. ‘Je kunt gewoon je werk niet meer goed doen.’ Dat ging overal in Europa zo. Overal waar ik lezingen gaf hoorde ik hetzelfde verhaal.

Het was een pijnlijke ontdekking: ook ik ben het vertrouwen in de gevestigde politieke partijen voor een flink deel kwijt.

Kunnen we praten?

Zo werd ik intens benieuwd naar alle Nederlanders die deze ontdekking eerder bij zichzelf deden: de proteststemmers, en alle anderen die niet langer op de traditionele partijen stemmen. Wat zijn de momenten geweest waarop er bij hen iets brak? Wat brak er precies, hoe ging dat verder en hoe zien zij nu hun eigen toekomst en die van Nederland? Hebben ze hoop?

Ik ging naar het Algemeen Dagblad, want die krant, en de aangesloten regionale titels, wordt in allerlei lagen van de samenleving gelezen. Ik ging naar de omroep Wij Nederland, die veel PVV-stemmers bereikt. En ik ging naar De Correspondent, een website waar juist veel mensen uit mijn eigen ‘bubbel’ komen.

Ik vroeg aan ze: kunnen we de krachten bundelen om hierover een gesprek te organiseren?

Ja, zo kunnen we praten

Zo ontstond het initiatief Kunnenwepraten.nl, waar we vanaf vandaag drie weken lang proberen hierover te praten. Hier wisselen we geen meningen, maar ervaringen uit. Wat heb jij in je eigen leven meegemaakt waardoor je vertrouwen ging wankelen, of zelfs is ingestort? Hierop praten we verder. Geen debat, maar een gesprek. En het doel is simpel: mensen in hun eigen woorden aan het woord laten, zodat we beter van elkaar gaan snappen hoe we in de wereld staan.

Als voorbereiding heb ik inmiddels een aantal mensen geïnterviewd. Waar ik me over verbaasde: er heerst in Nederland echte angst om te zeggen dat je PVV stemt. Een gepensioneerde heer zei het zo: ‘Ik wil inderdaad niet met mijn naam naar buiten. Waarom niet? We doen een experiment. Eerst hang ik een GroenLinks-poster op mijn raam. Er gebeurt niks. Dan een poster van de PVV of een foto van Wilders. Binnen twee weken heb ik een steen door m’n ruit. Of zijn de banden van mijn auto doorgesneden.’

Hij kuchte even en zei toen dat hij dit ‘griezelig’ vond. ‘Dat veroordelende, dat uitsluitende. Je ziet sommige PVV’ers nu hetzelfde doen: spiegelgedrag. Ieder zit in zijn eigen schuttersputje en er is geen bereidheid meer naar de ander te luisteren. Schelden is een zwaktebod.’

Dit hele interview staat binnenkort op De Correspondent. In de bijdragensectie onder het artikel doet de geïnterviewde zelf aan het gesprek mee. Het verslag met de beste citaten en mooiste reacties wordt weer een verhaal in deze serie artikelen. Zo gaan we drie weken verder.

Het internet is een plek waar je heel gemakkelijk ruzie krijgt. Maar het is ook een plek waar je heel goed verhalen en gedachten met elkaar kunt delen. Anderen kunnen daar weer heel makkelijk bij om dit te lezen, om daarna hun eigen visie te geven.

Laten we zo onze ervaringen uitwisselen. Wie weet wat we ontdekken.

Meer lezen in deze serie?

‘Ik stem op Geert Wilders, absoluut. Hij komt toch op voor ons?’ Het is alsof we het verleerd zijn: zonder ruzie een gesprek voeren over onze politieke verschillen. Daarom sprak ik een werkende rechtenstudente uit Zuid-Holland. Ze wil PVV stemmen op 15 maart. Lees het verhaal van Joris hier terug Wat me opviel aan de eerste overtuigde PVV-stemmer die ik sprak Het is alsof we het verleerd zijn: zonder ruzie een gesprek voeren over onze politieke verschillen. Daarom sprak ik een overtuigd PVV-stemmer. Wat vinden jullie van haar verhaal? Lees het verhaal van Joris hier terug

Wil je op de hoogte blijven van dit initiatief? De komende tijd schrijf ik een serie verhalen op De Correspondent en in het AD en de daarbij aangesloten regionale kranten. Wil jij als eerste een seintje ontvangen als ik een nieuw stuk publiceer? Schrijf je in voor mijn mail

Lees verder Tegelijkertijd met Kunnenwepraten.nl verschijnt het gelijknamige boek, dat uitkomt bij uitgeverij Atlas Contact. Lees er hier meer over

Facebook
Twitter
LinkedIn
Whatsapp
E-mail